Geestelijke onwetendheid
Wij behoeven er werkelijk geen geheim van te maken dat ondanks een toegenomen kennis van letter en schrift het aantal geestelijk onwetenden legio is.
Het aantal analfabeten in ons land is gelukkig niet groot. Bijna iedereen kan lezen en schrijven dankzij het onderwijs, dat aan alle kringen van ons volk wordt gegeven. Daartegenover is het haast ongelooflijk, dat er in Rusland, Turkije, China en Indonesië en ook elders grote gebieden zijn, waar slechts enkelen die kunst verstaan. In Nederland waren er in 1885 nog tien procent analfabeten onder de recruten. Eerst met de invoering van de leerplichtwet in 1901 begon het analfabetisme te verdwijnen, hoewel sporadisch het nog voorkomt en ook wel steeds zal blijven bestaan door allerlei oorzaken. Geen boek, geen krant, ook geen bijbel of psalmboek kunnen de analfabeten ontcijferen, nagenoeg de gehele bevolking is daarmee uitgesloten van de beschaving, zij weet van bijna niets en is aangewezen op de mondelinge traditie, zoals het eeuwen geleden met de gehele mensheid was. Het lezen is het middel om bekend te worden met de gedachten van anderen en ze tot ons eigen bezit te maken. Het schrijven is omgekeerd de kunst om onze eigen gedachten vast te leggen en ze aan anderen door te geven. Lezen en schrijven zijn zo de weg, waardoor de aanraking en zelfs geestelijke gemeenschap tussen de door landen en zeeën gescheiden mensen mogelijk gemaakt is. Het horen naar wat men ons vertelt, is een verkeer op korte afstand maar bij het lezen bestaan geen afstanden, de oudste eeuwen komen vlak vóór ons te staan en delen ons alles van hun kennis, ervaringen, geestelijke rijkdom mee... de ganse wereld opent zich voor ons door het simpele Iezen en schrijven, terwijl de analfabeten hun leven lang opgesloten zitten in hun eigen beperkte levenskring en die van hun naaste buren. Het ontbreekt hen daarom aan alle hogere ontwikkeling, zij komen niet vooruit. Hun geest kan zich niet ontplooien, hun aangeboren talenten blijven sluimeren, daar niemand ze opwekt en het einde is algehele afstomping en botheid.
Onderscheiding
Evenwel - ofschoon het aantal analfabeten in letterlijke zin onder ons volk gering is, des te groter is het cijfer van de geestelijke analfabeten, die op geestelijk terrein de ene letter en het ene woord niet van het andere kunnen onderscheiden en in dit opzicht totaal blind zijn. Jesaja predikt ons dit in het 29e hoofdstuk. Hij richt zich daar tot het verblinde volk, vooral tot hun verblinde leidsheden, die zijn profetieën niet verstonden, maar hen stonden aan te gapen, wanneer hij het woord voerde. Het kwam doordat God een geest van diepe slaap over hen uitgegoten had als straf en vloek voor hun misdaden. Zij waren begonnen de waarschuwingen van Jesaja in de wind te slaan en hadden er zich tegen verzet en verhard. En daarop was het oordeel der verblindheid door God over hen gebracht. Met geestelijke blindheid geslagen te zijn is één van de zwaarste straffen, waarmee God Zijn volk soms treft. Wij lezen er van bij de Farao. Hij begon er mee zich zélf te verharden tegen de roepstem van God en toen hij dit volhield werd hij door de Almachtige verstokt. Dit was nu ook de toestand van Israels leidslieden. Ze waren zo verblind voor Gods Woord en Werk, dat zij sprekend geleken op een analfabeet. Men reikt hem een boek toe met de woorden: lees toch dit! maar hij schuift het boek van zich af met het wrevelige antwoord: Ik kan niet lezen! Gaan wij dit bij de profeet Jesaja nader onderzoeken, dan bedoelt hij in feite een geestelijk oordeel. Het schrikkelijk gevolg van deze verblinding is dat 'alle gezicht', dat is alle Godsopenbaringen aangaande de toekomst voor hen onleesbaar geworden zijn.
Geestelijk onwetend
Wij behoeven er werkelijk geen geheim van te maken dat ondanks een toegenomen kennis van letter en schrift het aantal geestelijk onwetenden legio is. Niet alleen onder de totaal van Gods Woord vervreemden, maar ook in de gemeente. De kennis van lezen en schrijven is geen vanzelfsprekende voorwaarde om nu ook 'thuis' te zijn in de genadegeheimen van de omgang met God. Integendeel, er zijn mensen die tot de hoogst eenvoudigen van het volk behoren, die een dermate grote kennis van geestelijke dingen bezitten, dat ze universitaire en andere geleerden wijd en ver overtreffen. Geestelijke onwetendheid - hoe komt dat dan onder ons voor? Het boek der natuur is door Gods hand geschreven, opdat wij Hem daaruit althans enigszins zouden leren kennen. U kunt dat nazien in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, wanneer deze zegt, dat de schepping voor onze ogen is als een schoon boek, waarin alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letters zijn, die ons de onzienlijke dingen geven te aanschouwen, namelijk Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. Inderdaad: zo is het. De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel Zijner handen werk. De zee is een zwak beeld van Zijn oneindigheid. De vulkanen, de donderslagen, bliksemen en stormen en niet te vergeten de aardbevingen doen iets gevoelen van Zijn almacht en kracht. De met sneeuw bekroonde bergen doen iets gevoelen van Zijn ongenaakbare verhevenheid. De woestijn herinnert aan de vloek des Heeren. De loop van de millioenen hemellichamen, die elk hun eigen baan volgen, prediken de wijsheid van God. Het voedsel, dat Hij voor de dieren toebereidt, openbaart Zijn goedheid, evenals ook de zon, die Hij doet opgaan over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Vraag nu eens aan de reizigers en de trekkers, of ze dit alles opmerken, wanneer zij hun tochten maken. Zeker, velen genieten van het natuurschoon. Denken vluchtig nog eens na over de grote verscheidenheid van de aarde. Maar hoe weinigen vinden er ook maar iets van God in, de meesten denken er niet aan, dat de natuur een spiegel is, die iets van Gods macht, wijsheid en goedheid, ja ook van Zijn majesteit en heerlijkheid openbaart. Hoe weinigen onderscheiden er het Schrift van Gods hand m. Zij zijn, hoe knap ook in andere dingen, blind voor die openbaring van God. Het zijn analfabeten, die zeggen: Ik kan niet lezen.
Geschiedenis
Vervolgens is er het boek van de geschiedenis. Wij kunnen daarbij denken aan de brede wereldgeschiedenis, aan de vaderlandse historie, zelfs aan de levensgeschiedenis van ons korte bestaan. Zij is het Schrift van God, waarin Zijn leiding met de wereld, met ons land en met ons eigen leven openbaar wordt voor ieder, die ogen heeft om te zien. Het is zeker waar, dat de staten en de landen, door mensen worden gesticht, ook ons eigen leven is in zekere zin werk van onszelf. Maar laten wij ons niet vergissen: achter de mensen staat God. Wij helpen Gods plan uit te voeren door ons zwoegen en sloven. Gods hand schrijft de geschiedenis. Maar helaas: de meerderheid erkent dit niet. De meerderheid ziet alleen de kracht van mensen, de spitse geest van diplomaten, uitvinders en ontdekkers. Men ziet het niet, wat achter dit alles steekt. Men kan niet lezen.
Veel heerlijker dan in de natuur of de geschiedenis heeft God zich evenwel bekend gemaakt in Gods Woord. Daarin maakt Hij niet alleen de werken van Zijn hand openbaar. Neen, Hij toont daarin ook de gangen van Zijn hart. Deze komen uit Zijn genade, uit Zijn rechtvaardigheid; bovenal in de zending van Zijn eniggeboren Zoon. Al deze openbaringen van God behoren tot de geestelijke sfeer. Alleen wie uit de Geest geboren is, kan ze verstaan in hun ware diepe zin en zal er troost, vermaning, lezing en zaligheid voor zijn ziel uit putten. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen van de Geest. Hij kan dat ook niet, omdat ze geestelijk onderscheiden worden. Wat er over die dingen in Gods Woord geschreven is, verstaan alleen de kinderen Gods. Zij sterken er zich aan, maar de natuurlijke mens doorgrondt de zin daarvan niet. Hij kan niet lezen.
Verblinding
De oorzaak van deze verblinding ligt geheel bij onszelf. Er is geen oprechtheid in het verbond met de Heere. Er kan een uiterlijke bloei zijn van de godsdienst. Een onderzoek zelfs van het Woord. Een kerkelijke gedrevenheid zelfs. Wie de bladen leest, klappert het om de oren van de werkdrift. Maar de vrees dient te worden uitgesproken dat al die drukte geen enkele vrucht oplevert. Het is enkel geestelijke zelfzucht. De gehoorzaamheid is aangeleerd, maar niet waarachtig: Ja, wij komen zelfs wel eens tot de overtuiging dat veel kerkelijke vergaderzucht enkel de gezelligheid dient, niet de ootmoedigheid om Gods Woord te verstaan. Met al onze veelweterij verdichten wij de muren, opdat de Heere bij ons niet ontdekkend zou binnendringen. Wij komen wel eens tot de gedachte, wat er eigenlijk verloren zou zijn als er een jaar lang geen enkele kerkelijke periodiek verscheen. Het zou allicht de verootmoediging en de verstilling dienen. In ieder geval - de Heere onze God vraagt diepere dingen. Er kan achter veel kerkelijke belangstelling ook schuilen de begeerte om de ontdekking in het gericht Gods te ontlopen. Een winderig enthousiasme, een opgeklopte veelbezigheid, een uitgaanszucht, die slechts de diepte tegenstaat. Naar onze mening moeten wij daar de oorzaak zoeken van de geestelijke onwetendheid, die uit alle hoeken en gaten gluurt. Soms is het alleen de pure domheid, die leven wil met de mening van de dag. Helaas, dat is niet enkel het geval in de laagste kringen van de kerkelijke samenleving. Wie zijn oor te luisteren legt vangt veel dwaasheden op. Het is nog altoos waar wat de fijnzinnige geleerde W. J. Aalders reeds voor de oorlog schreef: 'in het bos staat soms een boom, die alleen nog blijft staan, omdat hij door zijn omgeving wordt gedragen en niet blootgesteld is aan de wind. Hij staat eigenlijk niet meer.
Zijn stam is vermolmd of zijn wortels hechten niet meer in de grond. Maar als er geen beschermende bomen hem meer omringen en de wind hem bereikt, valt hij om, zonder weerstand, als vanzelfsprekend'. Dat zal de laatste vrucht der geestelijke onwetendheid zijn.
Ogen geopend
Is de verblinding van de geestelijke onwetendheid nu volstrekt ongeneeslijk? Neen - de profeten voorzegden reeds, dat in de dagen van Christus de ogen der blinden zouden worden open gedaan. Trouwens, vlak tegenover de uitgieting van de geest des diepen slaaps staat in hetzelfde hoofdstuk van de profeet Jesaja de belofte van de uitstorting van de Heilige Geest in de kerk des Heeren. Op de dag van de vernieuwing van het aardrijk krijgt ook de vernieuwing van het volk Gods zijn beslag. Gods oordelen dragen bij de oprechte gelovigen vruchten. De geestelijke doofheid en blindheid, waaronder ook zij geleden hebben, wordt weggenomen. Zij leren Gods openbaringen weer verstaan en geloven. Vooral sedert de komst van Christus is deze profetie in vervulling gegaan, ook letterlijk in de genezing van doven en blinden. Het is het ambt van de Heilige Geest de onwetenden te doen verstaan, hun verstand te verlichten, hun kijk op de dingen des Koninkrijks te vernieuwen en helder te maken, zodat zij de geestelijke waarheden van Gods Woord niet alleen kunnen ontcijferen, maar ook verstaan. Het spreekt geheel vanzelf, dat deze dingen een vrucht van Gods genade zijn, door de Heilige Geest in ons leven gewerkt. Maar zij sluiten in het gebruik van de middelen. En het is juist op dit punt, dat wij graag eens de nadruk willen leggen. De Geest des Heeren kan met velen niet verder komen, omdat zij het Woord verwaarlozen te onderzoeken. Dat geldt niet alleen de gewone gemeenteleden, het geldt ook ambtsdragers. Het gaat niet om buitengewone wonderlijke prestaties hierin. Niemand denke toch dat hij een veellezer worden moet. Er zijn altoos mensen geweest, eenvoudigen in de genade, die het éne Boek grondig kenden. Daarover onophoudelijk nadachten. Zij vallen op, niet door hun breedte, maar door hun diepte.
Wij herinneren zo ons eenvoudige huisvrouwen, stille handwerkers - de bijbel lag daar op tafel. Een klein boekenrekje aan de muur. Maar die boeken waren hun domein. Ze waren er in thuis als in hun voortuin. De Belijdenissen van Augustinus, Brakels 'Redelijke Godsdienst', Bunyans Christenreize - ziedaar, enkele klassieken. U kunt daarvoor in ruil vele andere werken wegdoen. Deze werken moeten gelezen en herlezen worden. Telkens opnieuw. Zo lezen is oogsten. Het zal offers kosten, maar ook hierin geldt het apostelwoord: de tijd uitkopende, derwijl de dagen boos zijn. Het is dringend geboden geestelijke discipelen te hebben. Wat verdoen wij soms een tijd aan overdadige ontspanning. Aan fladde rend uitgaan, aan onzinvol lezen. Ja, zelfs is het niet ongeestelijk een levenlang bij één boek te blijven, zodat het geestelijk geheel wordt opgenomen als ons ziele-eigendom.
Mits het maar onderworpen wordt aan het Boek der boeken. Het doet er minder toe of u veel, dan wel of u goed gelezen hebt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's