De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wandelen in de vreze des Heeren (4)

Bekijk het origineel

Wandelen in de vreze des Heeren (4)

8 minuten leestijd

Blijf trouw op de plaats die ons door de Heere is gegeven en op die plaats in alle eenvoudigheid het ambt aller gelovigen uitrichten.

Zijn wij een vorige keer erop ingegaan, hoe de vreze Gods in de taak en de roeping van de christen tot uiting komt, in dit artikel willen wij o.a. stilstaan bij het feit, dat een ieder zich aan zijn taak en roeping, door God gegeven, heeft te houden.

De door God gegeven plaats

Als iemand ons duidelijk heeft uiteengezet, dat een christen zich moet houden aan de roeping en plaats die door God verordineerd zijn, is het Calvijn wel geweest. Uitvoerig gaat hij hierop in. Hij schrijft in de Institutie (III, 10, 6): 'Tenslotte moet ook dit opgemerkt worden, dat de Heere een ieder onzer beveelt bij al de handelingen zijns levens te letten op zijn roeping. Want Hij weet van welk een onrust 's mensen natuur bruist, door welk een onbestendige lichtvaardigheid ze her- en derwaarts geslingerd wordt, hoe begerig haar eerzucht is om verschillende zaken tegelijk aan te grijpen. Opdat dus niet door onze dwaasheid en roekeloosheid alle dingen onderste boven en door elkaar zouden geraken, heeft Hij de soorten van leven onderscheiden en aan ieder zijn plichten toegewezen. En opdat niemand onbezonnen zijn grenzen te buiten zou gaan, heeft Hij zulke soorten van leven roepingen genoemd. Aan ieder is dus zijn eigen soort van leven door de Heere als een wachtpost toegekend, opdat hij niet in de ganse loop zijns levens onbestemd zou worden rondgedreven'. Tot zover dit behartenswaardige citaat uit de Institutie. Als eerste willen wij hierbij opmerken, dat God een God van orde is. Hij deelt ieder mens een plaats toe. Hij geeft een taak en een roeping. In de tweede plaats, zouden wij wensen, dat dit door een ieder meer en meer werd verstaan! Werd dit meer verstaan, een ieder zou trouwer op zijn post zijn. Hoe hoog óf hoe laag men ook op de maatschappelijke ladder zou staan. Wat is bovendien hoog óf laag als het een post is die van de Heere ontvangen is. Is niet alles hoog wat van de Heere komt en zal de vreze Gods niet op iedere plaats gestalte moeten krijgen?

Tevredenheid

Tevredenheid is een groot goed. Wat is het een genot een mens te ontmoeten die tevreden is met de plaats die hem door de Heere is gegeven en op die plaats de vreze Gods ook in de praktijk brengt. Wij menen, dat de vreze Gods tot grote zegen is en ook werkelijk tot Gods eer als men tevreden is met de taak, door de Heere op de handen gelegd. Het kan ook anders! Iemand kan ontevreden zijn met de taak die hem ooit eens op de handen is gelegd. Men wil dan grijpen naar taken die te hoog liggen. Zo herinneren wij ons een ontmoeting met een man van middelbare leeftijd, die, wat wij noemen, krachtdadig bekeerd werd. Hij verdiende goed zijn brood en de vreze Gods kreeg gestalte in zijn omgeving. Allengs echter taande de liefde voor zijn werk en daarmee de tevredenheid over de plaats door God gegeven. Ook de vreze des Heeren taande daardoor. Wat was het geval? Hij meende, dat hij hogerop moest, dat hij predikant moest worden. Daardoor kon hij meer mensen bereiken, daardoor zo meende hij, zou de vreze Gods nog meer gestalte kunnen krijgen. In een vlaag van overgeestelijkheid wilde hij niet alleen zijn werk, maar ook zijn gezin eraan wagen. Een krachtig ingrijpen Gods deed hem zien, dat de plaats, die door de Heere hem gegeven was, een goede plaats was, alsmede dat niet ieder christen op de kansel behoeft te staan. Het ambt aller gelovigen werd hem toen voldoende. Met tientallen andere voorbeelden zouden wij dit nog kunnen uitbreiden. Het is helaas een veel voorkomend kwaad in alle standen en rangen, dat men naar taken wil grijpen die te hoog liggen en waartoe men niet geroepen wordt. Laat een ieder echter tevreden zijn in de taak, die door God is gegeven. Dat geldt evenzeer, wanneer wij eenvoudig werk verrichten. Ook daarvoor is nauwgezetheid en plichtsbetrachting nodig. Voor het geringste werk is niet minder de vreze Gods nodig om het goed te verrichten. Wie wij ook zijn, maar wij moeten altijd op onze hoede zijn de wil en de opdracht van God niet te verwarren met onze eigen begeerten. Onze eigen begeerten willen de toon aangeven in de wereld, in de kerk, in de gemeente. Onze eigen begeerten staan doorgaans haaks op wat God en Zijn Zaligmaker van ons willen. Onze Zaligmaker zegt: 'leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart'. Deze gestalte kent ook de oprechte vreze Gods. En worden wij tot een andere taak in de maatschappij, in de kerk of in de gemeente geroepen, laten wij dan Gods tijd afwachten. Wanneer die roeping van Hem is, zal Hij zeer zeker ruimte maken, en de nodige bekwaamheid geven. Maar zo niet: dan trouw blijven op de plaats die ons door de Heere is gegeven en op die plaats in alle eenvoudigheid het ambt aller gelovigen uitrichten. Voor alles blijft nodig de beoefening van de doding van het vlees, naar de Schriften, én een vervulling van de roeping Gods in het leven, naar de Schriften.

Godsvreze en wetenschap

Is het mogelijk om de vreze Gods met de wetenschap te verbinden? Velen geven in onze eeuw op deze vraag een negatief antwoord. Naar hun mening is het ten enenmale onmogelijk die twee met elkaar te verbinden. De vreze Gods is een zaak voor het hart. In het wetenschappelijk onderzoek en bij het bestuderen van de wetenschappen speelt zij geen enkele rol. Zou dit waar zijn? Is de natuurwetenschap b.v. dan waardenvrij? Zou de vreze Gods als een gehoorzamen aan Zijn wil, een leven naar Zijn geboden geen waarde hebben voor het beoefenen daarvan? Wij zijn van mening, dat de vreze Gods ook alles met de wetenschap in 't algemeen te maken heeft. Dat ook zij zich heeft te houden aan de normen die door de openbaringsbron d.i. het Woord Gods gesteld worden. Dat sluit dus bepaald de mogelijkheid niet uit, dat tegen bepaalde uitkomsten van een wetenschap gezegd moet worden: 'hier kunnen wij niet in meegaan, omdat dit indruist tegen Gods wil en Gods gebod . Op het terrem van de medische wetenschap zal de vreze des Heeren dan ook in bepaalde gevallen een krachtig 'neen' laten horen. Er zijn ons gelukkig godvrezende artsen bekend die niet met al de uitkomsten van hun wetenschap kunnen meegaan en - dat is de consequentie - in een enigszins geïsoleerde positie komen te staan. Wij mogen hen juist wel met onze liefde, steun en gebed omringen, alsmede alle wetenschappers die de vreze Gods in hun werk willen laten uitkomen. Zij hebben het soms zeer moeilijk. Hun gehoorzaamheid aan Gods wil en bevelen maakt ze soms op een opvallende wijze tot vreeemdeling in de zin van psalm 119: 'Ik ben, o Heer', een vreemdeling hier beneên'. Dit vreemdeling-zijn geeft ook een brok vereenzaming. Toch staan zij hierin niet alleen. God heeft een volk op deze aarde, dat door Hem gekozen is en dat nu ook voor Hem kiest! Ook, ja juist kiest voor Hem bij het beoefenen van de wetenschappen!

Een goede raadgeving

ledere wetenschapper zou er goed aan doen de inaugurele rede van Voetius te lezen. Datzelfde geldt trouwens ook voor onze studenten, of zij nu in Utrecht of Delft, Groningen of Eindhoven studeren. Voor Voetius was de ware vreze Gods te verbinden met de wetenschap. Op een uitvoerige wijze toont hij dit aan in zijn inaugurele rede, gehouden aan de Illustere School te Utrecht op de 21ste augustus 1634. Hij wijst de studenten erop, dat vreze des Heeren, in acht te nemen o.a. door ijverig te studeren d.w.z. alle dingen te onderzoeken met het Woord Gods erbij. Ook geeft hij ze de praktische raad niet te veel te roken, zich niet over te geven aan zwelgpartijen waardoor de geest verslapt en Gods eer wordt aangetast. Maar vooral legt hij de nadruk op Gods dag, die voor hem een hoge en heilige dag is. Het is een dag om met God en Goddelijke zaken bezig te zijn. Een dag, waarop de vreze des Heeren wordt beoefend en verdiept. Een dag waarop de wetenschap moet blijven liggen teneinde 'teerkost' op te doen voor de dagen waarop men zich wetenschappelijk bekwaamt. Letterlijk zegt Voetius: 'Welaan, laat ons aan de heilige en openbare godsdienstoefeningen aanhoudend en met opgewektheid deelnemen, de dag des Heeren met terzijdestelling van onze gewone studiën geheel wijden aan de oefeiiingen der godzaligheid en het onderzoek der Schriften'. Op dit laatste drong Voetius ernstig aan, opdat er een weerwoord uit het Woord zou zijn, wanneer een bepaalde wetenschap iets aantoonde dat tegen Gods Woord inging. Maar ook voor de overige dagen gaf hij aan de studenten een goede raadgeving mee en wij zouden ditzelfde ook willen adviseren aan onze wetenschappers, ja eigenlijk aan een ieder van ons. Hij zegt dan: 'Laat ons bovendien iedere dag gelukkig beginnen en eindigen met de gebruikelijke Schriftlezingen, gebeden, meditaties en het vernieuwen van bekering en geloof, als voertuigen voor onze studiën. De beste orde bij al wat wij ondernemen, hetzij wij spreken of handelen, is van God uit te beginnen en in God te eindigen'. Dat zijn niet de slechtste wetenschappers, studenten en anderen, die van God uit beginnen en in God eindigen. Zij zijn een sieraad voor God, voor de kerk, voor de maatschappij. In een afsluitend artikel willen wij eens nagaan óf de vreze Gods ook met 'vasten' te maken heeft. Temeer, omdat sommige vertegenwoordigers van de nadere reformatie dit in bepaalde zin hebben verbonden met de vreze Gods o.a. Th. a Brakel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wandelen in de vreze des Heeren (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's