De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geert Grote (slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geert Grote (slot)

8 minuten leestijd

Hoeveel waardering wij willen opbrengen voor Geert Grote en zijn devoten, wij kunnen ze niet trekken in de lijn van de Reformatie; wij kunnen ze geen voorlopers der Hervorming noemen.

Reeds een en andermaal kwam in de vorige artikelen ter sprake de spiritualiteit van Geert Grote en de invloed die daarvan uitgegaan is op het kerkelijke en geestelijke leven in ons land. In dit slotartikel willen wij het geheel samenvatten en bepaalde gegevens nader toelichten.

Mystiek

De eerste karaktertrek van de spiritualiteit (vroomheid) van Geert Grote en de zijnen die naar voren gebracht moet worden, is dat zij een eenvoudige, praktische mystiek beoefenden. Als wij spreken van een praktische mystiek stellen wij haar tegenover de veel hogere, speculatieve mystiek bij mannen als Ruusbroec (Brussel), en Eckart en Tauler in Duitsland. Geert Grote heeft Ruusbroec in zijn klooster Bloemendaal bezocht en hem dus persoonlijk gekend. Hij had ook grote achting voor Ruusbroec. Hij had echter op Ruusbroec ook kritiek. Hij meende dat Ruusbroec op bepaalde punten te ver ging.

Niet alle mystiek is enerlei. Wie zich in haar geschiedenis verdiept komt allerlei nuances en zelfs belangrijke verschillen tegen. Eén van die verschillen is of men als mysticus zich overgeeft aan allerlei hoogvliegende beschouwingen of dat men de mystieke ervaringen tracht te verbinden met een bezig zijn in de praktijk van het kerkelijke en dagelijkse leven. Het eerste vindt men bij Ruusbroec (zijn werken worden in onze tijd opnieuw uitgegeven), het tweede vindt men bij Geert Grote en zijn devoten.

Maar hoe praktisch Geert Grote ook was, getuige onder andere zijn werkzaamheid als boeteprediker, ook hij beoefende mystiek.

Aan meditatie alleen had hij niet genoeg, hij beoefende ook de contemplatie, die hij als een hogere genade zag. In de contemplatie verdiept men zich geheel en verliest men zich geheel in het 'overwegen' van bijv. Christus' geboorte of (vooral) Christus' lijden en sterven. Dit gaat dan gepaard met hevige gevoelens van smart en vreugde. Zij is bijkans een 'techniek' om tot gevoelige ervaringen te komen. De een komt hierin verder dan de ander; de een is ook meer voor mystiek aangelegd dan de ander. Zo was het onder de devoten en zo was het steeds in de geschiedenis van de mystiek.

Loyola

Met name de moderne devoten hebben de weg gebaand tot de mystiek van Ignatius en Loyola en de jezuïetenorde. Ignatius leerde de mystieke oefeningen van de moderne devoten kennen, kort na zijn grote ommekeer, toen hij besloot een ridder van het Kruis te worden. Zo ontstonden zijn Geestelijke Oefeningen (exercitia spiritualia), waardoor de jezuïetenorde haar beroemdheid heeft gekregen. Er loopt een directe lijn van Geert Grote naar Ignatius van Loyola en van de moderne devotie naar de jezuïetenorde. De jezuïetenorde is méér de erfgenaam van de moderne devotie dan de Reformatie ooit is geweest!

Reflectie

Een tweede karaktertrek van Geert Grote's spiritualiteit is geweest de reflectie. Zij was niet nieuw, zij werd ook in de kloosters beoefend. Men reflecteerde over eigen geestelijk leven. Men legde de hand aan eigen pols om de stand van het eigen geestelijke leven nauwkeurig bij te houden. Men wisselde onderling geestelijke ervaringen uit, en schreef die ook op. Men was eigenlijk doorlopend met zichzelf bezig. De biecht nam in dit alles een grote plaats in. Zij was verplicht. Daarnaast was er ook de noodzaak om aan elkaar alles te vertellen, alle zonden en fouten die men begaan had. Ieder stond onder de controle van allen. Ik zou geneigd zijn om te spreken van een zekere geestelijke inquisitie. Zij was er in de huizen der moderne devoten én in de kloosters.

Deze zelfreflectie is later ook in puriteinse kring sterk beoefend. Vandaar dat er zoveel geestelijke dagboeken zijn ontstaan, waarin men van dag tot dag de eigen inner­lijke ervaringen te boek stelde. Over de Reformatie heen (die dit niet kende) vindt men dus in de 17e en 18e eeuw hetzelfde als bij de moderne devoten in de 14e en 15e eeuw. En ongetwijfeld kan hier van een directe beïnvloeding worden gesproken. De puriteinen en ook de piëtisten in ons eigen land kenden de werken der moderne devoten. Vooral Thomas à Kempis heeft bij hen hoog aangeschreven gestaan.

Scrupuleusheid

Wij noemen in de derde plaats: de scrupuleusheid. Wie eindeloos met zichzelf bezig is, geraakt gemakkelijk in twijfels. Dat was ook bij de moderne devoten het geval. Men gevoelde niet altijd even duidelijk de 'godtlike minne' (goddelijke liefde) en dan ontstond er twijfel. Er waren de 'verlatingen', sterk bepaald door het gevoel. De zielzorgers onder de moderne devoten hadden de handen vol om de scrupuleuzen te helpen, de mensen die zelfs over geen strootje konden heenstappen. Van alles en nog wat maakte men zónde; en er was vooral de angst doodzonden te hebben bedreven. Men leed onder de 'bekoringen'; in alles zag men de duivel. Er waren er die zelfs als man de aanwezigheid van een vrouw niet verdragen konden. Vooral 'de vrouw' werd gezien als het toppunt van zonde en verleiding. En dan vluchtte men naar de biecht en naar de mis; om daarna de (hopeloze) strijd opnieuw te beginnen.

De nachten bracht men vaak door met waken, men vastte streng, men deed aan wat men noemde 'verstervingen', want het lichaam is, zoals Geert Grote zegt, een 'stinkende zak', een 'weerbarstige ezel', het deugt nergens toe. Heel wat devoten hebben door hun zware ascese voorgoed hun gezondheid geknakt. Soms moest zelfs Geert Grote waarschuwen voor een al te strenge ascese.

Imitatio Christi

Wij noemen in de vierde plaats: de navolging van Christus. Het thema was niet nieuw, het was ook al door Franciscus van Assisi met kracht naar voren gebracht, en die had het ook gepraktiseerd. Maar Franciscus vatte de 'navolging' vooral op als een imiteren van Jezus' uiterlijke leven. Zoals Jezus arm was, zo wilde ook hij arm zijn, en zoals Jezus ongehuwd bleef, zo bleef ook hij ongehuwd; en zoals Jezus leed, zo wilde hij ook lijden; en zoals Jezus in zijn lichaam wonden had, zo wilde ook hij wonden in zijn lichaam hebben - , en het verhaal gaat dat hij ze ook gekregen heeft. Voor een deel hebben moderne devoten deze wijze van imitatio Christi (navolging van Christus) overgenomen. Maar zij volstonden niet met slechts een uiterlijk navolgen van Christus, zij wilden Hem ook innerlijk navolgen, dat wil zeggen: in zijn reinheid, heiligheid en deugdbeoefening. Geert Grote sprak zelfs van een zekere geestelijke identiteit met Christus. De ziel begeert Christus, haar Minnaar, gelijk te worden. Zij krijgt deel ook aan zijn lijden; zelfs in die zin dat ook haar lijden, evenals dat van Christus, voor anderen verzoenend is.

Ootmoed

Ik noem tenslotte nog: de ootmoed. Men komt bij Geert Grote en wat later bij Thomas à Kempis ettelijke malen het woord 'deemoed' (humilitas) tegen. Men kan zelfs wel zeggen dat het heil gebonden wordt aan de deemoed.

De moderne devoten waren ook uiterlijk kenbaar. Zij liepen op straat op een bepaalde manier: gebogen, immers: zij droegen Jezus' kruis. Zij liepen met neergeslagen ogen, om zich te vrijwaren tegen 'bekoringen' , zij liepen in eenvoudige of bij voorkeur zelfs kapotte kleren, in donkere kleuren. Dat alles behoorde tot de 'deemoed'. W. Moll heeft in zijn boek over het geestelijke leven van onze voorouders in de 15e eeuw een uitvoerige schildering ervan gegeven.

De deemoed is de weg naar de hemel. Zij is de moeder der deugden. Haar lof kan men niet hoog genoeg zingen. Zij is ook verdienstelijk van aard.

De moderne devoten, ook Thomas a Kempis, hebben de grove verdienstelijkheidsgedachte soms afgewezen. Hun religie stond hoger dan die van het gewone volk, waarin men op een platvloerse wijze sprak over 'verdienen', door middel van vasten, bedevaarten maken, aalmoezen geven, enz. Maar op een fijnere wijze vindt men dezelfde verdienstelijkheidsgedachte toch ook bij de moderne devoten. Het meest verdienstelijk zijn de goede werken, zeggen zij, bij wie de gedachte aan verdienste niet op de voorgrond staat. Men doet dus de goede werken om het geestelijk genot dat men erin beleeft, maar men weet: ik krijg er eenmaal loon voor.

Heiligmaking

Men zegt weleens, dat een boekje als dat van Thomas a Kempis over de Navolging van Christus ook door reformatorische christenen te aanvaarden is als men het maar zet in de 'heiligmaking'. Ik vraag: welke heiligmaking? Is er een heiligmaking mogelijk buiten de rechtvaardiging door het geloof om?

De mannen van de moderne devotie dachten over de heiligmaking in de termen der rechtvaardigmaking. De mens is voor God rechtvaardig op grond van de hem ingestorte gerechtigheid, dus: de heiligmaking, dus: de goede werken. Met deze roomse leer, die de Reformatie heeft opgeroepen, heeft niet één moderne devoot ooit gebroken. En toch raakt zij het hart van het Evangelie.

Moderne devotie en Reformatie

W. Geesink schreef eens een studie over Gerard Zerbolt van Zutphen, een der moderne devoten, geboren 1367. Aan het einde van zijn boek komt hij tot een conclusie die ook ik moet onderschrijven. Hij zegt: hier hebt u innige vroomheid! Dat was ook zo. Ook bij Geert Grote, hoewel bij hem wat minder dan bij Zerbolt. Maar, zegt Geesink, op roomse grondslag! De kerkleer van Rome is de basis.

Hoeveel waardering wij willen opbrengen voor Geert Grote en zijn devoten, wij kunnen ze niet trekken in de lijn van de Reformatie; wij kunnen ze geen voorlopers der Hervorming noemen. De Reformatie was iets heel anders dan de moderne devotie. De moderne devotie leefde bij stukjes uit de Bijbel, maar verstond niets van het hart van de Bijbel, de verkondiging van Jezus Christus voor arme verloren zondaren, die gerechtvaardigd worden om niet, alleen (!) door de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus, die alleen (!) door het geloof ons deel wordt. Pas de Reformatie heeft ons dit opnieuw geleerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geert Grote (slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's