De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk bij Wilhelmus à Brakel (1635-1711)

Bekijk het origineel

De kerk bij Wilhelmus à Brakel (1635-1711)

10 minuten leestijd

Wanneer wij nu op Brakel zelf nader ingaan, treft ons in de eerste plaats zijn wijze van behandeling omtrent te kerk en met name de plaats, die hij in zijn Redelijke Godsdienst aan de kerk toekent.

Brakel en de Nadere Reformatie

In het kader van deze serie artikelen over de Kerk was het eigenlijk de bedoeling om na te gaan, hoe de Nadere Reformatie over de Kerk heeft gedacht. Belangrijk zou dit zijn, omdat in deze periode, die globaal de 17e en 18e eeuw bestrijkt, de Nederlandse kerk van de reformatie steeds meer in verval is geraakt. Het is echter niet doenlijk om in het bestek van een beperkt aantal artikelen daarvan een weergave te geven, die enigszins bevredigend is. Daarom heeft de redactie ertoe besloten om één belangrijke vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie uit te kiezen om aan de hand van zijn beschouwing over de Kerk enkele typerende kenmerken te schetsen, die min of meer ook voor vele andere woordvoerders van deze beweging als karakteristiek kunnen worden beschouwd. Daarbij is op Wilhelmus a Brakel de keus gevallen. In de eerste plaats omdat hij geleefd en gewerkt heeft in een periode, die ongeveer in het midden staat van het tijdvak der Nadere Reformatie. Wij nemen deze Nadere Reformatie dan in een ruime zin en laten daaronder ook de 18e eeuw vallen, hoewel die nogal eens in onderscheid van de Nadere Reformatie, die dan tot de 17e eeuw beperkt wordt, de eeuw van het Gereformeerde Piëtisme wordt genoemd. Brakel heeft precies op de drempel van de 17e en 18e eeuw zijn arbeid in de kerk van Nederland verricht. In die zin staat hij er dus middenin. De tweede reden, waarom wij de aandacht op Brakel vestigen, is, dat hij behoort tot die mannen van de Nadere Reformatie, die zowel in hun eigen tijd als ook lange tijd daarna de grootste invloed hebben gehad. Wat Brakel betreft is dat het duidelijkst af te lezen van de vele uitgaven, die zijn Redelijke Godsdienst heeft gekend. Alleen al in de 18e eeuw is dit zeer omvangrijke werk niet minder dan twintigmaal herdrukt. En in de eeuwen daarna is dat nog doorgegaan, tot in onze tijd toe. In de derde plaats behandelen wij Brakel, omdat hij niet alleen als stichtelijk en dogmatisch schrijver van grote betekenis is geweest, maar in het bijzonder zich ook heeft beziggehouden met de kerk. Voor dit laatste zijn er vooral twee concrete aanleidingen geweest. In de tijd, dat Brakel predikant in Rotterdam was (vanaf 1683) zijn er conflicten geweest tussen de kerkelijke gemeente en de plaatselijke overheid, waarin Brakel een leidinggevende rol heeft gespeeld. Het ging daarbij vooral om de vrijheid van de kerk ten opzichte van de overheid met name als het gaat om de keuze van een te beroepen predikant. Brakel wierp zich daarbij op als een vurig verdediger van de vrijheid van de kerk in zaken, die van strikt kerkelijkgeestelijke aard zijn en weerstond de bemoeizucht van de overheden.

Brakel en de Labadisten

Daarnaast is Brakel geconfronteerd met de separatistische beweging van Jean de Labadie, die vanaf ong. 1670 haar invloed over de kerk van Nederland begon uit te breiden. Als jong predikant heeft ook Brakel deze invloed in sterke mate ondergaan. Hij heeft de bekoring die ervan uitging diep doorvoeld, waardoor er een grote tweestrijd bij hem is ontstaan of hij de kerk zou trouw blijven óf met De Labadie haar zou verlaten. Door deze crisis heen is Brakel echter op dit punt tot grote duidelijkheid gekomen. Hij zag in, dat de bekoring van het Labadisme tegelijk een verleiding was, die krachtig dient te worden weerstaan. Daarom voelde Brakel zich gedrongen om tegen De Labadie en zijn volgelingen de pen op te nemen en in meerdere geschriften hen te bestrijden. Zijn voornaamste werk hieromtrent is zijn Leere en Leydinge der Labadisten Ontdeckt en Wederlegt..., verschenen in 1685. Voor een uitvoerige beschrijving van dit alles verwijzen wij naar het proefschrift van F. J. Los over Wilhelmus a Brakel (Leiden, 1892). Wij zullen in deze artikelen zo nu en dan ervan gebruik maken, maar vooral willen wij ons toch richten op wat Brakel over de kerk heeft geschreven in zijn reeds genoemde Redelijke Godsdienst. Dit stichtelijk-theologische standaardwerk verscheen voor de eerste keer in 1700, dus ong. 15 jaar later dan zijn bovengenoemd werk over de Labadisten. We zien, dat in die 15 jaren de zienswijze van Brakel op de kerk nog meer is gerijpt. Daarbij heeft hij in zijn Redelijke Godsdienst de ruimte om zijn gedachten over de kerk op een meer ordelijke en complete wijze weer te geven. Dat laatste is vooral de reden, waarom wij Brakels visie op de Kerk aan de hand van zijn Redelijke Godsdienst willen schetsen. Alleen wanneer het om een meer concrete invulling van bepaalde achtergronden gaat, zullen wij zijn specifieke geschriften tegen de Labadisten erbij betrekken.

Historisch en actueel

Nog één opmerking ter inleiding. De traditie, waarin wij staan, zowel geestelijk als kerkelijk, is in hoge mate bepaald door de Nadere Reformatie. Wij rekenen de mannen van de Nadere Reformatie mede tot onze vaderen, in wier spoor wij willen gaan. Daarom gaat ook hun beschouwing over de kerk ons zeer ter harte. Dit brengt ons ertoe om niet alleen historisch zo nauwkeurig mogelijk Brakels visie te vertolken, maar daarbij ons af te vragen, welke lering wij eruit kunnen trekken in de kerkelijke situatie, waarin wij ons op dit ogenblik bevinden. Tegelijk beseffen wij, dat de Nadere Reformatie ook slechts een beperkte tijd omvat en in een concrete historische context zich heeft voltrokken. Daarom is er tevens reden om achter de Nadere Reformatie terug te vragen naar de Reformatie zelf, en achter de Reformatie weer terug te vragen naar de Schrift. Wij zijn ervan overtuigd, dat deze methode van behandeling geheel in de geest van de Reformatie en Nadere Reformatie zelf is. Want de Reformatie en ook de Nadere Reformatie wilden immers met Gods hulp de Kerk reformeren, d.w.z. terugbrengen tot haar oorspronkelijke, bijbelse gestalte. Alleen al om die reden lijkt het ons bijzonder urgent en vruchtbaar hun denken over de kerk te volgen en te onderzoeken.

Afwijkende volgorde

Wanneer wij nu op Brakel zelf nader ingaan, treft ons in de eerste plaats zijn wijze van behandeling omtrent te kerk en met name de plaats, die hij in zijn Redelijke Godsdienst aan de kerk toekent. Opmerkelijk is namelijk, dat Brakel over de kerk gaat handelen, nadat hij direct daaraan vooraf over Christus heeft gesproken. Dus, om het wat theologisch uit te drukken: de ecclesiologie volgt op de christologie. Nadat hij dan over de kerk heeft geschreven, volgt daarop het werk van de Heilige Geest, dat zich concretiseert in een behandeling van de zgn. orde des heils, die begint met de roeping en eindigt met de aanneming tot kinderen. Dus, weer theologisch geformuleerd: na de christologie volgt de ecclesiologie. En na de ecclesiologie volgt de pneumatologie of wel de soteriologie, het werk van de Heilige Geest en de leer des heils in de engere zin des woords. Dan volgt daarop nog een behandeling van de sacramenten, die dus aan het eind staat, behoudens een tweetal hoofdstukken over specifieke thema's als het leven des geloofs op de beloften en waarschuwingen tegen allerlei dwaalgeesten.

We moeten even uitdrukkelijk op deze volgorde letten: christologie-ecclesiologie-pneumatologie. De leer van de kerk volgt direct op de leer aangaande Christus, en zij gaat aan het werk van de Heilige Geest in de toepassing des heils vooraf. Het opmerkelijke hiervan wordt ons duidelijk, als wij deze volgorde van behandeling leggen naast die van Calvijn en de Ned. Geloofsbelijdenis. Calvijn heeft in zijn Institutie een andere volgorde. Die ziet er als volgt uit: Het werk van Christus: Boek II. Het werk van de Geest: Boek III. De kerk: Boek IV dus: eerst de christologie, dan de pneumatologie. En daarna pas de ecclesiologie. De kerk komt dus niet vóór het werk van de Geest, maar daarna.

Dezelfde volgorde vinden wij ook in de Ned. Geloofsbelijdenis. In de art. 17-21 wordt gesproken over de persoon en het werk van de Geest, toegespitst op de toepassing van de twee hoofdweldaden van Christus: de rechtvaardiging en de heiligmaking. Daarna komt de kerk aan de beurt, nl. in de art. 27-32, die weer gevolgd wordt door de sacramenten. We zien dus, dat er tussen Calvijn en de Ned. Geloofsbelijdenis een grote overeenkomst op dit punt bestaat. Maar bij Brakel treffen wij een opmerkelijke afwijking hiervan aan.

De kerk: uiterlijk hulpmiddel óf gestalte van het heil?

Wat Calvijn betreft komt er nog een punt van verschil bij. In zijn Institutie behandelt Calvijn niet alleen de kerk in boek IV nadat hij in boek III over de Heilige Geest en zijn werk heeft gesproken. Maar ook rekent hij de kerk onder 'de uiterlijke hulpmiddelen door welke God ons tot de gemeenschap met Christus nodigt en in haar houdt' (titel van het vierde boek). Opvallend is daarbij de aanduiding 'uiterlijke hulpmiddelen'. De kerk behoort dus niet zozeer tot het heil zelf als wel tot de middelen om tot dit heil te komen.

In dat licht bezien is het dus niet alleen een kwestie van volg-orde als de kerk na het werk van de Geest wordt behandeld, maar ook een kwestie van rang-orde. Het eigenlijke heil zoals dat door Christus is verworven en door de Geest wordt verkregen. wordt in het tweede en derde boek aan de orde gesteld. En de weg ertoe, de uiterlijke middelen waardoor dit heil verkregen wordt, daarover lezen wij in boek vier. Deze volgorde inclusief rangorde wijst erop, dat Calvijn het heil in Christus zelf als een bij uitstek geestelijke werkelijkheid heeft gezien, waarbij vergeleken de kerk een meer uitwendige zaak is. En omdat er een grote nadruk op het geestelijke valt, komt de kerk als uiterlijk hulpmiddel en in die zin als een secundaire zaak, zij het onmisbaar, achteraan.

Als wij dit nu vergelijken met wat Brakel over de kerk schrijft en welke plaats hij haar toekent, komt opnieuw het verschil duidelijk uit. Voor Brakel behoort de kerk tot het heil zelf, omdat ze behoort tot het Verbond zelf. De kerk is de belichaming van het Verbond. Daarom hoort ze thuis in het hart van het heil des Verbonds. Als het erop aan komt zelfs nog voorafgaand aan de weldaden des Verbonds die aan de gelovigen door de Geest ten deel vallen. Zo zien wij, dat de kerk bij Brakel, ook in het licht van de traditie, een markante plaats krijgt en, daarmee verbonden, een uiterst belangrijke betekenis wordt toegekend. Natuurlijk komt dan de vraag op, waaruit die markante eigen plaats van de kerk inhoudelijk bestaat en welke motieven daarachter liggen. Daarop willen wij in een volgend artikel nader ingaan.


Zoals we al eerder aangekondigd hebben verschijnt in ons blad een serie artikelen over de Kerk. Na de artikelen, die drs. K. Exalto geschreven heeft over de kerk in de gereformeerde belijdenisgeschriften, volgt thans het tweede deel in deze reeks van de hand van prof. dr. C. Graafland over 'De kerk bij Wilhelmus à Brakel'. In verband met de vragen van het kerk zijn, ook in het kader van Samen op Weg, is het goed om ons fundamenteel met de leer aangaande de kerk bezig te houden. Na de artikelen van prof. Graafland volgt een serie over het geding Kuyper-Hoedemaker in de vorige eeuw en het geding tussen Kuyper en Vos.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De kerk bij Wilhelmus à Brakel (1635-1711)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's