Wederom geopenbaard
Joh. 21 : 1-6
Johannes 21 een postscriptum, een naschrift. Een beschrijving van een gebeuren uit het dagelijks leven van vissers. Echter met een bijzondere wending. Jezus openbaart Zich opnieuw. De derde keer. De eerste keren achter gesloten deuren. In de stilte. Nu tijdens de drukte van het werk. Openbaren. In de tekst een bijzonder woord. Het betekent: de bedekking zo wegdoen dat alles in het volle licht komt te staan. Hier: Jezus wordt gezien zoals Hij is. Als de Verheerlijkte. In volle luister. In eerste instantie legt de duisternis nog beslag op het hart van de discipelen. Ze staren op wat van hen is. Op zichzelf. Maar Jezus breekt als het Licht door. Hij buigt zich neer naar mensen. Hij komt in het duistere Galilea als het Licht der wereld.
Echter de openbaring geschiedt niet rechtstreeks. Er wordt een omweg gemaakt. Om de waarheid in een des te rijker licht te stellen. Het is de werkwijze van God. Onthulling via de verhulling. Openbaring. Johannes omschrijft het nauwkeurig. Het beroep van visser is destijds neergelegd om Jezus te volgen. Om te leren vissers van mensen te zijn. Echter het oude beroep is weer ter hand genomen. Op voorstel van Petrus. Het ligt voor de hand nu de Meester er niet meer is. Of is het een herhaalde voorbereidende les op het uiteindelijke werk? Vissers van vissen worden vissers van mensen! Welke vragen we ook stellen, één ding is duidelijk. Er wordt gevist. Johannes vertelt het ons. De vaklui van vroeger zijn aan de slag gegaan. Uit ervaring weten ze het: de nacht is de beste tijd. Maar het lijkt alsof de vroegere ervaring niet meehelpt. Het staat er opvallend: en in die nacht vingen zij niets. De netten blijven leeg. Ondanks ervaring. Ondanks goed materiaal. Het laat zich verstaan dat de sfeer er niet beter op wordt. Het wordt steeds drukkender. Steeds stiller. Uiterste inspanning wordt aan de dag gelegd. Geen resultaat. Het gaat eenvoudig niet. Steeds een leeg net. Steeds verlies. Steeds... En vult u maar in waar u mee tobt. Om moedeloos van te worden. Zo niet opstandig. Die nacht vingen zij niets. Die nacht. Op die nacht volgt de dag. De dag van de openbaring van de Meester. Aldus. Achter het lege net staat de Opgestane. Hij heeft alle macht. Ook over vissen. Ook over mensen, ondanks vakkennis en ervaring. Hij openbaart Zich als de Levende in afgetobde levens. Hij is de Voleinder. Jezus laat zien wat genade is. Niet als vrucht van menselijke krachtsinspanning. Allerminst. Vandaar die nacht. Een nacht vol vruchteloos getob. Om zo plaats te maken voor de nieuwe dag. De morgenzon laat haar eerste straal voelen. Het net kan nu zeker wel worden binnengehaald. Jawel. Want dan kan Hij, Jezus, Zijn werk doen. Waar wij ophouden met werken, daar werkt Hij. Hij staat op de oever. Vol aktiviteit. Deze zal Hij nu aan de dag leggen. Juist nu. Juist daar waar de crisis is. Juist daar waar lege netten zijn. Juist ook daar waar getobt wordt, soms nachten lang. Dit alles vormt voor Christus geen belemmering. Over dit alles doet Hij het licht van de nieuwe dag opgaan. Voor Hem moet alles wijken. Zelfs de nacht en de macht van de dood. Christus zingt de morgenzang van de nieuwe dag voor: nauw rijst des morgens vroeg de dag of God verleent in plaats van lijden weer stof tot juichen en verblijden. Jezus staat aan de oever om deze toon te laten opklinken. Het is de plaats waar de golven gebroken worden, ineenstorten. Een kokende branding legt zich rustig neer aan de voeten van Jezus. Overwonnen heeft Hij de macht van de dood. Ingegaan is Hij in de dood, in onze nood. Geworpen als de meerdere Jona in de diepte. In het donkere water van de dood, in het hart van de hel, hier drie dagen en drie nachten te verblijven. Ten derde dage is Hij opgestaan. Opgehaald uit de ruisende kuil en gesteld op een rotssteen. De zee van Gods toorn is tot bedaren gebracht in Hem.
Jezus staat op de oever. Als Overwinnaar. Als rustaanbrenger. Hij staat er om de Zijnen hiervan deelgenoot te maken (Kohlbrugge). Maar de discipelen weten niet dat het Jezus is. Een vreemdeling is Hij voor hen. Evenals de Emmaüsgangers worden ze nog bijziend gehouden. Om aanstonds het licht en daarmee het zicht te ontvangen. Licht en zicht van Hem die Zich openbaart. De vissers moeten leren de vrucht van hun werk niet van eigen bodem te plukken, maar dat de Meester de vruchtaanbrenger is.
Jezus staat als vreemdeling voor hen. Geen herkenning nog. Ook niet vanwege de woordkeus. Immers het klinkt liefdevol en teer. Een en al uiting is het van genade en trouw: kinderkens hebt gij niet enige toe spijs? In deze situatie betekent het: hebben jullie niet wat vis voor de maaltijd? Toespijs. Geen hoofdgerecht. De vraag is zo geformuleerd dat het antwoord wel ontkennend moet zijn. Hij, aan wie alle macht is gegeven in hemel en op aarde doorschouwt en doorziet alles tot op de bodem. Het antwoord is kortaf: Neen! Een zucht? Een uiting van ergernis? In ieder geval wordt hun vruchteloos tobben ontmaskerd. Niets aan te bieden. Jezus wil dit antwoord horen. Een eerlijk antwoord. Zonder excuses. Geen vrucht uit ons. Zelfs niet in der eeuwigheid. Onbekwaam. Is het ook uw antwoord? Ondanks al uw inspanning. Is het een eerlijk antwoord aan het adres van de Zaligmaker? Een kort antwoord, omdat u verder niets weet te zeggen, beschaamd als u bent gemaakt door deze vraag. Ook ligt in de vraag van Jezus opgesloten, dat Hij alles wil geven, alles wil en kan doen. Het is er Hem ook om te doen om de enige en volkomen Zaligmaker te zijn. Al onze inspanning en aanbreng ten spijt. Jezus stelt de vraag zo opdat we zullen ophouden met het staren op lege netten en alles van Hem zullen verwachten. Daarom alle aandacht op Hem gericht. Op Zijn Woord vol zeggingskracht. Werp het net aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden. Maar de vistijd is toch voorbij? Een vreemd advies! Echter de vakkennis voert nu niet de boventoon. De discipelen spartelen en sputteren niet tegen. De vissers verlaten opnieuw de oever. Tegen alles in. Tegen vermeende kennis in openbaart Zich de Heere. Nu nog. Hij openbaart Zich daar waar wij veelal niet zoeken. Hij openbaart Zich op Zijn tijd en wijze. Geboden is een zich verlaten op het Woord. Gaat het dan niet helemaal verkeerd? Zo denken en menen we vaak. Echter boven onze logica en vakkennis uit geeft de Heere uitkomst. Zijn zegen. Het Woord keert niet ledig weer. Het doet wat Hem behaagt. Toen en nu. Werpt het net uit. Een: wie tot Mij komt, dat is wie Mijn Woord hoort en doet, zal Ik geenszins uitwerpen. Werpt het net uit. De opdracht klinkt. U aarzelt. Maar wat is er te verliezen wanneer u het net uitwerpt, u die zelf toch niets vangt? Werpt het net uit op Zijn bevel in de peilloos diepe zee van genade. Wie vakkennis laat prevaleren boven deze opdracht die houdt een leeg net. Zij wierpen dan. En Hij zorgt voor de zegen. De overvloed. In de weg van het Woord openbaart Christus Zich. Opnieuw. Zoals altijd. Een net vol grote vissen. Immers het Woord gaat open. Stromen van zegen vloeien ons tegen. Genade voor genade. De aanbidding kan dan niet uitblijven. Van Johannes niet. Van Petrus niet. En van U? Het is de Heere! Wederom geopenbaard. Hij die op de oever van het leven, uw leven staat is de Levensbron. Zijn licht doet klaarder dan de zon ons 't heuglijk licht aanschouwen.
Deze aanbidding houdt gelijke tred met het gebed: wees die U kennen mild en goed en toon de oprechten van gemoed Uw recht waar ze op vertrouwen. En Hij is mild en goed. Let maar op het kolenvuur, op de vis, op het brood. Voor alles heeft Hij gezorgd. Komt herwaarts, houdt het middagmaal. Hebt u uw plaats al ingenomen. Het is de plaats aan Jezus' voeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's