Christen zijn in Oost-Europa
Karl Marx zegt, dat de mens vervreemd is van zijn arbeid. Hij werkt alleen maar voor zijn eigen behoeftenbevrediging, maar de eigenlijke zin van zijn arbeid is hij kwijt.
Weet u, dat éénderde deel van de mensheid leeft in een staat, die marxistisch is? Als men het woord marxistisch noemt, dan herkent men meteen de naam van Karl Marx, de grondlegger van het communistische systeem, samen met Lenin. De geschriften van Lenin en van Marx zijn voor 98% van de wereldbevolking - voor zover men lezen kan - toegankelijk. In 1973 is dat eens onderzocht en toen bleek, dat de geschriften van Lenin in 336 vertalingen verkrijgbaar waren. De Bijbel was in dat jaar in 303 vertalingen te krijgen. De boeken van Lenin hebben dus meer vertalingen bereikt dan de Bijbel. De geschriften van Karl Marx zijn in dat jaar in 157 vertalingen verkrijgbaar.
Er is een bekend gezegde van de communisten: 'Zendelingen en missionarissen leren de mensen lezen en wij zorgen voor de lektuur'. Als dat zo is, is dit uitermate schrijnend. Helaas is het de situatie in menig land.
Karl Marx
Karl Marx was een Jood, die in Duitsland leefde. Hij was politicus en econoom. Hij hield zich van 1845 tot 1848 op in Brussel. Daar was hij mede-oprichter van de communistenbond. Hij stelde daar het zogenaamd Communistisch Manifest op met daarin de bekende woorden: 'Proletariërs aller landen verenigt u'. Met andere woorden: de arbeidende klasse moest zich verenigen in de strijd tegen het groot-kapitaal. In 1849 vertrok hij naar Engeland, waar hij tot 1883 verbleef. Daar schreef hij zijn beroemde werk 'Das Kapital'. Eén woord staat centraal en dat is het woord 'vervreemding'.
Vervreemding
De mens is vervreemd. Als wij zeggen: 'Wij zijn vervreemd van iemand', dan bedoelen wij te zeggen: wij kennen hem niet zo meer. Of: hij kent ons niet zo meer. Wij zijn van elkaar losgegroeid. Karl Marx zegt, dat de mens vervreemd is van zijn arbeid. Hij werkt alleen maar voor zijn eigen behoeftenbevrediging, maar de eigenlijke zin van zijn arbeid is hij kwijt. De mens is vervreemd van de natuur, zeker door de sterke industrialisatie. En dan: de mens is vervreemd van zichzelf. Hij is zichzelf niet meer. We moeten zorgen dat we die vervreemding te boven komen. Het middel, dat daarvoor aangegrepen moet worden, is de klassenstrijd. Er mogen geen rangen en standen meer zijn, er mogen geen klassen meer zijn, geen bezitters en niet-bezittenden, geen werkgevenden en werknemers, geen rijken en armen; alles moet gelijk zijn. We moeten toe naar een klassen-loze maatschappij. De strijd moet desnoods worden aangebonden langs de weg van de revolutie, want er is een grote kloof tussen kapitalisten en uitgebuiten. Er zijn twee soorten ratten, zegt Marx, de hongerigen en de verzadigden (Es gibt zwei sorten ratten, die hungrigen und die satten). Die staan met elkaar in een strijd van leven en dood, de staat moet ervoor zorgen, dat die klassen verdwijnen. Alle bezit moet in handen van de staat zijn. Wie in een communistisch land komt, vindt daar dan ook geen winkeleigenaars, of eigenaren van boerderijen of van apotheken. Alle bedrijven zijn van de staat. Zo gaan wij naar een betere toekomst en zo vestigt zich op aarde het rijk van vrede en gerechtigheid. En dan zal de vervreemding opgeheven zijn en zal de mens tot zijn bestemming gekomen zijn.
Godsdienst
Dan heeft de mens ook geen godsdienst meer nodig. Nu heeft hij misschien nog godsdienst nodig, maar Marx zegt: dat is opium van het volk, een verdovingsmiddel, omdat de mens niet zichzelf kan zijn. Hij brengt zich met de godsdienst in een roes.
Het is duidelijk, dat het communisme, het marxisme verklaarde vijanden zijn van het christendom. Ze zijn principieel atheïstisch, godloos.
In 't christendom moeten wij belijden, dat de het christendom moeten wij belijden, dat de mens inderdaad vervreemd is. Hij is door zijn zonde vervreemd van de Schepper. De zonde doet de mens het doel missen. Het vervreemdt hem van zijn Maker. Daarom heeft de mens verlossing nodig, hij kan zichzelf niet verlossen. Hij heeft verlossing nodig, die in Christus is. En dan maken niet wij het nieuwe rijk van vrede en gerechtigheid, maar God Zelf doet dat Rijk komen, deed het in Christus aanbreken en zal het doen komen op de jongste dag, als Christus zal wederkomen om te oordelen de levenden en de doden. Met deze belijdenis staat het communisme en het marxisme op gespannen voet.
Marx noemt dominees en priesters beroepsbedriegers, het zijn mensen die hun medemensen afschepen met een wissel op de eeuwigheid. Lenin stelde het ook anders. Hij zei: zorg er maar voor dat we dominees en onderwijzers achter onze kar krijgen en in het Westen, dan zal het Westen als een rijpe appel in onze schoot vallen. Dan behoeven we het Westen niet te veroveren met wapens en kanonnen. De juistheid van dit citaat is omstreden maar de grondliggende gedachte is juist. We daar dichterbij dan we soms denken, als we zien hoe de ideologie is en hoe velen daar vergoelijkend over spreken. Chroetsjew heeft eens gezegd: 'Even zeker als een steen, die je
De situatie
En wat is de situatie in de landen achter het IJzeren Gordijn? De statuten van de communistische partij bepalen dat het voor partijleden verboden is om godsdienst te beoefenen. Ze mogen nooit een kerkdienst bezoeken. Elke kerkelijke of godsdienstige aktiviteit is verboden. Ze zijn ook verplicht anti-godsdienstige propaganda te maken. Een gelovige kan daarom nooit partijlid worden. Op scholen is alle godsdienstonderwijs uitgebannen. Dagelijks krijgen wij een stroom van informatie van alles wat er aan de christenen achter het IJzeren Gordijn geschiedt. Personen, die zich durven te verzetten tegen het heersende systeem aldaar, worden al spoedig monddood gemaakt. Het gebeurt met bekende schrijvers, mensen die het moeten bekopen met gevangenisstraf, met dwangarbeid, soms met behandeling in psychiatrische klinieken, waar men hersenspoelingen ondergaat.
Wij denken aan mensen als Gleb Jakoenin en Lev Regelson, twee mensen die een achttal jaar geleden, toen de Wereldraad van Kerken in Nairobi vergaderde, met een bewogen brief zich richtten tot deze raad. Ze vroegen om voor het forum van de gehele wereld te spreken over wat christenen achter het IJzeren Gordijn wordt aangedaan. Dat was aan dovemansoren gezegd. Het gebeurde niet. Maar deze brief van deze twee mensen uit Rusland is hen duur komen te staan. Ze zijn van lijden tot lijden gegaan.
Christenen, die hun geloof publiek durven te belijden, gaan dezelfde weg: gevangenissen, verdrukking, lijden.
De kinderen krijgen op de scholen geen christelijk onderwijs, integendeel: antichristelijk onderwijs. De lesmethoden zijn vaak doordrenkt van een anti-godsdienstige, anti-christelijke geest. En als bekend is, dat christen-jongeren afstuderen in een bepaalde studierichting, wordt het hen vaak onmogelijk gemaakt een functie te krijgen, die past bij hun opleiding. Niet zelden komt het voor, dat ze hun werk moeten doen als handarbeider, terwijl ze een hogere opleiding achter de rug hebben.
De kerk
Onder het communisme is er evenwel een kerk. We moeten oppassen met de uitdrukking: ondergrondse kerk. Een kerk, die in schuilplaatsen samenkomt is er wel, hier en daar, maar - wat veel belangrijker is - er is veel ondergronds werk, binnen wat we dan noemen de officiële kerken. Er zijn eigenlijk twee soorten kerken achter het IJzeren Gordijn: kerken die bij de overheid geregistreerd staan en erkend zijn en kerken die niet geregistreerd zijn en dus geen erkenning hebben. Tot die laatste groep behoren voornamelijk de Baptisten. Dat zijn kerken die zich niet willen laten registreren, omdat ze vinden dat dit een zekere erkenning van de staat inhoudt.
Er zijn dus kerken achter het IJzeren Gordijn en er is een zogenaamde vrijheid van eredienst. In artikel 124 van de grondwet van de Sovjet-Unie wordt gezegd: 'Ten einde de burger gewetensvrijheid te garanderen is de kerk van de staat gescheiden en de school van de kerk. De vrijheid van eredienst is gewaarborgd' . Maar er staat direkt achter: de vrijheid van anti-religieuze propaganda ook! En wat is in de praktijk het geval? Je mag wel erediensten houden, maar alleen binnen de kerkmuren. Elke vorm van evangelisatie, mét het getuigenis naar buiten, of van jeugdwerk dat zich in het publiek voltrekt, is verboden. De anti-godsdienstige propaganda mag overal op straat, overal in het publiek plaats vinden. En in de scholen heeft die propaganda een vast programma. De praktijk is verder dat in de loop van de naoorlogse jaren honderden kerken gesloopt of gesloten zijn. Op het ogenblik is het zo dat op 20.000 mogelijke kerkgangers er slechts één kerk is achter het IJzeren Gordijn.
Bemoeilijking
De kerken vinden op allerlei terrein bemoeilijking. Een voorbeeld: in Budapest woont een predikant, die al tien jaar afgezet is. Hij had zoveel catechisanten, dat hij de groep splitste in tweeën. Hij had officieel slechts toestemming voor één groep. Dit loutere feit was aanleiding om hem uit zijn ambt te ontzetten. In Roemenië is er na de Tweede Wereld-oorlog één kerk gebouwd. Voor die kerk heeft men zeven jaar moeten wachten op vergunning. De regering gebruikt nu één en ander als een propagandamiddel, door te verklaren, dat er in Roemenië kerken gebouwd mogen worden.
De kerkgebouwen zijn van de staat. De staat is dus verplicht de kerken op te knappen. Net zoals de pastorieën. De praktijk is echter: pastorieën met lekkende daken, kerken waarvan het dak op instorten staat. Men doet er dikwijls niets aan.
Jeugdwerk met de eigen jongeren mag nog, maar zodra er anderen bij betrokken worden, mag het niet meer.
Er zijn geen mogelijkheden om theologische, christelijke boeken te drukken. De boekenkasten van predikanten achter het IJzeren Gordijn bergen dan ook vaak niet meer dan een handjevol boeken. Men is aangewezen op wat vanuit het Westen hen bereikt. Hetzelfde geldt voor zondagsscholen. Het is dan ook geweldig goed, dat er vanuit het Westen ook in dit opzicht hulp geboden wordt, lektuur gegeven wordt: kinderbijbels, plaatjes voor de kinderen, gewoon theologische boeken: vertaald hier of uitgegeven manuscripten die daar gemaakt zijn.
Er bestaat bij de predikanten vaak angst voor bepaalde collega's, die misschien niet te vertrouwen zijn. Altijd dat gevoel van: je kunt elkaar niet vertrouwen; zoals wij dat hadden in de Tweede wereld-oorlog. En dan is er nog de macht van de bisschop. Hij staat in direkte relatie met de regering. Er is dan ook een zekere angst voor de bisschop, of men moet loyaal met hem samenwerken. Maar dat betekent vaak ook loyaal samenwerken met de staat.
En toch
Vaak moeten predikanten bijverdienen om aan de kost te kunnen komen. Wij kennen een predikant in Roemenië, die een kleine garage heeft, waar hij auto's monteert. Hij heeft een uitgebreide tuin, waar hij groente en fruit kweekt. Hij heeft ook heel wat kippen en konijnen, waarin hij handel drijft. Dat moet hij er allemaal bij doen om in zijn dagelijks levensonderhoud te voorzien. Met overgave deed hij zijn werk en hij had al het andere er voor over.
In Hongarije waren we bij een predikant, die op een koude dag letterlijk met zijn winterjas in huis zat. Hij had geen mogelijkheid om zijn huis te verwarmen. Bovendien lekte het dak aan alle kanten. Hij had een gemeente waar 's zondags tien mensen in de kerk kwamen. Maar hij had twee zonen, die studeerden voor predikant. - Dat maakte een diepe indruk op ons.
En tóch, moge we dan ook zeggen. De kerk leeft! Wij zullen echter nuchter moeten blijven, want het is ook zo, dat er gemeenten zijn met slechts een gering aantal kerkgangers. En ook, dat er plaatsen zijn waar de kerkgang vrijwel als tot niets gekomen is. Maar anderzijds vind je plaatsen achter het IJzeren Gordijn, waar de kerk in opleving is. Wij denken aan Moskou, waar het voorkomt, dat mensen tot op de straat staan, omdat ze niet in het kerkgebouw kunnen. Terwijl juist daar in Rusland de druk het zwaarst is. De Geest werkt, óók achter het IJzeren Gordijn!
Wij ontmoetten in Hongarije op een bepaalde plaats een ouderling van een hele kleine gemeente. Hij was vurig atheïst geweest. Hij liep in Budapest 'zomaar toevallig' een kerk binnen en hij hoorde de naam van Jezus. En dat was het middel tot zijn bekering.
Wij ontmoetten in Roemenië een zigeuner, die ons vertelde in zijn gebrekkig Duits, dat hij een nogal bruin leven achter de rug had. Hij kwam door de kracht van Gods genade tot verandering. Onlangs lazen wij van een kunstenares, die jaren gezocht heeft naar God en die schreef: 'Toen de heilige Anthonius na veertig jaren van omzwervingen in de woestijn in wanhoop uitriep: 'Heere, waar bent U dan? Ik zoek u al veertig jaren', hoorde hij achter zijn rug een stem: 'En ik sta al veertig jaar achter je rug'. Zo is het in mijn leven: twintig jaar heb ik God gezocht en vond hem niet en ik riep: 'Heere, waar bent U dan'. Toen was het alsof ik in mijn hart ook de stern hoorde: 'ik sta al twintig jaar achter je rug'. Frappante voorbeelden van machtige geloofsgetuigenissen, ondanks de verdrukking.
Berdjajev
In Rusland circuleerde lange tijd een boek van Berdjajev.
Het gaat over een Russische commissaris, die vraagt aan een christen wie er overwinnen zal: het christendom, of het communisme. De christen zegt: 'Jullie zullen overwinnen, maar na al jullie overwinningen zal Christus overwinnen'. We moeten hierbij denken aan het bekende hoofdstuk van Openbaring 13.
Daar gaat het over het beest, dat zich wereldwijd breed maakt en een mond krijgt om godslastering te spreken. Dat de heiligen krijg aandoet. Er staat: 'wereldwijd'. Moeten we hier ook lezen misschien: de wereldwijde macht van het communisme? Het hoofdstuk eindigt met de woorden: 'Hier blijkt de lijdzaamheid èn het geloof van de heiligen'. Want: de heiligen, de gekenden van God, de kinderen van God, ze zullen het doorstaan. Niet in eigen kracht, maar in Gods kracht.
Wat mogen wij doen?
Wat mogen wij doen voor het christendom achter het IJzeren Gordijn? Elke zondag weer zullen we in de voorbede van de gemeente onze broeders en zuster daar moeten opdragen, in het besef, dat het gebed van de rechtvaardige veel vermag.
We zullen mogen meeleven. Dat heeft iets iets van wederkerigheid. Wij hebben daar niet alleen te geven, wij ontvangen ook zoveel terug. Omdat zij het christen-zijn misschien wel moeten beleven op de wijze van het Koninkrijk. Méér dan wij, die in welvaart leven en in goede doen zijn. Méér dan onze materiële hulp doet voor hen het meeleven in liefde. De gastvrijheid, die wij daar ontvangen is voor ons vaak een voorbeeld, dat je beschaamd doet staan.
We moeten over de christenen achter het IJzeren Gordijn ook niet teveel tam-tam maken. Er zijn heel wat hulpverleningsorganisaties, die erg aan de weg timmeren, maar die in feite weinig betekenen voor de christenen daarginds. Laten we maar in stilte voor hen werken en niet teveel publiciteit zoeken, die meer onszelf op de troon zet dan dat we werkelijk de belangen van onze broeders en zusters ginds dienen. Gewoon in stilte hulp verlenen is het beste. Persoonlijk, aan degenen die het nodig hebben. Dat is op het eerste gezicht een bodemloze put. Er zijn zóveel mensen in armelijke omstandigheden. Maar dan hier en dan daar iets te mogen geven is fijn. Geven van onze overvloed.
En dan: zorgen voor lektuur. Het is hartverwarmend, dat b.v. onze bond van Hervormde zondagsscholen een aktie voerde voor zondagsschoolmateriaal ten behoeve van Hongarije en Roemenië.
We moeten het christenleven daar niet idealiseren. Ook daar is de doorwerking van de zondeval. Ook daar is het nodig, dat het verzoenend bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Wat er is, en wat uit God is, daar mogen we dankbaar voor zijn. Wij mogen samen met hen delen wat onze Schepper ons gegeven heeft.
v. d. G.
(Eerder geplaatst in 'Helpende Handen', orgaan van de Stichting Hulp Oost-Europa).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's