De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

R. J. van Pagée: Het gevecht van de Profeet, uitgave J. H. Kok, Kampen, 96 blz., ƒ 14, 90.

De toelichting op de titel van dit boek is aldus geformuleerd: Pastorale overwegingen bij de strijd van God om de mens. In het 'Vooraf deelt de schrijver mee dat hij dit boekje geschreven heeft vooral voor hen die denken: Als het eens waar was... Als er eens een verbinding met God mogelijk was... Hij wil dan wijzen op het antwoord dat er op deze vraag is: 'God wil niet slechts contact met de mens. God strijdt zelfs om ons met lichaam en ziel gelukkig te maken en te houden. Dat doet Hij door het gevecht van de profeten'.

Ds. Pagée gaat dan uit het leven van één van de profeten, nl Elia, hierover vertellen. Waarbij in het voorbijgaan ook nog allerlei andere dingen aan de orde komen. In een aantal hoofdstukken worden behandeld: De Confrontatie, Het Conflict, De Krachtmeting, De Vertwijfeling, Het gevecht van de profeet, Gods onverwachte antwoord, Finale. De schrijver heeft de gave ontvangen om op een frisse, originele, duidelijke en indringende wijze aan de orde te stellen wat Gods Woord ons ook in het optreden van Elia heeft te zeggen. Wat mij bijzonder trof en wat ik zeer waardeerde is, dat ds. Pagée als ' t ware ook zelf door de wijze van schrijven vecht om mensen voor de Heere te winnen. Hierbij kunnen we bepaalde gedeelten bijv. over het heengaan van Elia niet zonder ontroering lezen. Nog wel een paar opmerkingen of vragen, zo u wilt. Hoe stelt de schrijver zich een 'kortere' straf voor? Zie Hebr. 33, 34. Zeer scherp laat de schrijver zich uit tegen hen die denken dat God niet bewogen is maar dat hij bewogen zou moeten worden door onze offers... Hij noemt dit een 'afschuwelijk, afgrijselijk, verdoemelijk' misverstand. Accoord. God behoeft door ons niet bewogen te worden. Hij heeft het initiatief tot verlossing genomen. Maar de schrijver zal toch niet willen zeggen dat daarmee de worsteling, het gebed aan de bron der genade, de strijd om deze barmartigheid te mogen ontvangen en kennen, die in Christus geopenbaard is, van de baan is? Ds. Pagée weet natuurlijk, dat daarvan de Bijbel ook vol is. 'O God, wees mij zondaar, genadig.' In dit verband had hierop zeker ook gewezen kunnen worden. En hoe zit dat precies met dat 'mespuntje vrijheid', die 'vrijwilligheid-tegen-wil-en-dank? ' Kunnen daardoor geen misverstanden worden opgeroepen alsof wij van onszelf en met onszelf vrij zijn om God te gaan dienen naar Zijn Woord? Deze vragen, opmerkingen zo u wilt, dienen om mede aan te tonen dat ik dit boekje met grote belangstelling heb gelezen en overdacht.

Jac. Vermaas

M. Friedrich Sander: Jehova Tsidkenu: de Heere onze gerechtigheid. De Banier, Utrecht 1983, 85 bIz., ƒ 12, 50.

Dit boekje heeft een hele geschiedenis doorlopen. Het werd uit het Duits vertaald door Köhlbrugge. Het werd later nog eens uitgegeven, voorzien van een voorrede van ds. H. A. J. Lütge. En het is nu opnieuw uitgegeven, voorzien van een naschrift door dr. W. Aalders en ds. D. van Heyst.

Het boekje verscheen voor het eerst in 1817. Ds. Sander die het schreef, was een orthodox luthers predikant. Ik zeg 'orthodox', maar zou er aan moeten toevoegen: staande in de piëtistische traditie. In menig opzicht is het boekje verouderd. De wijze waarop in één adem Arndt, Spener, Francke, Muller, Zinzendorf, Wesley, Whitefield en meer anderen zomaar op één lijn worden gesteld verraadt dat de auteur weinig onderscheidingsvermogen heeft gehad. Maar hoofdzaak was hem: de prediking van de leer der rechtvaardiging. En terecht kwam hij daarvoor op. Tegenover rationalisme en liberalisme. Hij is hierin enigszins te vergelijken met Claus Harms, die veel meer naam gemaakt heeft. Het is jammer dat het boekje later in de kerkpolitieke strijd in Nederland betrokken is; daarin hoort het niet thuis!

Men leze het als een hartstochtelijk pleidooi voor wat hét artikel van de Reformatie is geweest, de leer van de rechtvaardiging om niet, zonder de werken der wet. Daarin ligt de waarde en betekenis van dit geschrift!

K. Exalto

Dr. G. H. Kramer: Ambrosius van Milaen en de geschiedenis, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1983, 249 bIz., Ofsetdruk, ƒ …

Deze studie heeft vorig jaar als proefschrift gediend. De auteur promoveerde erop in de Faculteit der Letteren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Theologen en historici zullen er het meest aan hebben; geïnteresseerde gemeenteleden die geen hoger onderwijs volgden zullen de latijnse citaten voor lief moeten nemen.

De studie boeide mij. Allereerst omdat gewoonlijk van de kerkvader Ambrosius zo weinig bekend is. En vervolgens omdat het thema van belang is. De schrijver gaat na welke visie Ambrosius op het Oude Testament heeft gehad, waarin hij de geschiedenis van Israël tegenkwam; hoe zijn visie was op de oudere Romeinse geschiedenis; en welke historische rol hij toegekend heeft aan het eigentijdse Romeinse keizerrijk, waaraan hij zo nauw verbonden was. Boven het slothoofdstuk staat: Ambrosius' visie op de geschiedenis als samenhangend geheel.

Er komen een paar zeer interessante stukken in dit boek voor. Ik denk aan wat ons meegedeeld wordt over Ambrosius' visie op het jodendom en de behandeling van de vraag of hij een chiliast is geweest. Wat het eerste betreft, het blijkt dat Ambrosius, zoals trouwens alle kerkvaders, de kerk gezien heeft als het ware Israël, de erfgename van de beloften Gods in het Oude Testament. Dit tegenwoordig zo gesmade 'vervangingsmodel' leefde in de oude kerk (en in de kerk van de Reformatietijd). Daarnaast echter geeft Ambrosius er blijk van te verwachten een massale bekering van vele Joden in de eindtijd. Hij baseert dat op Rom. 11, 26. Het Griekse woord 'houtós', dat door de Statenvertalers vertaald wordt met 'alzo' (in de Nieuwe Vertaling vertaald met 'aldus') vertaalt Ambrosius met 'donec', hetwelk 'totdat' betekent. Via deze vertaling was het hem mogelijk de bekering der Joden te verschuiven naar een verre toekomst. Overigens verstaat hij onder 'Israël' in Rom .11, 26 niet alleen de bekeerde Joden, maar de bekeerde Joden en heidenen samen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's