De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geert Grote (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geert Grote (I)

8 minuten leestijd

De beweging die door Geert Grote op gang is gebracht, de moderne devotie, heeft een eigen karakter gedragen. Zij was ten eerste laat-middeleeuws, ten tweede Nederlands en zij was ten derde, althans in het begin, niet kloosterlijk.

Herdenking

Over een paar maanden, op 20 augustus van dit jaar, zal het 600 jaar geleden zijn dat te Deventer, op 4 jarige leeftijd, Geert Grote overleed. Tentoonstellingen zijn georganiseerd te Utrecht en te Deventer, om het levenswerk van deze man, die voor de geschiedenis der kerk in ons land zijn betekenis heeft gehad, opnieuw in de belangstelling te brengen.

Het gaat daarbij niet enkel om de persoon van Geert Grote, maar vooral om de beweging die door hem op gang is gebracht, en die men pleegt aan te duiden met de naam moderne devotie, en de invloed die door hem is uitgeoefend op het kerkelijke en geestelijke leven in ons land, en enigermate ook daarbuiten.

De beweging die door hem op gang is gebracht, al genoemd de moderne devotie, heeft een eigen karakter gedragen. Zij was ten eerste laat-middeleeuws, ten tweede Nederlands en zij was ten derde, althans in het begin, niet kloosterlijk.

Hiermee zijn door mij al dadelijk een drietal eigenschappen van deze beweging aangeduid, waarop evenwel nog wel het een en ander valt af te dingen. Maar het is ook niet zo gemakkelijk om de moderne devotie naar waarheid te typeren. Als dr. R. R. Post aan het einde van zijn boek: De moderne devotie (Amsterdam 1940) de rekening wil opmaken, en met een paar woorden wil aanduiden wat nu eigenlijk het eigenaardige van de moderne devotie is geweest voelt hij zich verlegen. Hij komt dan tot de conclusie dat eigenlijk alles wat de mannen van de moderne devotie, Geert Grote, Florens Radewijns, Gerard Zerbolt van Zutphen, Tomas à Kempis en wie men ook maar noemen wil, voorstonden, er vóór hen ook al was. Eigenlijk zouden zij niets nieuws hebben voortgebracht; zij zouden alleen maar, aldus Post, het een en ander bewaard hebben, en doorgegeven hebben aan hun eigen tijd en later, en zij zouden alleen maar in ernst boven hun tijdgenoten hebben uitgeblonken. Dit nuchtere betoog zou weleens meer in acht genomen moeten worden, nu men ook heden de moderne devotie herdenkt, dank zij de overlijdensdatum van de stichting van deze beweging 6 eeuwen geleden.

Maar het woord 'modern' is verleidelijk. Allerlei lieden die niet al te zeer historisch ter zake kundig zijn beluisteren er iets van onze eigen tijd in. En het staat zo goed, om zo'n oud verschijnsel nog weer eens te actualiseren, en te zeggen dat ook wij aan een 'moderne devotie' toe zijn. Een beetje vroomheid, maar vooral modern, dat wil zeggen: rekening houdend met allerlei actuele aangelegenheden als de (kern-)bewapening, de verhouding van de rijke tot de arme landen, enz.

Men ziet dan het typisch middeleeuwse, het typisch roomse van de moderne devotie over het hoofd. Er is geen sprake van dat de moderne devotie een voorloopster van de Reformatie zou zijn geweest en dat Geert Grote al een vroege geestverwant van mannen als Luther en Calvijn zou zijn geweest, of dat de moderne devotie een wegbereidster van de nieuwe, moderne tijd zou zijn geweest.

Levensloop

De levensloop van Geert Grote is eigenlijk gauw verteld. Pas de laatste jaren van zijn (kort) leven zijn ons uit de bronnen wat beter bekend. Hij werd geboren in de IJsselstad Deventer. In die tijd de belangrijkste stad van Overijssel. Zijn geboortejaar is 1340. Zijn ouders waren welgesteld, of beter: zeer rijk. Zijn vader was schepen van de stad, een aanzienlijk partriciër. Het gezin woonde in een mooi ruim huis. Geert was het enig kind van het echtpaar Grote. Hij was nog maar een knaap toen hij zijn beide ouders verloor. In 1350 woedde de pest in Deventer, die 'gesel' des middeleeuwen; zij kostte Geert zijn beide ouders. Na de stadsschool in Deventer bezocht te hebben, ging Geert op 15-jarige leeftijd naar Parijs, naar de beroemde universiteit de Sorbonne. Hier heeft hij heel wat jaren doorgebracht. Hij studeerde ruim, in tal van kunsten en wetenschappen: de medicijnen, het recht, de astronomie, de nigromantie (zwarte kunst) en de theologie. Tevoren, in 1358, had hij al de graad van magister artium (meester in de vrije kunsten) behaald.

Volgens zijn eigen getuigenis heeft de jonge Geert in zijn Parijse studiejaren een los en ongebonden leven geleid. Niet alleen deed hij aan 'zwarte kunst', maar ook was er op zijn uiterlijk zedelijk gedrag heel wat aan te merken. Latere tijdgenoten, die zijn leven beschreven, hebben dat bevestigd; maar moderne historici vermoeden dat het allemaal sterk overdreven is.

De ommekeer

Hoe dit ook zij, het staat vast dat Geert in 1374 een grote 'ommekeer' heeft beleefd. Hij kreeg, zoals men dat in die tijd pleegde te noemen, een 'inslag', hij beleefde de 'anxte Godes' (de schrik des Heeren). Men had ook in die tijd al een 'tale Kanaäns', en niet pas later in de tijd van de Nadere Reformatie.

Naar alle waarschijnlijkheid is Geert ernstig ziek geweest (hij had een zwakke gezondheid) en heeft hem dat tot nadenken gebracht. Andere biografen wijzen erop, dat hij een ernstig gesprek heeft gehad met Henricus Eger van Calcar, de prior van het kartuizerklooster Monnikhuizen, in de nabijheid van Arnhem; zij vermoeden dat dat gesprek voor hem beslissend is geworden. De 'ommekeer' of 'bekering' van Geert Grote zullen wij geheel in het licht van die tijd moeten zien. Honderden zijn bekeerd op dezelfde wijze als Geert Grote. En hij­ zelf heeft later door zijn prediking honderden mannen en vrouwen op dezelfde wijze tot bekering gebracht.

Bekering

Bekering betekende in die tijd: een radikaal vaarwel zeggen van de wereld, voortaan ascetisch leven, hoe ascetischer hoe beter en heiliger, bij voorkeur in een klooster. Wie tot bekering kwam, zag in de meeste gevallen voorgoed af van een huwelijk, en was hij getrouwd, dan kwam hij tot een volstrekte onthouding in het huwelijk. Bekering betekende angst hebben voor de hel, en sterk verlangen naar de dood en naar de hemel. Bekering betekende voortaan goede werken te doen, en zich daardoor de hemel waardig te maken, een hemels loon te verdienen.

Van déze aard was nu ook de bekering van Geert Grote. In zijn geschriften komt men ettelijke malen tegen het woord 'verdiensten' en het woord 'loon'. Dr. K. de Beer heeft in zijn boek: De spiritualiteit van Geert Grote (Nijmegen 1938) talloze voorbeelden hiervan gegeven.

Mr. Geertshuis

Kort nadat Geert Grote zijn ommekeer beleefd had en hij een ernstig mens was geworden, een 'devoot', deed hij, voor een deel, afstand van zijn ouderlijk huis. Wij zeggen: voor een deel! Dat typeert toch alles was Geert Grote gedaan heeft. Hij brak met de wereld en toch niet geheel. Hij prees de kloostergeloften en wilde ze toch niet afleggen. Hij vervloekte alle wetenschappen , maar behield zijn boeken en liet, tegen veel geld, ze van her en der komen om zijn bibliotheek er mee aan te vullen. Hij zei heel radikaal, dat het huwelijk een doodzonde is, en zei toch ook weleens, dat men ook binnen het huwelijk de volmaaktheid kan bereiken. Hij noemde alle huwelijksgemeenschap tussen man en vrouw zonder meer slecht en liet ze toch toe. Dat is het halfslachtige in Geert Grote geweest, waardoor men weinig vat op hem heeft, en waardoor iedereen uit zijn werken kan halen wat hem of haar het meest past.

Een gedeelte van zijn huis behield hij dus voor zichzelf. Het andere gedeelte stond hij af aan 'devote vrouwen', om er in te wonen. Daarmee was dan een Zusterhuis gesticht. Het instituut van de Zusters der gemenen levens was in het leven geroepen. Deze daad vooral heeft Geert Grote beroemd gemaakt.

In 1379 bepaalde Grote, dat zijn huis, het Mr. Geertshuis, alleen maar voor 'maagden' toegankelijk zou zijn.

Hun werkzaamheden werden geregeld. Zij zouden zich moeten wijden aan Gode welbehagelijke werken, als vasten, bidden, lezen van stichtelijke boeken, en wat handenarbeid om in eigen levensonderhoud te voorzien.

In principe stond het iedere maagd die was opgenomen vrij om, als zij dat wilde, het Mr. Geertshuis weer te verlaten. Ik zeg: in principe, want: in werkelijkheid was het bijna een onmogelijke zaak. Allereerst omdat men dan gezien werd als iemand die de 'wereld' weer had liefgekregen, wat een grote smaad was, maar verder ook omdat men dan zonder geld en brood op straat kwam te staan. Het was al gauw zo, dat men al wat men inbracht aan geld en goed, aan de gemeenschap afstond. En stierf een maagd, dan vervielen zonder meer al haar bezittingen aan het huis.

Oefenschool

Het Mr. Geertshuis is voor vele jonge vrouwen een oefenschool geweest. Zij kwamen hier onder leiding. Het was voor velen van hen ook een doorgangshuis. Zij kregen er de smaak van het monastieke leven te pakken. Heel wat Zusters uit de zusterhuizen (er verrezen er weldra meer) vonden van daaruit de weg naar een klooster. Vooral het klooster Diepenveen in het oosten van het land heeft heel wat van de Zusters als nonnen opgenomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geert Grote (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's