Wat nut u de opstanding van Christus?
H. C. Zondag 17
In de nederlandse taal maken we onderscheid tussen hoofd- en bijzinnen. Zo ook in de Bijbel. Niet, dat hier bijzinnen niet belangrijk zijn. Maar wanneer ons gevraagd wordt naar de hoofdzin, dan is dat deze: de opstanding van Jezus Christus uit de doden. Het is ook de hoofdzin in de brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Korinthe. Indien, zo schrijft hij, er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt en indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel en ijdel is ook uw geloof.
Waar alleen maar bijzinnen als bijgeluiden uitgesproken worden, daar is al ons spreken over God en Zijn Woord zonder inhoud, zonder hoofdzin. Vandaar dit scherp omlijnde spreken. Zo ook een kort en bondig spreken door de opstellers van de H.C. Eén vraag met één antwoord. Een omschrijving van de feiten wordt geenszins gegeven. Daar wordt niet over uitgewijd. Trouwens zij zijn geen ooggetuigen geweest. Vandaar dat er geen verklaring van het gebeuren gegeven wordt. Niet gegeven kan worden. Trouwens wie kan de opstanding van Christus uit de doden verklaren, uiteenleggen en uiteenzetten? Dat konden destijds de discipelen niet. De apostelen niet. En wij evenmin, ondanks onze welgevulde koffers met wetenschap. Maar is daarmee gezegd dat er niets te zeggen valt over de opstanding van Christus? Integendeel. Er wordt getuigd van het grootste gebeuren aller tijden. Immers het is op Pasen overduidelijk geworden wie is opgestaan: Christus Jezus. Talloze malen is Zijn Naam en werk vermeld. Zo overduidelijk dat niemand het ooit kan bestaan te zeggen dat de Heere Jezus op de een of andere manier aan de dood ontsnapt is of dat het gebeuren een schijnvertoning zonder enige waarde is geweest. Nee. We belijden met mond en hart: ik geloof in Jezus Christus... Die ten derde dage wederom is opgestaan van de doden. Het is geschied volgens het plan van Zijn hemelse Vader. Zijn bestek heeft Hij ervoor opgemaakt. Op geen enkel punt is hiervan afgeweken. Geen noodlot dus. Nog minder noodgedwongen. Vrijwillig en gewillig heeft Christus de beker van het lijden geledigd. En: God de Vader heeft dit offer als voldoende aangemerkt. Daarom kon de dood de Zoon van God niet in zijn macht houden. De dood moest zijn prooi loslaten. Tegen wil en dank. Hoeden wij er ons voor en houden wij ons ver van mee te spreken in het koor van een theologie die benedenmaans spreekt. Houden wij ons aan het bijbels getuigenis. Houden we ons aan de ontmoeting met Christus. Immers Hij, de Opgestane, zoekt ons op in ons doodse bestaan en maakt ons door Woord en Geest deelgenoot van het leven. Zozeer dat we van de levende Heere niet meer los kunnen komen. Wat betekent voor u die dit leest de opstanding van Christus? Nee, niet als een levenloze waarheid, maar als bevindelijke werkelijkheid. Houden we ons aan de hoofdzin: Hij heeft de dood overwonnen. De dood. Een machtig heerser. De koning van de verschrikking. Onoverwinnelijk doet hij zich aan ons voor. Alle medische kennis en vernuft ten spijt. Onze kracht is klein om de dood kerend te lijf te gaan. Hij legt beslag, onderwerpt, neemt gevangen, stelt in verzekerde bewaring sinds Genesis 3. Vandaar dat we voortdurend de doodsklok horen luiden naar aanleiding van De Dood. Wie of wat redt ons? Ik? Nee! Ja toch! Ik! Maar dan verwijs ik naar Hem. Hij, het vleesgeworden Woord. Hij redt mensen van de dood, zielen van het graf. Hoe dat kan? Omdat Hij, als Kind reeds de grauwheid van de dood onder ogen heeft gezien. Ja, deze lichamelijk heeft ervaren. Maar deze machthebber is onttroond. Geen graf hield Davids zoon omkneld. Overwonnen is de dood door Zijn opstanding. Terneergeslagen. Geveld. Opdat Hij ons de gerechtigheid, die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken. Wat Christus heeft verworven, wordt niet op afstand gehouden. Hij legt Zijn werk niet ten toon. Nee, alles is er Hem om begonnen dat wij participanten worden en zijn. Dat is deelachtig maken. Immers wat op Pasen is verworven dat moet worden uitgedeeld. Aan wie? Aan U en mij. Vanwege onze status? Vanwege ons recht en onze aanspraak? Geenszins. Maar Hij maakt deelachtig uit genade. Paasgaven aan een wederhorig kroost. Welke gave? De gerechtigheid. Als trouwe wetsbetrachtig tussen kloostermuren? Nee. De reformator Luther heeft door schade en schande heen geleerd op de gerechtigheid van Christus te bouwen en te vertrouwen. Dat is niet de gerechtigheid die opbloeit op de levensakker van enig mens. Ze is van totaal andere orde. Van hemelse origine, uitgewerkt aan het kruis van Golgotha, waar aan het recht van God is voldaan. Deze kwitantie wordt ons voorgehouden. We lezen het tot onze verbazing en diepe verwondering, geoefend door de Heilige Geest Christus onze gerechtigheid. Geleerd door de Heilige Geest, zingen we het volmondig uit: Gij zijt mijn heil alleen! Zingt u mee, geïnstrueerd en geïnspireerd door de Heilige Geest? Ook de tweede strofe: door Zijn kracht worden we opgewekt tot een nieuw leven. We worden er toe opgewekt deze belijdenis met mond en hart uit te zeggen. Het is de ritseling van het nieuwe leven. Nee, niet een nieuw leven in de zin van wereldverbetering. Maar een nieuw leven dat zijn kracht put uit de opstanding van Christus. Nieuw en oud. Oud en Nieuw. Het oude is nog niet voorbij. Het strijdt. Het snijdt nog meer dan eens in een herboren hart. Het doorpriemt omdat ik vleselijk ben, verkocht onder de zonde. Maar er is meer. Want bezielend is het werk van Christus, het werk van de Heilige Geest. Zozeer, dat het slotakkoord niet kan uitblijven. Daar zorgt Hij voor. Ons is de opstanding van Christus een zeker pand van onze zalige opstanding. Een onderpand, dat is waarborg, garantie. Wat wij nu nog leven is een gebroken leven. Maar voor wie in het geloof op Jezus ziet. Hem kent, is er uitzicht, is er uitkomst. Immers Hij is dé waarborg. De enige Borg. Is Hij dat voor u? De laatste zin is de hoofdzin, het hoofdthema. Het hoogste lied: want ik ben verzekerd dat noch dood (!), noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, noch hoogte, noch diepte, nog enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Heere.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's