Pasen en de nieuwe aarde
Vele mensen hebben geen heldere voorstelling van de toestand der zaligen na het laatste oordeel.
Vele mensen hebben geen heldere voorstelling van de toestand der zaligen na het laatste oordeel. Het is hen voldoende de zekerheid te bezitten in dat gericht vrijgesproken te zullen worden, maar wat hen na die vrijspraak wacht, houdt hun geest weinig of geheel niet bezig. Ze gevoelen geen behoefte aan een vaste omlijning van die toekomst, zij stellen haar zich hemels voor en vergenoegen zich met een onbepaalde omschrijving, zoals die van een onbevlekkelijke en onverderfelijke erfenis. Al wat aards en stoffelijk is, valt er voor hun besef bij weg en de hemelse of geestelijke genietingen zijn voor hen het één en het al.
Nu is het volkomen waar - het geestelijke moet in onze waardering steeds boven het stoffelijke, het hemelse boven het aardse staan. Maar daarmee is het ons niet toegestaan het aardse in onze toekomstverwachting eenvoudig weg te cijferen en de zaligheid van het eeuwige leven zo maar ineens te vergeestelijken. Wij zullen in de toekomende eeuw toch maar niet een puur zielebestaan hebben, maar in een verheerlijkt lichaam omwandelen, al zal dit lichaam andere eigenschappen bezitten, dan het stof en het leem waarin ons lichaam nu woont. Christus heeft vervolgens gezegd, dat de zachtmoedigen het aardrijk zullen beërven. En het was geen overdrachtelijke beeldspraak, maar in eigenlijke zin bedoeld, toen Hij de apostelen het uitzicht bood om eenmaal met Hem de vrucht van de wijnstok nieuw te drinken.
Het aardse valt dus na het oordeel niet weg. En toch kan het niet blijven in de toestand en staat, waarin het nu verkeert. Door de zondeval is er een vloek in de aarde geslagen. Als teken aan die vloek brengt de aarde doornen en distels voort. Ja, die vloek is doorgewerkt tot in alle delen der schepping: het ruwe geweld der elementen, de hitte van de hete woestijn, de bittere koude aan de poolwereld, natuurrampen te land en ter zee 't zijn allemaal openbaringen van de vloek, zo zelfs dat God de zee soms scheldt, evenals het wild, verscheurend gedierte, en dat Jezus de storm op de zee van Tiberius bestraft. In dit schelden en bestraffen ligt de aanwijzing, dat er een onheilige macht in werkt, die onder de toelating Gods losbreekt, maar ook weer door zijn almachtige hand bedwongen of getemperd wordt.
In zulk een wereld, die de sporen van de zonde draagt en door de zondevloek veelszins ontadeld is, zou de zondeloos geworden opgestane mens heel slecht passen. Wij scheppen ons reeds in het aardse leven een omgeving, die in overeenstemming met ons diepste wezen, onze aanleg en onze behoefte is. De studeerkamer van de wetenschapper draagt een geheel ander kenmerk dan het kantoor van de handelsagent en zo zal er ook harmonie moeten zijn tussen de vernieuwde en verheerlijkte mensheid enerzijds in de wereld waarin zij zal wonen aan de andere kant. Dit idee is aan de Heilige Schrift ontleend. Volgens haar is de mens uit het stof der aarde naar het lichamelijke opgebouwd. Hij staat dus niet als een vreemde verschijning op de aardbodem, maar is er naar het stoffelijke door een scheppingsdaad Gods als het ware uit opgekomen, hij is er naar het lichaam een deel van. Uit de grondstoffen der aarde geformeerd, zijn wij een deel van de aarde.
Nu is het zo, dat de schepping, krachtens de band, die haar aan ons geslacht bindt, ook zelf op- en neergaat al naargelang de mens tot een hoger staat opklimt of tot een lager staat daalt. In de zondeloze staat leefde de mens in een paradijs, waarin de wereld haar hoogste bloei bereikte. In de gevallen staat, waarin wij ons thans bevinden, leeft de mens in een wereld, die mede gevallen en door de vloek ontluisterd is. Van hieruit wordt het zelfs schokkend te stellen, dat de mens heden ten dage door de atoomkracht in staat is, de wereld uit haar voegen te lichten, om maar geheel te zwijgen van de schade die door vervuiling aan de natuur wordt toegebracht. Daar zit al de waarheid van ons betoog duidelijk in. En in de staat der heerlijkheid, waarin wij ons thans nog niet bevinden, leeft de mens in een wereld, waaruit de vloek als gevolg der zonde geheel verdwenen is, ... de paradijstoestand van de aarde zal moeten wederkeren. Inderdaad, maar dan toch met dit verschil, dat de toekomende wereld veel rijker is, omdat de verborgen krachten der schepping dan tot hun volle ontplooiing gekomen zullen zijn. En voorts ook met dit verschil, dat die scheppingsweelde nimmer weer teloor zal kunnen gaan, zoals in het eerste paradijs wel mogelijk was.
De kracht, waardoor deze loutering en veredeling van de natuur geschieden zal, wordt aangewezen door het Woord van Christus zelf: Zie, Ik maak alle dingen nieuw! Met dit woord nieuw is niet iets geheel nieuws bedoeld, waarvan vroeger nog geen spoor aanwezig was. Genade immers verwerpt de oude wereld niet, maar vernieuwt de wereld, omdat het zondige eruit verdwenen is. Wij spreken dan ook van herschepping en van wedergeboorte. Het eerste blijft, maar het tweede herstelt en reinigt. Welnu, zo zal ook de natuur eenmaal vernieuwd worden. Wij kunnen natuurlijk geen precies beeld van die nieuwe aarde ontwerpen, de Schriftgegevens zijn daarvoor veel te karig. Maar dit ene is wel duidelijk, het zal een wereld zijn met de harmonische samenvoeging van de gehele gezuiverde cultuur, die het leven met haar schatten verrijkt. Al de vruchten van kunsten en wetenschappen, van kennis en wijsheid, worden voor zover zij een eeuwige betekenis hebben in het nieuwe Jeruzalem opgenomen.
De grondstof van de nieuwe aarde is dezelfde als die der oude, maar in verheerlijkte staat. Er heerst kennelijk ook een nieuwe natuurorde. Er is geen zon en geen maan. De Heere God verlicht alles met zijn heerlijkheid en tabernakelt onder de mensen. Op deze manier blijft wel de onderscheiding tussen hemel en aarde bestaan, maar de tegenstelling valt weg: de aardse schepping wordt met hemelse gloed overglansd. Ze vervloeien niet: de hemel en de aarde. Maar ze zijn voortaan eeuwig op elkaar betrokken tot een hoger harmonie. De Heere zelf is er het middelpunt van.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1984
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's