De Kerk bij Wilhelmus à Brakel (1635-1711)
Het gaat om een ontmoetingsgebeuren tussen de belovende God en de gelovende mens. Daarom lezen wij bij Brakel vaak over een 'ingaan in het Verbond' van de gelovige.
Verbond als geschiedenis
In de voorafgaande artikelen wezen wij erop, dat Brakel de Kerk plaatst in het kader van het Genadeverbond. Om die reden gaat in zijn Redelijke Godsdienst de behandeling van de Kerk vooraf aan die van het persoonlijk delen in het heil als vrucht van het toepassend werk van de Geest. De Kerk en de gemeente als geheel gaan aan de individuele gelovigen vooraf. Ook zagen wij, dat Brakel nadruk legt op het ene Verbond en de (onder)scheiding tussen uitwendig - en inwendig Verbond afwijst. Daarbij draagt zijn verbondsbeschouwing een sterk dynamisch karakter. Het gaat om een ontmoetingsgebeuren tussen de belovende God en de gelovende mens. Daarom lezen wij bij Brakel vaak over een 'ingaan in het Verbond' van de gelovige. Dat gebeurt namelijk in de geloofsontmoeting met God in Jezus Christus. De zondaar treedt dan in het Verbond in. Dat alles geschiedt door genade om Christus' wil. Maar het is wel een gebeuren. Het Verbond is er niet zozeer, maar het gebeurt, het voltrekt zich. Behalve een christologische, is het ook een pneumatologische werkelijkheid. Niet alleen Christus maar ook de Geest is er volop bij betrokken. Tegelijk krijgt daardoor het verbond een sterk historisch accent. Het gaat om verhondsgeschiedenis.
Door zo over het Verbond te spreken, kan Brakel een nauwe verbinding leggen enerzijds tussen verbond en verkiezing en anderzijds tussen de kerk of gemeente als verbondsgemeenschap en de persoonlijke gelovigen. Wat het eerste betreft, blijkt, dat Brakel Verbond en verkiezing heel nauw op elkaar betrekt. God sluit zijn verbond met de uitverkorene. Gelet op het bovengenoemde kan dit worden verwacht. Als het verbondsgebeuren van de kant van de mens tevens het geloofsgebeuren is, dan voltrekt zich daarin Gods verkiezend welbehagen. Tegelijk valt op, dat Brakel hier in het enkelvoud spreekt. Hij spreekt over de verkorene, met wie God het verbond opricht. In het verbond gaat het toch persoonlijk toe, zoals het ook binnen de verbondsgemeenschap, die de christelijke gemeente vormt, persoonlijk toegaat. Het zicht houden op het geheel en tegelijk volle ruimte geven aan het persoonlijke geloof sluiten elkaar niet uit, maar zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Alleen uit Gods Woord leren wij de Kerk kennen
Het is de moeite waard om nu na te gaan, welke gevolgen dit alles heeft voor Brakel's denken over de Kerk. Om te beginnen valt op, dat Brakel met grote nadruk erop wijst, dat wij uitsluitend ons aan het Woord Gods hebben te houden, willen wij een goed zicht krijgen op wat de Kerk is. Voor Brakel betekent deze uitspraak maar niet een gereformeerde vanzelfsprekendheid. Als hij het hierover heeft voelen wij iets van de worsteling, die hij zelf op dit punt heeft doorgemaakt. Brakel spreekt over een naarstig onderzoeken van de Schriften door lezen, horen lezen of prediken, gepaard met een aanhoudend ootmoedig en hartelijk bidden om in de waarheid geleid te worden, in de verwachting, dat de Heere hem zo tot de ware kerk zal brengen, of zo hij reeds in de ware kerk is, de Heere hem zal verzekeren tot zijn blijdschap, dat hij er in is. (Hfdst. 24, par. 1). Tot de ware kerk behoren is vrucht van een worstelen met Gods Woord om Gods weg te gaan. Voor Brakel was dit harde noodzaak, omdat er, zegt hij, zovele vergaderingen zijn, die alle zich christelijke kerk noemen. Ongetwijfeld heeft Brakel daarbij niet alleen gedacht aan de roomse, lutherse en doopsgezinde kerken, maar niet minder aan de labadisten die de pretentie voerden de ware kerk der wedergeborenen te zijn en daarbij de gereformeerde kerk van Nederland hadden afgeschreven. Veelzeggend ook, voor ons, is Brakels concentratie op de Schrift zelf. In de vewarring van zijn dagen kon geen traditie en ook geen kerkleer, zelfs niet het voorbeeld der vromen op de goede weg helpen. Alleen Gods Woord was voor hem, ook in dit opzicht, een licht op zijn pad. Ik denk, dat het ook voor ons heel nodig en nuttig is, wanneer wij naar dit bijbels appèl luisteren. We kunnen ook in onze tijd ons niet laten leiden door tweederangs kerkbegrippen. Geen traditie, ook geen vaderlandse traditie geeft ons opheldering. Slechts de Schriften zijn toereikend om richtsnoer te zijn ook voor onze kerkkeuze en voor ons kerkelijk handelen en denken. Nu meer dan ooit.
Er is maar één kerk
Een directe verbinding met zijn verbondsgedachte zien wij, dat Brakel ook weer ten opzichte van de Kerk met klem erop wijst, dat er maar één Kerk is. Er is maar één Verbond, er is ook maar één Kerk (par. 3). Deze ene kerk omvat alle uitverkorenen, van het begin der wereld af tot het einde ervan. Dat sluit meteen ook in, dat alleen de ware gelovigen tot de Kerk behoren. Ook hier wijst Brakel de onderscheiding tussen inwendige en uitwendige kerk af. Geheel in overeenstemming met het verbond. Een citaat: Er is geen uitwendig verbond tussen God en de mens, waarin onbekeerde Bondgenoten zijn. Daarom is er ook geen uitwendige Kerk, waarin onbekeerde lidmaten zijn, omdat de Kerk het Verbond tot een grond heeft. Zo het Verbond, zo de Kerk (par. 12).
Wat de onbekeerden betreft, van hen zegt Brakel, dat zij alleen 'naar het lichaam' in de kerk zijn (par. 11). Zij zijn wel in de Kerk maar zij zijn niet van de Kerk, zoals er mensen in een huis zich kunnen bevinden, maar toch niet tot het gezin behoren. De gemeente is dus voluit gemeente des Heeren. Van haar geldt wat Paulus schrijft in 1 Cor. 12 : 13: zij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt... Deze visie op de gemeente is veelzeggend. Zij doet ons niet gericht zijn op de omtrek maar op het hart, het wezen van de christelijke gemeente. Mij dunkt, trekt Brakel hier een voluit Bijbels en Reformatorisch spoor.
Zichtbaar - Onzichtbaar
Voor Brakel betekent dit echter niet, dat binnen dit denken over de gemeente geen enkele onderscheiding mogelijk is. Er zijn zeker bepaalde onderscheidingen aan te brengen. Zo noemt Brakel de bekende tweedeling tussen de triumferende Kerk in de hemel en de strijdende Kerk op aarde. Wat deze laatste betreft, kan men weer een indeling maken tussen de Kerk die over de hele wereld verspreid is en de meer particuliere vergaderingen in een land, stad of dorp. Zo is er ook de Kerk van Nederland, of de Kerk van Rotterdam. (Wij zouden zeggen: de kerk van Nederland en de gemeente van Rotterdam).
Meer betekenis kent Brakel toe aan de onderscheiding tussen de zichtbare en onzichtbare Kerk. Evenals wij dit bij Calvijn aantreffen, kan ook Brakel deze onderscheiding op meerdere en verschillende wijzen vullen. In de eerste plaats past hij deze onderscheiding toe op de verschillende staat en toestand van de Kerk. Het kan zijn, dat de Kerk heel duidelijk zich openbaart voor iedereen in een klaar belijden van de waarheid, in haar aansprekende samenkomsten en getuigende levenswandel. Dan kunnen wij spreken van een zichtbare Kerk. Maar het kan ook zijn, dat de Kerk veel meer verborgen is voor de ogen van de wereld. Dat kan zijn door overheersende dwalingen, goddeloosheid of vervolging. Dan is de Kerk veel meer een onzichtbare.
Mij trof wat J. Koopmans schrijft over Calvijns kerkopvatting op dit punt. Volgens hem gaat het bij de onderscheiding tussen zichtbare en onzichtbare Kerk bij Calvijn allereerst om de geschiedenis van de Kerk, waarbij tegenover het zichtbaar worden van de kerk in prediking, sacramentsbediening en tuchtoefening het onzichtbaar worden (of zelfs verdwijnen-evanescere (lat.) als een verschrikkelijke straf van God over de aarde wordt erkend. (Vgl. J. Koopmans, Het oud kerkelijk dogma in. de Reformatie bepaaldelijk bij Calvijn (blz. 25). De onderscheiding zichtbaar-onzichtbaar krijgt hier dus een duidelijk dynamische inhoud. Het is geen statische onderscheiding, maar een onderscheiding die zich concreet in de geschiedenis van de kerk of van een bepaalde kerk voltrekt, en waarin de zichtbaarheid en de onzichtbaarheid in een critische relatie tot elkaar staan. Diezelfde gedachte staat ook bij Brakel op de achtergrond. De zichtbare kerk kan een onzichtbare worden, en ook omgekeerd. Terwijl daarin dan een oordeel van God of een zegening van God zich voltrekt. Daarnaast kent Brakel echter ook de meer bekende tweedeling. De onzichtbare Kerk is dan de kerk naar haar binnenkant, haar geestelijke gestalte, terwijl de zichtbare samenkomst van de Kerk tot haar zichtbare gestalte behoort. Het geestelijke leven van de kerk kan niet worden gezien. Maar wel is zichtbaar haar samenkomen rondom het Woord, haar gebruik van de sacramenten en haar belijdend spreken in het openbaar. In die zin is de Kerk in sommige opzichten zichtbaar en in andere opzichten onzichtbaar. Echter voegt Brakel er dan direct aan toe, dat deze indeling geen deling van de Kerk mag worden. Er is een onzichtbare en een zichtbare kant aan de kerk, maar er is geen onzichtbare kerk en zichtbare kerk. Het blijft ook in deze indeling om de ene Kerk des Heeren gaan. Hier komt weer zijn accent op de eenheid van de ene Kerk naar voren.
Ook nog in een ander opzicht wijst hij de tweedeling zichtbaar-onzichtbaar af. Het is ook niet juist om ze toe te passen op de lidmaten van de kerk. In deze zin: de ware gelovigen (uitverkorenen) behoren tot de onzichtbare Kerk, terwijl de niet ware gelovigen (historisch gelovigen) tot de zichtbare Kerk zouden behoren (par. 4 en 5). Volgens Brakel is dat een misvatting, die veel verwarring veroorzaakt, omdat als men dan over de Kerk spreekt, men nooit precies er achter komt, welke kerk wordt bedoeld. Daartegenover stelt Brakel de ene Kerk der ware gelovigen. Daarin meent hij de Schrift achter zich te hebben en ook in overeenstemming te zijn met wat de Ned. Geloofsbelijdenis van de Kerk zegt in haar art. 27 t/m 29.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's