C. H. Spurgeon als praktisch-theoloog (2)
Hoe kan iemand het geloof verkondigen als hij het zelf niet beoefent?
Persoonlijke betrokkenheid op de boodschap
Zagen we de vorige keer dat een prediker een geroepene/gezondene des Heeren dient te zijn, dit keer beluisteren we Spurgeons visie op de houding die de prediker moet hebben tegenover de boodschap en de gemeente. Van het grootste belang is een persoonlijke betrokkenheid van de prediker jegens prediking en hoorders; 'Heel groot is de verleiding tot formalistische ambtsbediening; de neiging om de Bijbel te lezen als dominee en om te bidden als dominee, zodat we onze godsdienst vervullen alsof we er niet persoonlijk en rechtstreeks, maar slechts terzijde en relatief bij betrokken zijn'. Spurgeon acht een citaat van John Owen binnen deze kontekst van toepassing: 'Niemand houdt een goede preek voor anderen als hij niet eerst tot zichzelf preekt'. Nader uitgewerkt: 'Stel zelf belang in wat ge predikt, dan zult ge ook bij anderen belangstelling wekken. De inhoud van uw prediking moet zo zwaar op uw eigen ziel wegen dat ge al uw vermogens aanwendt om ze met uw gehele hart anderen voor te dragen'. De boodschap die men brengt dient een doorleefde zaak te zijn: 'Een christenprediker moet iemand zijn die bevindelijk kennis heeft aan de waarheid die hij belijdt en predikt', immers men zou zich kunnen afvragen: 'Hoe kan iemand de overtuiging der zonden preken als hij er zelf vreemd aan is? Hoe kan iemand het geloof verkondigen als hij het zelf niet beoefent?' Voor Spurgeon is het een grondgegeven dat het beamen van de prediker vooraf moet gaan aan het 'amen' van de gemeente. Deze existentiële betrokkenheid is geenszins een randverschijnsel, iets wat er als rechtzinnig surplus bijhoort. Het tegendeel is waar, want 'de waarheid' moet ons zijn ingebrand en het merg van ons bestaan beroeren'. Spurgeon heeft weinig vertrouwen in lieden die deze ervaringsbetrokkenheid missen. Hij noemt hen 'de meest beklagenswaardige mensen die er bestaan'. In beeldende bewoordingen zegt hij: 'Ik zou liever mijn brood verdienen met touw pluizen of met het draaien aan een slinger in een armhuis, dan slaaf te zijn van een gemeente en haar geestelijk voedsel te geven waarvan ikzelf niet heb geproefd. Hoe verschrikkelijk moet het einde van zulk een loopbaan zijn'.
Persoonlijke betrokkenheid op de gemeente
De aard van de boodschap vereist - naar wij zagen - een diepe pesoonlijke doorleving. Echter tevens de situatie waarin de hoorders verkeren vormt een reden om niet afstandelijk en onpersoonlijk te (s)preken. Wie werkelijk de desolate, verloren toestand verstaat waarin een mens buiten Christus verkeert, kan onmogelijk ongevoelig blijven; 'Indien we anderen tot Jezus willen zien komen, dan moeten we diep bewogen zijn bij de gedachte dat er maar één verloren zou kunnen gaan!' Daarom is tijdens de prediking niet slechts het verstand ingeschakeld, maar de totale mens als meelevend en meelijdend persoon, waarbij emotie, passie en gevoel niet uitgeschakeld behoeven te worden. Zelf zegt Spurgeon van eigen preekpraktijken: 'Ik weet wat het betekent om al mijn munitie te gebruiken door mezelf als het ware in het grote evangeliekanon te stoppen en mezelf op de hoorders af te vuren door middel van al mijn ervaring van Gods goedheid, mijn gehele zondenovertuiging en mijn gehele gevoel van de kracht van het evangelie'.
Levensstijl
Onlosmakelijk met deze persoonlijk-subjektieve betrokkenheid is de handel en wandel, het konkreet-waarneembare leven van de dienaar des Woords. Naast praktische adviezen geeft Spurgeon dienaangaande zijn studenten ernstige vermaningen; verzoekingen moeten onderkend worden en valkuilen dienen zo niet gedempt, dan toch omwandeld te worden, want 'de dienaren van Christus zijn de verkorenen van Zijn verkorenen, een kerk uit de Kerk gekozen'. Een predikant moet een heilig leven leiden, dit wil zeggen zijn levenshouding dient een illustratie te zijn van de inhoud van het evangelie dat hij predikt. 'We moeten ervan overtuigd zijn dat we het evangelie dat wij prediken buiten de preekstoel uitleven en voorleven'. Dit voorbeeldkarakter van de levenswijze kan getypeerd worden met het beeld van een lokvogel; 'Een van de beste manieren om wilde eenden te vangen is het gebruik van lokvogels'.
'Wij moeten in de christelijke gemeente meer gebruik maken van 'de heilige kunst der lokvogels', dat wil zeggen, ons voorbeeld zélf tot Christus te gaan, zélf godvruchtig te leven temidden van een krom en verdraaid geslacht, ons voorbeeld van vreugde en verdriet, ons voorbeed van heilige onderwerping aan de goddelijke wil in tijden van zorg, ons voorbeeld in tijden van voorspoed kunnen middelen zijn om anderen te brengen op de weg des levens'. Deze levensstijl moet waarachtig en konsekwent zijn en mag geenszins ontaarden in een manifestatie van eigen vroomheid en godsdienstigheid, anders verwordt 'heiligheid tot een moraliteit, die koud en levenloos is als een standbeeld'. Omdat een praktischtheoloog ook een praktische theoloog wil zijn, reikt Spurgeon ons enige konkrete kernwoorden aan die typerend zijn voor de levensstijl van een dienaar des Woords.
Oprechtheid
'Laat de prediker zich geen ambtelijke air geven, maar laat hem alle plechtigheid, dikdoenerij en aanmatigend optreden vermijden. Een artikel dat ik verfoei is die ellendige ambtelijke stijfsel. Als ge er gebruik van maakt, zou ik u ernstig willen aanraden u zevenmaal in de Jordaan te gaan wassen, zodat er geen spoor meer van over blijft.'
Voortduur
'Een dominee is waar hij zich ook bevindt, immer dominee en hij moet eraan denken dat hij altijd in funktie is. Wéés waarlijk dominee, dan zult ge niet behoeven te zeggen dat ge het niet zijt.'
Gemoedelijkheid
'Een dominee moet buiten de preekstoel een gezellige man zijn. Geef mij maar een man om wie de kinderen zich verzamelen als vliegen om een pot honing; die kinderen kunnen uitnemend beoordelen of iemand een goed mens is.'
Blijmoedigheid
'Een dominee behoort echt blijmoedig te zijn. Men vangt meer vliegen met stroop dan met azijn en er worden meer zielen naar de hemel geleid door iemand wiens gelaat de hemel weerspiegelt dan door een die de hel in zijn ogen draagt.'
Bescheidenheid
'Alle dominees, maar vooral de jongeren, moeten er zich voor wachten in een gezelschap alleen het woord te voeren.'
Integriteit
'Ga niet telkens bij de rijken ten maaltijd om bij hen in de gunst te komen en wees nooit een soort klaploper bij theepartijen en feestelijkheden.'
Vastberadenheid
'Bij al zijn beminnelijkheid moet een dominee vastberaden voor zijn beginselen uitkomen en ze in gezelschap moedig belijden en verdedigen.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's