Wandelen in de vreze des Heeren (3)
'de vreze des Heeren is in de Schrift een samenvatting van de werkzame liefde tot God, gegrond in het vertrouwen op God, die zich in Christus tot verlossing geopenbaard heeft en vermengd is met diepe eerbied voor Gods heilige majesteit, waaruit gehoorzaamheid aan Zijn wil (bevelen) voortspruit'.
In ons vorig artikel lieten wij u uitgebreid een aantal facetten lezen van 'de vreze des Heeren'. Kort samengevat zeggen wij: 'de vreze des Heeren is in de Schrift een samenvatting van de werkzame liefde tot God, gegrond in het vertrouwen op God, die zich in Christus tot verlossing geopenbaard heeft en vermengd is met diepe eerbied voor Gods heilige majesteit, waaruit gehoorzaamheid aan Zijn wil (bevelen) voortspruit'.
Sterk wapen
Zoals bekend, is Bunyan niet alleen de schrijver van 'Een Christenreize naar de eeuwigheid', maar ook de auteur van de 'Heilige Oorlog'. Terecht laat Bunyan in het laatstgenoemde werk de vreze Gods de eerste zijn die opmerkt, dat er in het gedrag van de verwereldlijkte stad mensenziel iets niet in orde is. De vreze des Heeren is een sterk wapen in de strijd om zich onbesmet te bewaren van de wereld. Wanneer de godsvrucht in het hart levend is, zal het niet zo gemakkelijk tot een afglijden van de rechte weg komen. Er is dan een hartelijke liefde om Gods geboden te doen. Let wel: om die te doen uit dankbaarheid. Niet om in dienstbaarheid weer tot vreze te vervallen.
Helaas is de vreze Gods niet altijd levend. Soms is zij ingesluimerd. Indien dit het geval is, dan is de mens als een open stad voor de verzoekingen die van de wereld op hem afkomen. Welke verschrikkelijke gevolgen dat kan hebben, zien wij in het leven van o.a. David, maar wellicht weten wij ook in eigen leven hiervan. De wereld en haar verzoekingen trekken meer dan de hemel. Opnieuw is bekering nodig, opdat de vreze des Heeren weer levend wordt, uit haar sluimering ontwaakt. Een ingrijpen Gods is hiertoe nodig. Een ingrijpen dat plaatsvindt bij een verbrijzeld gemoed.
De vreze des Heeren staat dus in rechtstreeks verband met bekering. Op de vraag in zondag 33 'In hoeveel stukken bestaat de waarachtige bekering des mensen?', wordt als antwoord gegeven: 'In twee stukken: in de afsterving des ouden, en in de opstanding des nieuwe mensen'. In de latijnse vertaling van de Heidelberger staat voor 'afsterving' het woord 'mortificatio' d.i. 'doding' en voor opstanding staat geschreven 'vivificatio' d.i. 'levendmaking'. Doding en levendmaking drukken beter uit wat de waarachtige bekering is. In de waarachtige bekering is de vreze Gods een sterk wapen.
Onthouding
Onder ons wordt wel gezegd: een christen staat wel in de wereld, maar is niet van de wereld. Dit gezegde zouden wij graag dik willen onderstrepen. Een christen is nooit van de wereld, ook niet van de wereld van nu. Dat is om deze oorzaak, dat deze wereld zich verzet tegen God en Zijn Gezalfde. Met zulk een wereld is geen samenspel en noch minder vermenging mogelijk. Onthouding is geboden! Van alle dingen van de wereld? Van alle dingen die tegen Gods wil ingaan. En Gods wil is in ons geopenbaard in Zijn Woord en met name in de wet. De wet Gods moet voor ons het begin en het einde zijn. De Wet Gods is ons ten leven gegeven. Wanneer de wet Gods in ons leven functioneert, weten wij heel goed wat wij moeten doen en waarvan wij ons hebben te onthouden. Wij behoeven dan geen casuïstiek te bedrijven. Casuïstiek is het spitsvondig nagaan van alle mogelijke gevallen, waaraan men zich heeft te houden. Om een duidelijk voorbeeld te geven: het was een geval van casuïstiek om enige tijd geleden de mensen op te roepen om niet te gaan stemmen voor het Europees parlement. Hiermee bracht men de mensen in gewetensnood. Bovendien was het onjuist, want ook al heeft een christen zich te onthouden van de wereld, maar het is hem niet verboden om zijn stem te laten horen. Wat is er beter, dan dat een christen ook zijn stem op Europees niveau laat horen. Kohlbrugge zei: 'werp het Woord maar in'. Wij zeggen: 'werp het Woord er maar in, getuigend en handelend'. De vreze Gods mag ook op Europees niveau gehoord, gezien en gedaan worden. Dat mag internationaal én nationaal. Het verblijdde ons tenminste, dat enige van onze bonden onlangs te horen waren in een besloten hoorcommissie op het ministerie van justitie. Op hoog niveau d.i. op de toonhoogte van het Woord mocht er gesproken wordrn over 'euthanasie'. Wel in de wereld, maar niet van de wereld.
Het gevaar van de casuïstiek
Aan de casuïstiek kleven grote gevaren. Een van de grote gevaren is de veruitwendiging. Door de casuïstiek kan de gedachte gewekt worden, dat als iemand dit óf dat doet, dan is het wel goed. Maar de godsvrucht of vreze des Heeren is geen zaak van het verstand. Wat is ons verstand helemaal? Het is verduisterd door de zonde! En als iemand zegt: het is wel een zaak van het verstand, geven wij als antwoord: het is niet alleen een zaak van het verstand, maar vooral van het hart. Want uit het hart zijn de uitgangen des levens: ook de godsvrucht, weliswaar genormeerd aan het Woord.
Casuïstiek heeft altijd te maken met menselijke uitspraken. Men moet daarmee o zo voorzichtig zijn. Want daarmee legt men zijn wil op aan een ander. Men bindt hierdoor de gewetens. Wat is menigeen daardoor gekneveld en wat worden er nog een zielen door gebonden. Het gebeurt wel dat door menselijke regels het christen-zijn van de ander wordt afgemeten. Als men niet gekleed gaat als de ander, óf als men niet doet en spreekt als de ander, hoort men er niet bij. Óf zoals wij eens hoorden zeggen: die is geen kind des Heeren, omdat hij niet precies in dezelfde wegen gaat als wij. Laten wij oppassen met de casuïstiek. Laat de wet Gods in het persoonlijk, kerkelijk en staatkundig leven onze enige norm zijn. ledere christen heeft zich te richten naar de wet en naar de algemeen geldende voorschriften van het Woord Gods. Kortweg samengevat: men zal zich onthouden van alles wat niet in overeenstemming is met het Woord. Hierbij laten wij ons niet zozeer leiden door het verleden, noch door de traditie of de gewoonten, maar alleen door het Woord. Tijden kunnen veranderen. Geen predikant loopt meer met 'een steek' op het hoofd of heeft een kuitbroek aan. Niemand van ons schrijft of spreekt meer de taal van de middeleeuwen. En aan het dragen van een pruik denkt helemaal niemand meer, of het moest zijn om kaalhoofdigheid te bedekken. Tijden veranderen en wij veranderen met hen mee, maar het Woord Gods met daarin de wet Gods blijft onveranderd. En aan het Woord Gods hebben mensen van alle tijden en alle eeuwen zich te houden.
Wat wel te doen?
Op de onthouding komen wij in een volgend artikel nog terug. Nu gaat het ons erom de vraag te beantwoorden: wat een christen dan wel mag doen? Het zal duidelijk zijn, dat de christen niet in deze wereld gezet is om in een isolement te leven. Ook al ligt in het isolement onze kracht, dat wil niet zeggen, dat wij in 'een hutje op de hei' of in een klooster ons moeten terugtrekken. Ons isolement wil zeggen: geïsoleerd van de wereld én toch in de wereld. De vreze des Heeren is ons isolement. Wij hebben derhalve in de vreze Gods onze taak te verrichten. Hoe hoog óf hoe laag geplaatst wij zijn. Hetzij met veel genade, hetzij met weinig genade, altijd hebben wij onze taak tot Gods eer te verrichten. Als eenvoudig mens, als eenvoudig christen (niet simpel) hebben wij de roeping om de wereld waarin wij leven en die soms zo liederlijk kan zijn in de uitgieting der zonden, te wijzen op het hoogste doel. Wat is het hoogste doel? Dat is, dat zij na te streven heeft: Gods eer en het lichamelijk en geestelijk welzijn van de mens. Dit is een bijzondere en grootse taak, zeker in een wereld waarin recht en gerechtigheid ontbreekt. Zoals wij hierboven reeds schreven mag deze bijzondere en grootse taak in de vreze des Heeren uitgeoefend worden op nationaal en internationaal terrein. Maar óók in de fabriek, op kantoor, op de boerderij, overal waar iemand zijn/haar werk heeft. Gods eer nastreven, Gods wet eerbiedigen, overal en altijd. Ook in de vrijetijdsbesteding, ook op vakantie. Van die roeping en taak is een christen nooit ontheven. De vreze des Heeren ontslaat hem daarvan nooit!
De verborgen omgang en de naaste
Na dit alles gelezen te hebben, kunt u zich terecht afvragen of de vreze Gods niet opgaat in het handelen van de christen en de verborgen omgang met God op de achtergrond verdwijnt. Wordt toch door een achterdeurtje niet de zgn. bevrijdingstheologie door ons binnengehaald in die zin van: wij zullen het wel eens doen? Om deze vraag te beantwoorden, verwijzen wij volgaarne naar een brochure die door onze Bond enige jaren geleden is uitgegeven. In die brochure wordt de positie en het beleid van de Gereformeerde Bond uitvoerig uiteengezet. Wij lezen daarin o.a.: 'De verborgen omgang met God heeft een eigen gestalte. Daarom kan en mag de christelijke religie niet opgaan in de intermenselijke relaties. Maar ook het omgekeerde is waar: het laatste mag niet geruisloos door het eerste verslonden worden. De verborgen omgang met God wordt weerspiegeld in het omgaan met de naaste'. Wanneer wij deze laatste zin heel vrij vertalen, zeggen wij: de vreze des Heeren is gericht op de naaste. Eerst weliswaar op God, maar dan toch niet minder op de naaste. Een volgend keer willen wij hierover nog wat dieper nadenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's