C. H. Spurgeon als praktisch-theoloog (3)
'De beste wijze om zondaren tot Christus te preken, is Christus aan zondaren te preken'.
Oorsprong van de prediking
De vorige keren reikte Spurgeon ons menig wetenswaardig en leerzaam gegeven aan betreffende de dienaren des Woords. Ditmaal letten we met hem niet zozeer op de dienaren, alswel op het Woord dat zij verkondigen, de boodschap die zij brengen. Spurgeon is ervan overtuigd dat de Heere Zelf de prediker belast met Zijn boodschap. Met andere woorden, de prediking is voor de prediker een last. (Vergelijk het begrip 'last' dat de oudtestamentische profeten gebruiken voor hun boodschap). Het is echter een lust om deze last kwijt te raken. Hoe meer last des te meer lust!
Welke inhoud heeft deze goddelijke last? Onmiskenbaar luidt het antwoord: 'De Schriften van het Oude en Nieuwe Testament'. De Heilige Schrift is bron en oorsprong van de prediking, daarin ligt 'de radix of wortel der Waarheid' en wij hebben 'ons te houden aan datgene wat God ons heeft geopenbaard'. Onze menselijke meningen en gedachten dienen genormeerd en getoetst te worden aan het Woord en zeker niet omgekeerd; 'onze mening over het Woord mag geen norm zijn voor de prediking'.
Het Woord van God laat zich niet vangen in een of ander waarheidssysteem en is der halve geen logische optelsom van waarheden, immers 'de menselijke geest is niet in staat de gedachten Gods te bevatten en uit te drukken, ze zijn te hoog verheven'.
Hoewel - naar we zagen - de prediker met de vezels van zijn bestaan betrokken is op de prediking, fungeert hij nochtans slechts als spreekbuis en echo. 'Waarachtige predikers herhalen wat hun is verteld. Zij verzinnen zelf niets'. Er valt een vergelijking te maken met 'een kind dat zijn geleerde lesje opzegt. Het komt ons niet toe de goddelijke openbaring te corrigeren, maar wij echoën die slechts ... Ik heb vast besloten me te klampen aan het naakte Woord Gods'.
Dit naakte Woord, deze geleerde les is geen dood, levenloos verhaal, maar een door Gods Geest doortrokken Woord en daarom principieel levenwekkend en levenbarend. Immers de prediker is diep afhankelijk van de Geest die dit Woord tot aanzijn bracht. De beademing van de Geest is levensnoodzakelijk. In Spurgeons eigen woorden luidt het: 'De beste hulp en toevlucht voor mij is steeds de grote Auteur van het Heilig Woord, namelijk de Heilige Geest Zelf. Hij heeft de sleutel voor elk slot en de oplossing voor ieder raadsel'.
Het is nodig dat de Geest het objectieve, geopenbaarde Woord subjectief, persoon-lijk aan de prediker openbaart; 'Ik ben geen volgeling van de Quakers (...) maar in zekere zaken ben ik het hartelijk met hen eens. Bijvoorbeeld wat betreft hun getuigenis van de speciale en directe vermaning en aanwijzing van en verlichting met de Heilige Geest'.
Juist omdat de prediking principieel een Geestesgebeuren is, kan en mag de prediker met gezag en autoriteit tot de gemeente spreken. Voorbeelden uit Spurgeons preken zijn de volgende zinswendingen: 'In Gods naam smeek ik u . . .'. 'In Gods naam beveel ik u zondaars, u te bekeren en te geloven'. 'Ik betuig in de naam des Heeren . . . kom!'
Inhoud van de prediking
Als nu de prediking zijn oorsprong vindt bij God en 'voortkomt uit Hem, Wiens gedachten hoger zijn dan onze gedachten', wat is dan wel zijn inhoud? Het antwoord op deze vraag formuleert Spurgeon als volgt: 'Predik immer en altoos Christus. Hij is het gehele Evangelie. Zijn Persoon, ambten en werk moeten ons ene grote, alles omvattende thema zijn. Gezegend is die prediking waarin Christus alles is!'
Vele colleges aan het Pastors' College heeft hij gevuld met en gewijd aan dit christocentrische thema. Aan de studenten wordt voorgehouden: 'Laat uw preken vol zijn van de Christus. Laat ze van het begin tot het einde overvloeien van het Evangelie. Wat mij betreft, broeders, ik kan niets anders preken dan Christus en Zijn kruis, want ik weet niets anders . . .' Op een andere plaats vat hij de verkondigingsthematiek bondig samen als: 'De beste wijze om zondaren tot Christus te preken, is Christus aan zondaren te preken'.
Het wachtwoord van Spurgeons prediking treffen we aan in de gedrukte prekenserie 'The Metropolitan Tabernacle Pulpit'. Daarin staan naast een embleem van de verhoogde slang in de woestijn (Num. 21 : 8; Joh. 3 : 14) de woorden afgedrukt: 'Wij prediken Christus en Dien gekruisigd'.
Opdat de verkondiging van het 'Christus alleen' geen holle klank en ijle kreet zou zijn, vraagt de Boodschap om een concrete inhoudelijke invulling. Dit betekent 'dat de waarheid duidelijk verklaard moet worden, zodat de gemeente de blijde Boodschap niet alleen hoort, maar ook kent'. Leerinhouden zijn noodzakelijk, want 'het ontbreken van opbouwende, leerzame waarheid is even erg als het ontbreken van bloem in het brood'. Dit instructieve, lerende element is onmisbaar, want 'prediking is nieuws en bevat informatie. Het omhelst instructie betreffende dingen die men weten moet'.
Om alle vluchtige beschouwelijkheid en vage abstractie te voorkomen, kan de verkondiging niet buiten een zekere systematischtheologische vulling; 'Het Evangelie is redelijk en het richt zich op het verstand. Het bevat stof om te overdenken en het is gericht op het geweten en de denkvermogens'. De proclamatie van het heil onderstelt informatie aangaande de inhoud; 'Als we de mensen niets leren dan kunnen we roepen "Geloof! Geloof! Geloof!", maar wat moeten ze geloven? Iedere vermaning dient gepaard te gaan met onderwijs of het heeft niets te betekenen. Vlucht! Maar waarom moet men vluchten? Dit vraagt om uitleg van de leer aangaande de straf der zonde. Vlucht! Maar waarheen moet men vluchten? Dan moet men Christus en Zijn wonden verkondigen, en de zuivere leer van verzoening door voldoening'.
Ook Spurgeons eigen preken getuigen van dit dogmatisch-didactische aspect. Hij zegt: 'De preken die het meest in aanmerking komen om zondaren te bekeren zijn volgens mij die preken die vol zitten met waarheid; de waarheid over de val, de waarheid over de wet, de waarheid over de menselijke natuur en de vijandschap jegens God, de waarheid van Jezus Christus, de waarheid van de Heilige Geest, de waarheid over de Eeuwige Vader, de waarheid over de wedergeboorte, de waarheid over de nieuwe gehoorzaamheid en hoe die te leren is, en al zulke grote waarheden meer. Geliefde broeders, vertel uw hoorders iets als u preekt! Vertel hen iets!'
Dit betekent echter niet dat alle waarheden in een preek moeten voorkomen; 'Geef liever de mensen een hoeveelheid ontoebereide waarheid dan dat u met veel vertoon en plechtigheid op een porseleinen schotel een keurig sneetje niemendal aanbiedt, opgemaakt met de peterselie der poëzie en gekruid met de saus der gemaaktheid'. Niet de prediker moet alles willen zeggen, maar voor de prediker moet de tekst alles te zeggen hebben; 'Wanneer u voorgeeft over een bepaald vers te preken, bent u het aan de majesteit van de inspiratie verplicht dat u het niet opzij schuift om ruimte te maken voor uw eigen gedachten', daarom 'moet het ons doel zijn de tekst met kracht en effect te gebruijcen waarbij dan de tekst voor zulk een gebruik geschikt moet zijn'.
Doel van de prediking
Nadat de inhoud van de prediking is beschreven als 'Jezus Christus en Die gekruisigd', volgt de vraag waartoe wordt er gepreekt? Wat is het doel van de prediking? Op deze vraag antwoordt Spurgeon: 'Het doel van de prediking is de eer van God'. Wat op zich een abstract begrip zou kunnen blijven, krijgt bij Spurgeon concrete vulling doordat hij de eer van God als het ware identificeert met de zaligheid van verloren zondaren. Met andere woorden, het doel van elke preek dient te zijn de verheerlijking Gods door het behoud van verlorenen. De volgende synonieme doelstellingen voor de prediking zijn aan te voeren als omschrijving van de ere Gods:
- zondaren redden 'De eer van God is ons voornaamste doel en wij trachten dat te bereiken door de heiligen op te bouwen en de zondaren te redden'.
- zielen winnen 'Wij moeten ons grote doel, de verheerlijking van God voornamelijk trachten te bereiken door zielen te winnen . . . Een ieder van ons moet met Simon Petrus zeggen: "Ik ga vissen" en evenals Paulus moet ons doelwit zijn: "Of ik ook enigen mocht winnen".'.
- verzoening 'Wij moeten bovenal de zielen-reddende leer van de verzoening duidelijk verkondigen. Wij moeten duidelijk en onmiskenbaar de plaatsbekleding prediken. Dit is het grote net van de vissers met het Evangelie: door andere waarheden worden de vissers in de goede richting getrokken of gedreven, maar déze waarheid is het net zélf'.
- rechtvaardiging 'Zullen de mensen worden gered, dan moeten we in de duidelijkste bewoordingen de rechtvaardiging door het geloof prediken, daar dit de manier is om de ziel de verzoening daadwerkelijk te doen ervaren'.
- bekering 'Arbeid in elk geval en met alle middelen om God door bekering te verheerlijken en rust niet voordat de begeerte van uw hart vervuld is . . . Zoals sneeuwballen ongeschikt zijn om als brandstof voor de kachel te dienen, zijn vele preken niet geschikt om zondaren te bekeren'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's