Bergrede en vredesbeweging
Wat heeft de Bergrede te zeggen in de huidige discussie rondom kernbewapening, wel of niet plaatsing van kruisraketten, vredespolitiek en ontwapening?
Een oud vraagstuk
Wat heeft de Bergrede te zeggen in de huidige discussie rondom kernbewapening, wel of niet plaatsing van kruisraketten, vredespolitiek en ontwapening? Men zou kunnen zeggen: Dat is toch niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Worden de vredestichters niet zalig gesproken en roept de Heiland ons niet op zelfs onze vijanden lief te hebben? In allerlei beschouwingen over dit vraagstuk worden dan ook aan de Bergrede argumenten ontleend voor een politiek standpunt dat tendeert in de richting van het (atoom)pacifisme. Wie de vrede van de Bergrede wil als navolger van Christus, kan toch geen nieuwe kernwapens plaatsen, zeggen velen. Ook in het besluit van de Synode van de Geref. Kerken dat de laatste weken zoveel pennen in beweging bracht, lezen we, dat vertrouwen op en dreigen met kernwapens in strijd is met een leven in navolging van Christus.
Anderen hebben deze redenering aangevochten met de vraag of men een institutie als de overheid in een rechtsstaat kan aanspreken op de navolging en de eisen van de Bergrede. Die vraag roept dan op haar beurt weer de verdenking op dat men de woorden van Jezus zo verinnerlijkt, dat ze als relevantie voor het sociale en politieke leven verliezen. Men kan aan hen, die ons in het vraagstuk van de bewapening de Bergrede voorhouden, zedelijke ernst niet ontzeggen. Moet ook de staat en moet ook de overheid niet aangesproken worden op haar verantwoordelijkheid vrede te scheppen? En dienen christenen in de politieke werkelijkheid niet een voorbeeldfunctie te vervullen? Het is overigens al een oud vraagstuk. Reeds Augustinus heeft in het jaar 410 de vraag voorgelegd gekregen: 'Hoe valt de leer van Jezus, die vraagt dat we, geslagen op de ene wang de andere moeten toekeren, en dat we twee mijlen moeten meegaan - hoe valt die leer te rijmen met de zeden en de handelingen van de staat? '
De vraagstelling wordt nog gecompliceerder als we in deze kwestie ook Romeinen 13 betrekken, en dan met name de passage over de zwaardmacht van de overheid. Het lijkt, alsof deze pericoop op gespannen voet staat met de Bergrede en zijn radicale vredesgeluiden. Moeten we kiezen tussen de Bergrede en Romeinen 13? Dat lijkt me geen gelukkige oplossing. Met name daarom niet, omdat Paulus in Romeinen 12 tonen aanslaat, die herinneren aan de radicaliteit van het liefde gebod: 'Vergeldt niemand kwaad met kwaad; neemt geen wraak, laat God rechter zijn'. Binnen het verband van twee hoofdstukken kan dus gesproken worden over geen wraak oefenen en tegelijk de wraak van de overheid ter sprake komen. Voor Paulus is dat kennelijk geen tegenstelling geweest. Enkele maanden geleden nu is er bij Kok in Kampen een beknopt geschrift verschenen van de hand van de gereformeerde emerituspredikant, ds. M. F. V. Dijk, dat gewijd is aan de vraag naar de betekenis van de Bergrede voor de vredesbeweging en het handelen van de overheid.
Kerngedachte
Ook Van Dijk waarschuwt voor een scheiding tussen Evangelie en politiek, Bergrede en samenleving. Het gevaar van de twee rijken-leer waarvoor menigeen bezweken is, is juist die scheiding, waardoor het openbare leven aan de eigen wettelijkheid wordt prijsgegeven en de kritische functie van de Bergrede verdwijnt. Het pacifisme heeft de eeuwen door, oog gehad voor het gevaar van deze scheiding, maar is van de weeromstuit vervallen in de fout te verwaarlozen, dat macht en geweld ook in dienst van de rechtshandhaving gebruikt kunnen en soms ook moeten worden in een wereld die op weg is naar het grote Gericht van God. Geen scheiding, wel onderscheiding van de levensterreinen. Wat is nu de kern van de Bergrede? De schrijver zoekt die in het spreken over Gods barmhartigheid, die in het lijden van Christus voor onze schuld haar hoogtepunt vindt. Christenen zijn geroepen in navolging van Hem barmhartigheid te bewijzen. Wie het aanbod van de verzoening afwijst, wordt overgegeven aan eigen onbarmhartig doen en laten. Het slot van de Bergrede getuigt van Gods gericht over hen die zijn woorden verwerpen. Maar in dit leven, op weg naar de rechterstoel van Christus, hebben we te maken met de tijd van Gods geduld. Opdat het leven in alle voorlopigheid leefbaar kan zijn, en opdat het kwaad van onbarmhartig denken en doen gestuit kan worden in zijn loop heeft God de overheid gegeven. Zij straft relatief en voorlopig de onbarmhartigheid van hen die zich aan lijf en goed van hun medemensen vergrijpen. De zwaardmacht, in concreto de rechtvaardige oorlog, staat in dienst van deze taak. Zo is er ook geen tegenstelling tussen Bergrede en overheidshandelen, evenmin als tussen Romeinen 12 en 13. Terwijl Paulus in hoofdstuk 12 met een verwijzing naar het eindgericht alle wraakoefening van mensen afwijst en de gelovigen oproept tot lankmoedigheid en vergevensgezindheid, spreekt hij in het volgende hoofdstuk over de beperkte taak van de overheid het recht te handhaven, een beschermend schild te zijn voor de zwakke en het kwade te stuiten. Let wel: dit wreken van het kwade is relatief en tijdelijk. Gaan de overheden van deze wereld totale oorlogen voeren, dan wordt de grens overschreden. Dan wordt het kwaad niet gestuit, maar juist in de hand gewerkt. Het eindoordeel over de wereld komt niet mensen toe, maar God.
Vredesbewegingen
Van hieruit geeft de schrijver dan een evaluatie van de vredesbewegingen en het kerkelijk spreken over oorlog en vrede. Hij wist er op hoe binnen de Wereldraad steeds radicalere uitspraken gedaan zijn tegen nucleaire bewapening, tegen bezit en gebruik van kernwapens, en tegen de theorie van de afschrikking. Dezelfde tendens zien wij binnen de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Het onderscheid dat Van Dijk maakt tussen de uitspraken van de Hervormde Synode en die van de Geref. Synode. In die weg is ten diepste alleen verandering te verwachten. En de bekering tot God houdt ook in een anders handelen ten aanzien van de medemens. Zo alleen kan het ook komen tot verzoening tussen volken. In een tijd van uiterste nood en dreiging moet de kerk oproepen tot die omkeer vanuit het weten dat Gods Koninkrijk komt. Begrijp ik de schrijver goed, dan wijst hij een kerkelijk spreken dat een bepaalde politieke oplossing aan de hand doet, af. Hij spreekt op blz. 64 over de politieke onmacht waarin we verkeren: Zowel de wederzijdse afschrikking als de eenzijdige stappen roepen vragen op. Duidelijk is, dat wij geen totale oorlogen mogen voeren. Christenen zullen daaraan nooit deel kunnen nemen, omdat het Bijbelse aspect van de overheidstaak daarin teloor gegaan is. Ik stem ook in met zijn pleidooi om te beginnen bij de kern: de innerlijke omkeer door het Woord en de Geest van God waardoor vijandschap en haat overwonnen worden. De vraag is dan wel: Hoe kan dit politiek vertaald worden? De schrijver is terecht van oordeel dat de Bergrede een kritische functie heeft op het terrein van de politiek. Het zou immers van gespletenheid getuigen als iemand wel vrede zou stichten met zijn buurman, maar op het terrein van de politiek zich te buiten zou gaan aan oorlogsophitsing en aanwakkering van strijd. Macht dient in dienst te staan van de rechtstaak van de overheid. Van Dijk komt hiermee in de buurt van Douma die eens gezegd heeft: We mogen tussen het rijk van de kerk en dat van de staat geen muur oprichten. Regeerders moeten een vuist kunnen maken, maar de Bergrede dient toch in hun hart geschreven te staan.
Kwetsbaar
Het betoog van Van Dijk illustreert m.i. de verlegenheid die ons bevangt bij de doordenking van de relatie tussen ethiek en politiek juist op dit terrein. De positie van de schrijver maakt hem kwetsbaar. Enerzijds wil bij de politici niet overgeven aan de eigen wettelijkheid. Matth. 5 : 9 dient ook voor hen een appèl te zijn zich in te zetten voor de vrede. Anderzijds wijst hij het optimisme van allerlei vredesbewegingen af en heeft hij oog voor de eigen taak van de overheid. Enerzijds stemt hij in met het doel van de vredesbeweging: afwijzing van de totale oorlog en alles pogen om dit tegen te houden. Anderzijds is hij van mening dat dit in de politieke praktijk niet betekent, althans niet hoeft te betekenen, de keus voor eenzijdige stappen. Wie zich zo opstelt, loopt het risico van alle kanten aangevallen te worden. Concreet gezegd: wat de schrijver wil zal het IKV te weinig en wellicht anderen teveel zijn. Toch zou de voorzichtige positie van de schrijver wel eens aanbeveling kunnen verdienen. 'k Meen dat, wanneer de Geref. Synode hiernaar geluisterd had, het besluit van 7 maart anders uitgevallen had. Wel een krachtige afwijzing van kernwapens als in strijd met Gods heil, wel een krachtige waarschuwing tegen de demonie van het geweld en een volstrekt 'neen' tegen deelname aan een totale oorlog, maar niet een zo duidelijke keus voor een bepaalde pohtieke stap. Het is immers gevaarlijk - Ridderbos heeft daar terecht in Trouw op gewezen - een bepaald politiek standpunt kerkelijk te ijken en er het zegel van kerkelijke goedkeuring aan te hechten. Ook zijn pleidooi voor schuldbelijden en verootmoediging is me - juist als het gaat om kerkelijk spreken - uit het hart gegrepen. Ik weet wel: velen zijn zo bevangen in een op daden gericht functioneel denken, dat men bij voorbaat zegt: wat levert een schuldbelijdenis aan politiek nut en rendement op. Geen woorden, maar daden. En natuurlijk zullen we moeten oppassen voor lippentaal. Maar is het niet in lijn van de profeten op te roepen tot verootmoediging en omkeer tot God, in een weten van de gemeenschappelijkheid in de schuld? De schrijver wil een smalle tussenweg gaan: de Bergrede is geen politiek programma, maar wel een kritisch appèl aan aller adres, ook dat van de overheid. Dat lijkt me juist. Maar de vraag blijft: hoe moet dat allemaal politiek vertaald worden? Vredestichter zijn en tegelijk de internationale onbarmhartigheid keren. Op dat punt laat ook de schrijver ons in de steek. Is het hem kwalijk te nemen? Wie zou dat durven zeggen? Zijn boekje heeft mij nog weer eens laten zien hoe vele kanten er aan dit vraagstuk zitten en hoe voorzichtig de kerk in haar spreken moet zijn, wil ze zich niet schuldig maken aan dubieuze uitspraken en grensoverschrijding. Over het 'neen' tegen de dreiging met een totale oorlog behoeven we niet lang te praten. Wie zou vanuit de geladen woorden van Matth. 5-7 hier kunnen aarzelen? De kerken zullen vanuit hun verantwoordelijkheid om overheid en samenleving te confronteren met Gods geboden en beloften niet mogen nalaten dit 'neen' te laten horen. Maar zoals zo vaak in de ethiek is het ook hier gemakkelijk te zeggen wat in strijd is met Gods wet en Gods heil dan positief aan te geven welke concrete (politieke en zedelijke) stappen er voortvloeien uit dit ernst nemen van Gods geboden en beloften. Juist hier zullen we moeten waken voor betutteling en overschrijding van bevoegdheden. De overheid heeft haar eigen verantwoordelijkheid. Geen kerk of synode mag haar die ontnemen. Wel zal ze in voorbede en getuigenis mogen doorgeven wat zij gehoord heeft als verbindend Woord van Godswege. En dat zal, om de schrijver te citeren, in elk geval kunnen zijn een uitspreken 'wat gebeurt als wij weigeren te luisteren naar het kritisch spreken en getuigen van de Bergrede. Haat en verderf, dood en verschrikking grijpen dan om zich heen'. Zo mag ze de gewetens scherpen en wakker houden.
Het boekje van Van Dijk zal wel geen laatste woord zijn over deze materie. Maar het biedt voldoende, dat de overweging waard is. Moge het er toe bijdragen dat de polarisatie die juist op dit punt kerken verscheurt, ingetoomd worde opdat we gezamenlijk zoeken wat de wil van God is in omstandigheden waarin wij verkeren.
Ede, M. P. V. Dijk,
Bergrede en vredesbeweging, 84 blz. ƒ 12, 90. Uitgave J. H. Kok, Kampen 1984.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's