C. H. Spurgeon als praktisch-theoloog (4)
De diepe oorzaak van slechte voorbereiding komt voort uit het misverstaan van de prediking als een gebeuren van de Heilige Geest.
De voorbereiding
Nadat Spurgeon de prediking getypeerd en gekarakteriseerd heeft als de proklamatie van Jezus Christus opdat God verheerlijkt wordt in het behoud van zondaren, luisteren we vervolgens naar de vraag hoe en waar dit gebeuren een begin heeft. Wat gaat vooraf aan het moment waarop de preek haar uiteindelijke gestalte verkrijgt? Deze kwestie wordt ons voorgelegd in de vraag naar plaats, funktie en wezen van de voorbereiding. Onomwonden stelt Spurgeon: 'Wij hebben er dringend behoefte aan om te studeren, want een leraar van anderen moet zelf goed onderlegd zijn. Voortdurend onvoorbereid op de kansel komen, is een onvergeeflijke onbeschaamdheid; niets kan onszelf en ons ambt doeltreffender naar beneden halen. Zo wij zelf niet onderwezen zijn, hoe kunnen wij dan anderen ertoe brengen om na te denken?' Weinig of geen vertrouwen heeft hij 'in een dominee die moeizame voorbereiding onnodig acht'. Vandaar kan hij ook fel ageren tegen predikers die geen affiniteit hebben met 'de man die in de eerste psalm wordt zalig geprezen'. Hij verzucht: 'Ik zou zo graag willen dat u uw tijd niet verknoeit met godsdienstige beuzelingen of leuterpraat. Uw voornaamste bezigheid is de voorbereiding voor de kansel. Als u die verwaarloost, zult u uzelf en uw ambt geen voordeel doen. De bijen maken honing van de morgen tot de avond, zo moeten wij steeds voorraden verzamelen voor onze gemeente'.
De diepe oorzaak van slechte voorbereiding komt voort uit het misverstaan van de prediking als een gebeuren van de Heilige Geest; 'De Heilige Geest heeft niet beloofd dat Hij door zulk een prediking de heiligen geestelijk voedsel zou verschaffen. Indien we kunnen studeren en het niet doen, indien wij ijverige, studerende dominees kunnen hebben en ze niet begeren, dan hebben we niet het recht de hulp van God in te roepen bij het verhelpen van de gebreken die wij zelf aan onze luiheid en ons zonderling gedrag te wijten hebben. Alle preken behoren degelijk overdacht en goed voorbereid te worden. Ieder prediker moet onder afsmeking van Gods leiding zoveel het hem mogelijk is, geheel in zijn tekst doordringen, al zijn geestkracht aanwenden om oorspronkelijk te denken en alle hulpbronnen gebruiken die binnen zijn bereik liggen. Terwijl hij de stof in zijn geheel en van alle zijden beschouwt, moet de prediker haar volkomen dóór denken, zodat ze goed bewerkt en uitgewerkt wordt. Nadat hij eerst zichzelf met het Woord heeft gevoed, moet hij datzelfde voedsel voor anderen gereed maken'. Gemakzucht en luiheid zijn in strijd met de waarde en de waardigheid van de prediking. Tekort aan preparatie leidt weldra tot agitatie; 'Er zijn er die zeggen: 'ik ben de hele dag uitgeweest en nu moet ik vanavond preken, maar dat lukt wel'. Ja, maar het behaagt God niet om ons iets te schenken waar wij niets om geven. Anderen hebben een voorraad preken waaruit ze, net voordat ze de kansel beklimmen, een willekeurige kiezen en deze zonder verdere voorbereiding het volk voorlezen als Gods boodschap'.
Over-voorbereiding
Gelijktijdig en met even grote nadruk dient gewaarschuwd te worden tegen een zogenaamde over-voorbereiding; de preek is zo intens en klinisch voorbereid en voldoet aan alle exegetische en homiletische eisen van de tijd maar hij is dood en sprakeloos. Een sprakeloze preek is zonder 'sprake'. De preek is ontzield. Het levende Woord is gedood. De preek lijkt op een geprepareerd dier dat alle eigenschappen en kenmerken van een levend dier bezit, maar beweging- en levensloos is. Spurgeon zegt daarvan: 'Gelooft u niet dat er veel preken zijn die net zo lang worden voorbereid tot het sap er uitgeperst is zodat er niets meer is overgebleven in die droge schillen? Preken die dagen lang worden bestudeerd, gelezen, herlezen, verbeterd en nog eens verbeterd, hebben het gevaar in zich dat ze zijn stukgesneden en verdroogd. U krijgt nooit een oogst als u gekookte aardappelen plant. U kunt geen preek gaar koken tot er geen leven meer in te bespeuren is'. Steeds dient voor ogen te worden gehouden dat de voorbereiding niet als doel, maar als middel wordt gehanteerd; 'Zolang het leven van de preek door de voorbereiding versterkt wordt, moet u zich tot het uiterste voorbereiden. Maar waarvoor dient al die schadelijke, zware arbeid als tijdens dit voorbereidingsproces de preek ontzielt?' De mogelijkheid dat een prediker door onvoorziene omstandigheden en overmacht het Woord zonder voorbereiding moet bedienen, heeft eveneens Spurgeons aandacht; 'In een onvoorzien geval staat de zaak heel anders. Wanneer iemand onverwachts, onvoorbereid tot spreken geroepen wordt, mag hij zich met het volste vertrouwen op de Geest van God verlaten. De Heilige Geest komt dan ongetwijfeld in contact met het verstand van de mens, heft hem boven zijn zwakheid en verwarring uit, maakt hem levendig en krachtig en stelt hem in staat om de goddelijke waarheid niet alleen te verstaan, maar ook om ze onder woorden te brengen op een manier die het menselijk vermogen verre te boven gaat'. Deze rechtstreekse en onmiddellijke openbaring geldt slechts in de uiterste uitzonderingsgevallen. Zij is niet ordinair, maar extra-ordinair; 'Wanneer we de hele week onze tijd verbeuzelen om dan op de bijstand van de Geest te vertrouwen, is dat een zondige verwatenheid en een poging om de Heere tot een dienaar onzer traagheid en gemakzucht te maken'.
Gebed en meditatie
Een onmisbaar onderdeel van de voorbereiding vormt het gebed om de verlichting met de Heilige Geest; 'Bid boven de geopende bijbel; het is als het treden van de druiven in de wijnpers, het dorsen van het koren op de dorsvloer en het smelten van het goud uit de erts. Het gebed heeft een tweevoudige zegen; het zegent de biddende prediker en ook de gemeente die hij dient'. Door het gebed wordt de passieve, horende prediker door de Geest geaktiveerd en voorbereid; 'Voor u als gezanten van God bezit de troon der genade een onberekenbare kracht. Hoe vertrouwelijker ge omgaat met de hemelhof, des te beter. Terwijl de nog ongevormde dienaar gevormd wordt op de draaischijf der voorbereiding is het gebed het gereedschap van de grote Pottenbakker waarmee Hij het vat vormt. Onze bibliotheken en studeerkamers zijn louter ledige ruimten vergeleken met ons bidvertrek. In het persoonlijke gebed groeien we, gedijen we krachtig en behouden we de overhand'. Gebed en meditatie kunnen worden aangemerkt als noodzakelijk voorwerk op alle exegetische en homiletische voorwerk; 'Ik heb steeds ervaren dat de betekenis van een tekst beter verstaan kan worden door het gebed dan op enige andere wijze.
Natuurlijk moeten we om de letterlijke betekenis en de onderlinge relaties van de woorden te verstaan, woordenboeken en kommentaren raadplegen. Maar als we dit allemaal gedaan hebben, zullen we toch ontdekken dat onze grootste hulp van het gebed komt.'
Zij die het gebed overbodig en nutteloos achten en het mitsdien verzuimen, komen in aanmerking voor forse kritiek. Deze gebedsloze houding getuigt van ijdelheid, verwaandheid en hoogmoed; 'De dominee die niet ernstig voor zijn werk bidt, moet beslist een ijdel en verwaand man zijn. Hij schijnt te denken dat hij aan zichzelf genoeg heeft en daarom een beroep op God niet behoeft. Welk een ongegronde hoogmoed is het toch, te menen, dat onze prediking op zichzelf ooit zo machtig kan zijn, dat hij mensen van hun zonden kan aftrekken en hen tot God brengen zonder de werking van de Heilige Geest. De prediker die het gedurig gebed verwaarloost, moet wel zeer onverschillig tegenover het ambt staan. Het is onmogelijk dat hij zijn roeping heeft begrepen, de waarde van een ziel heeft bepaald, of de betekenis van de eeuwigheid geschat heeft. Evenals de Kreupele in de Spreuken wiens benen niet gelijk waren, gaat hij mank door het leven, want zijn gebed is korter dan zijn preek'. De spreker is eerst hoorder. De leraar primair leerling. Ontvangen gaat aan uitdelen vooraf.
Naast het doelgerichte gebed als voorbereiding op de prediking heeft Spurgeon grote aandacht gewijd aan het gebed in het algemeen, 'de ademtocht der ziel'. Zoals de ademhaling eigen is aan een levend mens, is het gebed een levensnoodzakelijke aktiviteit van de prediker;
'Het gebed is voor mij even belangrijk als de ademhaling en de polsslag. Ik kan het gebed niet nalaten. Evenmin als ik mijn ademhaling kan stopzetten, kan ik ophouden met bidden.'
De voortdurende persoonlijke omgang met God is onmisbaar voor een vruchtbare omgang met de gemeente.
De wetenschap ten spijt dat een der kenmerken van het gebed voortduur is ('Bid zonder ophouden'), heeft Spurgeon de waarde van bijzondere gebedstijden onderkend. In een onvertaalbare zin zegt hij: 'We have occasional holidays, why not frequent holy days?'
Deze gerichte gebedstijden hebben een geestelijk-stimulerende uitwerking;
'Ik zou u ernstig willen aanraden om bijzondere gebedsuren te houden. Indien uw gebeden niet de frisheid en kracht van uw ziel in stand houden en ge voelt dat ge gaat verslappen, ga dan gedurende een week of als het mogelijk is, zelfs een maand in de eenzaamheid'.
Uit eigen praktijk aan zulk een gebedsmaand refererend, zegt hij: 'Naar mijn bijzondere gebedsmaand zie ik begerig uit zoals zeelieden verlangen als ze het land naderen. Zelfs al zou ons openbaar ambtswerk onderbroken moeten worden om ons ruimte te geven voor bijzonder gebed, dan zou dit een grote winst zijn voor onze kerken.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's