De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prediking en het leven van iedere dag! (2)

Bekijk het origineel

Prediking en het leven van iedere dag! (2)

7 minuten leestijd

De bediening van het Woord en het handelen van de christen in het dagelijks leven kunnen niet los van elkaar gedacht worden.

Een vorige keer hebben wij u aangetoond, dat de prediking als explicatie (uitleg) en applicatio (toepassing) van het Woord van God aan het leven van iedere dag niet voorbij kan gaan. Het Woord dat bediend wordt spreekt niet minder over het leven voor Gods aangezicht. De toepassing onderwijst derhalve in de wandel in de vreze des Heeren. Geenszins is het echter de bedoeling, dat de prediking 'moraliserend' is.

Geen 'zedepreek'

Een moraliserende preek heeft altijd - ook al is het vaak intuïtief - verzet ontmoet. Heel goed werd aangevoeld, dat de zedepreek de bediening van het Woord verdringt en daardoor het evangelie van vrije genade wordt verduisterd. Terecht heeft men gesteld: de kerk is geen paedagogisch instituut en de prediker is geen zedemeester.

Toch zijn wij met het afwijzen van de zedepreek niet klaar. De vraag is: welke plaats moet dan het leven van iedere dag in de prediking krijgen? Het leven van iedere dag waarin door de christen steeds opnieuw hetzij positieve, hetzij negatieve beslissingen genomen moeten, worden? Het is ons opgevallen dat het antwoord op deze vraag niet de sterkste zijde van de homiletiek (de predikkunde) in het algemeen en die van de reformatorische in het bijzonder is geweest. Het behoeft echter geen breed betoog, dat de bediening van het Woord en het handelen van de christen in het dagelijks leven niet los van elkaar gedacht kunnen worden. Het Woord zelf wijst ons daarin de weg.

Karakter van het Woord

De Reformatie heeft ons opnieuw geleerd, dat de Heere spreekt door Zijn Woord. Het karakter van Gods Woord is dat het gekend wil worden. Het Woord zelf wil ook dynamisch zijn en het diepste van ons leven raken. Niet minder wil dit Woord ons met Gods wil confronteren voor het dagelijks leven. In dit verband kunnen wij o.a. denken aan Abraham. In Genesis 17 verschijnt de Heere hem en zegt tot hem: 'Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht en zijt oprecht'. De wil Gods wordt ook duidelijk naar voren gebracht in de eerste én tweede tafel van de wet. De geboden (in verbondsrelatie aan Israël geschonken) zijn regel voor de wandel. Steeds opnieuw wordt door de profeten op de goede wet Gods gewezen. Een leven naar de wet brengt zegen voor land en volk, een niet gehoorzamen aan Gods wil vloek over land en volk.

Het Nieuwe Testament geeft vrijwel een identiek beeld te zien. De Heere Jezus vat de uitgedrukte wil van Zijn Vader samen in twee geboden. Ook vinden wij in de boeken van het nieuwe verbond allerlei aanwijzingen voor het dagelijks leven. Men vindt daarin een onderwijzende verkondiging. Te denken valt hier o.a. aan de zgn. huistafels, tafels voor het grote huisgezin van God d.i. Zijn gemeente. Dit alles is geen mindering op het evangelie, maar is er een heilsvrucht van.

Het Woord spreekt immers niet alleen van Gods grote daden, ook niet alleen van Christus' borgtocht, maar niet minder over de heilsvruchten als openbaring van het nieuwe leven. Anders gezegd: het leven van Christus en het leven van de christen is niet te scheiden. In zijn levensopenbaring zal de christen altijd iets laten zien van het leven van Christus.

Geschiedenis van de prediking

In de geschiedenis van de prediking treft men echter maar zelden de zuivere lijnen aan die in het Oude en Nieuwe Testament worden aangegeven. In de Schrift gaan rechtvaardiging en heiliging samen. Men vindt geen overaccentuering noch van het één, noch van het andere. De heiliging van het leven met daarin het ethisch element staat in een juiste verhouding tot de rechtvaardiging.

In de na-apostolische tijd komt hierin al snel een verandering. De preken werden moraliserend. Eenzijdig werd belicht wat men wél óf niet mocht. Een zeer zwaar accent werd gelegd op het ethische. Sommige 'preken' van Clemens geven hiervan een duidelijk bewijs, terwijl ook Tertullianus hieraan niet helemaal ontkomen is. De werken werden zeer hoog genoteerd. Het gevolg was een sterke onderwaardering van de genade der rechtvaardiging. In het ongunstigste geval verdween de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof geheel en al. Het christelijk ideaal van Clemens lijkt veel meer op de zelfgenoegzame wijze uit de stoïcijnse filosofie, dan op de begenadigde zondaar uit de bijbel. De middeleeuwen laten ons - in 't algemeen gesproken - niet veel anders zien. De sermoenen gingen in die tijd in het bovenstaande spoor verder. De preek werd een populaire toelichting van de biechtspiegel. En waar dit niet het geval was, ging de preek op in mystieke speculaties. Men trok zich terug op het innerlijk en liet de wereld voor wat deze was. Aan de wereld had men geen boodschap. Pas de reformatie - en dan met name Calvijn - weet in de prediking het juiste evenwicht te vinden.

Luther en Calvijn

Bekend is dat Calvijn ons heeft geleerd, dat er geen tegenstelling is tussen Paulus en Jacobus. Geloof en werken vormen bij hem geen contrast. Daarom krijgt het dagelijks leven voor Gods aangezicht in zijn preken toch een diepere inhoud dan bij Luther. Laatstgenoemde is maar moeilijk met de verhouding van wet en evangelie in het reine gekomen, getuige Luthers zienswijze op de brief van Jacobus. Luther stelde Jacobus beneden Johannes, Paulus en Petrus. De brief van Jacobus was maar 'een strooien brief', die geen echt evangelisch karakter droeg, onordelijk alles door elkaar gooide en apostolische ernst en majesteit miste. 'Jacobus zat nog slecht te paard, als een monnik, die het paardrijden nooit goed geleerd had, met zijn sokken in de stijgbeugels.' Dit was Luthers mening en is het in de grond der zaak gebleven. W. J. Kooiman vertelt in 'Luther en bijbel', pag. 189, dat Luther later wel zijn scherpe uitdrukkingen tegen Jacobus uit zijn voorredes heeft weggelaten maar in aantekeningen en tafelgesprekken zich zeer afkeurend bleef uitlaten. Een paar citaten: 'Wie Paulus en Jacobus met elkaar in overeenstemming kan brengen, krijgt mijn doctorsbaret cadeau' . Het volgende citaat getuigt helemaal niet van hoogachting voor Jacobus: 'Vandaag of morgen zal ik met Jaapje mijn kachel aanmaken'. In plm. 1543 schijnt hij gezegd te hebben: 'Jacobus raaskalt'. Genoeg hierover. Gezien Luthers achtergrond kunnen wij het begrijpen, maar geenszins zijn zienswijze delen óf overnemen.

Calvijn is daarentegen een licht onder de reformatoren. Hij schijnt in onze ogen een enigszins leerstellig figuur. Honderden keren komen wij in zijn geschriften het woord 'doctrina' d.i. 'leer' tegen. Maar let wel: de leer is bij hem geen begrip, niet een zaak die alleen met het verstand is te vatten. De ware 'doctrina' is bij hem praktisch van aard. Zij wordt existentieel, d.i. bevindelijk beleefd en uitgeleefd. De ware 'doctrina' wordt in- en uitgeademd. Zij krijgt gestalte in het hart en in het dagelijks leven. De dienst van God gaat voor Calvijn gepaard met waarachtige vroomheid in alle verbanden van het leven. Het geloof (innerlijk) mag van de godzalige wandel (uiterlijk) niet gesepareerd worden.

In zijn preken, vooral in die over de tien geboden, heeft Calvijn laten zien hoe hij, vanuit de volheid van de genade Gods, leiding zocht te geven aan het leven van iedere dag door de eisen Gods te vertolken. Hij vertaalde de eisen Gods vóór en in zijn tijd. Hij wist heel goed dat zijn tijd een andere was dan die van vierhonderd óf duizend jaar daarvoor. De prediking van Calvijn heeft in de eerste periode van de reformatie veel invloed gekregen. In ons land zelfs meer dan die van Luther, ofschoon de op­ merking moet worden gemaakt, dat Luthers notie inzake 'de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof' het volle pond in de prediking kreeg.

Jammer is, dat de nuchtere bijbelse prediking van Calvijn toch al spoedig werd overvleugeld door een bijbels humanisme en het remonstrantisme grote invloed kreeg. Geloof en vruchten van het geloof werden uiteen gehaald. Gevolg daarvan was, dat de mens met zijn werken in het middelpunt kwam te staan. Heiliging van het leven was niet meer genadegave met de rechtvaardiging van de goddeloze geschonken, maar was iets dat men zelf wel kon en in het ongunstigste geval evenals in de na-apostolische tijd als grond voor de zaligheid gehouden.

Een poging om tot Calvijn terug te keren vinden wij bij hen die op een nadere reformatie aandrongen. Hoe de beste vertegenwoordigers van deze nadere reformatie in prediking en geschrift het alledaagse leven voor Gods aangezicht stelde, daarover graag een volgend keer iets meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prediking en het leven van iedere dag! (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's