De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Jezus is weer opgestaan'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Jezus is weer opgestaan'

9 minuten leestijd

Predikant-dichter Willem Sluiter schreef honderden liederen voor de gemeente die hij diende.

Dichter tot Gods eer

De 17e eeuw is een bloeiperiode geweest voor tal van kunsten, niet in het minst ook voor de letterkunde. We denken aan 'groten' als Hooft, Vondel en Huygens. We denken ook aan tal van predikant-dichters die hun pastorale en theologische arbeid combineerden met het schrijven van poëzie. De namen van Jacob Revius en Dirk Rafaëlszoon Camphuysen mogen met ere genoemd worden naast en na de groten. Een van die predikant-dichters is Willem Sluiter. Zijn dichterschap staat zeker niet op het niveau van iemand als Revius. Het is ook anders van aard en inhoud: Revius accepteerde tot op zekere hoogte de renaissance, hij nam de vormen ervan over en gebruikte die voor zijn diep-christelijke boodschap. Sluiter daarentegen is eerder een volksdichter die buiten de cultuurstroom bleef staan en die geen kunstzinnige verzen wilde schrijven.

Sluiter schreef zijn honderden liederen voor de gemeente die hij diende. Enerzijds wilde hij ermee de geestelijke onkunde bestrijden, anderzijds wilde hij de populaire wereldse liedjes die de gemeenteleden zongen vervangen door geestelijke liederen. Boven alles stelde hij zijn bescheiden dichtersgave in dienst van God de Almachtige:

Wat ik denke, lees' of schrijve,
Wat ik dichte, wat ik zing.
Wat ik spreek, of ooit bedrijve.
Schoon het klein is en gering.
Zal van U, en t' Uwer eer.
Maar ellene zijn, o Heer.

Dat is Sluiter als dichter: zijn gave, die hij zelf 'klein' en 'gering' achtte, gebruiken tot 'eer' van God. Dit verklaart ook dat hij zijn gedichten graag ondertekende met een anagram (letterkeer) op de naam Willem Sluiter: Heer, sus lust my u will.

Leven in rust en onrust

Wie was deze Willem Sluiter? Uitvoerige informatie over zijn leven en werk vinden we in Willem Sluiter 1627-1673, het proefschrift van dr. C. Blokland uit 1965. Sluiter werd in 1627 geboren te Neede in de Achterhoek. Hij studeerde o.m. te Deventer aan de Illustere School en aan de Universiteit te Utrecht, waar Voetius doceerde. In 1653 wordt hij beroepen te Eibergen. Het was een beroep met een bedenkelijk kantje: het werd niet doorgezet door de kerkeraad, die zeer verdeeld was, maar door een wereldlijke machthebber, graaf Otto van Limburg Stirum, die het collatierecht bezat, het recht om een ambt te vergeven. Een verbinding van kerk en staat waar we niet naar terug hoeven te verlangen! In Eibergen heeft hij ongeveer twintig jaar in grote getrouwheid als pastor geleefd en gewerkt. Aanvankelijke tegenstanders werden zijn vrienden. De gemeente bestond behalve uit Eibergen ook uit een aantal buurtschappen. Daar heeft hij slechts drie jaar de vrouw aan zijn zijde gehad die kort na de geboorte van haar tweede kind stierf. Margaretha Sibylla Hoornaerts. In datzelfde Eibergen nam hij de dichterspen op. Geheel in de lijn van de Nadere Reformatie heeft hij zich verzet tegen allerlei zaken die in zijn gemeente voorkwamen en die ver afstonden van de echte 'pietas', de vrome en heilige levenswandel: dronkenschap, ontucht, zondagsontheiliging, enz. En met succes! In de Opdracht van zijn bundel Eibergsche Sang-Lust kon hij schrijven dat zijn gezangen 'rondom in ons kerspel van Eybergen een bijzondere Zang-lust verwekt en alle lichtvaardige, ontuchtige liedekens bijna ten enenmale, door Gods genade uitgedreven hebben'.

Sluiter was een voorstander van een sober leven. Zijn ascetische levenshouding heeft iets van de monniken in de eerste tijd van het kloosterleven. Hij koos voor de rust van het buitenleven, met een sterke voorkeur voor 'een boekje in een hoekje':

Begeert ge vreed' en rust? Waar zoek je?
Z' is in een hoekje met een boekje.

Dat wil overigens geenszins zeggen dat hij niet kon genieten van de natuur in het prachtige landschap van de Achterhoek. Uit die stilte en rust klinkt zijn stem:

Gebed

O Jezus! Gij die tot U noodt
moede en belaste harten,
mijn zondenlast is waarlijk groot,
'k ben mat en moe van smarten.
'k Zucht onder dit gans zwaar gewicht
en wens van U te zijn verlicht,
verkwikt met 's levens stromen.
Kom tot mij. Here Jezus, nu,
opdat ik komen kan tot U,
zijnde eerst tot mij gekomen.

Ik kom tot Uw genadeschoot,
mijn Heiland en mijn Here,
Gij kent mijn zuchten en mijn nood
en weet wat ik begere.
Uw rijkdom en genade zijn
't waarnaar mijn ziel zo ernstig kwijnt.
Want in mij zelve ben ik
gans naakt, ellendig, bloot en arm.
Daarom dat ik rechtvaardig karm;
mijn nietigheid beken ik.

Ik bid U, Jezus, dat gij wilt
mijn ijver steeds opwekken
en mij tot U zo goed en mild
met liefdes koorden trekken,
totdat ik vrij van alle kwaal
met U Uw hemels vreugden-maal
zal houden in der waarheid
en in uw Vaders koninkrijk
met al uw dienaars tegelijk
aanschouwen Uwe klaarheid.

Die stilte en rust die hij begeerde zijn in zijn leven overigens slechts betrekkelijk geweest. De tijd waarin hij leefde was woelig en onrustig, zeker in de Achterhoek. De 80 jarige oorlog werd pas beëindigd in 1648. En daarna heeft de bisschop van Munster, de beruchte Bernhard van Galen, diverse malen de Achterhoek onveilig gemaakt en grote delen ervan veroverd en bezet. Dat had onder meer tot gevolg dat Sluiter twee keer in ballingschap moest gaan en zijn gemeente moest achterlaten. Dat gebeurde in 1665 en in 1672, het zogenaamde rampjaar. Tijdens zijn tweede ballingschapsperiode is hij gestorven, hij heeft niet meer kunnen terugkeren naar zijn gemeente Eibergen. Hij overleed te Zwolle, nadat hij nog een beroep naar Rouveen had aangenomen. Het is niet zeker of hij in Rouveen nog korte tijd predikant is geweest. Hij is begraven in de Grote Kerk te Zwolle. In de Hervormde Kerk te Eibergen werd in 1953 een gedenksteen aangebracht waarop onder zijn naam vermeld staat: 'Pastor der gemeente. Dichter tot Gods eer'.

Gereformeerd piëtist

Sluiter was gereformeerd piëtist. Wereldmijding en hemelverlangen zijn centrale elementen in zijn leven en werk. Een deel van zijn poëzie vertoont een mystieke inslag, mede geïnspireerd door het Hooglied dat hij allegorisch uitlegde. Veelvuldig komen in zijn verzen de woorden 'zoet' en 'zoetheid' voor met betrekking tot Jezus.

Zo in het volgende gedicht van Christus' lijden aan het kruis, waarin hij spreekt van Jezus' 'zoete mond' :

Kruisiging

Gelovige ziel, aanschouw tot alle tijden
de grote smarten van uw Heilands lijden.
Zijn wonden. Zijn gebrek en grote nood,
de pijnen van Zijn mart'laarschap en dood.

Het hoofd, waarvoor de englen-scharen beven,
met doornen is gestoken en doordreven;
het aangezicht, dat vriendelijk straalt in 't hert,
ontreinigd door der bozen spuwsel werd.

Zijn ogen, vol van Goddelijke luister,
die werden in de dood verbleekt en duister,
Zijn oren, waarin klonk der englen lof,
aanhoren nu der zondaars schimpen grof

Zijn zoete mond. Zijn liefelijke lippen,
waar 't minste kwaad kwam nimmermeer uitglippen,
die drenkt men nu met edik en met gal;
en wat Hij spreekt, dat acht men niet en al.

De voeten, aan wier voetbank werd gebeden,
die ons tot hulp op aarde kwamen treden,
die worden nu verachtelijk en slecht
met nag'len aan het ruwe kruishout vastgehecht.

De handen, die zo grote krachten deden,
zijn uitgestrekt als zonder krachten heden;
het lichaam, dat Gods tempel is vol eer,
is, moe van pijn, doorstoken met een speer.

Zodat er niets in Hem is vrij gebleven
dan Zijne tong, die bidt om het vergeven
der zonden van het goddeloos gespuis,
dat Hem brengt door onwetendheid aan het kruis.

Gij die staag met de Vader heerst daarboven,
wordt hier beneên door 't zondig volk verschoven.
God lijdt. God sterft. God stort Zijn eigen bloed.
O Christenziel! ziet wat Hij voor u doet.

Apostolisch dichterschap

Blokland wijst erop dat Sluiters werk vooral een apostolisch karakter draagt. De ver doorgevoerde subjectivistische 'bevinding' van het piëtisme in de 18e eeuw vinden we bij hem nog niet. Uit zijn werk spreekt een blijde geloofszekerheid. Hij wil anderen winnen voor het leven met God. Die blijdschap spreekt ook uit Opstanding. Opmerkelijk is in dit lied de vermelding dat de 'oorlogs-trommel/krachtig buldert'. Immers, bijna niets uit de gewone wereld sijpelt door in zijn verzen. Hij staat afwijzender tegenover de 'wereld' dan Calvijn. De gespannen eenheid van 'Askese' en het 'innerweltliche' - het staan in de wereld - dreigt bij hem verbroken te worden. Maar Sluiter heeft wél weet van de kracht van Pasen. Daarvan getuigt het volgende lied:

Opstanding

Schoon nu nog de oorlogs-trommel
krachtig buldert, dreunt en raast,
't kan niet maken ons verbaasd,
als wij met een zoet gedommel
dit geluid daartegen slaan:
'Jezus is weer opgestaan'.

Treurig duifje in de kloven
van de steenrots moe gesteend;
immer strijdende gemeente,
overal met smaad verschoven,
zijt getroost en onbelaan,
Jezus is weer opgestaan.

Al wat tegen Hem wil kampen
moet er onder, 't gaat zoo 't gaat,
en Zijn Kerk die blijft in staat
schoon ze tegen duizend rampen
alle dagen schrap moet staan.
Jezus is weer opgestaan.

Gij, die slaapt, ontwaakt ten leste
en staat, op Zijn stem en klop,
nu dan uit de doden op.
Wandel wijslijk t' uwen beste
op de ware levenspaan
Jezus is weer opgestaan.

Waardering

Sluiter had geen groot dichterlijk talent. Hij was primair een didactisch dichter. Daarom is hij wel de 'Gelderse Cats' genoemd, maar het schoolmeesterachtige dat Cats soms heeft, vinden we bij hem niet. Dat doet sympathiek aan. Hij wilde mensen leiden tot Jezus. Groot was zijn bewogenheid met de medemens en zijn eeuwig heil. We vinden bij hem geen volle klank, aldus Blokland, maar wel een zuiver geluid en een eerlijke eenvoudigheid. Het ging hem om de navolging van Christus:

Het leven Christi is
een weg, een rechte baan
voor die niet willen mis
en buiten spore gaan.

Er lopen lijnen van de Moderne Devotie, i.h.b. van Thomas a Kempis' beroemde boek De Imitatione Christi (Over de navolging van Christus) naar Sluiter. Die navolging van Christus was Sluiters diepste verlangen en vormde de kern van zijn boodschap:

O Jezus mijnen Heer!
ik bid en smeek dat Gij
wilt alle dagen meer
en meerder trekken mij!
Opdat ik loop met U
en wandele voortaan
de rechte wegen nu,
die Gij zijt voorgegaan.

Van deze Jezus beleed en geloofde hij met kracht gevende zekerheid: 'Jezus is weer opgestaan'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

'Jezus is weer opgestaan'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 1984

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's