De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wandelen in de vreze des Heeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wandelen in de vreze des Heeren

8 minuten leestijd

Leven bij het Woord van God is niet alleen een naar binnengekeerde zaak.

Leven bij het Woord van God is niet alleen een naar binnengekeerde zaak. Leven bij het Woord wil ook zeggen, dat wij als Gereformeerde belijders met het woord midden in deze wereld staan. En wel: in een turbulente wereld waarin kerken veel terrein en invloed moeten prijsgeven. Vele en velerlei machten verheffen zich tegen de drieënige God. Meer en meer verzet men zich tegen de kerk en in 't bijzonder tegen het Woord van God. Vooral de moderne communicatiemiddelen laten niet na het Woord van God te bespotten en in een kwaad daglicht te stellen. Is er nog wel een wandel in de vreze des Heeren mogelijk in een puur gesaeculariseerde wereld? Is het toch maar niet beter, dat de gereformeerde belijder zich terugtrekt en de cultuur en de samenleving laat voor wat die zijn? In een aantal artikelen willen wij nagaan wat 'een wandelen in de vreze des Heeren' heeft ingehouden en wat zij nü inhoudt. Vooraf zij echter opgemerkt, dat het niet onze bedoeling is het begrip 'de vreze des Heeren' diep te gaan uitspitten. Hiervoor verwijzen wij de belangstellende lezers naar de proefschriften van dr. B. Obsterhoff en dr. H. Vreekamp. Eerstgenoemde gaat dit begrip in het Oude Testament na, laatstgenoemde in het Nieuwe Testament.

De vreze des Heeren

'De vreze des Heeren' is een staande uitdrukking. In zijn meditaties over de Psalmen vertaalt prof. dr. A. A. van Ruler deze staande uitdrukking met 'Godsvrucht'. Hoe het ook zij: de vreze des Heeren is een echt bijbelse uitdrukking. Wij komen haar veelvuldig tegen in het Oude Testament, vooral in de Psalmen en de Spreuken, maar ook in het Nieuwe Testament ontbreekt deze uitdrukking niet o.a. in de brief van de apostel Paulus aan de Romeinen. Deze staande uitdrukking kan in tweeërlei zin worden verstaan. Zowel objectief (voorwerpelijk) als subjectief (onderwerpelijk). In voorwerpelijke zin is met 'de vreze des Heeren' bedoeld: de ware dienst aan God. Duidelijk wordt dit uitgesproken in Spreuken 9 : 10: De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid'! Ook kunnen wij denken aan Handelingen 9:31, waarin van de gemeenten in Juda, Galilea en Samaria wordt gezegd, dat zij 'wandelden in de vreze des Heeren'.

In onderwerpelijke zin is met 'de vreze des Heeren' bedoeld, dat men eerbied en ontzag heeft voor de Heilige God. Men is bevreesd om de zonde te doen, want door de zonde vertoornt men Hem. Deze vrees staat echter niet op zichzelf, maar gaat gepaard met een kinderlijke liefde. Men hangt God aan met een vurige liefde.

Slaafse en kinderlijke vreze

Het onderscheid tussen slaafse en kinderlijke vreze is in de 'vroege' kerk door Augustinus nader uitgewerkt. Hij onderkende niet alleen een gradueel, maar ook een principieel verschil tussen deze beiden. Hiervoor wees hij naar 1 Joh. 4 : 18: Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees buiten; want de vrees heeft pijn, en die vreest, is niet volmaakt in de liefde'. Augustinus stelde, dat de slaafse vrees wordt uitgedreven door de liefde en dat de liefde de kinderlijke vrees bijft vergezellen. Slaafse en kinderlijke vrees worden door hem niet alleen onderscheiden, maar ook streng gescheiden. Hoever de middeleeuwen van Augustinus verwijderd waren, blijkt hieruit, dat er in de middeleeuwse biechtpraktijk sprake is van een geleidelijke overgang van de slaafse in de kinderlijke vreze. Vele boetedoeningen moesten worden gedaan, vele goede werken verricht om deze overgang te bewerken. Afgezien van het feit, dat men dit zelf moest bewerken en genade daardoor geen genade meer was, kan hieruit ook afgeleid worden, dat de slaafse vrees een voorwaarde was voor de kinderlijke vrees. Hiermee werd het evangelie van vrije genade tot nul gereduceerd. Verstaat u ons echter goed: wij willen niet ontkennen, dat de Heere de slaafse vrees niet kan gebruiken tot bekering. Ook W. A. Brakel wijst hierop. Maar het gaat ons te ver om de slaafse vrees altijd en overal voor een ieder als voorwaarde tot de kinderlijke vrees te stellen. De Schrift houdt ons niet alleen een Manasse voor, maar ook een Samuel; niet alleen een stokbewaarder, maar ook een Lydia. De wegen Gods tot het heil zijn zo verschillend en zo rijk geschakeerd, dat wij maar geen voorwaarden moeten stellen. De wind blaast waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit de Geest geboren is. Overbodig is ook om neer te schrijven, dat de kinderlijke vreze niet door onze boetedoeningen noch door onze goede werken, wordt gerealiseerd. De kinderlijke vreze is een vrije gift uit het welbehagen Gods. Sola gratia, genade alleen.

Breuk

De reformatie heeft met het bovenstaande uit de middeleeuwen radicaal gebroken. Zij keerde terug tot Augustinus en stelde dat de kinderlijke vreze van geheel andere aard is dan de slaafse vrees; zowel gradueel als principieel. In de gereformeerde religie krijgt dan de uitdrukking 'de vreze des Heeren', in overeenstemming met het bijbels taalgebruik - weer de beide betekenissen, zowel in voorwerpelijke als onderwerpelijke zin. Het objectieve en het subjectieve werd wel onderscheiden, maar niet uiteengehaald, zoals dat later wel is gebeurd. De leer der der waarheid en de bevinding bleven bijeen. Zij vormden bepaald geen tegenstelling. De bevinding was op de leer der waarheid gegrond. Het beleven kwam op uit de leer der waarheid. De bevinding leefde geen eigen leven zoals in later eeuwen en ook nu nog wel wordt aangetroffen. Allerlei 'inwendig licht' buiten de Schrift om werd zowel door een Luther als door een Calvijn krachtig van de hand gewezen. Men leze ten bewijze hiervan hun geschriften. De vreze des Heeren ofwel de vreze Gods heeft in hun religie steeds een grote plaats ingenomen. De reformatoren kenden een heel sterk besef van de hoogheid en heiligheid van God. In geen geval spraken zij over God als 'Bondgenoot', noch minder over God als 'Partner'. God was voor de reformatoren: de Hoge, de Heilige, tot Wie geen mens kan opklimmen, maar die in Zijn Zoon tot de mens is gekomen. Deze God moet met eerbied en ontzag worden gediend. Zo wil Hij ook gediend worden! Van de vreze des Heeren zeggen de reformatoren o.a. dit: 'de vreze des Heeren vlucht niet in de werken'. Hiermee keerden zij zich dus tegen de middeleeuwen die - volgens hen - het evangelie van vrije genade vervalsten. Door al de boetedoeningen en 'goede werken' werd zo een dikke streep gehaald. Neen, de vreze des Heeren vlucht niet in de werken, maar vlucht van God vandaan naar God toe. Dat is de paradox van het geloof. Nog altijd!

Luther

In verband met ons onderwerp is het goed om in dit verband een ogenblik bij Luther stil te staan. De grote reformator - een geschenk van God - stelt bij de behandeling van het eerste gebod de vreze voorop in de drieslag: vrezen-liefhebben-vertrouwen. Met vrezen bedoelt Luther de kinderlijke vreze en niet de slaafse vreze. 'Daarbij is het niet zonder betekenis dat Luther op deze plaats de vrees vóór de liefde plaatst, want de christen ondervindt vanwege de bij hem voortdurend aanwezig blijvende zonde steeds opnieuw het vrezen voor het gericht Gods' (dr. H. Vreekamp in 'de vreze des Heeren', pag. 20). De drieslag, vrezen-liefhebben-vertrouwen, blijkt bij Luther bepalend voor de onderhouding van de gehele wet. Opmerkelijk is, dat K. Barth een wijziging wilde aanbrengen in de volgorde van de drieslag van Luther. Volgens Barth dient de vrees na de liefde te komen. De vreze Gods zou voortkomen uit de liefde en niet omgekeerd. De vreze Gods zou een eigen wortel hebben in de liefde. Wij houden het op Luther, van wie wij menen, dat hij met meer licht begiftigd is geweest. Hiermee is niet gezegd, dat Luther het laatste woord heeft. Het Woord heeft het laatste woord.

W. a Brakel

Alvorens dit eerste artikel af te ronden, willen wij in verband met ons onderwerp toch ook enige aandacht schenken aan W. a Brakel. Dit temeer omdat hij in zijn 'Redelijke Godsdienst' een geheel hoofdstuk gewijd heeft aan 'de vreze des Heeren'. Bij geen van de nadere reformatoren zijn wij zo'n uitvoerig exposé tegengekomen als juist bij hem. 't Is zeker niet misplaatst neer te schrijven, dat a Brakel behoorde tot één van de beste vertegenwoordigers van de nadere reformatie. Zijn 'Redelijke Godsdienst' is hiervan het beste bewijs. Inzake 'de vreze des Heeren' maakt óók hij onderscheid tussen 'de slaafse en de kinderlijke vreze'. Van de 'slaafse vreze' zegt hij o.a. dit: een slaaf doet de wil van zijn heer. Hij doet die wil uit vrees gestraft te worden, wanneer hij die niet doet. Brakel ziet de slaafse echter niet als een verkeerde zaak. Volgens hem kan zij nuttig zijn als iemand daardoor tot bekering wordt gebracht. Opvallend is dat Brakel spreekt: kan nuttig zijn. Hij stelt de slaafse vrees dus geenszins als voorwaarde, ook niet worden door hem hieraan 'boetedoeningen' verbonden. De slaafse vrees kan tot bekering brengen. De slaafse vrees is echter kwaad, wanneer zij niet meer is dan schrik, welke van God doet vlieden. Van de kinderlijke vreze zegt hij: 'Kinderlijke vreze is een heilige beweging van het gemoed, door God in de harten van de kinderen Gods verwekt, waardoor zij uit ontzag voor God zorgvuldig wacht houden, God niet te mishagen, en ernstig trachten. Hem in alles te behagen'.

In een volgend artikel willen wij hierover verder nadenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wandelen in de vreze des Heeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's