Al was het er maar een
Indrukken van een evangelisatiecampagne
Tijdens een kort verblijf in Londen had ik de gelegenheid een evangelisatiecampagne in het Queens Park Rangers voetbalstadion bij te wonen van de evangelist Louis Palau, afkomstig uit Latijns-Amerika.
Tijdens een kort verblijf in Londen had ik de gelegenheid een evangelisatiecampagne in het Queens Park Rangers voetbalstadion bij te wonen van de evangelist Louis Palau, afkomstig uit Latijns-Amerika. Ik geef daarvan hier een impressie, met een aantal persoonlijke ervaringen, opgedaan in gesprekken.
Enkele jaren geleden betitelde een journalist deze Palau als 'de Billy Graham van Latijns-Amerika'. Dat is in zoverre uitgekomen, dat hij de laatste twintig jaar voor bijna drie miljoen mensen in 37 landen heeft gepreekt en verder via de media ongelooflijk veel mensen bereikte. In een boek getiteld 'The Luis Palau Story' wordt een levensbeschrijving van hem gegeven. Op de achterflap staat te lezen dat zijn roeping tot evangelist mede tot stand kwam door de diepe indruk, die de dood van zijn vader maakte. Na enkele jaren van worsteling met een 'wettisch geloof' gaf hij zich aan het evangelisatiewerk uit bewogenheid om 'verloren zielen'. En zo heeft hij de wereld rond gereisd om het evangelie bij de mensen te brengen.
Vier weken
In Londen heeft hij nu reeds vier weken lang in genoemd stadion gesproken. Op de avond dat ik er was waren er ongeveer 12.000 mensen. Zo groot was het aantal bezoekers steeds geweest, zei me een man van de politie. Enkele malen was het stadion ook helemaal vol geweest (ongeveer 20.000 mensen).
Bij zo'n samenkomst zie je hoe internationaal een stad als Londen is. Mensen van allerlei nationaliteit en huidskleur waren er, met name ook velen uit Afrika. Maar het meest opvallend was het aantal jongeren. Letterlijk duizenden jongeren bezoeken deze campagnes. En velen van hen zaten met notitieblokken voor zich om aantekeningen te maken van wat gezegd werd. Jongeren, kennelijk op zoek naar een boodschap! Met intense aandacht werd geluisterd. En de 'dienst' duurde ongeveer twee uur.
De boodschap
De boodschap was geen andere dan die van zonde en genade, teruggebracht tot de meest eenvoudige kern. Wij mensen zijn in zonde ontvangen en geboren. En God weet alles van ons mensen. Scherp worden de twee wegen gepreekt. Als u zonder Christus sterft 'you come in hell', dan komt u in de hel, gaat u voor eeuwig verloren. Maar als de Zoon u zal hebben vrijgemaakt zult u waarlijk vrij zijn.
Intussen wordt de boodschap opgesierd met aansprekende verhalen. Een jongeman krijgt op een eenzame autoweg in Amerika autopech. Hij probeert zonder resultaat het mankement op te sporen. Er stopt een glanzende limousine, waaruit een dure mijnheer stapt die hem vraagt of hij helpen moet. De reactie is afwijzend: wat weet zo'n dure meneer van auto's af! Hijzelf knutselt er dagelijks aan. Na herhaald aandringen kijkt de meneer onder de motorkap, prutst daar wat en start de motor. 'Wie bent u eigenlijk?', vraagt de jongeman verbaasd. 'Ik ben Henri Ford...' U vermoedt de toepassing al. Ford weet alles van auto's, die hij zelf maakte. God weet alles van ons leven. Hij schiep ons. We moeten ons daarom door Hèm laten behandelen. We moeten door de knieën voor God, om ons te laten redden door het bloed van Jezus Christus. Het appèl, vooral ook gericht op de jongeren, is indringend, met name ook het appèl tot levensheiliging. 'De Heere God heeft ons gemaakt. Hij maakte ook de regels waarnaar wij hebben te leven.' We hebben naar Zijn geboden te leven en derhalve keerde de evangelist zich scherp tegen de hedendaagse moraal, tegen met name de vrije sexueele moraal, maar evengoed tegen het materialisme (wat baat het de mens als hij de hele wereld gewint en aan zijn ziel schade lijdt?).
Ik moest denken aan wat ds. L. Vroegindewey in 1954 in het Gereformeerd Weekblad schreef n.a.v. zijn bezoek aan de evangelisatiecampagne van Billy Graham in het Rotterdamse stadion. Eind 1982 nam ik dat hier uitvoerig over. L.V. zegt in dat artikel o.a.
'De grondlijnen waren uit onze Catechismus. De mens werd in zijn doodstaat neergelegd als een die wedergeboorte nodig heeft. De Heilige Geest moet hem tot Christus trekken. Jezus is de enige Zaligmaker. Hij heeft aan het recht Gods voldaan. Heel eenvoudig was het, doch niet helemaal oppervlakkig. Verder wil ik liever niet allerlei critiek geven. Daar was een grote rust en aandacht bij de 10.000-den toen deze Amerikaan sprak over recht en liefde, zonde en genade. Daar zijn nogal eens mensen, die maar nooit in het evangelie kunnen vinden, dat de Heere Jezus alleen voor zondaren gekomen is, die hun zonde kennen. Billy Graham had dit wel gevonden. Voordat men tot Jezus komt, moet men zijn zonde belijden.'
De keuze
Aan het eind van de toespraak is er, zoals gebruikelijk bij zulke meetings, het moment van de keuze. Mensen komen naar voren om zo te belijden. Ik zeg met L.V. maar: 'verder wil ik liever niet allerlei critiek geven'. Ik citeer hem op dit punt nogmaals:
'En toen kwam de nodiging om voor zijn platform te komen en het daarmee uit te spreken, dat men Christus wilde volgen. Dat ging met nog korter zinnen. Wilt gij u onderwerpen aan Christus. Ga dan staan. Toen gingen zeer velen staan. Daarna kwam de eis: kom dan hier. Dat was moeilijker. Toch waren het zeker 1000 personen, als ik goed geschat heb, die de tocht van de hoge tribunes naar de begane grond maakten. Ik kan het begrijpen. Men zou het kunnen vergelijken bij het doen van belijdenis in de kerk. Komt hier, zei Billy Graham, komt nu. U moet het hem eigenlijk horen zeggen. En met dat komen zegt ge dit: Ik belijd mijn zonden, ik heb berouw, ik keer mij van mijn misdaden af. Ik neem Christus aan. Ik ben bereid Hem te volgen, wat het ook kost. Zijn nodiging ging óver in een gebed: Laat ieder ervaren, dat Gij genadig zijt, voor wie tot U komt. Open hun ogen. Laat het wonder plaats hebben. En toen kwamen ze. Zelfs in Holland kreeg hij ze rondom zich. Daarna volgde de toespraak tot de 'nieuwe lidmaten' bij wijze van spreken dan. Daarin had hij nog niet de wijsheid der ouden. Die zeiden: laat het eerst maar eens overzomeren en overwinteren. Hij zei: Gij zijt nu Gods kind. God vergeeft uw zonden. Ik wil hopen, dat niemand dit van Billy Graham heeft overgenomen, want hij zou op die manier een mens wat wijsmaken. Maar als het een oprechte keuze is geweest om als zondaar, die de eeuwige dood verdiend heeft, verlossing te zoeken door het bloed van Christus, dan zou er nog wel eens iemand bij kunnen geweest zijn, die waarlijk Gods kind zou blijken, in die grote dag des oordeels.'
Ook hier, in Londen, kwamen een aantal honderden mensen naar voren. Hier werd zo niet gezegd: nu bent u een kind van God. Op het belang van de gemaakte keuze en de consequenties ervan werd echter wel gewezen.
Gemengde gevoelens
Met gemengde gevoelens ging ik het stadion uit. Enerzijds een appellerende boodschap. Anderzijds: niets bijzonders! Een eenvoudig, onopgesmukt verhaal met ook nog eens een keer scherpe kritiek op 'showbusiness christendom'. In de zondagse eredienst hoor je (althans op veel plaatsen) de boodschap dieper. Maar het gold hier dan ook een evangelisatie meeting. Er was ook geen werken op gevoel, op sentimenten. Ik denk dat de kracht ervan toch gelegen was in het klip en klaar zeggen waar het met de mens op stond en de overtuiging, waarmee de ernst van de twee wegen en de consequentie van het christen-zijn voor het leven van elke dag, werd gebracht.
Gesprekken
Ik besloot mensen, die uit het stadion kwamen, te vragen naar hun ervaringen. Ongeveer anderhalf uur had ik zo een aantal kortere of langere gesprekken. En om het maar simpel te houden vroeg ik of ze zelf al christen waren of niet. Duidelijk wordt dan dat er onder de duizenden gewoon ook mensen zijn, die al lang(er) naar de kerk of een christelijke gemeenschap gaan. Maar de eerste die ik sprak - een jongeman uit Afrika - zei me dat hij die avond gekomen was tot 'confessing Jezus', het belijden van Jezus. Een oudere blanke vriend, die naast hem liep, had hem meegenomen. Toen ik deze man vroeg wat die ervan gevonden had, zei hij dat hij al sinds 1967 trouw meeleefde met en mee leiding gaf aan een baptistengemeente in Londen. Het begin van zijn christenzijn lag bij een Billy Graham campagne in dat jaar!
Er waren ook mensen die het gewoon interessant gevonden hadden en waarmee je om zo te zeggen snel uitgepraat was. Op een bepaald moment sprak ik echter een echtpaar, afkomstig uit Nigeria. Zij hadden in Londen voor het eerst het evangelie gehoord, óók in 1967 bij Billy Graham. En nu waren ze er vooral uit solidariteit, omdat ze beseften hoe belangrijk evangelisatiecampagnes als deze waren voor mensen, die ten dode wankelen. Zelf bezochten ze 's zondags trouw de diensten in een kleine gemeente, waar 50 mensen kwamen. Ik vroeg nog: waarom 's zondags in uw diensten zo weinig mensen en hier zovelen? Ze zeiden, mensen zullen - zoals wijzelf - de weg van hier naar kerken vinden, maar hier komen velen, die zoekende zijn en de drempel van de kerk te hoog vinden. Bovendien wordt aan deze campagne brede publiciteit gegeven.
Het meest sprak mij aan wat een oudere vrouw uit Oeganda afkomstig me zei. Ze was al van kind af christelijk. 'Toen ik vier jaar was sprak God door mijn oor tot mijn hart.' Ze toonde zich blij met een campagne als deze. Ik vroeg toen wat ze dacht van dat massaal naar voren komen. Zou dat allemaal echt zijn, denkt u? Wat ze toen zei was de moeite waard. 'Ach mijnheer, al is er maar één bij geweest die de echte keus mocht maken. Ik denk dat het er meer zijn. Er zijn er ongetwijfeld ook bij die in de opwelhng van het moment handelden. Maar ook dié zullen hun leven niet dat éne moment, waarop ze toch een keer een keus deden, vergeten. En wie weet wat het op een bepaald moment in het leven dan nog uitwerkt.' Aldus deze mevrouw.
En tenslotte nog wat een jongeman zei. Hier wordt een boodschap gebracht gericht op het hart van de mensen, heel persoonlijk. Er zijn veel christenen, die dat element helemaal kwijt zijn. Er zijn dominees die dat element helemaal niet meer willen aanroeren in hun prediking. Wie zou dit tegenspreken?
Kiezen?
Ik denk dat wanneer wij ons dogmatisch gescherpt 'beginsel' hanteren bij campagnes als deze de grootste moeite ontstaat wanneer het woord keuze of kiezen valt. De Bijbel zelf is met dat woord voorzichtig als het om de toeëigening van het heil gaat. Het duidelijkst vinden we dat woord nog in het Oude Testament (Kies dan het leven, Deut. 39 : 19, en, kiest u heden wie gij dienen zult. Jozua 24 : 15). Anderzijds is wel duidelijk dat de Schrift het appèl op de menselijke verantwoordelijkheid en de dringende nodiging tot het heil in Christus beklemtoont, al is het alleen maar in de indringende oproep van Paulus: wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen!
Teruggaande kwam echter vooral op me af hoe noodzakelijk het is de wereld, de mensen die ten dode wankelen, te confronteren met de bevrijdende boodschap van genade voor zondaren. Ook in Londen gaapt de ellende van jongeren, die aan de zelfkant van het leven terecht zijn gekomen, je tegen. Men ziet er meer 'hanekammen' dan hier. En de drugs doen ook daar hun lijfen leven slopende werk. Er is toch een boodschap voor hopeloze mensen? Wie zou nog rust hebben als we bedenken dat het voor alle mensen op de eeuwigheid aangaat en dat de beslissing hier in het leven valt? Vóór we dogmatisch gaan redeneren zullen we ons dunkt me de vraag moeten stellen waar 'onze' bewogenheid is om mensen in nood, waar 'ónze' kracht tot evangeliserend bezig zijn ligt. Waarom toch brengen evangelisten als Palau - hoeveel bezwaar daar bij dieper onderzoek wellicht ook tegen in te brengen zou kunnen zijn - zoveel mensen bijeen en zou het de beste gereformeerde dominee of evangelist vandaag niet lukken? Het zijn vragen, die je niet los laten. En ik schrijf ze hier ook maar eerlijk neer, al weet ik best dat er in de kerken binnen de Gereformeerde Gezindte mensen zijn (velen, weinigen?), die al bij voorbaat weten dat het in zulke campagnes allemaal te oppervlakkig en te gemakkelijk gaat. Ik ben dankbaar dat ds. L. Vroegindewey er destijds ook frank en vrij over schreef zoals hij schreef.
Zondagse preek
Nu ik toch persoonlijk schrijf kan er nog wel een laatste 'ervaring' bij, die op het bovenstaande nauw aansluit. Afgelopen zondag - de zondag erna - deed ds. C. den Boer intrede in Bilthoven. De preek ging over Handelingen 8, over Filippus en de kamerling. 'Want hij reisde zijn weg met blijdschap' (Hand. 8 : 39). Een zoeker werd een vinder. De zoekende kamerling las de boekrol van Jesaja. 'Verstaat gij wat gij leest?' vroeg Filippus, die zich bij hem voegde. En wat deed Filippus anders dan hem Christus verkondigen? Toen ging het allemaal snel in zijn werk. 'Ziedaar water, wat verhindert mij gedoopt te worden? ' Filippus werd voor die ene er op uit gestuurd. Om hem Jezus te verkondigen. En de keus was toen spoedig 'gemaakt'. Die vrouw uit Oeganda zei: ach mijnheer, al was het er maar één'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's