Heil in de geschiedenis of dóór de geschiedenis heen?
De weg, die de Heere God met de volkeren gaat, is niet alleen een weg van heil, ze is ook een weg van oordeel.
Ten aanzien van de problematiek, die ons vandaag hier bezighoudt, behoeft men als spreker niet gehinderd te worden door de gedachte nog origineel te moeten zijn. De kranten, de kerkelijke bladen ook, hebben bol gestaan van de kwestie van het al of niet plaatsen van de kruisraketten en van de verantwoordelijkheid die de kerk al of niet draagt in de bezinning. Men behoeft ook niet gehinderd te worden door de gedachte , dat men alles gelezen moet hebben. Van veel boeken te maken is geen einde! Welnu, de artikelen zijn teveel om het allemaal te kunnen lezen. Ik troost me met de gedachte dat als men enkele goede publicaties gelezen heeft men eigenlijk alles gelezen heeft.
Ik ben gevraagd te spreken over 'Kerkelijk beleid en belijden inzake de vredesproblemen'. Dan wil ik beginnen met te herinneren aan een hartekreet in Het Getuigenis, dat in 1971 door een zestal hervormden werd uitgegeven en dat zo'n sterke respons kreeg in de gemeenten. Het Getuigenis - u wéét het ongetijfeld nog - werd opgesteld door prof. dr. G. C. van Niftrik, terwijl hij in de nadere uitwerking en precisering werd geflankeerd door prof. dr. H. Jonker, prof. dr. G. P. van Itterzon, dr. W. Aalders, mevr. mr. J. A. van Ruler-Hamelink en ondergetekende. Aan het slot van dat Getuigenis werd gezegd: De kerk zal weer moeten worden een ark van Noach, die veiligheid en redding biedt als de golven van het oordeel Gods over de wereld gaan. Daartoe zal zij moeten leven uit het verbond met diè God, die de Alfa en de Omega is, en met die Christus, die gisteren en heden Dezelfde is en tot in eeuwigheid' (Hebr. 13 : 8). De Heere God, de God die met mensen een verbond sloot, is het begin en het eind van de geschiedenis. Hij leidt de geschiedenis naar het door Hem bepaalde doel. Hij leidt ook de geschiedenis dóór de oordelen heen. Want oordelen zijn er. Niemand zal toch willen beweren dat wapenen, en zeker niet kern-wapenen met hun alles-vernietigende mogelijkheden, heil brengen. Ze brengen verwoesting, afgrondelijke decadentie van Gods schepping en van het menselijke leven, kortom oordeel. Was het dan niet te gewaagd als in het Getuigenis gesproken werd van Gods oordelen? Toch niet... De weg, die de Heere God met de volkeren gaat, is niet alleen een weg van heil, ze is ook een weg van oordeel. 'Zijn weg is in de zee en Zijn pad in de diepe wateren', zegt de Psalm. 'Hij schept het licht en het duister', zegt de profeet. Het heeft te maken met de ondoorgrondelijkheid van het raadsel van Gods geschonden, gebroken schepping. Maar in die oordelen, in de hele kreunende gang van de geschiedenis - waaraan kanten zijn, die voor ons mensen zeer verborgen zijn - is de kerk een ark der Getuigenis. Smalend hebben Leidse studentendominees toen - in 1971 - gezegd: 'in de ark, in de kerk zei de dominee'. Maar méér dan ark kan de kerk niet zijn. Toch zeggen we - en dat is het kwetsbare, het weerloze en intussen machtig-bemoedigende van de boodschap van de kerk - 'Hij is onze Vrede'. Christus is Vredevorst. Hij bewaart, dwars door de oordelen heen. Als er niets bemoedigends meer is in de donkerte van de tijd, als wapens vermenigvuldigen, als raketten zich opstapelen, als oorlogen toeslaan in toenemende mate, als de chaos alleen maar toeneemt, zegt Hij: Ik ben Vrede. Gelóóf het maar. 'Mijn vrede geef Ik u' - zegt hij - maar; 'niet zoals de wereld hem geeft geef Ik hem u'.
Aards gericht
Dat brengt me op het tweede. De kerk moet niet zo aards gericht zijn. De kerk moet niet denken dat we de geschiedenis naar onze hand kunnen zetten, om het rijk van vrede te kunnen vestigen. Jawel, we hunkeren er allen naar, maar we zien in de voortschrijding van de geschiedenis de realisering ervan naar steeds verdere horizonten schuiven. Het komt maar niet, dat Rijk van vrede. En daarom worden de heilsidealisten agressiever, want dopers ongeduldiger. Maar wie heil verwachten, krijgen nieuwe kracht om ook vandaag weerbaar en standvastig te zijn. We zijn te eenzijdig aards geworden. We zijn overrompeld door wat ons vandaag overkomt in het kerkelijk spreken, schreef drs. H. de Jong in Opbouw. Hij signaleert dan de jaren lang gevoerde discussie over horizontaal-verticaal. Geen sterveling, die deze twee-poligheid van het christelijke leven ontkent, maar de twee-poligheid werd één-poligheid. De kerk is zo in de ban van die discussie gekomen, dat ze het gevaar loopt alleen nog maar de aarde te zien en dan te vergeten dat ook de Hemelvaart van Christus een feit is, een Heilsfeit. Dat daarom christenen in de 'hemel mogen wandelen'. Want Christus is onze Vrede. En we mogen Hem daarvandaan verwachten. Meer heeft de kerk niet te bieden, maar minder ook niet.
Profetie
Wie nu denken mocht, dat ik ervoor zou willen pleiten om louter in de hemel te vertoeven, vergist zich. We leven immers hier, met onze kinderen, ook in de sfeer van de dreiging, die het kernwapen oproept. Welke boodschap heeft de kerk dan? Wat is dan vandaag kerkelijk beleid, kerkelijk spreken vanuit kerkelijk belijden, dat niet de gewetens van mensen bindt in hun eigen verantwoordelijkheid op de plaats waar ze staan - zeg in de politieke besluitvorming - maar dat hen bemoedigt in het uitvoeren van hun roeping? Ik kan geen andere weg zien dan die van de profetie. Profetie, die alles te maken heeft met het totale tijdsbeeld. Profetie, die de cultuurcrisis waarin we ons bevinden bloot legt. Een cultuurcrisis, die beheerst wordt door modern egoïsme, en eigenmachtig denken, met handhaving intussen van groteske tegenstellingen in de wereld; maar vooral door bestaansvervreemding van de mens, die los van God geluk zoekt, maar ontreddering vindt.
Het leven vandaag is ideologisch welhaast getweeëndeeld. We worden opgeroepen Marx of Jezus te volgen. De gulden middenweg bestaat niet, zei dr. F. de Graaff in zijn afscheidspreek te Hattem enkele weken geleden. Geen gulden middenweg, want dat is altijd een ver-gulde middenweg. We kiezen voor Marx of voor Jezus en niet voor een verbinding tussen die twee; ook al heeft Marx de schijn van aan te sluiten bij wat Jezus beoogde. Marx belooft heil in de geschiedenis. Jezus belooft Heil dóór de geschiedenis héén. Wanneer dan vandaag de ideologie van Marx zo wijdverbreid is, dat mensen erdoor gekneveld worden, dan zegge de kerk profetisch 'nee'. Een hartstochtelijk 'nee' in de strijd van Jezus tegen de machten. Ze zegge echter ook profetisch nee tegen het zégenen van de wapenen. Want dat is óók ideologie.
De kerk mag - van eigen aard als ze is - het alledaagse leven met de dreigingen en de machten, die die dreigingen opwerpen, profetisch uittillen boven het menselijke en juist het menselijk zondige. Ik heb er dan ook geen moeite mee - integendeel ik waardeer het positief - als een kerk zegt dat het kernwapen geen heil brengt voor mens en wereld (hoe zou het kunnen!). Ik heb er óók geen moeite mee als de kerk een schreeuw geeft naar de samenleving toe om te zeggen: zó mag en kan het niet. Zó moet het op een totaal fiasco uitlopen. Maar laat ze ook niet vergeten te zeggen: We erkennen geen andere heerschappij in het leven dan die van Jezus Christus. Wat de Barmer thesen in de Tweede Wereldoorlog hebben geproclameerd is toch ook vandaag uiterst actueel. Wij erkennen geen andere macht in deze wereld dan die van Christus. We hebben te kiezen, voor of tegen Christus, die de Kurios is. Om zo op te roepen tot weerbaarheid, om van daaruit het leven vandaag vanuit de Hoop te kunnen leven.
Symptomen
Dat brengt me op het volgende punt. Een kerk die alleen aan symptoombestrijding doet, faalt in haar verantwoordelijkheid. Dat is de kwalijke kant van het bondgenootschap, dat de kerk heeft gemaakt met het I.K.V. Tijdens de vergadering van de Zwingli-Bond in Lunteren laakte oud-kamerlid J. H. Scheps (P.v.d.A.) de tirannie van het I.K.V. Hij noemde het 'de grootste blunder van onze tijd', dat de kerken het I.K.V. hebben ingesteld in plaats van het vraagstuk van de kernbewapening zélf te behandelen. 'De kerk had ons eerst de noodzaak van geestelijke weerbaarheid moeten laten zien', zei hij. Ik sluit hierbij gaarne aan. Kernbewapening is een symptoom van onze apocalyptische tijd. Zal de kerk dan op symptomen betuttelen? Dat is géén profetie.
Elke mens, in welke beroepssfeer hij ook bezig is, maakt vuile handen. Geen schone handen, die - ik ga uit van de christen - hij op kan heffen naar de volkomenheid van het Rijk Gods. Het moderne leven wordt door vuile handen beheerst. Mient Jan Faber weet echter niet (meer) van vuile handen. Hij wil ze schoon houden. Maar slechts op één punt. Hij wil ze met name schoon houden als het gaan om de bewapening. Hij maakt ze intussen toch vuil, omdat hij ideologieën over ons haalt, die ons zullen knechten. De zuiverheidsideologie met betrekking tot de vrede krijgt een is-gelijk-teken met een önzuiverheidsdenken als het gaat om de machten, die de geest van de mens willen binden.
Politiek?
U verwacht nu intussen een politieke uitspraak ten aanzien van het al of niet plaatsen van de kruisraketten? Die uitspraak doet de kerk niet. Die doe ik ook niet. Ze laat die uitspraak aan de politici over. Ik besef dat dit een kwetsbare uitlating is. Want politici zijn ook maar gewone jongens. Moeten 150 van zulke gewone jongens het dan in het parlement maar gaan uitzoeken? Honderd en vijftig politici zijn dan altijd nog méér dan 56 afgevaardigden naar een hervormde synode of dan 80 afgevaardigden naar een gereformeerde synode. Afgevaardigden vertegenwoordigen echter iets. De volksvertegenwoordigers handelen Coram Deo - voor het Aangezicht Gods - met hun deskundigheid. Synodeleden handelen óók voor het Aangezicht Gods, vanuit hun ambtelijke verantwoordelijkheid, die onderscheiden is van het ambt van de overheid. Zij mogen zeggen: 'zo spreekt de Heere'. Ze mogen daarbij zelfs absolute taal spreken als ze maar weten dat ze in Gods Naam spreken. Maar ze mogen die absoluutheid in afgeleide zaken niet opleggen aan hen, die alleen kunnen werken met vuile handen, namelijk de politici. Als we dit onderscheid tussen het gezaghebbende spreken van de kerk en van het 'in gebreke' handelen van de overheid niet meer weten over te brengen, dan zitten we op een doperse lijn, waarvan het einde is de anarchie, de chaotische samenleving. Maar er is dan ook geen sprankje licht meer als het menselijk falen daar is. Terwijl de kerk dan toch zeggen mag: Christus is (uiteindelijk) onze Vrede, want onze Verzoening. In de recente uitspraken van de Kerken m.b.t. het niet plaatsen van kruisraketten ligt een miskenning van het ambt der overheid en een implicite oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid.
Renate Rubinstein
Ik sluit af met een voor ons christenen ontdekkende uitspraak van Renate Rubinstein in haar boekje 'Met gepast wantrouwen', notities over de Hollandse ziekte, de Hollanditis, die de koorts van de vredesbeweging in zich heeft. Haar verhaal heeft dubbele Joodse bodems. Tóch citeer ik, op gevaar af verkeerd begrepen te worden:
'Het kernwapen zal Gods schepping vernietigen', zegt de christen en wijst het daarom af. Ik vraag me af hoe vroom deze gedachte is. Als de aarde de schepping van God is, moet Hij ook voorzien hebben dat Zijn schepselen het hele cadeau zouden kunnen laten ontploffen. Er zijn nu twee mogelijkheden: of Hij wil ons en onze hele planeet kwijt, bijvoorbeeld omdat Hij elders bezig is Zijn heelal uit te laten dijen, of Hij bestaat niet en wij zijn Zijn schepping niet en nooit geweest ook. Een derde mogelijkheid is dat Hij een Wonder verricht. Het zal er dan wel weer, net als de laatste keer, uitzien als een straf. Wij lezen immers dat toen de mensen in hun overmoed een toren bouwden, die de hemel dreigde te raken. God de zaak in ogenschouw nam en de mensheid strafte met de Babylonische spraakverwarring. Tot dan toe hadden alle mensen één taal gesproken, maar van toen af konden de volkeren elkaar niet meer verstaan. Mijns inziens is dit echter altijd verkeerd geïnterpreteerd, want het was geen straf, het was in werkelijkheid onze redding. Doordat ze elkaar niet meer zo goed begrepen konden de volkeren zich, weliswaar in eeuwige wedijver maar toch, overeind houden. Het lijkt er echter op dat de Heer (e) een fout heeft gemaakt. Hij zag één gemeenschappelijke taal over het hoofd. Niet het Esperanto, bedoel ik, maar de wiskunde. De letters schudde Hij door elkaar, maar de cijfers liet Hij ongemoeid. Het gevolg is dat alle volkeren nu hun kernwapen kunnen maken en als er niet gauw een Babylonische rekenverwarring ontstaat, zal dat ons de das omdoen. Als ik in God geloofde zou ik, zwak als ik ben, op een Wonder hopen (wat ik zonder dat geloof trouwens ook doe), maar als ik niet zo zwak was en gehecht aan al het bestaande, zou ik mij dan niet moeten schikken in wat kennelijk Zijn wil is? Als Hij Zijn schepping niet vernietigd wil zien dan gebeurt het niet, maar als Hij het wel wil, zou op de gelovige dan niet de plicht rusten om het aanstaande einde niets in de weg te leggen? '
Sterker
Ik zeg het sterker, zonder overmoed!, Bijbels-geloviger. Jezus is Kurios, Heere over Zijn schepping. Hij is onze Vrede, Hij zal het zijn tot het einde en ook daarna. Méér heeft de kerk niet te zeggen. Maar dit is wél haar Boodschap. Als de kerk echter de echte Vrede uitroept, zal ze ook mensen motiveren om Vredestichters te zijn, met alle politieke consequenties vandien.
De synoden van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de Gereformeerde Kerken waren evenwel toch te aards gericht. Ze hebben op een heil-loze wijze het dilemma horizontaal-verticaal (wat géén dilemma is) doorbroken. Ten gunste van een aards-gericht evangelie dat geen Evangelie is. Wij zullen dat dilemma niet doorbreken in een louter hemels-gerichte wijze van bestaan. We blijven de aarde trouw en verzetten ons tegen haar totale vernietiging, zullen alle politieke krachten oproepen om een teken te stellen om die vernietiging te voorkomen, maar niet door de politici vóór te schrijven. Maar we zeggen door alle raadselen van de geschiedenis heen: Hij is onze Vrede, Hij alléén! Kwetsbaar, maar geloofwaardig.
V. d. G.
Bovenstaand als inleiding bedoeld stuk werd uitgereikt op de vergadering van het Hervormd Beraad Vredesvraagstukken (H. B. V.) op zaterdag 2 juni 1984 in de Brug te Amersfoort. Thema: 'Kerkelijk beleid en belijden inzake de vredesproblematiek'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's