De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoop doet leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoop doet leven

7 minuten leestijd

'Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.' 1 Petr. 1 : 3

De apostel der hoop zet zijn loflied hoog in en zingt van Gods genade. Zo wil hij mensen in nood een hart onder de riem steken. Hij schrijft immers aan vreemdelingen, verstrooid in Klein Azië. Toen het evangelie hen bereikte, waren ze uit de duisternis tot Gods licht getrokken. Maar daarna kwam de verdrukking. Er was strijd van binnen en buiten. Telkens struikelden ze, want de zonde bleek machtig. Het was als in de lente, wanneer de nachtvorst de bloesem aan de bomen doet verdorren. Hun hoop was weg en het geloof werd steeds zwakker.

Toch sluit Petrus niet bij hun klaagzang aan. Als we zien naar wat wij hebben, kunnen en kennen, is er nooit reden tot blijdschap. Maar de Heere is Dezelfde. Hoe wij ook veranderen, hij blijft altijd de Getrouwe. Daarom wijst Petrus de weg aan mensen die benauwd van hart zijn: 'Hoop op God'. Die hoop doet leven. Hoe meer we zien op de grootheid van God, des te meer zal dat loflied ook in ons hart leven. Er komt ruimte van binnen en uw hart gaat meezingen met wat uw mond belijdt.

De apostel gebruikt hier een oude belijdenis-formule: 'Geloofd zij God'. Elke dag wordt dat door de Joden gebeden: 'Geloofd zijt Gij, Eeuwige'. Die woorden blijven hier niet als een formule staan, ze worden persoonlijk in het leven van ieder die gelooft. De Heere is immers geen onbekende God, maar 'de Vader van onze Heere Jezus Christus'. Hij heeft de Zaligmaker gegeven. Die ons tot een Verlosser zijn wil. Onze Zaligmaker, Die ons tot Heere werd. Hij kocht ons met Zijn dierbaar bloed en regeert ons door Zijn Woord en Geest. Zijn Naam is Jezus, want Hij maakt Zijn volk zalig van hun zonden. Daartoe is Hij van de Vader gezalfd als profeet, priester en koning. Wie weten wil Wie God is, moet Christus als Zaligmaker kennen. Daarom zei iemand terecht, dat het geloof uitkomt in de voornaamwoorden. Niet de Heere, maar onze Heere; daarin wordt de persoonlijke betrekking beleden die alleen het geloof kent. Door Hem kunnen wij de Heere prijzen. Buiten de kennis van Christus om zijn al onze lofzangen vol dissonanten, er zit teveel van onszelf bij. Maar door het geloof aanbidden we de Vader van onze Heere Jezus Christus, Die Zijn Zoon gaf om vijanden met Zichzelf te verzoenen. Wie dat leert, gaat met Petrus meezingen, tot eer van Hem, Die u optrok uit de diepste nood. Zou u Hem niet prijzen? 'Loof de Heere mijn ziel en al wat binnen in mij is Zijn heilige Naam.' De Heilige Geest leert u zingen, ook tegen de verdrukking in. Door aanvechting en strijd heen gaat het lied klinken, waarin we God de eer geven: 'Hij is barmhartig en genadig'. Zijn eeuwige liefde is onpeilbaar. Hij zocht ons in onze verlorenheid en hopeloosheid en gaf ons uitzicht, want 'Hij heeft ons wedergeboren tot een levende hoop'. In die woorden verkondigt Petrus, waar het nieuwe leven vandaan komt. Het is een gave van de Heere. Daarmee raakt hij het hart van ieder die gelooft. 't Is alsof hij zegt: Zie eens wat u was en wat u nu geworden bent. Weet u nog, hoe u vroeger leefde? Vervreemd van God, met een doods, vijandig hart. Maar het Woord raakte u in de kracht van de Heilige Geest. Het ontdekte uw schuld en bracht onrust in uw hart. U werd arm, omdat u de Heere miste, terwijl u Hem niet missen kon. Toen was het evangelie voor u een boodschap van bevrijding, want het sprak van vergeving der zonden door het bloed van de Heere Jezus Christus. De Heere nam het pak van uw hart en u vond vrede bij Hem, Die vermoeiden en belasten rust geeft. Dat is het nieuwe leven, waarover Petrus spreekt. Het is vol van de liefde tot God. Het komt van Hem en het keert zich ook weer tot Hem. Daar werken wij onszelf niet toe op, maar het daalt met kracht op u neer, onweerstaanbaar, alles doordringend, het zet uw hart in brand van liefde tot Christus. De Heilige Geest snijdt u los van uw oude wortel van de zonde om u in te planten in de ware wijnstok Jezus Christus. Het is sterven aan uzelf, om uit Hem te leven.

Kent u dat leven ook? Misschien zoekt u om het te vinden. Petrus zegt: De bron ligt in de Heere. Hij heeft ons wedergeboren, naar Zijn grote barmhartigheid. De oorsprong ligt niet in ons goede hart, maar in de eeuwige ontfermingen van God. Petrus kan niet groot genoeg van die goedheid spreken. Wie erin deelt, kan deze barmhar­tigheid alleen vol verwondering aanbidden. Hij heeft ons levend gemaakt. Hij vond ons weggeworpen op het vlakke veld, te vondeling gelegd en ten dode opgeschreven. Maar Hij sprak: 'Leef, ja leef'. Die goedheid reikt tot in de diepste diepten van onze verlorenheid. Gods barmhartigheid was zo groot, dat zelfs Petrus, die Zijn Meester verloochende, gered kon worden. Zo waren die verstrooide vreemdelingen nabij de Heere gebracht en kregen ze een uitzicht over dood en graf heen.

Dat is een levende hoop. Zo noemt de Bijbel hoop, die niet beschaamd wordt. Alle aardse verwachting reikt tot aan het graf. Dat is eigenlijk geen hoop. Men maakt zich daar blij met een dode mus. Alles waar wij onze hoop op stellen buiten God valt ons eenmaal uit handen. Dan staan we als verloren mensen in Zijn oordeel. Maar wat de Heere geeft blijft tot in eeuwigheid. Hij schenkt ieder die gelooft het uitzicht op het eeuwige leven. Tegelijk ervaren we de kracht van Gods genade in ons hart. Zo ondersteunt de levende hoop het geloof en wordt ze gevoed door de beloften van God. Zelfs in het uur van de dood, waar alle aardse zekerheden wankelen blijft het waar: 'Hoop op God, want ik zal Hem nog loven'. Die hoop wordt niet beschaamd, want ze is verzekerd in de opstanding van Christus. Daar kwam openbaar, dat de schuld is verzoend en de macht van de dood is gebroken. Juist die twee benauwen de gelovigen het meest, ze brengen duisternis en aanvechting. Wanneer we zien op onze schuld voor God, die elke dag groter wordt en op de dreiging van de dood, vallen alle zekerheden weg. Maar in dat alles treedt Christus ons tegemoet als de opgestane Heere. Hij zegt tot ieder die gelooft: Zie op het geopende graf. Daar is uw schuld begraven. Ik heb de rekening betaald aan het kruis van Golgotha. De Vader heeft Mijn offer aanvaard, toen Hij mij opwekte uit de dood.

Dan kan het scheepje van het geloof op en neer gaan op de golven, maar het anker der hoop is zeker en vast. Het offer van Christus voldoet. Zijn genade roemt tegen het oordeel. Zo geeft de opstanding van Christus uitzicht over de dood heen. De hoop is levend in Hem, Die onze Hoop is. Hij is als de Eersteling opgestaan uit de doden en Hij zal niet rusten totdat al de Zijnen eeuwig thuis zijn. Zijn belofte wekt hoop in het hart van ieder die gelooft: 'Ik leef en gij zult leven'. Kent u die zekerheid ook?

Bid de Heere om die genade. Want waar de Heilige Geest u zekerheid schenkt door de levende hoop op Christus, de opgestane Heer, breekt het lied door en zingen we van Hem, Die in de nood onze Redder is geweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hoop doet leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's