De kerkorde op de classicale vergaderingen
Wanneer de classicale vergaderingen in deze maand (doorgaans in de tweede helft van mei) bijeenkomen, hebben zij het druk met een aantal voorstellen tot wijziging van de kerkorde.
Doordat het secretariaat van de generale synode op de valreep nog enkele wijzigingsvoorstellen toezond, zó laat, dat ze op vele agenda's wel niet meer vermeld zullen zijn, is het getal als ik het goed heb bijgehouden op acht gekomen.
Niet elk van deze voorstellen is zo belangrijk. Over het voorstel bijv. om de vakantie van predikanten van 50 jaar en ouder voortaan jaarlijks met een week te verlengen en aldus op zes weken te brengen zal wel niet zo breed worden gediscussieerd.
Enigszins hiermee hangt samen het voorstel ook voor predikanten de VUT-regeling in te voeren. Tot voor enkele jaren bestond het hele begrip VUT niet. De jongste editie van het Groot Woordenboek der nederlandse taal van Van Dale meldt het nog niet. Nu kent iedereen het verschijnsel van de vrijwillige vervroegde uittreding. Het voorstel is thans, dat de kerk ook deze regeling zal invoeren voor de predikanten. Mij viel op hoe zwak de argumentatie daarvoor is. De synodale toelichting stelt vast, dat 'er in de Kerk op zichzelf geen aanleiding bestaat om uit het oogpunt van werkgelegenheid vervroegd uittreden van predikanten te bevorderen'. Waarom dan toch dit voorstel? Het groot aantal kandidaten dat binnenkort te verwachten is, althans in de rechter vleugel van onze kerk, wordt niet genoemd. Dat speelt dus geen rol. Ook wordt niet gerept van de omstandigheid, dat voor menig predikant de laatste dienstjaren soms wel erg zwaar vallen. Het enige argument is eigenlijk, dat de predikantstraktementen gelijke tred dienen te houden met de salarissen van het overheidspersoneel. Was de trend omhoog, dan gingen de traktementen van de predikanten mee omhoog. Is de laatste paar jaren de trend omlaag, dan gaan zij mee omlaag, met inbegrip van inhoudingen op de premie-compensaties. Nu, er moet toch eigenlijk wat tegenover deze inhoudingen staan. Vandaar de gedachte van een VUT-regeling voor predikanten. De leeftijdsgrens zal per generale regeling worden vastgesteld, dus geen zaak van de classicale vergaderingen zijn.
Bij de invoering destijds van het verplichte emeritaat op 65-jarige leeftijd heeft menigeen zich daartegen verzet, omdat dit zich eigenlijk niet laat verdragen met de gedachte van een levenslang verleend ambt. En ook nu nog kan niet iedereen zich met deze verplichting verenigen. Het zou mij niet verwonderen als velen zo'n VUT-regeling zouden afwijzen, omdat die nog verder afbreuk doet aan het karakter van het wondere ambt en de predikant nog weer verder gelijkschakelt met een ambtenaar in loondienst.
Ook aan de orde komt een nieuwe regeling voor de deelgemeenten. In november 1983 besloot de generale synode tot het overbrengen van de deelgemeenten uit de overgangsbepalingen naar de ordinanties van de kerkorde. Daar is toen het nodige over te doen geweest. Het kwaad, dat over een plaatselijke kerkeraad heen een andere gemeente ter plaatse door de generale synode in het leven wordt geroepen druist in tegen elk elementair begrip van gereformeerd kerkrecht. Nu wordt dit kwaad bestendigd. De voorstellen zoals die thans ter tafel liggen zijn een logische consequentie van het besluit van november vorig jaar. Het lijkt mij ook logisch, dat wie deze gang van zaken verwerpt zich tegen dit hele pakket verklaart.
Weer een ander onderwerp is de wijziging en aanvulling van ordinantie 6 art. 4, dat betrekking heeft op het gebruik van de kerkgebouwen. Ik moet toegeven, dat de huidige tekst van dit artikel de gebruiksmogelijkheden wel zeer beperkt. Tevens, dat op grond hiervan te veel gevallen als 'bijzonder' behoren te worden aangemerkt. Strikt genomen is elk kerkorgel-concert volgens deze tekst, als zijnde geen gemeentelijk of kerkelijk doel, een bijzonder geval, dat de goedkeuring van het moderamen der provinciale kerkvergadering vereist. Nu, dat is niet bevredigend.
Maar hoe luidt de tekst van het voorstel? 'De kerkgebouwen der gemeente worden door kerkvoogden, in overleg met de kerkeraad, bij voorrang voor gemeentelijke en kerkelijke doeleinden beschikbaar gesteld.' Ik zit wat vreemd aan te kijken tegen dat 'bij voorrang'. De gedachte wordt gewekt, dat kerkgebouwen voor een hele reeks doeleinden gebruikt kunnen worden of behoren gebruikt te worden, maar goed, gemeentelijke en kerkelijke doeleinden hebben daarbij dan wel de voorrang. Niet meer. Slechts de voorrang.
Dit gaat mij nu net weer te ver. Bovendien roept de nieuwe formulering de gedachte op, als zou deze beschikbaarstelling iedere keer hernieuwd moeten worden: 'De kerkgebouwen der gemeente worden... beschikbaar gesteld'. Waarom niet een formulering in de trant van: 'De kerkgebouwen der gemeente dienen in de eerste plaats gemeentelijke en kerkelijke doeleinden'. En bij het vastleggen van een regeling als bedoeld in lid 6, zal het goed zijn, dat in elk geval de kerkeraden erop toezien, dat het karakter van het kerkgebouw als bedehuis niet geschonden wordt.
Een nieuwe regeling wordt voorgesteld inzake attestaties en het register van stembevoegde lidmaten. Als dit wordt aanvaard, wordt de attestatie nog verder 'geautomatiseerd'. Een kerkelijk verhuisbericht wordt dan tegelijkertijd attestatie. Gelet op de oorspronkelijke betekenis van een attestatie is dit een verdergaande verschraling. Maar de praktijk van dit ogenblik zal waarschijnlijk deze regels wel onvermijdelijk maken. Wie als lidmaat verhuist, heeft dan ook in het vervolg direct na aankomst van zijn mutatie-bericht stembevoegdheid. Het kerkelijk bevolkingsregister zal tevens gelden als register van stembevoegde lidmaten. Ieder geregistreerde heeft voortaan het recht inzage te ontvangen inzake zijn persoonsgegevens. Een speciale periode van ter inzage leggen komt te vervallen. In de lidmaten-boeken zal niet meer worden bijgehouden inkomen, vertrek en overlijden, maar alleen het afgelegd hebben van de openbare belijdenis des geloofs. Dit alles betekent dus wel een behoorlijke vereenvoudiging, mede een gevolg van de automatisering.
Tenslotte is er op de classicale vergaderingen te considereren over de toepassing van Ord. 20 art. 13. Bedoelde concept-besluiten staan alle in het kader van Samen op Weg. In november 1983 heeft prof. dr. G. P. van Itterzon in het 'Hervormd Weekblad' een lang artikel aan deze materie gewijd, dat zeer lezenswaardig is.
Ik beperk me tot enkele opmerkingen. 1. Het is de eerste maal, dat de class vergaderingen regelrecht met Samen op Weg te maken krijgen. Al eerder heb ik erop gewezen, dat dit veel te lang heeft geduurd. Het proces van Samen op Weg is veel te lang een zaak van de generale synode met haar organen van bijstand geweest. Totnogtoe is het grondvlak van de kerk, dat zijn de plaatselijke gemeenten, daar niet in gekend. Ik acht dit een vergrijp tegen de presbyteriaal-synodale structuur van onze kerk. De gen. synode gedraagt zich op dit punt episcopaal. Zij heeft terzake van Samen op Weg nog wel geen beslissingen aan de kerk opgelegd, maar wel een sfeer in het leven geroepen en een menigte van processen op gang gebracht, waardoor Samen op Weg eigenlijk nauwelijks meer te stuiten is. Het kan nog wel, maar er zijn toch wel vele verwachtingen gewekt, die het bijna ondenkbaar maken, dat Samen op Weg niet doorgaat.
2. Ik kan mij helemaal vinden in de kritiek van prof. Van Itterzon op het merkwaardige 'alsnog'. Het lijkt er inderdaad op, dat de synode heeft willen zeggen: De Geref. synode heeft het al bekrachtigd en we verwachten niet, dat er nog wat aan veranderd kan worden, omdat we dat de Geref. synode, die alles al in kannen en kruiken heeft, niet kunnen aandoen. De classicale vergaderingen hebben er echter op gestaan om voor consideraties te worden gehoord en daarom vragen we nu, omdat Ord. 20-13 dit verlangt, 'alsnog' toch maar om consideraties. Maar dan wordt dit alles slechts een formaliteit, een officieel uitvoeren van wat er in een wetsartikel staat. Dan behoeven de consideraties niet te worden gelezen en kan de volgende synode ze voor kennisgeving aannemen'. Het is namelijk zo, dat in de gezamenlijke synodevergadering (Gereformeerd en Hervormd) van november 1982 een aantal besluiten is genomen, dat door de Hervormde synode afzonderlijk in november 1982 en maart 1983 is bekrachtigd. Maar, Ord. 20-13 behoort te worden uitgevoerd en daarin is bepaald, dat bedoelde besluiten 'alsnog aan het oordeel der classicale vergaderingen (dienen) te worden onderworpen'. Vandaar dat dit 'alsnog' gebeurt. Maar een weg terug is er dus nauwelijks meer.
3. De voorgestelde regelingen bij een 'brede interkerkelijke samenwerking' tussen een gereformeerde kerk resp. classis en een hervormde gemeente resp. classis, introduceert verscheidene in onze kerk onbekende zaken: geen twee, maar drie afgevaardigden per predikantsplaats naar de classis; de mogelijkheid van ambtsdragers, die als gast aanwezig zijn op de classiscale vergadering als adviserend lid toe te laten; credentiebrieven i.p.v. geloofsbrieven; nieuwe taken voor de class, vergadering; oud-ambtsdragers zijn benoembaar tot kerkvisitator; visitatoren moeten nagaan of de ambtsdragers de bepalingen van de kerkorde en de overige besluiten van de meerdere vergaderingen onderhouden en of zij zich houden aan het belijden der kerk; visitatoren zullen nalatigen vermanen; het moderamen van een class, vergadering wordt van drie op vijf leden gebracht en er zou nog meer te noemen zijn. Maar het bijzondere van vele bepalingen is wel, dat zij afwijken van de bepalingen in verscheidene ordinanties.
Wordt dit alles aanvaard, dan komt er een stuk kerkordelijke chaos de kerk binnen. En hoe lang gaat die duren?
4. Wie Samen op Weg zoals het nu reilt en zeilt afwijst, kan ter classicale vergadering zijn bezwaren kenbaar maken en gemotiveerd deze hele reeks besluiten alsnog afwijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's