De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

Bij proefschriften horen stellingen. Deels hebben die te maken met het onderwerp van de promovendus, deels hebben ze (soms) een algemeen karakter. In Leiden promoveerde op 18 juni drs. G. W. Drost - theoloog wat zijn opleiding betreft - tot doctor in de letteren op een proefschrift getiteld 'De moriscos in de publikaties van Staat en Kerk (1492-1609)', een bijdrage tot historisch discriminatieonderzoek. (Moriscos waren Spaanse moslims, die tussen 1492 en 1521 onder dwang zijn gedoopt). Hier volgen enkele stellingen uit het proefschrift, vanwege het curieuze karakter ervan, wat niet betekent dat ze niet aanvechtbaar zijn.

• De overheid dient op grond van art. 22, lid I van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden naar de wijziging van 1983, bijeen eventueel optreden van een polio-epidemie, die ouders van minderjarige kinderen, die op principiële gronden weigeren hun kinderen tegen polio te laten inenten tijdelijk, dat wil zeggen voor de duur van de inenting, uit de ouderlijke macht te ontheffen. Ondanks een mogelijke staatsrechtelijke ontoelaatbaarheid zou het evenwel dienstig zijn als de overheid zich hierbij ook zou beroepen op Rom. 13:1-7, waardoor zij de gewetensnood van een zeer groot deel van de betrokkenen zou kunnen wegnemen.

• In Nederland kennen we in strikte zin niet het beginsel van 'scheiding tussen Kerk en Staat', hoewel dit dikwijls als een feit wordt aangenomen.

o Het Humanistisch Verbond dient ondubbelzinnig uit te spreken dat zij voor een volstrekte scheiding tussen Kerk en Staat is, óf deze opvatting te laten varen en toe te geven dat zijzelf eigenlijk ook een soort van kerk is en derhalve aanspraak maakt op een financieel gelijke behandeling met de Kerken.

• Van de Centrumpartij kan op goede gronden verondersteld worden dat zij slechts met de mond belijdt art. I van de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden naar de wijziging van 1983 te onderschrijven. De Nederlandse regering dient publiekelijk uit te spreken dat zij het Openbaar Ministerie nu reeds opdracht geeft om onmiddellijk nadat gebleken is dat genoemde partij in woord of geschrift genoemd grondwetsartikel overtreedt, tot strafvervolging over te gaan. Indien de Nederlandse regering zulks doet is zij des te geloofwaardiger, wanneer zij met nadruk de betekenis en de strekking van dit artikel voorhoudt aan 'allen die zich in Nederland bevinden'.

• Over de geschiedenis van het georganiseerde christendom in Nederland bestaat een omvangrijke litertuur. Ter completering van de geschiedenis van de ideologische denkbeelden in Nederland, dient thans systematisch de geschiedenis van de Nederlandse georganiseerde vrijdenkerij beschreven te worden.

• Indien na een kritische studie van Spaanse en Nederlandse bronnen zou kunnen worden vastgesteld, dat Willem van Oranje inderdaad tijdens een feestmaal heeft laten doorschemeren dat 'God' voor de Nederlanders een gediviniseerde vorm van 'geld' was, dan dient het randopschrift op de gulden en de rijksdaalder om historische redenen gehandhaafd te blijven.

Vgl. Johan Brouwer, Philips Willem, Verzameld Werk G. A. van Oorschot, Amsterdam, 1956, dl. 1, p. 26.

***

De School met de Bijbel te Neder-Hardinxveld bestaat 75 jaar. Het bestuur van de vereniging gaf ter gelegenheid daarvan een jubileumbrochure uit, verlucht met foto's, samen met twee tekeningen van de oude en de nieuwe school. Voor de somma van ƒ 10, — plus ƒ 2, 50 porto is de brochure verkrijgbaar door bestelling op rekeningnummer 3250.73.627 t.n.v. Ouderraad School met de Bijbel te Neder-Hardinxveld, Sluisweg 1b. Uit de brochure de volgende passage; uit de 'crisistijd'. Wat wéten we er nog van in onze welvaartstijd?

'Intussen zijn we aangekomen bij de crisistijd, die aanving met de beurscrisis van 1929 en die ook voor ons land en voor onze school nadelige gevolgen had. In 1931 komt er een nieuw hoofd, de heer M. Wilschut. Aan het einde van dat jaar wordt aan de schoolhoofden gevraagd wat zij denken van verstrekking van melk aan kinderen van onvermogende ouders. Het idee is afkomstig van enkele hoofden van openbare scholen. De heer Wilschut schrijft terug dat een beslissing terzake bij het bestuur ligt, maar dat hij geen voorstander is. Hij moedigt schoolvoeding, die gewoonlijk begint met het verstrekken van melk, niet aan.

Ook het schoolbestuur is van mening dat de lichamelijke verzorging der kinderen een zaak van de ouders is. Maar ook andere zaken laten ons direct zien dat het niet meer zo goed gaat met onze economie. Voor 1932 wordt de bijdrage per leerling voor een schoolreisje verlaagd van f 0, 35 naar f 0, 30. En bij beschikbaarstelling van een klein bedrag voor het houden van een koninginnefeest, wordt de voorwaarde gesteld dat de "aankoop der benodigdheden geschiedt bij in de gemeente wonende leveranciers", om zo de plaatselijke middenstand te spekken.

Met de Commissie van het Groene Kruis wordt nagegaan welke kinderen in aanmerking komen voor een tijdelijk verblijf in een gezondheidskolonie. Op de gemeentebegroting voor 1933 worden geen gelden meer beschikbaar gesteld voor beloningen, ereblijken, schoolfeestjes, schoolreisjes en onderwijs aan rijpere jeugd. Wel blijkt er geld te zijn voor het invoeren van de "Spelling Marchant" in 1934.

In september van het jaar 1935 deelt de secretaris van de plaatselijke afdeling van het crisiscomité mee, dat aan alle scholen in totaal 600 meter hemden flanel beschikbaar zal worden gesteld. Daarbij komt ook nog 600 meter manchestergoed voor het maken van kleding. Dit idee is afkomstig van een van de hoofden van de plaatselijke scholen.

Ondanks alle narigheid komt op onze school geen ondervoeding voor, zo schrijft de heer Wilschut aan de inspecteur. In 1933 neemt het leerlingenaantal zodanig af, dat er een onderwijskracht moet worden ontslagen. Dit teruglopen van het aantal leerlingen zit de schoolleiding kennelijk erg hoog. Er wordt tenminste van alles gedaan om het aantal zo hoog mogelijk te houden. Zo probeert men bij de verandering van het aanvangstijdstip van de cursus, dat voorheen in mei was en nu augustus wordt, de leerlingen die in mei de school zouden verlaten tot augustus op school te houden. Ook blijken er te vroeg leerlingen op school te worden toegelaten. Dit wordt met succes tot in Den Haag uitgevochten.

Dan is er sprake van een scherpe verhouding tussen het hoofd van school III, boven aan de Sluisweg en de heer Wilschut. Deze beschuldigt dat hoofd ervan dat hij bij ouders van kinderen die op de christelijke school gaan, vraagt of ze niet naar de openbare school komen. En dit verzoek leidde echt niet altijd tot een negatief resultaat. De plaatselijke verhouding tussen het bijzonder en openbaar onderwijs wordt er erg door geschaad.'

***

In Doetinchem bestaat een gemeente van de Gereformeerde Gemeenten, de voormalige Oud Gereformeerde gemeente, waar ds. H. Willink voorganger was. In Doetinchem is (uiteraard) ook een hervormde gemeente. Daar is ds. (vroeger wika) L. A. C. van Ginkel één van de voorgangers. Deze ging op 14 maart eens op bezoek bij de zustergemeente om daar de biddag mee te maken. Hoe beleefde hij dit? Hij gaf zijn impressie in de Doetinchemse hervormde kerkbode. Niet onsympathiek, toch - naar eigen zeggen - van een buitenstaander. Hier volgen zijn ontboezemingen.

'Op de morgen van deze dag stroomde de kerk van de Gereformeerde Gemeente van Doetinchem voor driekwart vol om gezamenlijk de Biddag voor het Gewas te beginnen. Een dergelijke samenkomst van zo'n gemeente had ik nog nooit meegemaakt. 't Was ook de eerste keer dat ik deze sobere kerkruimte van binnen zag. Keurige hal, grote mogelijkheid om auto 's neer te zetten (de meesten waren ook per auto gekomen), overdekte fietsenloods en boven de kansel van de kerk een wat wazig uitzicht op de Godsstad, een rivier en een palmboom als raamschildering. Ds. J. M. Kleppe uit Apeldoorn, die juist een week daarvoor 54 jaar was geworden, kwam in een zwarte lange jas, wit overhemd met vrolijk strikje de kerk binnen vergezeld door ouderlingen en diakenen die allen precies dezelfde liturgische kleren droegen: zwart, tot en met de stropdas maar wel met een wit overhemd. "Liturgisch" noem ik dat want deze gang van zaken ken ik nog van heel, heel vroeger bij ons op het dorp, toen ik een kleine jongen was. Dat hoorde nu eenmaal bij deze ambtsbroeders: zwart. Waarom, vroeg ik eens aan mijn moeder. Antwoord: omdat het heel netjes is en zo behoor je als ouderling voor God te dienen in Zijn Huis! Naar de Koningin ga je ook niet in een spij-kerbroek, zou je nu misschien mogen antwoorden.

Bij de liturgie behoorde ook een stil gebed waarbij een aantal mannen gaat staan... en een groter aantal mannen bleef zitten. Wat het verschil tussen de staanders en de zitters is, weet ik niet Misschien een geringe modaliteitskwestie? Na votum en groet werd door een van de ambtsbroeders artikel 13 gelezen uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, een soort bemoediging, zou je zeggen. Mooie oude taal, woorden van heel vroeger, voorgelezen op een bijzonder goede wijze. Zo'n spéciale voorlezer is nog een overblijfsel uit de vroegere katholieke liturgie, waar men speciale ''lezers" had en soms nog wel heeft. Een voorzanger, zoals de synagoge die kent, was hier niet

Psalmen worden spaarzamelijk gezongen op hele noten en... ik vond het helemaal niet lelijk of langdradig. Deze psalmzang kruipt traag naar boven als dikke rook van hout en gaat zeer zichtbaar en eerbiedig tot Gods Troon. Er werd, alweer door die goeie voorlezer, gelezen uit de Psalmen en de Kronieken en toen stak de dominee zo'n uurtje van wal. Te lang? Dit soort steeds zich herhalende prediking is nooit te lang en nooit te kort. Dit kan onverdroten voortgaan en als je er oren voor hebt zal het je heel nederig en ootmoedig maken. Ik hoorde ongeveer twintig citaten uit berijmde psalmen (eigenaardig, heel weinig citaten uit de onberijmde psalmen). Ook mag ik niet beweren dat de Genade Gods in onze Heer en Heiland afwezig zou zijn. Nee! Die Genade werd voluit verkondigd maar toch... bleef er na afloop vooral over dat ik een zeer slecht mens ben, met hopelijk een uitzicht als ik voor de Eeuwige moet verschijnen.

't Was toch een Bidstond voor het gewas? Jazeker en daarom kwamen de boeren met hun veestapels en hun landbouw best aan hun trekken, waarbij ook werkers in andere beroepen zo nu en dan genoemd werden. Ook voor werklozen en jongeren was aandacht. 't Ging echter heel veel over ons zelf, zoals we daar zaten, onze zaligheid die we misschien mogen deelachtig worden en ... 't leek net of de wereld alleen maar bestond uit de Bezelhorst en nog enkele Achterhoekse gebieden. Nou ja, beschouwt u dit verhaaltje niet als afkeuring. Ik wilde u slechts deelgenoot maken van een type van kerk-zijn, waarvan ik ver af sta maar waarvan ik toch moet bekennen dat ik me, hoe dan ook, die morgen van de Bidstond, voelde onder broers en zusters vanuit hetzelfde geloof in de Heilige en Zijn Zoon Jezus Christus. Ik gun hen van harte hun wijze van kerk-zijn en hoop en verwacht dat zij onze wijze van doen in Gods opdracht, zullen respecteren. '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's