De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

De gebruikelijke Kontaktbrief van de GZB is wat de laatste aflevering betreft een 'buitenbeentje'. Onder de titel 'Een is uw meester' wordt weergegeven wat op de kaderavonden van de GZB is gezegd. Het stuk staat op naam van de heer T. Eikelboom. Uit deze brochure de volgende passages.

'Iets dat steeds nadrukkelijker op het bord komt van ieder, die zich met zending bemoeit, zijn de grote steden. U moet dan meestal aan veelvouden denken van onze grote steden. Rotterdam en Amsterdam zijn dorpjes, vergeleken met Lima en Jakarta. Zo'n 6 à 7 miljoen mensen vormen een afschuwelijke probleemconcentratie. De armoede komt met hinderlijke nadruk in ons blikveld. Stinkende krottenwijken met hoge criminaliteitscijfers zijn niet romantisch. We hebben het vaak over de onbereikten: hier hebben we er miljoenen bij elkaar. Dit zijn de velden, 'wit om te oogsten'. Waarom huiveren we er eigenlijk voor terug? Opdat een ieder, die in Hem gelooft...

'Een ieder'..., dat is dus ook die jongen die net een portefeuille rolde uit iemands zak; dat is ook die vrouw, die nu met haar zoveelste man samenleeft; dat is de man, die zijn ellende weg probeert te drinken en laveloos langs de weg ligt; dat is het meisje, dat zich voor geld verkoopt, omdat ze geen andere handelswaar heeft; dat is de handelaar in drugs...

Zending onder de armen, waar radio's schreeuwen, waar afval nauwkeurig op waarde wordt onderzocht. Het romantische beeld van de zending gaat in rook op. Merkt u hoe we in gedachten altijd zending bedrijven in onderontwikkelde gebieden? Een heiden op een bromfiets wekt eerder onze lachlust op dan onze bewogenheid.'

'Een menigte van nieuwe vragen dringt zich op. Vele van deze zullen met grote voorzichtigheid moeten worden aangevat, want wij gaan in allerlei situaties tastend onze weg. Dat betekent niet, datwij geen kompas hebben en de koers niet weten. Wij zijn er dieper dan misschien vroegere generaties van doordrongen, dat achter de talloze praktische kwesties, waarmee de weg van de Kerk bezaaid is, altijd weer principiële n problemen liggen, waarop alleen de Schrift ons het antwoord geven kan. Niet tact, niet intuïtie, niet een zuiver aanvoelen van de moeilijkheid kunnen ons - hoe belangrijk zij ook wezen mogen - de weg wijzen, die wij te gaan hebben, het uiteindelijke en beslissende woord moeten wij ons laten gezeggen door de Schrift. In de vorige eeuw is men op de zendingsvelden dikwijls te veel improviserend te werk gegaan, zonder dat men zich voldoende bewust was van wat men bezig was te doen. Wij zijn nuchterder, in sommige opzichten ook pessimistischer, wij zien meer en klaarder de verantwoordelijkheid, het schier onmogelijke van het zendingswerk.

Misschien wil God dit nieuwe besef van onmacht gebruiken om weer opnieuw voor ons te spellen het Woord, dat de levensgrond van Paulus geweest is: 'Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht'. Indien dat het einde mag wezen, dan zijn de harde jaren waar wij nu doorheen worstelen, niet tevergeefs en dan is er alle reden om hoopvol de toekomst tegen te gaan.'

(Dr. J. H. Bavinck: Inleiding in de zendingswetenschap, uitgave Kok, Kampen).

In een begeleidende brief worden de bezoekersaantallen van de kaderavonden vermeld.

Zie overzicht in origineel

***

Ds. H. J. Hegger maakte de laatste kerkdienst mee, die ds. Jac van Dijk twee weken voor zijn overlijden in Arnhem leidde. Hij schreef daarover een artikeltje, dat hij plaatst in het blad 'In de rechte Straat'. Hij zond het ons tevens toe. Uit dit artikel de volgende passages.

'Wij komen huilend bij God aan

Dat hoorde ik ds. Jac van Dijk zeggen in een preek, twee weken vóórdat de Heere hem tot Zich riep. En hij baseerde dat op Openb. 21:4: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen'. Dat vertroostte mij heel bijzonder. Ik zag de Heere staan, terwijl ik huilende naar Hem toe strompel. Dan zal Hij voor altijd de tranen uit mijn ogen wegwissen en mij vervullen met onvergankelijke, nimmer eindigende vreugde.

Maar hier op aarde zal het schreien nooit helemaal van mij wijken. Altijd draag ik tranen met mij mee. Allereerst om mijzelf Juist omdat de Heere mij zo dicht naar Zich heeft toegetrokken, zie ik des te schrijnender de tegenstelling tussen Zijn erbarmende liefde en de zelfzucht die altijd in mij naar omhoog wil komen. Zeker, ik haat die zelfzucht, ik heb er een afschuw van. Ik zou zo graag willen zijn als Christus, zo vol zelfvergetende, dienende behulpzaamheid voor de anderen. Ik verlustig mij erin, wanneer ik in mij de liefde ervaar als een vrucht van de Geest (Gal. 5:22). Maar dat oude, dat 'vlees', blijft in mij 'Maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde', zo zucht Paulus in Rom. 7:14. (...)

Tranen om de wereld

Hoe kun je zonder tranen leven, wanneer je weet

dat dagelijks minstens 15.000 kinderen, schepselen Gods, sterven van de honger? ...

dat tienduizenden vallen in de oorlog tussen Iran en Irak, waar men elkaar in de naam van God afslacht? ...

dat overal op de wereld mensen om hun geloofsovertuiging of hun politieke gezindheid gevangengezet, gemarteld en gedood worden?...

dat één op de vier huwelijken schipbreuk lijdt en het tot echtscheiding komt, terwijl in andere huwelijken man en vrouw als kat en hond leven en hun huis een hel is?'

***

Bij Kok in Kampen verschijnen onder auspiciën van de Commissie Herdenkingen 1834-1886-1892 van de Gereformeerde Kerken in Nederland afleveringen van de 12-delige uitgave (in tijdschriftvorm) van 'Anderhalve Eeuw gereformeerden in stad en land'. Uit de thans verschenen aflevering over Groningen (deel 3) nemen we de volgende aardige stukjes over.

Uit de 'herinneringen' (1979) van ds. K. Reenders, die van 1948-1968 in Bedum stond, over ds. Christophel H. Ph. Krone (1850-1939), die 40 jaar dominee in Zoutkamp was:

'Ds. Krohne heeft in Zoutkamp zo'n 40 jaar gestaan. Hij woonde naast mijn grootmoeder en liep vaak binnen om met opoe te praten over de genade. Wij hadden er geen verstand van en dachten dat hij over de garnalen sprak. In het grasveldje tussen opoe's huis en de pastorie graasde zijn geit. Hij had altijd iets aparts als hij preekte. Hij zei nooit 'broeders en zusters', maar altijd 'mensen van Zoutkamp'.

Eens begon hij zo: 'Mensen van Zoutkamp, jullie zijn net als mijn geit, hij roept de hele dag bè, bè, ik denk, dan heeft hij niets te vreten, maar hij staat met zijn poten in het gras, hij wil niet vreten. Ik druk hem met zijn kop in het gras, maar hij wil niet vreten en roept almaar door be, bè. Ik heb jullie al jaren lang met jullie kop in Gods woord gedrukt, maar jullie willen niet vreten.'

Eén keer preekte hij over Bileam, die door Balak gehuurd was om Israël te vloeken. Ds. Krohne zat op de ezelin, sloeg zijn benen over de rand van de preekstoel en sloeg met zijn hand tegen de preekstoelrand en riep: 'vort, vort', maar de ezelin wilde niet en wij zagen dat de engel met het uitgetrokken zwaard uit de preekstoel oprees. Hij had altijd hetzelfde gebed, heel lang. Eén van de uitdrukkingen van dat gebed was: 'Here zegen alle nering en handtering, visserij binnengaats en buitengaats.' De jongens op de galerij vroegen soms tijdens het gebed: 'Hoe ver is dominee? ' Het staan duurde zo lang en dan gebeurde het wel eens dat ze zeiden: 'Hij is bij nering en handtering.' Ds. Krohne was erg gezien in Zoutkamp. Hij was zeer gemoedelijk en humoristisch. Moeder ging bij hem op catechisatie en eens, toen hij vertelde over Haman en Mordechai, werd hij zo boos op Haman dat hij tegen zijn catechlsanten zei: 'Wij willen onze ontstemming lucht geven, lopen achter elkaar aan en slaan elkaar op de rug en roepen: 'Sla Haman dood, sla Haman dood, die Haman met zijn rode kousen, want Haman heeft een galg gebouwd voor Joden en voor Smousen'.'

(K.R., 1979)

***

• Uit een cynische publikatie 'Kort begrip voor Doleerenden' in de liberale Provinciale Groninger Courant (29 Juni 1886):

Vraag 1: Hoeveel kerken zijn er? Antwoord: Er is maar één kerk, de dolerende genaamd.

Vraag 2: Zijn er niet meer? Antwoord: Neen, alle andere zijn genootschappen.

Vraag 3: Maar zij noemen zich toch kerk? Antwoord: Ja, maar dat is niet gereformeerd. Alleen doleren is gereformeerd.

Vraag 4: Waarom zijn het geen kerken? Antwoord: Zij hebben een statuut, wat niet gereformeerd is.

Vraag 5: Hoe bewijst gij dat? Antwoord: Dr. Kuyper heeft het gezegd.

Vraag 6: Zijn er nog meer bewijzen? Antwoord: Ja, maar dit is het voornaamste en het eenig afdoend bewijs!

'Kort begrip voor doleerenden', in de liberale Provinciale Groninger Courant, 29 juni 1886).

***

• Ten slotte, een gedicht van Willem de Mérode over 'Afgescheidenen':

Niemand spreekt meer van koksianen;
Van fijnen en motregen weet men wél.
De glans van een scheldwoord gaat gauw tanen.
Maar de haat is nog laaiend als de hel.

Men vormde een ring om ze neer te beuken.
Dat is een prettig en gevaarloos spel.
Men hoeft zijn kleren niet eens te kreuken.
Weerloze menschen sterven wondersnel.

Men stal hun brood en dwong hen te luieren.
Ze werden gevangen en uitgezet.
'Ga jullie maar naar den hemel kuieren.
Met zijn vele woningen, goed en net'.

God hoort den hoon, belacht des vijands spot.
Laat toe dat dood en duivel hen bedot.
Maar 't volk dat toevlucht zocht in het gebed
Heeft Hij als vorsten in het land gezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's