De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Historisch besef betekent geen nationalisme

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Historisch besef betekent geen nationalisme

9 minuten leestijd

Nationaal besef, dat in het verleden blijft steken kan eindigen in nationalisme.

Vandaag worden ook in ons land de Europese verkiezingen gehouden. In totaal 25 Nederlandse afgevaardigden, vertegenwoordigen negen partijen of combinaties daarvan, moeten het 433 personen tellen Europese parlement in Straatsburg gaan bemannen of bevrouwen.

De belangstelling voor de Europese verkiezingen is ongetwijfeld aanzienlijk minder dan voor verkiezingen in eigen land. Europa ligt nog verder van het bed van de gemiddelde Nederlander - als het over de politiek gaat - dan de landspolitiek vaak al ligt. Men ziet dezer dagen minder aanplakbiljetten. Mensen, die bij nationale verkiezingen steevast een biljet voor het raam hebben voor de partij van hun keuze, hadden het nu vaak niet. Anderzijds zijn er ook allerwegen discussies geweest over de waarde van het Europese parlement en bezwaren daartegen werden geuit van geheel uiteenlopende aard. Is bijvoorbeeld een dergelijk groot apparaat, met alle faciliteiten die nodig zijn om de Europarlementariërs onder te brengen of te verplaatsen en om de onderscheiden commissies te kunnen laten functioneren, niet te geldrovend. 'Wat kost het allemaal niet!' is een simpele uiting van twijfel bij de noodzaak van het Europese parlement. En verder: dit is geen parlement. Een parlement behoort bij een land, bij een volk en er is geen 'europees volk'.

Daar staan natuurlijk ook gans andere argumenten tegenover. We leven letterlijk in een mondiale samenleving. Geen land is meer land op z'n eentje. Dat geldt in economisch opzicht. Dat geldt ook in militair opzicht. Hoe zijn de economische, de handelsbelangen van een land niet verstrengeld met die van andere landen. Wat Europa betreft hebben we al jarenlang de Europese Economische Gemeenschap. En in militair opzicht hebben we het bondgenootschap binnen de NAVO. Beslissingen terzake worden wat ieder land afzonderlijk betreft - gelukkig - binnen de nationale parlementen gehouden. Daarom kon Nederland een van de andere Europese landen afwijkende beslissing nemen inzake de plaatsing van de kruisraketten. Maar anderzijds vraagt Europese samenwerking om Europees politiek overleg. Zulks geschiedt in het Europarlement. Als het bestaan van zo'n parlement echter betekenen zou dat de nationale parlementen eraan ondergeschikt moeten worden (gemaakt) dan zal het zaak zijn om binnen dat parlement - wanneer men althans niet meegaat met diegenen, die het liefst zo spoedig mogelijk één Europa zouden zien - de nationale belangen maar ook de nationale zelfstandigheid te bepleiten. De Europese landen kunnen in menig opzicht niet zonder elkaar, maar ze moeten wél landen blijven.

Nationaal denken

Nationaal denken in een mondiale samenleving is bepaald geen achterhaalde zaak. Elk land heeft een eigen geschiedenis en kan zich derhalve niet straffeloos van de wortels in die geschiedenis losmaken.

Hoe zit dat met Nederland? De laatste tijd is weer allerwegen opgedoken de drieslag 'God-Nederland-Oranje'. In deze directe zin heb ik altijd moeite gehad met deze drieslag, al begrijp ik de bedoeling. Ik houd het liever bij de drieslag 'kèrk-Nederland-Oranje'. Feit is immers dat ons Gemenebest uit de worsteling van de kerk hier te lande is voortgekomen en dat het Oranjehuis daarin een rol van diepe betekenis heeft mogen spelen.

De gereformeerde synode van Emden was er eerder (1571) dan de republiek der Nederlanden, die met de Statenvergadering van 1572 begon. De tachtigjarige oorlog (1568-1648) was een godsdienstoorlog vanwege de 'nye' gereformeerde leer en bracht uiteindelijk de afzwering van Philips de Tweede. Willem van Oranje, de eerste Oranje in ons vaderland, koos voor de gereformeerde leer en heeft een grote bijdrage mogen leveren aan de bevrijding van ons land van Spaanse dwingelandij.

Het is zonneklaar, er is van meetaf een nauwe band tussen de kerk (zeg de vaderlandse kerk), de natie (het gemenebest) en het Oranjehuis geweest. Dat de Heere God sindsdien ook de nederlandse historie met eigen Hand leidde en bepaalde is voor wie gelooft in de Hand Gods in de geschiedenis zonneklaar. En toch. God, Nederland en Oranje is mijns inziens een op te directe wijze bijna beslag leggen op Gods bijzondere bestiering voor één land, voor één natie. Dat is niet vol te houden. God gaat met de volkeren, waaronder het Nederlandse volk, een eigen weg. Zou Frankrijk er niet (geweest) zijn, we zouden om zo te zeggen Calvijn niet hebben gehad als grote reformator. Uit Duitsland hebben we altijd nog de erfenis van Luther meegekregen. En was Willem van Oranje een Nederlander? En hebben landen als Duitsland en Italië in de bloeitijd van onze Europese - christelijk bepaalde cultuur - geen grote mannen voortgebracht, die door de Heere begiftigd waren met uitzonderlijk talent om scheppend bezig te zijn in dichtkunst en schilderkunst, in muziek en letteren?

Elk land heeft zijn eigen historie, zijn door God geschreven geschiedenis. Nederland heeft zijn historie met die bijzondere wording van de natie uit de worsteling van de kerk, met een Vader des Vaderlands die - al was niets menselijks hem vreemd - leiding mocht geven aan het gemenebest in de woelige beginjaren.

Een drievoudig snoer, dat niet gebroken kan worden? (Pred. 4 : 12). Jawel, maar dan betrekking hebbend op kerk en staat en vorstenhuis. Zo historisch denken mag bepaald ook betekenen, tot consequentie hebben: nationaal besef en daarom ook verzet tegen een éénwording van Europa met uitwissing van nationale grenzen.

Nationalisme

Het is intussen altijd wel zaak om grenzen te bewaken als het gaat om het benadrukken van eigen nationale indentiteit. Nationaal denken kan ook omslaan in nationalisme. Dan zitten we midden in de ideologie. Wat dat voor gevolgen heeft heeft de Tweede Wereldoorlog ons laten zien. Het Duitse volk, het Herrenvolk! En uiteindelijk Hitlers uitspraak: 'duld geen andere macht op het vaste land van Europa'. Duitsland boven alles! Gelukkig dat toen ook in eigen land ook door vertegenwoordigers van diegenen, die sterk het nationale karakter van onze politiek hebben onderstreept, zonder terughoudendheid de demonie van het nationalisme, in dat geval het nationaal socialisme is afgewezen. Ik denk aan iemand als prof. dr. K.(laas) Schilder, de man van de Vrijmaking, de man die om zo te zeggen in geestelijk opzicht aan de bakermat stond van het Gereformeerd Politiek Verbond - met diens nadruk op nationale politiek en de plaats van Oranje vanuit de geschiedenis - maar intussen óók de man, die als één der eersten de ideologie van het nationaal socialisme tot op de bodem doorzag.

Ook vandaag hebben we ervoor te waken dat overdreven vaderlandsliefde niet leidt tot nationalisme, dat een soort uitverkorenheid van eigen land en volk wordt beleden die tenslotte in het fascisme eindigt... Wat onze situatie betreft noem ik in dit verband nog twee kwesties.

Israël van het Westen

De uitdrukking 'Nederland Israël van het westen' acht ik levensgevaarlijk. In de eerste plaats acht ik het al té lichtvaardig als gezegd wordt, dat de kerk in de plaats van Israël gekomen is. Maar daarover gaat het in dit artikel niet. Als dan echter de benaming 'Israël' ook nog eens opgeëist wordt - al is dat in nóg zo overdrachtelijke zin - voor een land als Nederland dan geloof ik dat we grenzen overschrijden. Ik heb er in het bovenstaande geen onduidelijkheid over laten bestaan dat ik gaarne wil belijden de hand Gods in onze nationale geschiedenis. Maar Nederland op één lijn, want op één naam zetten met het volk van het Oude Verbond, kan betekenen dat een uitverkorenheid wordt geclaimd waar we geen recht op kunnen en mogen hebben. Op de Pinksterdag doorbrak de Geest de grenzen van Israël. Sindsdien is de kerk wereldwijd en heeft God wereldwijd het Evangelie doen uitgaan tot alle volken, ook tot Nederland. Maar Israël van het westen? Neen!

Dat kan bovendien leiden tot een soort nationalisme dat het werkelijke Israël niet (meer) gedoogt.

Verval

En dan het tweede. Waar zijn we in Nederland in geestelijk en moreel opzicht terecht gekomen? We zullen historisch moeten denken: kerk-Nederland-Oranje. Maar de historie rechtvaardigt nimmer het heden. We kunnen rechten - als we die óóit al hebben - verspelen. We kunnen eerstgeboorterecht - als dat er dan was - inruilen voor een schotel linzepap. Luther zei van de landen van het middenoosten - toch waarempel wel de bakermat van de nieuw-testamentische gemeente en dus van oudsten rechte - 'ze hebben het Evangelie gehad en nu hebben ze de Turken'.

En Nederland? We hebben de worsteling om kerk en natie in de bloedige strijd van de tachtigjarige oorlog gehad. We hebben perioden van bloei gekend als het gaat om de doorwerking van de (beginselen) der Reformatie. En nu? We hebben Amsterdam, waar de kerk klein en als tot niet gekomen is in de ogen der mensen, en waar het moderne Sodom zich gevestigd heeft. Maar Amsterdam is slechts voorbeeld en voorloper van een samenleving, die aan God ontzinkt. In het Nederlandse parlement is het een kwestie geworden van 'redden-wat-er-(nog)-te-redden-valt' als het gaat om echt christelijke waarden, om vragen op leven en dood.

De verbinding verder kerk-Nederland-en Oranje moet op z'n minst - als we er in het heden van willen spreken - worden genuanceerd tot kerken-Nederland-Oranje; zó verdeeld als we zijn.

En wie vandaag nog God-Nederland-Oranje zegt moet wel weten dat hij óf God verbindt met de chaotisering van onze samenleving en de normalisering van de zonde, óf hij moet weten dat hij uit de belofte spreekt voor de toekomst, die in het heden verborgen maar vanuit het verleden 'gewaarborgd' is.

Wat ik maar zeggen wil is dat we ook vandaag uitdrukkingen al te gemakkelijk kunnen bezigen zonder ze in het heden te doordenken.

Nationaal besef, dat in het verleden blijft steken kan eindigen in nationalisme. Krijgt zulk een nationalisme óók nog een religieuze onderbouw dan kan het omslaan in fanatisme. Het optreden van lan Paisley in Ierland is er een voorbeeld van.

Géén plicht maar recht

Stemmen is in ons 'goede vaderland' gelukkig geen plicht maar een recht. Niemand wordt verplicht te gaan stemmen. Er zijn mensen, christenen ook, die niet (meer) stemmen bij nationale verkiezingen, omdat ze vinden dat ze dan teveel vuile handen maken. Niemand dwingt hen naar de stembus. Er zijn ook mensen, christenen ook, die tot vandaag hun roeping weten in gemeenteraden, wethouderscolleges, staten binnen de provincie, de parlementen; om te doen wat hun hand vindt om te doen. Christelijke politiek bedrijven in geen geseculariseerde samenleving, zeg maar gerust een post-christelijk tijdperk is geen sinecure. En toch: om recht en gerechtigheid! Tot getuigenis en dienst!

Zo mogen de verantwoordelijkheden ook doorgetrokken worden naar de Europese politiek. Niet om de natie uit te leveren. Wel om in een bredere politiek ook te vertolken wat recht en gerechtigheid inhouden voor Nederland en de andere volkeren binnen Europa. Niemand was (is vandaag) verplicht te gaan stemmen. Vrijheid om niet te stemmen mag er zijn. Als dat niet stemmen overigens bijkans geestelijk wordt afgedwongen is die vrijheid óók geen vrijheid meer. Recht om te stemmen hebben we. Ook hier en nu, vandaag voor Gods Aangezicht.

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Historisch besef betekent geen nationalisme

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's