De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gezag en verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gezag en verantwoordelijkheid

Ambtelijke vergaderingen

9 minuten leestijd

In hoeverre hebben synodeuitspraken een bindend karakter?

Na de uitspraken van de hervormde synode en van de synode van de Gereformeerde Kerken inzake de kernwapens, met name de plaatsing van de kruisraketten, is de polarisatie in beide kerken op deze kwestie enorm aangescherpt. Daarom is daarna allerwegen de discussie losgekomen over de vraag in hoeverre synodeuitspraken als de genoemde een bindend karakter hebben. Met andere woorden hebben ambtelijke uitspraken van een kerkelijke vergadering ook kerkrechtelijke betekenis? Of is het zo - ik citeer nu prof. dr. W. van 't Spijker in de Wekker - dat van een synodeuitspraak kan gelden: 'ik zeg wel wat maar je behoeft er niet naar te luisteren. Wij, als synode spreken nu ambtelijk maar val daar niet van ondersteboven. Want we horen alleen onszelf zo graag spreken en het is geenszins de bedoeling dat u het aanvaardt, of er ook maar enige consequenties aan verbindt'. Prof. Van 't Spijker schrijft dit naar aanleiding van een artikel van ds. B. J. P. Schoep (lid van het gereformeerd moderamen) in het Centraal Weekblad over de synodeuitspraak van de Gereformeerde Kerken, waarin hij ook eigenlijk ruimte wil scheppen tussen het ambtelijke van die uitspraak en het kerkrechtelijke, dat wil zeggen het bindende.

In ieder geval zegt artikel 31 van de Kerkenorde, waaraan gereformeerde kerken zich binden, dat besluiten van de synode bindend zijn, tenzij ze in strijd zijn met Gods Woord of met de kerkorde zelf. Letterlijk wordt gezegd: 'besluiten van de (kerkelijke) vergaderingen hebben bindend gezag'.

Onfeilbaar?

Ds. C. B. Roos, praeses van de hervormde synode, heeft er op de jaarvergadering van de Nederlandse Hervormde Predikantenvereniging op gewezen, dat het spreken der kerk niet onfeilbaar is. Letterlijk zei hij: 'Het spreken der Kerk bindt de gewetens niet. Het spreken der Kerk is niet onfeilbaar. Laat niemand daaruit afleiden dat het daarom geen ernstige zaak zou zijn. Het is dat daarom juist temeer. Ten eerste omdat liet tot stand komt na een lang proces van vele jaren en met grote deskundigheid en ten tweede omdat het in volle openbaarheid tot stand komt. Het is volstrekt controleerbaar'.

Maar ds. Roos benadrukt dan ook het ambtelijk spreken van kerkelijke vergaderingen. Elke ambtelijke vergadering heeft de mogelijkheid om zich in eigen situatie uit te spreken, om 'het getuigenis tegenover overheid en volk te geven' (art. VIII kerkorde van de N.H. Kerk).

Ook ds. Roos tracht op deze wijze ruimte te scheppen tussen het ambtelijk spreken en het kerkrechtelijke, het bindende karakter ervan voor de leden. Nog een keer letterlijk geciteerd: 'De politicus heeft in eigen geweten en met eigen kennis van zaken zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen. Maar tot die kennis van zaken mag, nee moet ook het spreken der Kerk behoren, dat daarom ook terzake deskundig zal dienen te zijn. De eigen verantwoordelijkheid van de politicus wordt door de Kerk ten volle gerespecteerd. In het reformatorisch denken doet de Kerk niet aan gewetensdwang, maar laat zij de vrijheid van de christenmens onverlet'.

Met dit laatste benadrukt ds. Roos ongetwijfeld iets heel wezenlijks. Bij Rome geldt dat als de Paus gesproken heeft de zaak is afgedaan. De Reformatie heeft het echter aangedurfd om het volk het Woord zélf in handen te geven en heeft zo ook de mondigheid van de gemeenteleden onderstreept om bij het licht van het Woord te toetsen wat ook kerkelijke vergaderingen voorschrijven.

Bovendien maakt verder de kerkelijke praktijk al duidelijk dat kerkelijk spreken niet onfeilbaar is. Door de grote kerkelijke verdeeldheid is er ook sprake van grote verdeeldheid en verschillen als het gaat om kerkelijke, ambtelijke uitspraken. Was er op alle punten eengezindheid dan zou de verdeeldheid der kerken niet bestaan.

Toetsing

Het is dan ook goed als een kerk beseft dat elke uitspraak van een kerkelijke, een ambtelijke vergadering in de gemeenten wordt getoetst. Als het goed is ontvangen de kerkeraden - volgens gereformeerd kerkrecht - besluiten van de synode ter ratificatie, ter bekrachtiging, na voorafgaande toetsing. In de praktijk komt daarvan, althans in de Hervormde Kerk, bitter weinig terecht. De synode doet verregaande uitspraken die door de kerkeraden niet (behoeven te) worden geratificeerd. Natuurlijk, kerkeraden kunnen reageren. Ook gemeenteleden kunnen zaken aanhangig maken. Dat dit effect kan hebben is gebleken bij de behandeling van bezwaarschriften inzake synodale besluitvorming over Zuid-Afrika, waarbij de synode in het ongelijk werd gesteld. Maar de klacht zal zich dan moeten richten tegen kerkordelijk onjuiste handelingen. Een echt met effect toetsen aan het Woord Gods van synodeuitspraken vindt in de Hervormde Kerk op het vlak van de kerkeraden eigenlijk niet of nauwelijks plaats. Het hangt vooral van het initiatief van de kerkeraden zelf af.

Ambtelijk

Terug naar de vraag van de waarde van het ambtelijk spreken van de kerk. Een kerk, die het ambt hoog wil houden zal moeilijk eigen synodale uitspraken zó af kunnen zwakken, dat het zo ongeveer neerkomt op: het is maar een mening. Ambtelijk spreken vooronderstelt ambtelijke volmacht. Maar dan rijst wel de vraag in welke zaken van zulk een volmacht sprake is. Dan moet het gaan om zaken, die het belijden der kerk raken, om zaken die rechtstreeks uit de Schriften zijn af te lezen. Zo hebben concilies in de oude kerk bindende uitspraken gedaan over zaken, die het belijden raken: Nicea (325) over de godheid van Christus, Chalcedon (425) over de twee naturen van Christus, Athanasius over de Drie-eenheid en de Heilige Geest. Zo zijn ook de reformatorische belijdenisgeschriften accoord van kerkelijk belijden. Al geldt zelfs hier dat niet van onfeilbaarheid sprake is, omdat slechts het Woord onfeilbaar is en absoluut gezag heeft. Ook belijdenissen moeten daarom aan het Woord worden getoetst, waarbij een mogelijkheid tot verandering in een 'ingediend gravamen'.

Als het over zaken gaat, waarover het Woord zich rechtstreeks uitspreekt, zeg over de heilige leer en over het leven naar Gods Gebod, dan zal de kerk met ambtelijke volmacht spreken. Niet zodra gaat het echter om afgeleide zaken, en daartoe behoren bepaaldelijk de politieke kwesties, dan moet de kerk wel weten wat ze doet alvorens ze ambtelijk spreekt. Zeker, de kerk mag zich ook op de ambtelijke vergaderingen bezig houden met alle terreinen van het leven, voorzover het geestelijke achtergronden, ethische consequenties, aan het Evangelie te toetsen verschijnselen betreft. Maar bij haar spreken zal de kerk toch moeten kunnen zeggen: 'Zo spreekt de Heere'. En dan zal de kerk moeten bedenken dat het kerkelijk ambt onderscheid is van het ambt der overheid. Zélfs in de tijd, dat onze samenleving nog een duidelijk christelijke was en het politieke leven gestempeld werd door theocratisch besef (met op grond daarvan een band tussen kerk en staat) werd tóch door onze gereformeerde vaderen het onderscheid in ambtelijke verantwoordelijkheid duidelijk onderstreept. Kerkelijk spreken is geen politiek spreken.

Verantwoordelijkheid

Dat brengt me op het laatste voor dit artikel. De kerk zal wel moeten weten, waarmee ze zich bezig houdt alvorens ze aan wat ze zegt ambtelijke betekenis toekent en ze aanspraak maken kan op gehoorzaamheid van de leden.

Een predikant mag in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest de doop bedienen, hij mag met ambtelijke volmacht brood en wijn uitreiken bij het avondmaal, hij mag ambtelijk de zegen uitspreken. Hij mag ook ambtelijk het Woord bedienen, waarbij we dan overigens al te maken krijgen met de wijze waarop hij het Woord uitlegt, waarvan het gezag namelijk niet gelijk staat met het gezag, dat het Woord zélf heeft. Niet zodra gaat hij echter toepassingen maken of we moeten wél onderscheiden of dan ook inderdaad het Woord tot zijn recht komt. Zodra een dominee op de kansel vertelt welke politieke partij ik moet stemmen, of welke krant ik moet lezen, of ik bepaalde zaken wél of niet doen mag of wel of niet doen moet, dan kan hij me - om zo te zeggen - nog méér vertellen. Hij mag de mensen best helpen hun richting te bepalen maar de mens heeft, levend bij de Schrift, ook een persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid inzake keuzen, die hij maakt. Daar moet het ambt niet zo maar tussen komen. En een ambtsdrager moet wéten wat hij zegt, vooral als er in de gemeente nog ambtelijk besef is. Dat ik dit laatste zeg heeft te maken met het feit dat ambtelijk besef in veel gemeenten ook ver te zoeken is, zodat ambtelijk spreken direct al genivelleerd wordt tot het vlak van óók een mening, naast die van anderen!

Maar waar het ambt nog respect heeft, waar de dominee om zo te zeggen vanwege zijn ambt nog een man des aanziens is, daar zal grote behoedzaamheid moeten zijn in het spreken, om namelijk geen misbruik te maken van het ambt en eigen meningen, opvattingen, keuzen niet als dwingend voor anderen voor te schrijven.

Op dat vlak zie ik ook het spreken van een synode. Een synode, die over zaken van het belijden niet meer frank en vrij vanuit de Schrift weet te spreken, verspeelt uiteraard haar ambtelijk gezag. Zodra ze dan wel over afgeleide, zeg politieke zaken onbekommerd weet te spreken wordt ze ongeloofwaardig. Maar desalniettemin zal elke kerkelijke vergadering op haar, ambtelijk karakter mogen en moeten worden aangesproken. Derhalve geldt ook voor kerkelijke vergaderingen: weet waarover u spreekt en weet dan wat u zegt. Opdat toch niet gewetens gebonden worden.

Ik kan daarom ook niet best uit de voeten met de deskundigheid, die ds. C. B. Roos bepleit als het gaat om ambtelijk spreken van de kerk. Wie moet dan deskundig worden geacht? Een kleine upper-ten, die bepaalde nota's opstelt en die synodeleden dan maar hun gezag moeten volgen. Want synodeleden kunnen toch onmogelijk op elk terrein deskundig zijn? Leden der kerk met een andere of anders-georiënteerde deskundigheid kunnen dan terecht ook zeggen: de synode kan me nog meer vertellen!

Kerkelijk spreken moet ambtelijk spreken zijn en ambtelijk spreken moet zulk een spreken zijn, dat elk lid van de gemeente dit bij het licht der Schriften toetsen kan. Zo niet dan gaat de kerk haar Boek te buiten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gezag en verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's