Globaal bekeken
Dagblad Trouw trekt in deze vakantietijd langs de kust en plaatst verhalen over kustplaatsen. Ook Katwijk kwam aan de beurt. Het opschrift van het artikel luidt: 'Ook op zee heerste zondagsrust'. De 77-jarige oudvisserman A. van der Plas, die in 1919 zijn eerste reis op een Katwijkse zeillogger maakte, weet er (als volgt) van mee te praten.
'De zondagen aan boord waren destijds goedgevuld. Drie diensten, van anderhalf uur lang, hield zijn schipper toen in het krappe, warme vooronder van het schip. Op tafel lag naast de Bijbel steevast het tekstverklarlngsboek dat op geen vissersschip mocht ontbreken. 'De Godvrezende Zeeman' was de titel.
De rustdagen op zee betekenden voor de jongsten aan boord bovendien dat ze hun "verplichting" moesten doen. Op last van de schipper moest tussen de drie diensten door een psalm of gezang uit het hoofd worden geleerd. ''En tussendoor gemakkelijk aan dek een boekje lezen was er niet bij. Dat werd uit je handen geslagen. Gewoon lezen moest je 's winters maar aan de wal doen."
Het vergde trouwens voor de schipper nogal wat organisatie om op zee de zondagsrust te heiligen. De vis werd toen nog gevangen in een vleet: een vele honderden meters lange rij drijfnetten, die 's avonds overboord moest worden gezet, 's nachts in zee bleef uitstaan en tegen zonsopgang werd binnengehaald. Wat was nu het probleem? Bij een volledige zondagsrust van 24 uur moesten de vissers zowel de nachtelijke vangst van zaterdag op zondag als van zondag op maandag laten schieten. Was de schipper zeer bijbelvast, dan viste hij ook niet meer dan vijf nachten per week. Naast deze vijfnachters, waren er schippers die bekend stonden als zesnachters en zevennachters. De zevennachter, dat behoeft geen uitleg, waren een rauw volkje; vaak voeren ze voor IJmuidense reders. Onder de zesnachters waren volgens Van der Plas veel gereformeerde Vlaardingse schippers. Die heiligden de zondagsrust van zaterdagmiddag zes uur tot zondagmiddag zes uur Zo kon zondagavond na zessen het net weer in zee worden gezet, dat scheelde mooi een nacht.
Toch waren de vijfnachters er van overtuigd dat ze door de extra zegeningen uiteindelijk net zo rijk vingen als de zes- en zeker de goddeloze zevennachters. Bij zwaar weer kon voor de schipper een bijzondere moeilijkheid ontstaan. Als na een paar dagen storm niet gevist was, moesten de netten wel eens gedwongen worden uitgezet om te voorkomen dat de vochtige hoop touwwerk in het ruim door broei zou gaan smeulen. Overboord zetten van de lange zware lijn met de netten kon ook het voordeel hebben dat het schip rustiger, met de kop in de wind in de golven kwam te liggen.
Maar wat nu te doen als de netten op zaterdag, met de zondag in het verschiet, noodgedwongen overboord moesten?
Vaak moest dan worden gezondigd, maar er waren gelovige schippers die de netten zodanig met touwtjes samenbonden dat er die zondag geen haring in kon zwemmen.'
***
Nu we toch over vissersplaatsen schrijven, het volgende verhaal dateert uit de tijd van de Afscheiding, genomen uit de bundel 'Geloven en beleven' (verhalen uit de tijd van de Afscheiding sedert 1834, uitgave tractaatgenootschap Filippus). Het draagt tot titel 'Eene godsdiensoefening op zee (Spakenburg)'.
'Wijlen prof. Brummelkamp gaf voor eenige jaren zijne herinneringen van een bezoek aan Spakenburg, eene buurt van het dorp Bunschoten, aan de Zuiderzee gelegen. Hij had er gepreekt in 1836, toen de vervolgingen tegen hen, die zich van 't Hervormd Kerkgenootschap hadden afgescheiden, in vollen gang waren.
Openbare godsdienstoefeningen van de afgescheidenen - zoo werden degenen, die tot de leer, dienst en tucht der vaderen wenschten weder te keeren, genoemd - meenden de gezaghebbers dier dagen niet te moeten dulden. Men moest maar bij de Hervormde Kerk blijven, zeiden ze; wat nuttigheid kon er in gelegen zijn, de goede orde en de zoete rust te verstoren? Waarom waren de menschen niet verdraagzaam ? Jawel, maar ondertusschen vervolgden zij die aldus spraken, degenen, die niet met hen medejubelden en niet als zij, vrede namen met de verwatering en verdraaiing van de waarheid Gods. Een artikel uit het Fransche Wetboek werd ook op godsdienstige samenkomsten van toepassing verklaarden vergaderingen van meer dan twintig personen verboden.
Doch de Spakenburgers wisten raad. Prof Brummelkamp verhaalde er 't volgende van:
Een hoofdofficier in ons leger, met wien ik vroeger reeds kennis gemaakt had, bracht eenige jaren geleden zijn zoon naar het instructiebataljon te Kampen en beval hem mij voor godsdienstig onderricht en huiselijk verkeer aan. Hij vertelde mij, dat hij in den tijd der vervolging als korporaal diende, dat was ook wel geen hooge, maar toch eene door omstandigheden gewichtige betrekking. Zoo stond hij met zijne manschappen op een schoenen Zondagmorgen op den Spakenburger dijk, ten einde zorg te dragen, dat zich nergens meer dan twintig personen tot eene godsdienstoefening bijeenvoegden. Nu hadden zij nog nooit een Spakenburger visscher op Zondag met zijne schuit van wal zien steken. Doch dien morgen scheen er eene geweldige omkeering in de beschouwingen en in het gedrag der goede lieden te zijn ontstaan, want langzamerhand trokken - de een voor, de ander na - vele visschers naar de haven, om hun schuiten in gereedheid te brengen en zee te kiezen. Voor het evenwel tot dit laatste kwam, verschenen - en dat was een zeer ongewoon verschijnsel - ook de vrouwen en kinderen, knapen zoowel als meisjes, in hun Zondagsche pak aan boord. Op een afgesproken teeken of niet, maar zeer geregeld voeren allen de haven uit en de zee op. Wat stonden de soldaten vreemd te kijken. Zij hadden geen bevel, om dat te verhinderen, maar begrepen er niets van. Zij zagen het alles met het geweer onder den arm aan, volgden de schuiten met hunne oogen en bemerkten nu, dat een schip in aantocht was en op Spakenburg aanhield.
Toen het schip tot de schuiten was genaderd, liet het het anker vallen. Hierop legerden de schuiten er zich rondom en weldra hoorde de krijgslieden het Psalmgezang. Een man - "'tis zeker een dominee", zeide ze - stond midden op het schip en preekte. Zijne stem en het gezang konden zij in de verte hoeren, maar ze vermochten niet, er iets tegen te doen. Alles liep geregeld af, evenals in een kerk. Daarna keerden de schuiten huiswaarts. ' 'Wij stonden'', zoo besloot de officier, "nog op den dijk en konden hun voorbeeld volgen, en terugkeeren naarde huizen, waar wij ingekwartierd lagen". De prediker was ds. Scholte.'
***
Tijdens een ontmoeting van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond met een interkerkelijk gezelschap inzake de problematiek van de kerkelijke gescheidenheid deed ds. L. J. Geluk, (Ned. Herv., Woerden) aan dr. T. Brienen (Chr. Geref., Gorinchem) een aanbod tot kanselruil. Dat balletje ging kennelijk rollen, want de Wekker, orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken, meldt het volgende in een verslag van de vergadering van de classis Dordrecht van 28 maart 1984.
'Bij de ingekomen stukken bevindt zich een schrijven van de kerkeraad van Gorinchem waarin deze te kennen geeft een verzoek tot kanselruil te hebben ontvangen van de Raad van de Ned. Herv. Kerk (Wijk Centrum - Geref Bond) te Woerden. Daarom komt Gorinchem nu met het verzoek tot de classis om wegen te wijzen en regels te geven waardoor aan dit vriendelijk en broederlijk verzoek zal kunnen worden voldaan. Gorinchem licht het verzoek toe. Gewezen wordt op de noodsituatie van het kerkelijk leven in Nederland, waarin het niet bij praten over eenheid mag blijven. De predikant van Gorinchem, dr T Brienen heeft een persoonlijke ontmoeting met ds. L J. Geluk (predikant van de Ned. Herv. Kerk, Wijk Centrum, te Woerden, tevens voorzitter van het hoofdbestuur van de Geref. Bond in de N.H. Kerk) gehad die omschreven wordt als "een overweldigende ervaring van erkenning en herkenning van elkaar als broeders en dienaars in de Heere". Op advies van de hoogleraar kerkrecht, prof dr W. van 't Spijker, heeft Gorinchem zich nu zowel tot de classis als tot Deputaten voor Eenheid van de Gereformeerde Belijders in Nederland en Correspondentie met Buitenlandse Kerken gewend. Na brede bespreking wordt een besluit genomen: "De classis, kennisgenomen hebbend van het schrijven van de kerkeraad van Gorinchem d.d. 30 jan. 1984, overwegend de roeping tot het zoeken van kerkelijke eenheid met Gereformeerde Belijders, besluit een commissie te benoemen, met de opdracht te onderzoeken of, en zo ja, hoe aan bovengenoemd verzoek voldaan kan worden". In de commissie zullen zitting hebben de dl. T. Brienen en A. K. Wallet en de ouderlingen G. Korteweg en A. Mol.'
V. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juli 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's