De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Afzien van wat geen waarde heeft

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afzien van wat geen waarde heeft

Moderne devotie

9 minuten leestijd

Het is dit jaar 600 jaar geleden dat Geert Grote stierf, na een leven, dat slechts veertig jaar duurde maar waarin hij de (toenmalige) Moderne Devotie in woord en wandel beoefende.

Dezer dagen wordt in het Rijksmuseum het Catharijneconvent te Utrecht een tentoonstelling gehouden over Geert Grote, de man die in de Middeleeuwen de grondlegger was van de (klooster)-gemeenschap 'de broeders en zusters van het Gemene Leven'. Het is dit jaar 600 jaar geleden dat Geert Grote stierf, na een leven, dat slechts veertig jaar duurde maar waarin hij de (toenmalige) Moderne Devotie in woord en wandel beoefende.

In de cultuurwending van zijn tijd - met de hogere standen, die een verkwistend leven leidden - legde Geert Grote de nadruk op het lijden van Christus en stelde de navolging van Hem centraal. Aan deze gedachten van Geert Grote is vooral gestalte gegeven in het bekende boek van Thomas à Kempis 'Do imitatione Christi', over de navolging van Christus; een boek dat in vele talen vertaald is en tot vandaag herdrukt wordt.

Heeft Geert Grote voor mensen, voor christenen vandaag nog een boodschap? In het orgaan voor hervormde ambtsdragers 'Woord en Dienst' pleitte ds. T. Poot te Zoetermeer voor een hedendaagse 'moderne devotie'. Hij knoopt aan bij de pastorale brief, die de centrale kerkeraad van de hervormde gemeente van Putten recent uitgaf, waarin de gemeenteleden werden aangespoord tot Schriftlezing en gebed in de gezinnen en tot een positieve stijl van leven, met name inzake huwelijkssluiting; gebruik van de communicatiemedia, de vulling van de zondag als dag des Heren. Ds. Poot sluit positief bij deze brief aan door te zeggen: '... dat we te maken hebben met een enorme verschraling in het gezinsgebed en in de gezinsbijbellezing is onmiskenbaar.' Anderzijds mist hij in de brief van de Puttense kerkeraad aandacht voor de huidige werkloosheid en het actuele vraagstuk van de (kern)bewapening. Hij pleit dan voor een nieuwe 'moderne devotie'. 'Wij hebben in gemeente, huis en hart niet minder dan een moderne devotie nodig... Een eigentijdse bezinning op de vraag hoe in onze leefsituatie bijbel en gebed opnieuw kunnen gaan functioneren in onze gezinnen en in ons persoonlijk leven. Opnieuw inspiratiebron en voedingsbron kunnen worden voor geloof en zede...'

Nieuwe levensstijl?

Uit het bovenstaande blijkt dat ds. Poot enerzijds de nadruk wil leggen op wat de kerkeraad van Putten als van levensbelang voor de gemeente vandaag stelt, namelijk Schriftlezing en gebed in gezinsverband (ook) - terwijl hij anderzijds de actuele vragen van vandaag (méér) benadrukken wil. We staan intussen voor de vraag wat christelijke levensstijl vandaag is. We leven ook vandaag in een cultuurcrisis, in een tijd waarin waarden uit het verleden terzijde worden gesteld, zonder dat er nieuwe waarden voor in de plaats komen. Maakt dat niet de ontreddering van het moderne leven uit? Velen weten met wat ons als erfgoed is overgeleverd geen raad meer, terwijl ze ook geen nieuwe weg, die echt begaanbaar is, vóór zich zien.

Er is overigens wel allerwegen sprake van roep om een nieuwe levensstijl voor de christelijke gemeente. Dan wordt vooral gewezen op Mattheüs 25, waarin het gaat over het oordeel van de Zoon des Mensen, als die zal komen in Zijn heerlijkheid. 'Want ik ben hongerig geweest, en gij hebt mij te eten gegeven: Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd. Ik was naakt, en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest, en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen.' Bij het licht van déze Schriftplaats is inderdaad de vraag op zijn plaats of wij de armen helpen, of wij ons inzetten voor de vreemdeling, de zieke, degene die kleding noch voedsel heeft, en of wij herbergzaam zijn voor vreemdelingen. Als zodanig is het dunkt me voor ons allen een heilzame correctie op louter de 'nieten' in de christelijke levensstijl als we positief vanuit de Schrift ons laten leren inzake de positieve besteding van ons leven. Als in Romeinen 12 gesproken wordt over de wereldgelijkvormigheid, wordt allereerst gezegd dat we ons leven moeten stellen tot 'een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst'. Een godsdienst, die alléén uit nieten bestaat en niet weet van de opdracht, die de Heere geeft voor het leven in Zijn dienst naar de naaste toe is immers tot onvruchtbaarheid gedoemd.

Afzien

Toch mag dat niet verhinderen om even sterk als op de positieve roeping van de christen in het leven, voor God en voor el­ kaar, óók te onderstrepen dat er zaken zijn, die voor de christen 'taboe' zijn. Hetzij omdat ze niet stroken met de Wet des Heeren - dan is er namelijk een absoluut taboe (gij zult niet stelen, doodslaan, begeren), of dat we willen benadrukken dat ze voor het christelijke leven waardeloos zijn, omdat ze de dienst aan de Heere en de naaste niet bevorderen.

Daarom zou ik toch een Woord naar voren willen halen, dat weliswaar zó niet in de christelijke gemeente, maar meer in de sportwereld functioneert, namelijk het woord afzien. Sportmensen zien af van vele zaken om des te beter tot hun recht te kunnen komen in wat ze beogen. Ze beperken zich in eten en drinken, en nemen tijd voor hun nachtrust, ze ontzeggen zich bepaalde genoegens, om des te beter hun krachten tot gelding te brengen. Zou het zo zeker niet in het leven van een christen moeten zijn? Afzien! Niet als een negatieve houding maar als een positieve houding om christelijke krachten te beter los te kunnen maken!

Devotie, toewijding aan God betekent ook op krachten komen om beter dienstbaar te kunnen zijn.

Afzien vandaag

We hebben ons af te vragen wat afzien vandaag betekent. Enkele voorbeelden. Vandaag hebben duizenden mensen in ons land problemen met alcohol. Moeten christenen dan niet het (een) voorbeeld geven door meer af te zien van dit genotmiddel, dat weliswaar in de Bijbel niet verboden is maar waarvan wel geldt: met matigheid genuttigd zijnde?

Vandaag zien we dat kanker onder vrouwen toeneemt vanwege het toenemend gebruik van narcotica bij vrouwen. Het is een bevestiging van wat al eerder bij mannen werd gesignaleerd. Moeten we dan als christelijke gemeente niet een daad stellen en zeggen we zullen afzien? Er zijn duizenden christenen in de wereld, die gebruik van narcotica afwijzen en dus niet roken. Waar een mens een slaaf van is, daar moet hij van wijken. En - last but not least - onze tijd wordt beheerst door de sport en de verdwazing en vergoding daarvan. We kunnen ons afvragen of de sportbeoefening van onze tijd wel enigszins dienstbaar is aan het besteden van onze krachten in dienst van de Heere. Voor een deel wel, namelijk als het erom gaat dat we fit blijven om zo ook des te geconcentreerder bezig te zijn in onze roeping van elke dag. Maar voor een deel ook niet, namelijk als krachten verteerd worden in prestatie-drift en oppoetsing van het eigen ik.

Moeten we niet zeggen dat in de laatste twintig jaar de sport een ongekende claim heeft gelegd op het leven van de mensen en daarin ook van de christenen? Vroeger was met name de zondagsport voor hen, die bij het Woord Gods leefden, verboden terrein. Vandaag zijn er echter duizenden, ook binnen de christelijke gemeente, die de zondag ontheiligen met wat de t.v. op het sportjournaal te bieden heeft. Zo worden we de wereld gelijkvormig. Ik kan mij dan ook voorstellen dat mensen vandaag afzien van enig medium dat dingen binnenshuis brengt, die vroeger buitenshuis bleven. De film, die men vroeger in de bioscoop moest gaan zien, wordt nu - enkele jaren later - in de huiskamer vertoond.

Zouden we niet moeten afzien?

Niet dat we daarom wereldvreemd moeten worden. Paulus zegt in de brief aan de gemeente van Corinthe dat we anders wel uit de wereld zouden moeten gaan. Dat kan nu eenmaal niet. Maar levend in de wereld zullen we ons toch onbesmet van de wereld moeten gedragen. En dat betekent, dunkt me, toch afstand nemen van die dingen, die een naam hebben in de wereld, maar die in de dienst des Heeren niet dienstbaar zijn in het ontplooien van de krachten van het Koninkrijk Gods.

Christenen hebben dunkt me ook af te zien van dingen, die niti passen in hun leven.

Avondmaalsformulier

In het avondmaalsformulier wordt een zondenregister genoemd, om af te manen van de dis des verbonds bij duidelijke zonden. Daarin worden zaken genoemd, die vandaag niet meer actueel zijn, bijvoorbeeld het zegenen van mens en dier. Andere zaken, die vandaag wèl actueel zijn worden niet genoemd: drugsverslaving, relatievormen van deze tijd, moderne hebzucht. En bepaalde andere zaken worden óók niet genoemd, met name de positieve opdracht uit Mattheüs 25. Misschien leven we daarom wel eens te oppervlakkig langs dit zondenregister heen. Omdat het in het verleden is opgesteld - en dus oud en vertrouwd is - daarom nemen we het klakkeloos over, terwijl we aan eigentijdse zonden niet toekomen, en eigentijdse opdrachten niet zien. Maar anderzijds moet toch ook diep in de gemeente gegrift zijn de gedachte van het 'gij zult niet...'. Want daarmee weet de nieuwe levensstijl vandaag geen raad. Ik zou echter willen zeggen dat de energie om positieve krachten vanuit het Evangelie in onze samenleving los te maken ook gelegen is in afzien van wat God in Zijn Woord verbiedt en dus ook van wat niet nuttig is in Zijn dienst.

Toewijding

Als er vandaag sprake is van moderne devotie, toewijding tot God dan zal deze toch liggen in het onopgeefbare Gebod Gods. Want het gebod Gods is met een belofte. We zullen God lief moeten hebben boven alles en de naaste als onszelf.

De liefde tot God krijgt gestalte óók in de binnenkamer, in gebed en meditatie. Onze moderne tijd mist daarvoor helaas de tijd. Daarom moeten we toch leren afzien van tijdrovende dingen, om tijd te hebben voor God.

De liefde tot God krijgt ook gestalte in de dienst aan de naaste. Liefde tot God, waaraan de liefde tot broeders en zusters ontbreekt, zal innerlijk tegenstrijdig zijn.

Liefde tot God, die Zijn gebod niet ernstig neemt, leidt uiteindelijk tot een leven dat Hem niet welgevallig is.

En daarom, moderne devotie heeft zowel het onopgeefbare van het Gebod Gods in zich (liefde tot God en de naaste) als de reflexie op de eigen tijd en de eigentijdse vragen.

Godsvrucht is nog altijd innerlijk èn uiterlijk, naar binnen gekeerd, in het overdenkende leven, èn naar buiten gekeerd, in de praktijk der godzaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Afzien van wat geen waarde heeft

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's