De Kerk bij Wilhelmus à Brakel (1635-1711)
De Gereformeerde Kerk is dus in de Reformatie niet ontstaan, maar een vernieuwde openbaring van de ware Kerk, die ook vóór die tijd er was, zij het de laatste eeuwen in een meer verborgen gestalte.
De Kerk trouw blijven
In ons vorig artikel ontdekten wij iets van de spanning, die er in Brakel's visie op de Kerk te vinden is. Aan de ene kant houdt hij met grote stelligheid staande, dat de Kerk alleen bestaat uit ware gelovigen. Tegelijk legt hij grote nadruk erop, dat deze Kerk een zichtbare is. In beide opzichten staat Brakel heel dicht bij de Labadisten, die eveneens de Kerk zagen als de Kerk die uitsluitend uit ware gelovigen bestaat en daarmee de zichtbare gestalte van de Kerk verbonden. Wat Brakel ook nog met de Labadisten gemeen heeft, is, dat hij volledig oog heeft voor het grote verval dat in deze Kerk te vinden is. Met name in deze tegenstelling ligt de spanning opgesloten. De Kerk een Kerk van ware gelovigen, die zichtbaar tot openbaring komt. En toch in werkelijkheid een vervallen Kerk. Voor de Labadisten was deze spanning te groot. Juist omdat zij ook beide stelden: De Kerk is de Kerk van ware gelovigen én zij is zichtbaar. Maar de Gereformeerde Kerk van Nederland is een vervallen Kerk. Deze spanning konden zij niet aan. Daarom was hun conclusie: dus kan de Gereformeerde Kerk van Nederland niet de (ware) Kerk zijn. Zij is een valse kerk geworden. Daarom is het onze plicht om naast en tegenover haar de ware Kerk te vormen. In die richting meenden de Labadisten een oplossing gevonden te hebben. Even heeft ook Brakel gedacht, dat dit inderdaad de oplossing was. Maar hij kwam tot het inzicht, dat dit Gods weg met zijn Kerk niet was. Daarom bleef bij hem de spanning erin. Die vervallen Kerk, i.e. de Gereformeerde Kerk van Nederland, is en blijft toch de ware Kerk. Daarom mogen wij er niet uit weglopen. We hebben in die Kerk te blijven, haar vervallenheid voluit te erkennen, maar aan dat verval niet mee te doen. We hebben in die Kerk te staan als reformerende lidmaten.
De Gereformeerde Kerk
Het bovenstaande wordt nog concreter, als wij bedenken, dat Brakel's accent op de zichtbaarheid van de ware Kerk zich toespitst op de boven al genoemde Gereformeerde Kerk. Deze Kerk was in Nederland de Hervormde Kerk, die daar als dé Kerk van het volk werd beschouwd, door God zelf geplant. Toch komen wij bij Brakel, voorzover wij konden nagaan, niet een speciale aandacht tegen voor het eigen Nederlandse karakter van de Kerk. Zoals er een Kerk van Engeland is, zo is er ook een Kerk van Nederland. Het begrip 'Vaderlandse Kerk' met zijn onder ons gangbare theologische lading kwamen wij bij hem niet tegen. Brakel hecht veel meer aan de naam Gereformeerd (par. 19). Ze wijst op het herstel van de Kerk naar het voorschrift van Gods Woord. Bewust wijst Brakel ook de aanduiding Calvinistische Kerk af. Zo is het nu juist met de niet-ware kerken, zoals de paapse of Roomse kerk, genoemd naar de paus of naar Rome, de Mennisten, genoemd naar Menno Simons, de Arminianen, genoemd naar Arminius, de Socinianen, genoemd naar Socinus. Zelfs ook de Lutheranen vallen hieronder, genoemd dat zij zijn naar Luther. Brakel beschouwt dus ook de Lutherse kerk niet als een ware kerk. Later spreekt hij over de Lutherse dwalingen (hfdst. 43, par. 9) en zal dan vooral de Lutherse sacramentsleer op het oog gehad hebben. De Gereformeerde Kerk noemt zich niet naar Calvijn. Anderen noemen haar wel calvinisten, maar zij doet dit zelf niet. Calvijn was wel één van de eersten, die zich tegen de roomse dwalingen verzetten. Maar hij was niet de allereerste. Dat was Zwingli. Maar het diepste motief is, dat de ware kerk zich niet naar mensen noemt.
Er zit echter nog een ander motief achter. In feite was deze Gereformeerde Kerk er vóór de Reformatie (par. 39). Zij bezit toch de ware leer. Welnu, deze ware leer is er van het begin af geweest. De ware leer is de apostolische leer, daarom is de Gereformeerde Kerk de apostolische Kerk van alle eeuwen en alle plaatsen. Het Gereformeerde ligt dus dicht bij het Katholieke karakter van de Kerk. Wel zien wij in de loop van de geschiedenis, dat het Pausdom in deze kerk zich indringt. Dat is langzaamaan geschied, maar vanaf het jaar 606 is dit steeds meer gaan overheersen. Maar ook dan blijven er meerdere particuliere kerken zich tegen het Pausdom verzetten. Zo in Frankrijk, Engeland, Schotland, Bohemen en Piemont. Met name wijst Brakel op de Waldenzen (par. 40). Volgens hem is de leer van de Gereformeerde Kerk gelijk aan de hunne, met Gods Woord in alle delen overeenkomend. De Gereformeerde Kerk is dus in de Reformatie niet ontstaan, maar een vernieuwde openbaring van de ware Kerk, die ook vóór die tijd er was, zij het de laatste eeuwen in een meer verborgen gestalte. Ook is zij niet tot Nederland of tot de Calvijnse traditie beperkt.
De ware Kerk is een 'afgescheiden' Kerk
Brakel maakt het zichzelf echter niet eenvoudig, wanneer hij van deze Gereformeerde Kerk wil aantonen, dat zij alleen de ware Kerk is. Zolang hij in het algemeen de positieve kenmerken van de ware Kerk bespreekt, komt dit overtuigend over. Aansluitend bij zijn definitie, wijst Brakel er allereerst op, dat deze ware (Gereformeerde) Kerk een afgescheiden vergadering is (par. 20). Dat woord 'afgescheiden' wijst niet zozeer op andere kerken, waarvan de ware kerk is afgescheiden. Het wijst op de wereld. De Kerk is van de wereld afgescheiden. En dan ook van hen, die een valse religie aanhangen. Omdat de Kerk het Rijk van Christus is, wil ze als een echt koninkrijk afgescheiden leven van alle andere volkeren. Zij wil alleen zijn, opdat zo het Rijk van Christus des te duidelijker tot openbaring zou komen. En zoals een koninkrijk duidelijke grenzen kent, zo ook de Kerk. De Kerk heeft muren. Zij is omtuind. En er wordt wacht gehouden, door de opzieners, op de muren en aan de poorten. Er mag geen vermenging plaatsvinden. Daarom heeft de Kerk haar eigen orde. En zij heeft de sleutels, om te openen, maar ook om te sluiten.
Nauw verbonden met deze afgescheidenheid van de Kerk is haar hechte gemeenschap van binnen. Naar buiten afgesloten, maar naar binnen verenigd. Beide zijn op elkaar betrokken. Gemeente betekent toch gemeenschap! Het is de vereniging in en met dezelfde Waarheid, en daarom ook met de belijders en belevers der Waarheid (par. 21), geleid door dezelfde Geest. Gelijk zoekt gelijk. Vervuld met dezelfde liefde, gericht op het zelfde doel: de eer van Christus. Deze gemeenschap is ook een gemeenschap metterdaad. Zij uit zich in het helpen van elkaar.
De Kerk als Woord-gebeuren
Brakel wijdt mooie passages aan het ontstaan en bestaan van zo'n christelijke gemeente (par. 22). Er is een leraar of zo maar een gelovige, die vanuit Gods Woord getuigt. Dat blijft niet ongezegend. Er komt reactie op. Mensen voegen zich bij deze getuige. En deze met elkaar geven het goede nieuws weer door aan anderen. Zo ontstaat er een gemeente, naar voren tredend in woord en daad, in verkondiging en levenswandel. Deze kettingreactie gaat echter door. Er zijn er die getrokken worden. Er zijn er ook, die zich in vijandschap afkeren of in verzet komen. Maar ook zijn er, die toetreden, zonder dat zij werkelijk van binnenuit getrokken zijn. Die laatsten kunnen zelfs de meerderheid gaan vormen. Daarmee hebben wij de gemeente zoals ze reilt en zeilt ten voeten uit getekend.
Het ware Kerk-zijn is dus geen theorie, en ook geen abstract gebeuren. Nee, zij voltrekt zich in de strijd en de overwinning van het Woord Gods. Daarom is haar gestalte altijd een geloofsgestalte. Brakel maakt dit duidelijk, wanneer hij over de kenmerken van de ware Kerk spreekt. Aan deze kenmerken kan men de ware Kerk kennen (par. 25). Men kan haar daaruit kennen. Dat betekent echter niet, dat alle mensen haar ook werkelijk daaruit kennen. Dat is al duidelijk uit het feit, dat zovelen roepen: hier of daar is de kerk. Mensen moeten blijkbaar ogen krijgen om deze kenmerken te herkennen. De ware Kerk op de spoor komen is geen vanzelfsprekende zaak. Het gebeurt bijv. niet, wanneer men oncritisch zich aansluit bij een door de ouders overgeleverde traditie. Ook niet, wanneer men zich niet inspant om op onderzoek uit te gaan, waar de ware Kerk te vinden is. Je moet je ervoor inspannen om de Kerk te vinden. Want dat is nodig om er achter te komen, waar het zuivere Woord gepredikt wordt, waar de getrouwe Herders en Leraren gevonden worden, waar mensen tot bekering komen, waar de gelovigen worden getroost, waar een groeien is in levensheiliging, waar Jezus Christus wordt beleden, en waar mensen heengaan in de zekerheid van het geloof. Daar alleen is de ware Kerk. Het is dus nodig om te weten, waar deze te vinden is. Nodig vooral ook, omdat naast deze ware Kerk er ook de valse is.
Waaraan kent men de Kerk?
Brakel gaat dan uitvoerig in op de kenmerken van de valse kerk, en heeft daarbij dan vooral de Roomse Kerk op het oog (par. 26). Vele bladzijden besteedt hij eraan om te bewijzen dat de paus de antichrist is (par. 45 vv.). Maar bij dit alles wordt de vraag steeds indringender, of de kenmerken van de ware Kerk wel zo duidelijk zijn, dat het mogelijk is om met zekerheid haar te kennen. Het beslissende punt, waarmee de Kerk staat of valt, is dan de zuivere leer. Maar welke maatstaf moet worden aangelegd om daar achter te komen? In eerste instantie lijkt het antwoord daarop niet moeilijk. De zuivere leer is die, welke is in overeenstemming met het Woord van God. Maar ook Brakel voelt aan, dat het antwoord hiermee niet is afgerond. Want nu verschuift zich de vraag naar het rechte verstaan van dit Woord. Wie zal hierover een afdoend oordeel kunnen geven?
Hoe Brakel daarop ingaat, daarover een volgende keer. Wel wijzen wij er nog op, dat Brakel in dit verband niet wijst op de Belijdenis als grondslag of norm van de Kerk. Met zijn nadruk op de zuivere leer verwijst hij rechtstreeks naar de Schrift. Het inhoudelijke leren en leven naar de Schrift is criterium van het Kerk-zijn en niet zozeer het hebben en hooghouden van een zuivere Belijdenis, hoewel dit voor Brakel wellicht geen dilemma geweest zal zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's