De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Sociale bijenkorf in Solo

Dat Woord en daad in de zending nauw verbonden zijn, is een algemeen bekend gegeven. In het Nieuwe Testament zien we de prediking van het Koninkrijk vergezeld gaan van de helpende daad jegens zieken, armen, hongerenden en rechtelozen. In Solo op Midden-Java trof Sipke van der Land een kerk aan die zich inzet voor de armen om hen in woord en daad te laten delen in de rijkdom van het Evangelie. Stimulator van dit werk, dat nu tien jaar bestaat, is ds. Josef Widyatmadja, die met zijn medewerkers - waaronder veel studenten - bezig is onder de allerarmsten. In Vandaar (juni/juli-nummer) vertelt Van der Land van een bezoek aan Solo:

'In de armenwijk. In een uur zijn we in de oude vorstenstad Solo en zoals overal valt je weer op wat een overbevolkt gebied Java is. Wat een mensen! We zoeken onze weg door de overvolle straten. En dan moeten we de weg vragen. De eerste de beste betjah-rijder (fiets-taxi) weet te vertellen waar het christelijk hulpcentrum van ds. Josef Widyatmadja te vinden is. Dat zégt wat in zo'n grote stad. Het zegt óók wat, dat de moslims (want dat zijn ze hier bijna allemaal) weten waar de christenen actief zijn. Het zegt óók wat dat de armen (daar horen de betjah-rijders zeker bij) weten waar ze terecht kunnen. We gaan de man ontmoeten die zich de nood van de mensen hier heeft aangetrokken en daadwerkelijk de boodschap van het Evangelie in praktijk brengt. Het centrum staat in een armenwijk waar 15.000 mensen wonen. De kleine dominee begroet ons bij de nieuwbouw die bijna klaar is, gebouwd met steun uit Nederland. Maar hij praat niet over gebouwen, niet over geld. Hij praat alleen over mensen in nood. Zijn vurige ogen draaien voortdurend, als hij heel kort en geestdriftig vertelt wat ze hier doen. Maar dan stelt hij ons voor aan een hele groep medewerkers en trekt hij zich bescheiden terug. Zij gaan uitleggen wat hier gebeurt.

Ik vraag of we samen een gesprek kunnen hebben over "studenten en armoede". Omdat studenten meestal uit de "betere" kringen komen en zich de weelde van de studie kunnen veroorloven. Kansen die de armen niet hebben. De meeste medewerkers blijken zelf nog studenten te zijn die hier vrijwilligerswerk doen, of ze zijn pas afgestudeerd in theologie of sociologie. Ze zijn allemaal afkomstig uit de christelijke studentenbeweging. Wie hier eenmaal te hulp komt, wil graag blijven, of ze nu uit Soerabaja komen of uit Solo zelf.

Maar wat moeten academici beginnen met bedelaars, voddenrapers, de armsten van de armen? Is er geen grote afstand tussen hen? Het blijkt dat de armen hen wel vaak als supermensen zien, maar dat verandert, als ze ontdekken hoe de samenwerking verloopt. De studenten ver­tellen hoe ze bijvoorbeeld de dorpen in gaan en daar eten en leven zoals ieder ander. Ze helpen bij het opzetten van coöperaties, zodat niet alleen de grondbezitters goed verdienen, maar ook de arbeiders. Of ze helpen bij het verkrijgen van waterleiding. Of voor het weerstaan van uitbuiting.

Vaak is er rechtshulp nodig, zoals wij dat zouden noemen. Want het verhaal van Naboths wijngaard speelt zich hier nog elke dag af. Het recht is vaak ver te zoeken. Maar wie neemt het dan op voor de armen? De stichting voor christelijksociale welzijnszorg is daarom zelf nu ook een landbouwproject begonnen met 32 hectare om een voorbeeld te geven van goede en rechtvaardige samenwerking.'

Een christelijke gemeenschap temidden van een islamitische omgeving. Ziet deze omgeving zo'n centrum niet als verkapte propaganda?

'Een medewerker zegt: "De moslims van Midden-Java zijn niet fanatiek, ze voelen zich niet bedreigd. En de gewone arme mensen zijn blij met alle hulp. We hoeven dus niets te verbergen, integendeel, we komen er rustig voor uit wat en Wie ons inspireert. Vergeet niet dat iedere gestudeerde voor hen eigenlijk een rijke is. De rijken laten zich nooit in met de armen en wij doen dat wél. Daardoor weten ze dat er iets anders achter zit".

Ds. Widyatmadja is inmiddels alweer andere dingen aan het regelen, maar komt even langs en vult terloops aan: "Elke morgen schallen de liederen van onze gezamenlijke dagopening door de buurt, dus ze weten heus wel wat ons bezielt!".

Een medewerker vertelt: "We werkten in een dorp bij de Merapi waar helemaal geen christenen waren. Een paar kinderen namen onze christelijke liedjes over. En nu vier jaar later is "vanzelf" een christelijke gemeente ontstaan. Ze hebben nu het kerstfeest gevierd met 150 mensen en vragen ons om te komen preken. Ik ben geen theoloog en had nooit gepreekt, maar dan móet je wel en wil je wel!".'

Van der Land typeert dit centrum als een bijenkorf. Alle kamers zijn bezet waar allerlei groepen cursussen ontvangen: Bijbelstudie, maar ook economische voorlichting, lezen en schrijven. Wat me trof in dit verhaal is de betekenis van de christelijke presentie. Het werk in Solo gebeurt niet via agressieve methoden. Maar christenen geven rekenschap van de hoop in woord en daad. Het gebeurt 'vanzelf' zei een medewerker. Dat herinnert ons aan de gelijkenis van het graan dat vanzelf opkomt en vrucht draagt. Vanzelf. In het Grieks staat dan het woord 'automate'. Het is geen automatisme, maar de kracht van de Geest die mensen gebruikt en bezielt. In het krachtenveld van de Geest gebeuren wonderen.

***

De Sikhs in India

De laatste weken heeft u in de dagbladen kunnen lezen over het geweld in India: de heilige oorlog van de fanatieke Sikhs, een vanouds krijgshaftig volk, in de Punjab vanuit een nationalistische gedrevenheid.

'Haard van het verzet is Amritsar, het Mekka van de Sikhs. Daar staat hun gouden tempel, een adembenemend bouwwerk, dat zich met zijn goud bedekte koepels spiegelt in het water eromheen. Ieder jaar stromen daar duizenden pelgrims heen. De mannen met hun kleurrijke tulbanden, hun volle baarden en felle ogen vertonen nog de trekken van hun voorouders, beroemde krijgers uit lang vervlogen dagen. Duizenden Sikhs dienden in het imperiale leger van Brittannië. Nog zie ik ze na de capitulatie van Japan de wacht betrekken bij een vrouwenkamp in Ambarawa op Midden-Java tegen een verwachte overval van Indonesische guerrilla's. Hun martiale houding boezemde ons toen groot vertrouwen in, al bleken de kleine gurkha's betere vechters.

In heel India met zevenhonderd miljoen inwoners vormen de Sikhs met hun veertien miljoen mensen een zeer kleine minderheid. In de Punjab wonen acht miljoen Sikhs. Zij zijn daar de meerderheid met naast zich een hindoe-minderheid. Onder die acht miljoen Sikhs in de Punjab waait nu een heftige nationalistische wind. Een extremistische groep roept zelfs om volledige afscheiding van India. Zij willen een eigen staat: Kalistan. Zeker wel naar het voorbeeld van Pakistan, eens een deelstaat van India, nu een zelfstandige islamitische staat.

India kan de Punjab, een van zijn koren-en rijstschuren voor zijn zevenhonderd miljoen mensen, niet missen. Verder is de Punjab strategisch van groot belang tegen de vijand Pakistan. India kan de eisen van de Sikhs niet inwilligen. Meer autonomie voor de Punjab zou het verlangen naar onafhankelijkheid in andere staten alleen nog maar aanwakkeren. Dat zou de grootste bedreiging vormen voor de eenheid van het democratisch India.

Toch moet er een oplossing gevonden worden. Nu al bedraagt de schade aan de economie van de Punjab een slordige miljard dollar. Reeds heeft de regering toegezegd de grondwet te zullen wijzigen in de zin van de eisen van de Sikhs gesteld. Maar men wil meer, beslist meer, in de Punjab. Daarom dat heftige verzet en die terreur.

Bij de Sikhs gaat hun nationaal besef boven het democratisch ideaal van India's eenheid. Vóórop bij hen staat het weten dat zij Sikhs zijn. Hun naam zegt het al. Sikh betekent volgeling in het geloof. Zij weten zich "discipelen" van een grote goeroe, die in de vijftiende eeuw leerde. Zijn naam was Nanak, een prediker van sociale gerechtigheid en religieuze tolerantie. In de loop van de tijd hebben negen andere goeroes die leer verder verkondigd. De mogols, de grote islamitische heersers in India, hebben de Sikhs te vuur en te zwaard vervolgd. Toen was het uit met hun tolerantie. In 1699 vormde de tiende en laatste goeroe, Gobind Singh, een strijdgroep, de "Khalsa": "Strijders van God", die zich teweer stelden tegen de islamitische onderdrukkers.

De Sikhs laten zich sterk voorstaan op hun specifieke godsdienstige opvattingen. Zij verwerpen het kaste-systeem van de hindoe-wereld. Zij verwerpen ook de vele goden die de hindoes vereren. Zij kennen maar één God en volgen de leer van hun goeroes, vervat in de Adi Granth, hun heilig boek. In de hindoe-wereld van India geeft dit alles aanleiding tot veel spanningen.'

Aldus dr. J. v.d. Linden in een artikel in het Centraal Weekblad van 8 juni. De schrijver wijst erop hoe ook nu weer de koppeling van godsdienst en geweld, als steeds in de geschiedenis, mensen in ellende stort. Helaas gaat historisch gezien ook het christendom niet vrijuit. Ook daar treffen we vaak een koppeling aan tussen religie en geweld. Dat verduistert de boodschap van het Evangelie. Want het Koninkrijk komt niet met werelds geweld. In een verscheurde wereld mogen christenen bruggenbouwers zijn, wetend van het geheim van de ware vrede in Christus, de Heiland van zondaren.

**

Francis A. Schaeffer

Onlangs overleed de in evangelische kringen, maar ook daarbuiten bekende predikant en cultuurfilosoof Francis A. Schaeffer. In ons land is hij vooral bekend geworden door de tv-serie 'Hoe zouden wij dan leven?'. In Opbouw van 8 juni herdenkt drs. W. G. Rietkerk deze christen-denker. Hij typeert zijn werk onder meer als de poging Christus te belijden in de 20e eeuw temidden van atheïsme en nihilisme. Schaeffer heeft getuigd van het 'en toch' van het geloof in een wereld waarin God als de Afwezige wordt verworpen. Vanuit het geloof in de presentie van de Heere God heeft Schaeffer de crises in maatschappij en cultuur doorlicht.

'Dit leidt mij tenslotte in de derde en laatste plaats naar Schaeffers "finale". Vanaf ongeveer 1975 tot zijn sterven in 1984 heeft Schaeffer zich met de inzet van zijn gehele persoon geworpen op de actuele politiek en maatschappelijke problemen van deze tijd. Hij was intussen door zijn boeken bekend geworden. Vooral in Amerika. In Nederland zond de EO de televisieserie uit onder de titel "Hoe zouden wij dan leven?".

Deze film is kenmerkend voor Schaeffers benadering: achter de voorgrondsverschijnselen voltrekken zich diepere veranderingen. "Deze veranderingen zijn zó ingrijpend, dat telkens als ik erop stuit me hetzelfde beeld in gedachten komt, het beeld van de aarde die diep onder de oppervlakte in beweging is en het landschap zó vervormt dat het zijn aangename vertrouwdheid verliest. Volgens de geologische theorie van de platentectoniek steunt het aardoppervlak op reusachtige "platen" die het vastheid en stevigheid geven. Soms veranderen deze reusachtige geologische formaties van plaats en schuiven onder het oppervlak tegen elkaar. Deze bewegingen zijn misschien gering, maar langs de breuklijnen veroorzaken zij vulkaanuitbarstingen en aardbevingen."

Deze woorden van een socioloog Daniël Yankelovich omschrijven wat Schaeffer waarnam: een cultuur die van zijn fundament af schoof. Onze westerse beschaving is gebouwd op de grondwaarheden van het christendom. Schaeffer laat zien hoe de opbloei van wetenschap en techniek, de politieke vrijheden van de westerse volken, de kunstuitingen en persoonlijke levensinstellingen en haar rangordening van waarden ondenkbaar zijn zonder de invloed van het Evangelie, dat ons bevrijdde uit de doem van het heidendom. Wat gebeurt er echter vandaag onder onze eigen ogen? Het humanisme neemt de plaats in van het christendom. Met humanisme heeft Schaeffer niet bedoeld een bepaalde organisatie of groep mensen, neen hij duidde ermee aan die levenshouding die de mens in het middelpunt stelt en tot maatstaf van alle dingen maakt. Dat is het wat wij rondom ons waarnemen. Het humanisme kan echter geen goede basis vormen voor een samenleving. Het heeft een totaal ander werkelijkheidsbesef, nl. dat van een "toevallige" wereld, het stelt totaal andere waarden, nl. dat van het vrije beslissingsrecht en momentele geluk van de mens, en "last but not least" het is niet in staat echte zin te geven aan een menselijk bestaan dat eindigt in de dood.

Schaeffer heeft zijn laatste jaren ingezet om publiek en politiek, actueel en bewogen dit humanisme te bestrijden. Hij deed dit met de visie van Abraham Kuyper. In de Verenigde Staten heeft hij velen de ogen geopend voor wat er eigenlijk aan de hand is in onze cultuur en gemotiveerd om uit die ban van de persoonlijke vroomheid weg te breken in culturele en politieke betrokkenheid.

Christus belijden in 1980 betekende voor Schaeffer: het humanisme in zijn eigen hart en in de samenleving bestrijden. Zoals het doorbreekt in de comsumptie-mentaliteit waarvoor zelfs de aarde geplunderd moet worden, zoals het uitbrak in de toenemende abortus-praktijk, en zichtbaar wordt in de ontkerstening van school en samenleving.

Op dit laatste punt gelijkt Schaeffer meer op Groen van Prinsterer dan op Kuyper. Deze streed in de 19e eeuw in Nederland voor de instandhouding van het christelijk karakter van school, staat en maatschappij. Dat is het waarvoor Schaeffer zich de laatste tien jaar van zijn leven in Amerika heeft ingespannen. Hij hield van Europa uit de vijftiger en zestiger jaren - met zijn zwarte existentialisme en studentenrevoluties - maar de apathische tijd daarna van de grote matheid en de ik-cultuur verafschuwde hij zo dat hij zich er niet mee kon en wilde vereenzelvigen. Zijn blik trok weer terug naar Amerika waar hij aansloot bij een geestelijke opwekking uit de zestiger en zeventiger jaren en waar hij zich als een leeuw in het strijdtoneel wierp - tegen de afbreuk van het christelijk karakter van Amerika als "people under God". Precies zoals Groen van Prinsterer streed tegen de revolutie en voor het Evangelie.

Zó heeft Schaeffer gestreden voor "public prayer" op de scholen en tegen abortus - en dieper dan dat: tégen het terrein winnende "humanisme". Dat blijkt vooral in zijn boekje "Christian Manifesto". Voor Europeanen is dat 'n politiek rechtse opstelling. Toch was het Schaeffer geweest die vér voor de zeventiger jaren al schreef over milieuhygiëne en de dood van de mens.

Schaeffers afwijzing van de vredesbeweging is alleen te begrijpen voor wie geproefd heeft hoe diep de vredesbeweging door de geest van het humanisme beïnvloed is. Het communisme zag Schaeffer als de manifestatie van een humanisme dat ook in ónze landen onderhuids doorwerkt.'

Hoezeer men misschien ook in details van hem kan verschillen, figuren als Schaeffer verdienen in onze cultuur gehoor. Mij trof de parallel die Rietkerk treft met Groen van Prinsterer: Belijden tegen de stroom in in een actueel en schriftuurlijk belijden. Er is veel gaande in onze cultuur. Via media en onderwijs worden we ermee geconfronteerd. Men behoeft geen pessimist te zijn om toch met zorg gade te slaan hoe allerlei bewegingen zich breed maken om zo mogelijk de verwijzingen naar het christelijk geloof uit onze cultuur weg te bannen. Dan is het goed dat er figuren opstaan die vanuit het positieve - het koningschap van Christus - tegelijk waakzaam zijn. Dat hun stem gehoor mag vinden en wij in hun voetsporen voort mogen gaan!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's