De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onze wandel in de hemel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onze wandel in de hemel

Hemelvaartsdag

7 minuten leestijd

Wandelen in de hemel is niet meer en niet minder dan verwachten.

Hemelvaartsdag, stiefkind onder de feestdagen. Waarschijnlijk wel het meest omdat de moderne mens zich bij de hemel niets meer kan voorstellen. Er is ook niets bij voor te stellen, omdat de hemel onze begrippen van tijd en ruimte te boven gaat. Als Christus is opgestaan heeft Hij een verheerlijkt Lichaam. Hij komt en gaat door gesloten deuren. Bij Zijn hemelvaart speelt de wet van de zwaartekracht geen rol. De Heere, die de Kurios is, blijkt boven de wetten te staan, die Hij zelf in Zijn schepping legde.

En dan uiteindelijk: een wolk nam Hem weg. Daarna mogen we niets meer zien, het komt alleen maar op gelóóf aan. De hemel onttrekt zich aan onze zintuigen. Niemand die ooit uit de dood en uit de hemel terugkwam om ons te vertellen hoe het er uit ziet. Slechts Christus kwam uit de dood terug en het geloof mag Hem weten in de heerlijkheid van de Vader, waar Hij vandaan kwam en waar Hij heen terug keerde.

De laatste tijd is er in toenemende mate sprake van aandacht voor wat er is na dit leven, maar op een wijze die slechts fundamentele misvattingen oproepen moet. Ik bedoel dat de afgelopen jaren uitvoerige aandacht is gegeven aan mensen, die klinisch dood zijn geweest en weer terugkeerden in het leven. Wat waren hun ervaringen? Recent wijdde Henk Mochel er een NCR V-uitzending aan. Mensen - christenen en niet-christenen - kwamen aan het woord, die het meegemaakt hadden. Eerst een benauwde tunnel, een nauwe doorgang en daarna een ruimte van licht en kleur, een sfeer van harmonie en rust, van vrede en storeloos geluk. Geen ervaringen van verschrikking, onvrede, disharmonie, donkerte, kortom van oordeel. Slechts hemelse ervaringen waren hen, die klinisch dood geweest zijn, ten deel gevallen.

Niet de hemel

Ik zal de laatste zijn die de ervaringen, die verteld werden, ontkennen of tegenspreken zal. Waarom zouden we twijfelen aan de getuigenissen van diegenen, die in de sfeer van de klinische dood vertoefden. Maar deze ervaringen kunnen moeilijk een beeld van de hemel oproepen. De betreffende mensen waren niét dood. Het gaat om een ervaring van hun geest, op de grens weliswaar van leven en dood, maar wel in het leven. Die geest kan op allerlei wijzen verruiming krijgen: door medicamenten, door verdovende middelen, zelfs door psychische stress. Kan de klinische dood op zich vanuit bepaalde hersenfuncties die verruiming ook niet geven? En verder is van fundamentele betekenis dat de mensen hun ervaringen hebben verwoord toen ze weer bewust in het leven stonden. En dan worden toch woorden, begrippen, aanduidingen gebruikt die bij dit leven, bij déze tijdelijke bedeling met zijn ruimtelijke begrenzingen behoren. Terwijl de Bijbel ons duidelijk in verband met de heerlijkheid spreekt over 'wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord en in het hart van een mens niet is opgeklommen'.

De hemel, de eeuwige heerlijkheid onttrekt zich aan het natuurlijke oog en oor en is daarom niet in woorden te vatten. Ook de Bijbel zelf kan slechts in beelden spreken als het Nieuwe Jeruzalem getekend wordt als een stad met paarlen poorten en straten van goud. De heerlijkheid zal onze menselijke zintuigen te buiten en te boven gaan. Wat wij kleuren noemen behoort bij déze bedeling. Hoe de hemelse kleuren er dan uit zien? We volstaan met de Bijbelse aanduiding dat de hemelse stad de zon en de maan niet nodig heeft om er te schijnen en licht te geven, 'want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht en het Lam is haar Kaars'. Het hemelse licht heeft te maken met de Opstandingsheerlijkheid van Christus, met het verheerlijkt Lichaam van onze Zaligmaker, waarmee Hij ten hemel voer. En een wolk nam Hem weg... Ons natuurlijke oog mocht en mag Hem niet nastaren. Om de hemel daarom te tekenen in het kleurenpalet van onze bedeling is te pover, te menselijk arm-zalig. De hemel heeft een eigen kleurencoloriet, waar ook zij, die klinisch dood zijn geweest, géén toegang hebben gehad.

De moderne mens gelooft niet meer in de hemel, maar als het er op aan komt wil men zich er dan mi (in deze bedeling) al wel wat bij voorstellen. Daarom is er vooral vandaag wetenschappelijk onderzoek over wat er óver de grens van de dood is. Maar het blijft onderzoek binnen de grenzen van het leven.

Verwachting

Rijker dan ervaringen uit de fase van klinisch dood zijn is 'de wandel in de hemel', hier en nu, omdat dat alles te maken heeft met gegronde verwachting. Paulus zegt in de brief aan de Filippenzen: 'maar onze wandel is in de hemel'. Hij voegt er echter direct aan toe: 'waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, onze Heere Jezus Christus'. De verwachting ligt niet in de hemel als zodanig, maar bij de Zaligmaker. Met die verwachting moeten en mogen we het doen.

Het leven is echt niet alle dagen hemels. We leven allen het leven, ook in de noden, de zorgen, de stormen, het verdriet, en vooral de schuld voor God en de mensen. We hebben levenspijn, we ervaren de moeite en het verdriet. Maar toch: wandelen in de hemel. Want daar is het Hoofd van de Kerk, het Hoofd van de gemeente. Daar is de verrezen Zaligmaker. Die uiteindelijk ons vernederd lichaam, ons door de zonde geteisterde bestaan, ons door het verdriet afgematte leven, gelijkvormig zal maken aan Zijn verheerlijkt lichaam. Als we zeggen dat onze wandel in de hemel is dan moeten we intussen wel bedenken dat het een wandel óp de aarde is. Niet alleen uit de aarde aards, met alle consequenties daarvan, maar ook met de roeping om op aarde dienstbaar te zijn. En toch, een wandel in de hemel, met het geloofsoog op de Zaligmaker.

Wandelen in de hemel is niet meer en niet minder dan verwachten. Het is geen mystieke vervoering. Dan wordt het een dronkemanswandel. Het is lopen in alle nuchterheid langs de wegen van het leven, hier, op de aarde, en toch met het hart in de hemel. Want daar is de Zaligmaker, die er met een 'verheerlijkt lichaam' heen gegaan is, heen teruggekeerd is en die daar het zalige pand van onze opstanding is.

Te mager?

Ik denk dat déze boodschap van de hemelvaart voor velen, ook in de christelijke gemeente te mager is. We zien liever iets. 'Zien is nog geen hebben', zei men vroeger wel. Ik zou het sterker willen zeggen: zien zal nooit hebben worden. Zien is alleen maar verwachten. We verwachten onze Zaligmaker als het einde van ons leven daar is en Hij de zijnen thuis haalt, én bij de finale van de wereldgeschiedenis. Maar wandel in de hemel heeft zo aan zich de 'meditatio futurae vitae', de overdenking van het toekomende leven. Niet als een zelfbespiegeling, een verzinken in eigen geest, maar 'de harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus is'. Waar Hij present is en bidt voor de zijnen.

Waarom met Kerst zulke volle kerkdiensten en met hemelvaartsdag vaak slechts de tempel van ongekorven hout? Omdat er met Kerst wat te zien valt? Kerst is evenmin te zien als hemelvaart. En verder, de komst van Christus uit de hemel in ons menselijk vlees zou ijdel zijn geweest als Hij niet naar de hemel zou zijn teruggekeerd. Daarom ook op hemelvaartsdag gedenken en verwachten. Trouwens, de onzen, die van ons heen gingen met gegronde verwachting zijn ook daar waar Christus heen ging. Dat geeft ook een verborgen band tussen de kerk hier en de kerk in triumf. Wij heffen onze harten op naar de hemel - zegt Calvijn - 'omdat dit lichaam dat wij dragen geen gedurige woonstede is maar een vergankelijke hut is, welke in korte tijd te niet gemaakt zal worden' .

Vier wanden en een dak van riet, meer is het niet, meer is het niet. Maar de heerlijkheid die we zullen hebben is onbegrijpelijk, niet in kleuren en beelden, in woorden en begrippen van deze tijd te vatten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Onze wandel in de hemel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's