De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Opnieuw is een deel verschenen van de tijdschriftachtige uitgave 'Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land', uitgave bij Kok-Kampen van de 'Commissie Herdenkingen 1834-1886-1892 van de Gereformeerde Kerken in Nederland'. Dit deel gaat over de provincie Utrecht. Daaruit knippen we een uit 1899 daterend stuk van J. B. Calissendorff in 'De geschiedenis van de laatste reformatie' (uitgave Bokma) onder de titel 'Doleantie in de stad Utrecht'. Het stuk is niet geheel vrij van een lichtelijk triomfantelijke toon.

'Wij gingen in doleantie gansch naakten arm, beroofd van alles, en ziet nu zijn wij reeds tot 2 heiren geworden.

Wij hebben 3 kerkgebouwen, 3 leeraren, 2 scholen, 1 leeraar in Indië met 2 helpers; voor dit alles is geld, zeer veel geld noodig, en van fondsen als het hervormd genootschap benevens een Staatsruif, die door elke Nederlander van welke religie ook en door al wat jood en modern heet, gevuld wordt, trekken wij niet; van kerkelijke belasting als hoofdelijken omslag weten wij niet; koningen en groeten der aarde zijn tot hiertoe onze voedsterheeren niet; en ook bestaat ons ledental niet uit vele rijken. Maar, zou iemand die ons kerkelijk leven niet kent, met reden kunnen vragen, maakt de Gereformeerde Kerk van Utrecht dan niet schuld op schuld, zoodat zij vandaag of morgen voor een bankroet zal komen te staan, of behoort zij tot die noodlijdende kerken, die door vele rijkere kerken moet onderhouden of gesteund worden? Op deze vragen kan zij met blijdschap antwoorden: neen, o neen, maar de vrijgemaakte Gemeente onderhoudt zelf, zonder hulp van buiten, haar kerkelijk leven met al wat tot hare institutie behoort; ja in dit ééne twaalftal jaren dat zij weer meer gezuiverd te voorschijn mocht komen, heeft zij reeds meer dan vijftigduizend gulden van een begrijpelijke schuld afbetaald, en nu gaat het wel niet meer zooals in het begin der ontkoming uit den strik, want toen was de blijdschap over deze vrijmaking en de dankbaarheid jegens haren Koning zóó groot, dat men goud, zilver, juweelen, bellen en kostelijke kleinoden met vrijwillige harten ten offer bracht; het gebeurde dat op één Zondag de deurcollecte meer dan 4500 gulden opbracht, behalve de kostbare kleinoden die wij in de collecteerzakken vonden; doch zij, de Gemeente, mag roemen dat zij nog vele noodlijdende kerken en scholen van buiten steunt met milde gaven, en dat zij behalve haar eigen kerkelijk onderhoud daarenboven nog jaarlijks afzondert voor de Vrije Universiteit, Theologische School, Emeritus-predikanten, weduwen en weezen, enz.; doch onze fondsen zijn Gods genadige en trouwe zorgen over ons, en onze roem is niet anders dan Soli Deo Gloria.'

***

In 'Hervormd Stadskanaal' schrijft ds. A. Kastelein het volgende over vakantietijd, 'komkommertijd'.

'Ook wat allerlei kerkelijke aktiviteiten aangaat zal de komende zomertijd weer met recht een beetje "komkommertijd" genoemd kunnen worden. Ik denk dat wij de betekenis hiervan niet al te letterlijk moeten opvatten, alsof juist kerkmensen een paar maanden lang zozeer van deze vrucht zouden genieten. Van mijzelf kan ik dit in ieder geval niet zeggen. Want in onze vruchtbare pastorietuin is de komkommerplant vanwege de koude regenrijke voorzomer helaas afgestorven. Wij zullen ons dus maar houden aan de figuurlijke betekenis daarvan, zoals deze ook weerzo voortreffelijk wordt weergegeven in Van Dale's Groot Woordenboek n.l. als benaming voor "de stille tijd van het jaar waarin zeer velen vakantie hebben en waarin gewoonlijk voor de couranten weinig nieuws valt te berichten".

Over die couranten zullen wij het nu maar niet hebben. Evenmin over de kerkelijke couranten. Dat is vaak om te huilen. Ons interesseert meer de betekenis van het woord vakantie. In ons taalgebied is dit een woord, dat oorspronkelijk in de juridische sfeer opgeld deed. De vakantiedagen waren dagen waarin er geen rechtspleging geschiedde en er ook geen rechtszittingen plaats hadden. Later kreeg dit woord een bredere betekenis. Op de scholen vond dit woord ingang. En tenslotte ook op allerlei andere gebieden. Ja, zelfs in de kerk. Of ik daar 100% gelukkig mee ben? In mijn diepste wezen is er iets, wat daartegen in verzet komt. Want is er één dag in te denken, waarop een christen zonder zijn God kan leven? Of één dag zonder Zijn Woord? Of één dag zonder Zijn Geest, die ons dit woord indachtig maakt?

Laten wij goed bedenken, dat in het kerkelijk taalgebruik tot eind november toe daarom ook elke zondag getypeerd wordt als de zoveelste zondag na Pinksteren. Dus geen bezwaar, als er in de komende komkommertijd eveneens heel wat kerkewerk op een laag pitje komt te staan. Maar laat elk christen ervan doordrongen zijn, dat wij ook in de vakantietijd geen dag kunnen overslaan om ons te oefenen in de omgang met God. En dat wij, waar wij ons ook ophouden, geen enkele zondagse kerkgang kunnen missen.

Degenen, die er dit jaar weer op uittrekken, wens ik dan ook de vreugde toe van de ontdekking dat God eveneens in vele andere steden en dorpen van de wereld gediend en geëerd wordt. En degenen, die wat meer honkvast zijn, kunnen gewoon thuis vasthouden aan hun kerkgang. Met dit lange verhaal heb ik alleen maar bedoeld te zeggen, dat wij elkaar zozeer gunnen mensen-na-Pinksteren te mogen blijven, dus mensen die door de genade van de Heilige Geest volharden en toenemen in de kennis van God en van Christus.'

V. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's