Wandelen in de vreze des Heeren (2)
De Heere vrezen houdt niet minder in: God en mens (zichzelf) kennen uit het kruis van Jezus Christus.
Hebben wij in een vorig artikel aan de hand van Augustinus, Luther en a Brakel het onderscheid tussen de kinderlijke en slaafse vreze uiteengezet, in dit artikel willen wij iets dieper ingaan op het vrezen van de Heere.
Geen panische schrik
Menigmaal komen wij in de psalmen de woorden tegen 'die U vrezen'. Vrezen, dat is een diep en betekenisvol woord. Het is een rijk en veelomvattend woord. Men zou kunnen stellen, dat het één van die woorden is, waarin de Heilige Schrift, Gods Woord, alles zegt door dat ene woord. In de zin van kinderlijk vrezen betekent het: niet bang zijn. Het is meer ontzag en eerbied hebben voor de hoge en heilige God. Met angst óf schrik heeft het niets te maken. Dit in tegenstelling tot de heidenen. Zij kennen een panische angst voor hun goden. Wat is de oorzaak hiervan? De oorzaak is, dat hun goden onberekenbaar zijn. Nu eens handelen hun goden zus, dan weer zo. Maar zo is het niet met de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. De (af)goden zijn onberekenbaar, lijden aan grillen en luimen, leven bij invallende gedachten. Om die redenen hebben de heidenen nooit enige rust en zullen ook nooit enige rust kennen. Nu eens zijn de (af)goden trouw, dan weer ontrouw. Van de God en Vader van onze Heere Jezus Christus weet het kind des Heeren: "t Is trouw, al wat Hij ooit beval; Het staat op recht en waarheid pal, als onwrikb're steunpilaren'.
Kinderlijk vreze houdt dus geen panische schrik in. Opvallend is daarentegen, dat de Statenvertalers het woord 'phobos' in II Kor. 5 : 11 vertaald hebben met 'schrik'. Zij moeten daarbij gedacht hebben aan de verschrikkelijke oordelen Gods; van die God, in Wiens hand het vreselijk is te vallen. Wij krijgen wel de schrik van ons leven als wij met de Heere te doen krijgen. Maar deze schrik is niet panisch. Zij stort de mens niet in de afgrond óf doet hem in het water lopen. Ook al krijgen wij de schrik van ons leven, wanneer wij met een heilig en rechtvaardig God te doen krijgen, wij krijgen niet minder met een barmhartig en genadig Vader te doen. Barmhartig en genadig is de Heere! Laten wij dit niet vergeten, als mede óók Zijn Vaderlijke barmhartigheid niet.
God is God en wij zijn mensen
De Heere vrezen houdt ook in, dat wij existentieel (d.i. met ons hart) weten dat God is God en dat wij mensen zijn. God is in de hemel en wij zijn op de aarde. Dat is een 'wetenschap' die wij niet kunnen bedenken. Noch in ons verstand, noch in ons hart komt deze 'wetenschap' op. Zij is ook nergens in het leven door ons op te doen. De beste universiteit kan ze ons niet bijbrengen, noch alle boeken ter wereld. Uitgezonderd: het Boek, nl. Gods Woord. Kennis, bevindelijke kennis, dat God God is en dat wij mensen zijn, ontspringt alleen aan Gods openbaring, het Woord. Met dit zeggen, werpen wij alle bevindelijke kennis buiten het Woord om terzijde. Buiten het Woord is er geen andere openbaringsbron. Wil men die toch, dan komt men terecht in een nevelig mysticisme dat haaks staat op het Woord, de enige en onfeilbare openbaringsbron. De reformatie leerde ons: sola scriptura, het Woord alleen. Laten wij er acht op geven, kerkelijk en persoonlijk! Gods openbaring geeft kennis omtrent God en omtrent onszelf. Gods openbaringsbron leert ons, dat God duizelingwekkend groot is en wij - zoals wijlen ds. G. Boer dit uitdrukte - nog minder dan een mug zijn. Waar dit door ons verstaan wordt, zullen wij God God laten en niet boven Hem uit willen tronen, noch naast Hem gaan staan, maar onder Hem willen zijn. Waarom? Omdat Hij God is en wij mensen! Deze kennis zal steeds opnieuw moeten worden geleerd. Zelfs na ontvangen genade. Want wij blijven verschrikkelijk hoogmoedige schepselen. Anders gezegd - wederom naar een woord van ds. G. Boer - : een onbekeerd mens is een vat hoogmoed, maar een bekeerd mens twee vaten hoogmoed.
Het kruis van Jezus Christus
Sterke nadruk legden wij in het voorgaande op de openbaringsbron nl. het Woord Gods. In die openbaringsbron wordt ons van het kruis van Jezus Christus gesproken. De Heere vrezen houdt niet minder in: God en mens (zichzelf) kennen uit het kruis van Jezus Christus. Hoezeer wij alle voorbereidend werk hoogachten en hoezeer de kennis der ellende uit de wet Gods wordt geleerd, toch leren wij onze ellendestaat nooit beter verstaan, dan wanneer wij op Golgotha zijn gebracht. Uit het kruis leren wij onszelf verstaan in ons afschuwelijk verzet tegen de God van ons leven. Uit het kruis leren wij ook verstaan de heiligheid en de rechtvaardigheid, Gods, alsmede op welk een verschrikkelijke wijze wij de deugden Gods geschonden hebben. Ons kan vóór Golgotha reeds veel geopenbaard zijn, toch leren wij onszelf in onze schande alleen recht kennen aan de voet van het kruis. Op die plaats leren wij God ook kennen als die God, Die Sion door recht verlost en haar wederkerenden door gerechtigheid. Bij het kruis wordt ons getoond, dat 'God liever Zijn heilig Kind Jezus in de dood gaf, ja, in de krochten der hel liet neerdalen, dan óns verloren te laten gaan' (Koopmans in zijn 'Laatste Postille'). Zonder het kruis van Jezus Christus is er geen rechte kennis omtrent God noch omtrent onszelf. Dan is er ook geen kinderlijke vreze. Zonder het kruis kan er een slaafse vreze zijn, maar deze heeft niets - zoals wij in een vorig artikel hebben aangetoond - met de kinderlijke vreze te maken. De slaafse vreze kan wel - om met a Brakel te spreken - tot bekering brengen, ofschoon dit niet altijd gebeurt. Neen, kinderlijke vreze Gods wordt door ons allen opgedaan door het verzoenend lijden en sterven van de Heere Jezus Christus. Zijn kruis is onze unica spes (enige hoop).
Permanente zaak
De vreze des Heere is een zaak die altijd meegaat. Wanneer deze beoefend wordt in de verborgen omgang met God, maar niet minder in het dagelijks leven dat immers voor Gods aangezicht geleegd wordt, dan is het een permanent weten waaruit en tot welke prijs wij zijn verlost. Wij zeggen niet dat dit permanent weten altijd zo levendig is. Een christen kent in het leven 'op en neer'. Maar men mag niet zeggen, dat het er nooit is of, als het er is, slechts minimaal aanwezig is. Wat denkt men toch klein van de Heere en Zijn genade als men zo hier en dan, nu eens bij deze of bij gene de vreze des Heeren ontdekt. En nog erger is het als men het verdacht gaat vinden, als men iernand met stelligheid hoort spreken over de grote wonderen Gods in het leven. Ons inziens zijn wij toch wel ver van de Schrift, van de reformatie en de nadere reformatie verwijderd als de ware vreze Gods in een kwaad daglicht wordt gesteld en men doet alsof deze in onze tijd in 't geheel niet meer wordt gevonden. Een van de oud-vaders heeft eens dit opgemerkt: 'in de gunning vergis ik mij liever tien keer, dan dat ik bij één de ware vreze des Heeren zou ontkennen'. Wellicht kunnen zij die zo enghartig te werk gaan dit ter harte nemen.
De Heere vrezen, dat is dus altijd weten waaruit en tot welke prijs wij verlost zijn. Deze wetenschap maakt geen grote mensen, maar kleine mensen. Deze wetenschap, maakt mensen die zich in ootmoed verwonderen: 'Heere, wie ben ik, dat Gij naar mij omziet'. Ja, hieraan zullen wij ook weten óf de vreze des Heeren in ons is, wanneer de Heere almaar groter en wij steeds kleiner worden, ootmoediger worden." Wie immers waarlijk de Heere vreest, heeft kennis van de afgrond waarin hij gestort zou zijn als de Heere hem niet had opgeraapt.
Wet en Evangelie
De Heere vrezen wil ook zeggen, dat men zich laat meten aan de wet. De wet is heilig en goed. De wet is van God. Daarom kan zij door een christen nooit terzijde worden geschoven. Alle anti-nomianisme zij de christen vreemd. De wet blijve een maatstaf, een norm voor het leven van de christen. Steeds zal de christen tot besef komen, dat hij aan de maatstaf van de wet niet voldoet. Zelfs het klein beginsel van de allerheiligsten kent hij soms niet. Dientengevolge veroordeelt de wet hem. Dat doet hem evenwel niet in panische angst wegvluchten. Neen, de christen heeft het evangelie. Door het evangelie mag hij zich laten troosten. Beter gezegd: door Jezus Christus mag hij zich laten getroosten, want Jezus Christus heeft voor hem immers de wet vervuld. De troost van het evangelie, van Jezus Christus zou kunnen ontvallen. Gode zij dank is er geen afval der heiligen. Want die Hij te voren gekend heeft. Die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen... (Romeinen 8 : 29 en 30).
Gehoorzaamheid
Bij de vele facetten die wij in het bovenstaande van de vreze des Heere hebben gegeven, willen wij er nog één aan toevoegen, nl. gehoorzaamheid. Wij bedoelen daarmee: de gehoorzaamheid aan Gods bevelen. Deze gehoorzaamheid is een persoonlijke zaak. Dag aan dag wordt van de christen persoonlijke beslissingen geëist. Dat deze beslissingen in het licht van Gods Woord genomen dienen te worden, zal duidelijk zijn. Ook hier geldt: niet wat het hart opgeeft en zegt, maar wat het Woord zegt, is beslissend. Voor de duidelijkheid stellen wij nogmaals, dat wij dus niet moeten afgaan op het hart - dat is arglistig - maar op het Woord. Ons hart kan ons bedriegen, het Woord nooit.
De gehoorzaamheid aan Gods bevelen nu moet ergens te zien zijn. Welnu, zij is niet te zien in een klooster, maar in de wereld. En let wel: de gesaeculariseerde wereld van vandaag. Deze wereld moet zien wat de vreze des Heeren inhoudt. Daarin moet zij ook gestalte krijgen. Staat een christen daarin alleen? Neen, daarin staan wij tesamen met al de gelovigen. Ondanks de schijn, staat een christen niet alleen. God heeft een volk op aarde, dat door Hem gekozen is en dat nu ook voor Hem kiest. In een volgend artikel willen wij hierop nader ingaan, en dan gezien vanuit het verleden én het heden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's