De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Stil tot God’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Stil tot God’

7 minuten leestijd

'Immers is mijn ziel stil tot God.' Ps. 62 : 2a.

Wie de bovenstaande tekst rustig overdenkt, stelt zich de dichter wellicht als iemand voor, die na zware strijd eindelijk tot de rust van het geloof is gekomen. Nu de moeitevolle omstandigheden, waarin hij verkeerde, voorbij zijn, kan hij weer opademen. Eindelijk is het weer rustig van binnen. We kunnen ons indenken, dat u zich de situatie van de dichter zo voorstelt. Toch is de achtergrond van deze tekst een andere. David verkeert nl. in uiterst hachelijke, moeitevolle omstandigheden, wanneer hij Psalm 62 schrijft. De koning heeft het bepaald niet gemakkelijk. Zijn tegenstanders (vs. 4) bedenken allerlei kwaad tegen hem. Hij leeft aan het hof in een sfeer van huichelarij en bedrog. Sommigen spreken mooi met hun mond tegen David, maar in hun binnenste vloeken zij (vs. 5). De vijanden hebben eigenlijk maar één doel: de koning uit zijn hoge positie verstoten, d.w.z. koning David moet ten val gebracht worden. Misschien moeten we hierbij denken aan de dagen van de opstand van Absalom. Het verzet tegen David groeide. Er broeide wat in Jeruzalem. Zodra zijn tegenstanders de kans krijgen, zullen ze toeslaan. Ze zien er zelfs niet tegenop de koning te vermoorden. U kunt zich wellicht voorstellen, in welke benauwdheid David verkeerde. Hij is zijn leven niet zeker. En dan toch onder zulke omstandigheden stil zijn tot God, vraagt u? Met de dood voor ogen? Kan dat? Ja! Blijkbaar is dat mogelijk. Maar hoe kan dat dan, vraagt u. Ziet David soms toch nog een uitweg om aan zijn noodsituatie te ontkomen? En vertrouwt hij erop, dat de Heere hem langs die weg zal helpen? Zo is het toch dikwijls bij u en mij? Wij vertrouwen op de Heere, zolang wij nog een uitweg uit onze ongelukkige positie zien, zolang er naar onze mening nog gegronde hoop is op redding. Echter zodra wij geen oplossing meer zien, denken we vaak, dat de mogelijkheden van de Heere ook uitgeput zijn. O, dat ongeloof van u en mij. David beschaamt ons in dit opzicht. Immers zo ligt het bij hem niet. Davids mogelijkheden zijn uitgeput. Als David op zijn benarde omstandigheden ziet, dan is er, menselijkerwijs gesproken, geen toekomst meer voor hem. Kan hij dan ook niet meer op zijn vrienden rekenen? In vers 10 zegt hij: de gemene lieden (letterlijk: de kinderen van Adam) zijn ijdelheid, onbetrouwbaar. Nog lichter dan een zuchtje adem. Nee, op zo'n zuchtje adem, op een kind van Adam kunt u uw vertrouwen niet stellen (Ps. 146 : 3, 4). Dat heeft David in de loop van zijn leven van de Heere geleerd! Maar hoe kan David dan toch zo rustig zijn? Op wie grondt hij zijn vertrouwen wel? Op de Heere Zelf. Op zijn trouwe God. Zijn ziel is stil tot die God, van Wie hij al zijn hulp verwacht (vs. 6). Letterlijk staat er: mijn ziel is stil in de richting van God. David wil Israël en ons zeggen: als ik nu maar van mijzelf en van de omstandigheden afzie en helernaal óp de Heere gericht ben, dan is het goed. Als ik nu maar alleen op de Heere en Zijn beloften zie, dan word ik volkomen rustig van binnen. Dan vind ik al mijn troost en sterkte in Hem, in Zijn beloften, in Zijn verbondstrouw (vs. 12 en 13). Zo gaat David geheel ten anker in God. Dat wil de Heilige Geest ons leren: stil zijn tot God. Dat is een uitgaan naar Hem met heel het hart (W. Kremer). 'Ik blijf de Heere verwachten, mijn ziel wacht ongestoord; ik hoop in al mijn klachten op Zijn onfeilbaar woord.' Ja, meer dan de wachten op de morgen... Zelfs wanneer we in eenzaamheid en zware aanvechting onze weg moeten gaan vuurt de Geest ons aan 'het stil zijn tot God' te beoefenen: 'Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam des Heeren en steune op zijn God' (Jes. 50 : 10). David oefent zich hier in dat stil zijn tot God. Hoe? Door zichzelf en ons in te prenten Wie de Heere voor Hem is. Hij geeft Zijn Gód namen. Of beter gezegd: de Heilige Geest brengt die hem te binnen: 'Immers is Hij mijn Rotssteen en mijn Heil, mijn Hoog vertrek'.

'Mijn Rotssteen'. Zie die Naam duidt op de vastheid die er in de Heere is. David wil zeggen: op de Heere kunt u aan. Op Hem kunt u altijd rekenen. Op Hem mag u steunen. Hij is een zeer hecht fundament om op te bouwen. Verder is de Heere Davids Heil, dat is Davids Redder uit de nood (zijn Jehosjua is Jezus!).

Paulus verwoordt de troost die in dit heil gelegen is in Romeinen 8: 'Zo God voor ons, wie zal tegen ons zijn. Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft... hoe zal Hij ons mét Hém niet alle dingen schenken?' Hij baant een weg voor David, die hij niet geweten heeft. Een weg, waarlangs 'zijn voet kan gaan'. Tenslotte letten we ook op de vertroostende Namen uit vers 7 en 8: de Heere is een Hoog Vertrek en een Toevlucht. De Heere wil dus in tijden van nood, benauwdheid en verdriet een veilige Schuilplaats voor David, voor u en mij zijn. We mogen tot Hem vluchten en kunnen tot onze verwondering altijd bij Hem terecht. Hoe prijst David ons hier zijn God aan! De Heere is alles voor hem. Waarom? Omdat hij met zijn vertrouwen op de Heere nog nooit beschaamd is uitgekomen. David heeft in de geloofs-gemeenschap met de Heere ervaren, dat de Heere werkelijk is, zoals David Hem hier noemt. De Heere is werkelijk zoals Hij Zich openbaart (Jesaja 44 : 8), belijdt Daivid hier. Een Hoog Vertrek, een veilige Schuilplaats en een Toevlucht is Hij voor mij geweest.

Wie zou niet op deze David jaloers worden? Wat zijn wij toch in veilige handen, als wij het in leven en sterven met de Heere alleen leren wagen. Als Hij onze enige Toevlucht is. U vraagt zich wellicht af: Een Toevlucht, wil Hij dat ook voor mij zijn? U kunt dat nog niet geloven? Dat is te groot voor u? Dat hebt u niet verdiend? U denkt misschien: als ik tot Hem vlucht, zal Hij mij niet afwijzen? Hoe weet ik, dat mijn 'stil zijn tot Hem, mijn wachten op Hem' niet tevergeefs is? We nemen u mee naar Golgotha. Daar zie ik een Mens de toevlucht tot de Heere nemen. De Mens Christus Jezus! Zijn vijanden spotten met Hem: 'Hij heeft op God vertrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil' (Mt. 27 : 43). Echter deze Mens, Christus, krijgt geen antwoord. Hij kan het David op Golgotha niet nazeggen: God is Mijn heil, Mijn Hoog vertrek. Weet u waarom niet? Omdat Christus daar hangt, beladen met uw en mijn schuld ('Hij is voor ons tot zonde gemaakt', betuigt Paulus). Zegt u daar amen op? Met uw hart? Ja, Hij moest daar hangen in mijn plaats. Zie daarom, om onze zonden, om onze schuld wijst Zijn Vader Hem af. Stoot Hij Hem van Zich af.

Hoor, daar klinkt een stem op Golgotha: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?' En we horen het antwoord over Golgotha klinken, : 'Opdat wij nimmermeer van God verlaten zouden worden'. Ziet u het? Hier vindt u het geheim van Davids woorden: 'mijn Toevlucht is in God!' Die woorden hebben hun vastheid, hun betrouwbaarheid gekregen in het heilswerk van Christus. In Hem is ook deze Naam (belofte!) ja en amen. Daarom durft David het Israël en ons in vers 9 met vrijmoedigheid toe te roepen: 'Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort uw hart uit voor Zijn Aangezicht; God is ons een Toevlucht'. Dat is een waar woord. Het is beproefd gebleken 'te aller tijd'. Voor het geloof, dat het waagt met de Heere en Zijn betrouwbare beloften. Dat geloof wordt ondertussen voortdurend bestreden. Zo is het voor David ook geweest. Vandaar dat hij zichzelf telkens moet bemoedigen met dat woordje 'immers': Voorwaar! Toch is het zo! 'Wat buigt gij u neder o mijn ziel. Hoop op God! Wees stil tot God! Immers dit hopen op God, dit stil zijn tot God beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons is gegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

‘Stil tot God’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's