De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Kerk en jeugd

Dat is in allerlei opzichten een veel besproken thema, en toch een relevant thema. Allereerst vanuit de Heilige Schrift gezien. In het Oude en Nieuwe Testament treffen we allerlei gedeelten aan waaruit blijkt hoezeer de zorg van God zich uitstrekt tot de jonge leden van het volk van God, de gemeente die in de lichtkring van het Verbond staat. De Pinksterbelofte van Joël 3 en Hand. 2 noemt speciaal ook de jongeren. En altijd weer hebben deze woorden als signaalwoorden gewerkt: Hoe kunnen we deze zorg en aandacht gestalte geven in het kerke werk.

Maar ook vanuit de praktijk van het gemeenteleven is het een belangrijk thema. Enerzijds zien we ten aanzien van de kerk een groot stuk vervreemding in de jongerenwereld. Soms leidt dat tot een vervreemding van het geloof, soms tot een breuk met tradities, soms tot een overgang naar de vrije groepen. Anderzijds is er bij vele jongeren een sterk verlangen om in woord en daad bezig te zijn in de gemeente, vanuit een diepe betrokkenheid op het Woord van God. Daarom zijn jongerenpastoraat en jeugddiakonaat belangrijke aangelegenheden in de bezinning op het kerkewerk. En het hart van dit kerkewerk is de eredienst. Het opinieweekblad Koers van 25 mei had een gesprek met prof. dr. H. Jonker waarin met name de relatie tussen kerk en jongeren naar voren kwam. Op de vraag: 'Kunt u zich voorstellen dat jongeren deze tijd als erg bedreigend beleven en als weinig hoopvol? En dat ze er ook weinig in terugvinden van de beloften van het Evangelie? antwoordde prof. Jonker:

"Dat kan ik me deels indenken, maar we moeten toch wel begrijpen dat de beloften toch altijd beloften Gods zijn, die altijd aangezegd worden in elke tijd. Van de realisering van de beloften zie je nog niet zoveel vanwege het ongeloof van de tijd waarin we leven, nu en vroeger, dat is hetzelfde."

Wat betekent dat voor het kerk-zijn vandaag? "Dat de kerk teruggeworpen wordt op de beloften van de Here God in Zijn Woord, dat we van daaruit hebben te werken naar buiten, ook in deze tijd en naar de werkelijkheid waarin we ons bevinden."

Wat betekent dat praktisch, als we letten op de wijze waarop de kerk dat doet, vergeleken met vroeger? Kan dat nog net zo als dat vroeger ging? "U had het over de jongeren? Het betekent voor mij, dat ik vind dat de jongeren veel meer bij het kerkewerk betrokken moeten worden, om nu eens even een praktisch voorbeeld te geven. Het kan niet meer zoals vroeger, dat de kerkeraad bestaat uit oude mensen en dat de jongeren half of niet mee mogen doen. Ik vind dat de jongeren veel meer, vooral de daarin geïnteresseerde jongeren, veel meer een kerkelijke opdracht zullen moeten vervullen, ook als kerkeraadslid. Dus ik ben voorstander van een verjonging van de kerkeraad en dat de ouderen dan terugtreden. En dat ook de ouderen dat geloven en vertrouwen in jongeren stellen."

Als jongeren in de kerk bezig zijn, dan ervaren zij een aantal dingen anders dan ouderen. Zij leven in een heel andere wereld dan ouderen. Dat betekent ook, dat jongeren ruimte zullen vragen in de kerk. Hoe kijkt u daar tegenaan?

"Daar sta ik positief tegenover, ik meen dat de jongeren die ruimte moeten krijgen."

En waar denkt u dan concreet aan?

"Nou, wat ik net zei, dat ze onder andere deel van de kerkeraad uitmaken, dat ze meedoen in de liturgie in de diensten, eventueel in de voorbereidingen voor de diensten, de problemen die naar voren komen. De jongeren zijn bezig met de zaken meer te concretiseren naar het leven dat ze zelf leven en die willen zich daarin herkennen, ook in het werk van de kerk."

Maar jongeren kunnen in een t. v. - tijdperk bijvoorbeeld moeilijk drie kwartier naar een preek luisteren. En jongeren hebben vaak moeite met de liederen uit de achttiende eeuw. Ze voelen zich meer thuis in eigentijdse liederen, die iets anders van inhoud en zeker ook anders van vorm zijn. "Daarom moet er ook hoogstens een half uur gepreekt worden, ik vind een half uur genoeg. Maar dat geldt niet alleen voor jongeren, dat geldt ook voor ouderen. De mens is zo visueel ingesteld; er moet ook kernachtig gepreekt worden, puntiger. Dat komt door de kranten. De kranten zijn er op uit om bepaalde informatie zo puntig mogelijk mee te delen; dat lees je aan de titels van de artikelen, aan de mededelingen, en dat wordt eruit gehaald. En ik vind dat het ook in de preken puntig en kernachtig gezegd moet worden. Want dan is het preken in een half uur soms wel moeilijker dan drie kwartier, om kernachtig de zaken te zeggen. En die kant moeten we op. En dat geldt niet alleen als een wens voor de jongeren, maar ook voor de ouderen. En dan verder het visionaire, vroeger kon men anderhalf uur achter elkaar luisteren, maar dat is helemaal voorbij, dus met dit moderne levensbesef heeft men ook in de prediking rekening te houden. En ik vind dat dat moet en dat dat kan. En dat je op die manier ook de jongeren bindt, want we hebben wezenlijke dingen te zeggen, die ook de jongeren betreffen."

In dat verband merkt Jonker nog op dat hij de angst voor veranderingen wel kan begrijpen, maar dat men niettemin vorm en inhoud moet onderscheiden. Het is mogelijk dat de inhoud, nl. het Evangelie dat voor alle tijden en plaatsen is, toch in een andere vorm kan worden gepresenteerd. Het is zaak dat we dit onderscheid erkennen. Anders verzanden we in heilloze discussies die ontaarden in een 'welles-nietes' debat. Vorm en inhoud hangen wel samen, maar vallen niet samen. En juist als we bedenken dat de Here God de brug wil slaan van het Woord naar ons hart, dan zullen we als mensen die in deze dienst mogen staan oog moeten hebben voor wat er leeft, voor de concrete omstandigheden, voor de vragen van nu. Het gaat niet om modieuze gebaren, maar om deze levenszaak: Hoe kunnen we getrouw aan de opdracht jongeren betrekken bij het concrete gemeente-zijn. Dat blijft in verschillende opzichten een boeiend avontuur, met dien verstande dat niet alles vast ligt in patronen die bekend zijn. Maar juist als we de traditie met een hoofdletter, nl. het ons toevertrouwde pand willen doorgeven dan zullen we dit avontuur niet kunnen en mogen ontgaan. En laten we juist, als er nog grote mogelijkheden zijn om jongeren te activeren tot deelname aan het gemeenteleven, deze mogelijkheden benutten. Niet maar vanuit praktische overwegingen, maar vooral vanuit de pastorale opdracht van Hem Die gezegd heeft: Weid mijn lammeren.

***

Vernieuwing van de gemeente

Het blad idea van de Evangelische Alliantie gaf als nummer 3 in de 5e jaargang een themanummer uit over 'Vernieuwing van de gemeente', een thema dat centraal staat in de arbeid van de E.A., mede doordat op de grote conferentie in Wheaton vorig jaar ook over dit thema is nagedacht. Uit een artikeltje van ds. W. Bouw citeren we:

'Enige tijd geleden kwamen christenen uit heel de wereld bijeen. Zij namen zich o.a. het volgende voor: "te bidden voor de kerk en voor de wereld, dat Christus Zijn kerk zal vernieuwen om Zijn wereld te bereiken". Ook veel christenen in Nedeland zien uit naar "de vernieuwing van de gemeente", opdat de gemeente weer werkelijke missionaire werfkracht zal bezitten en weer "tot lof van God zal zijn op aarde". Wij willen daarom een hartelijk beroep op u doen over dit belangrijke onderwerp met ons mee te denken en met name het onderstaande kritische te bezien en zonodig te corrigeren en/of aan te vullen en uw reacties aan de redactie van IDEA te zenden.

I. Een vernieuwde gemeente is een gemeente, die een nieuwe bewustwording heeft van wie God is, vooral in Zijn heiligheid en de liefde van Zijn Zoon.

II. Een vernieuwde gemeente is een gemeente, die haar zonde, o.m. in haar tekorten en schuld over alle onrecht t.a.v. Israël, gevoelt en met name openstaat voor de kracht en de leiding van de Heilige Geest.

III. Een vernieuwde gemeente is bij uitstek een gemeente, waar de vreugde ontspringt uit het horen van het Woord van God, de ontmoeting met Jezus en de gemeenschap met elkaar. Dit houdt onder meer in:

a. dat de Evangelieverkondiging in Bijbelse zin het primaat heeft;

b. dat de eredienst ook een werkelijke viering is, waarin we o.a. in het sacrament en het lied Jezus ontmoeten, waaruit een dagelijkse vernieuwing en bekering voortvloeit;

c. dat er wederzijdse bemoediging plaats heeft vanuit de hartelijke liefde en gemeenschap van leden van hetzelfde lichaam, die elkaar tot een hand en een voet willen zijn en verdeeldheid trachten te doorbreken.

IV. Een vernieuwde gemeente is niet minder een gemeente, die een leerschool voor discipelschap tracht te zijn. Dit komt onder meer tot uiting:

a: doordat de leden van de gemeente ontdekken, dat gemeente-zijn geen vrijblijvende zaak is;

b: doordat elk lid van de gemeente - vanuit zijn of haar gave - in het geheel verantwoordelijkheid leert dragen;

c: doordat elk lid geleerd wordt de omgang met God en Zijn Woord te beoefenen.

V. Een vernieuwde gemeente is een gemeente, die in de wereld een gezonden gemeente weet te zijn;

a: doordat alle leden in een getuigende levensstijl leren te leven, zowel in het gebruik van hun geld en bezittingen als in het op een andere wijze 'leven én doorgeven' van het Evangelie, veraf en dichtbij;

b: doordat de leden een gevoeligheid leren ontwikkelen voor de vragen en noden in de (wereldwijde) samenleving, in de spanning tussen isolationisme en wereldgelijkvormigheid;

c: doordat de leden in hun dienst en getuigenis aan de wereld niet geblokkeerd worden door niet-bijbelse gemeentestructuren.

Vernieuwde gemeenten hebben ook zelf leiders, die vervuld zijn met de Heilige Geest en bereid zijn door hun onderwijs en levenswandel de leden toe te rusten tot een grotere groei en volwassenheid in de kennis en liefde van Christus.

Vanuit deze noties wordt dan het palet van het gemeenteleven bezien: Kringwerk, kinderwerk, zending, diakonaat, sociale hulpverlening, pastoraat, persoonlijke en structurele vernieuwing, 'k Meen dat het voor elke gemeente een zeer aangelegen zaak is om vanuit het hart van de Schriften hiermee bezig te zijn. Zelf trof me bij de lezing van dit nummer de grote aandacht voor het gebed. Geciteerd wordt een uitspraak van Samuel Chadwick: 'Satan is niet bang voor bijbelstudie, werk of godsdienst zonder gebed. .. maar hij siddert als mensen gaan bidden'. Goed om eens over na te denken. Wat betekent, persoonlijk en gemeentelijk, het gebed in ons leven?

***

Barmen 1934 - 1984

Vijftig jaar geleden verschenen in Duitsland de zgn. Barmer-thesen, waarin krachtig stelling genomen werd tegen die Duitse christenen die zich stelden achter het nationaal-socialisme en tegen het nazisme zelf. Nadrukkelijk werd beleden dat Jezus Christus het ene woord Gods is dat we in leven en sterven hebben te gehoorzamen, en met die belijdenis werd de bloed- en bodem religie afgewezen. Het is goed na 50 jaar opnieuw aandacht te vragen voor dit alles. In Centraal Weekblad van 25 mei schrijft Prof. dr. K. Runia over de aktualiteit van Barmen vandaag:

'Dat deze verklaring in de situatie van 1934 een door en door aktueel woord was, zal ieder begrijpen. Hier werd een onmiskenbaar duidelijk "halt" toegeroepen aan het nieuwe heidendom dat de Duitse Evangelische Kerk dreigde te verslinden. En dit halt bestond dan niet uit allerlei ingewikkelde theologische redeneringen, maar eigenlijk uit enkele duidelijke teksten uit de bijbel, die rechtstreeks op eigen situatie werden toegepast. Niemand kon de synode van Barmen ervan beschuldigen dat ze maar een "mening" ten beste gaf. De synode sprak vanuit het hart van het evangelie zelf: vanuit het ene Woord dat ons gegeven is, namelijk Jezus Christus, onze Heer.

De Verklaring van Barmen heeft in die tijd dan ook electrificerend gewerkt. Bij zeer velen gingen de ogen ineens open, en ze zagen op welk een gevaarlijke weg de Evangelische Kerk in Duitsland door de visie en houding van de "Duitse christenen" stond. Men kan wel zeggen dat deze verklaring in feite de doodsteek geweest is voor het Duitse christendom (al bleef het nog geruime tijd grote invloed uitoefenen). In de jaren na de tweede wereldoorlog is deze Verklaring door veel jonge kerken in de Derde Wereld overgenomen, omdat zij in deze woorden zich duidelijk bewust werden van de verleiding die henzelf ook voortdurend bedreigde, namelijk het aanvaarden van andere openbaringsbronnen naast de openbaring in Jezus Christus, zoals die in de Schrift betuigd is.

Is ze ook voor ons in het Westen nog steeds aktueel? Uiteraard mag men nooit uit het oog verliezen dat deze Verklaring in een bepaalde historische situatie is opgesteld en aangenomen. Het is een woord in een bepaalde tijd, tegenover een bepaalde verleiding voor de kerk geweest. Toch denk ik dat we moeten oppassen en ons niet te gemakkelijk van dit woord afmaken. De verleiding om in bepaalde historische ontwikkelingen of situaties een stuk openbaring te zien, is geenszins iets dat tot het verleden behoort. Kortgeleden kwam ik de volgende uitspraak tegen: "God wordt tot op vandaag ontmoet in de omgang met andere mensen, met vooral arme mensen, en in de bewegingen tot bevrijding van verdrukte mensen". Hoewel ik de motivering achter zo'n uitspraak begrijp en ook deel, vraag ik me toch af of we hier in feite weer niet terechtkomen op de weg die door Barmen is afgewezen. Natuurlijk is het een heel andere vormgeving. Het gaat niet om ras, bloed en bodem. Integendeel, hier komt men op vóór de ontrechten en verdrukten. Maar het blijft wel waar dat ook hier de geschiedenis zelf ineens het karakter van "openbaring" krijgt. In een volgende zin in hetzelfde artikel wordt het ook met zoveel woorden gezegd: 'Dit historisch proces waarin wij geëngageerd zijn laat op zijn beurt weer onvermoede aspecten van de "openbaring" ontdekken'.

Kunnen wij de geschiedenis inderdaad zo gemakkelijk "duiden"? Zijn we hier toch weer niet op de weg van andere openbaringsbronnen naast het Woord Gods dat in Jezus Christus is gesproken? Worden zo menselijke "revoluties" en "bevrijdingen" en "emancipatiebewegingen" niet tot openbaringsbron? Eerlijk gezegd, ik denk dat ook in onze tijd Barmen nog door en door actueel is.'

'k Meen dat Runia ten volle gelijk heeft. De fronten wisselen, maar de aanvallen blijven gelijk. Steeds weer is er de verzoeking naast het ene Woord Gods andere bronnen aan te boren. Vandaag is het gevoel en de ervaring in. Het gevolg is een vermenselijkingsproces waarin het hoge Woord overschreeuwd dreigt te worden door ervaringen van mensen. Het gevolg is ook een religieus humanisme dat in flagrante strijd is met de prediking der Schriften. Barmen 1934 vormt nog altijd een duidelijk signaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's