Uit de pers
1584-1984
Op 10 juli 1984 was het vierhonderd jaar geleden dat Prins Willem van Oranje in zijn woning Princenhof te Delft door de huurmoordenaar Balthazar Gerards werd doodgeschoten. Op allerlei wijze is de afgelopen tijd aan persoon en werk van Willem van Oranje aandacht gegeven. Ik denk aan de (omstreden) t.v.-serie over zijn leven, aan verschillende publicaties die de afgelopen tijd (opnieuw) verschenen zijn. Verschillende bladen namen artikelen over de betekenis van zijn levenswerk op. Er verscheen naar aanleiding van de herdenking van de vierhonderdste sterfdag een postzegel, terwijl in juli, midden in de vakantietijd, er een officiële herdenkingsbijeenkomst gehouden is. Heeft dit alles nu ook het grote publiek bereikt? Dat is misschien moeilijk na te gaan. Twee dingen zijn duidelijk: Vergeleken met vorige herdenkingen is alles veel ingetogener gebeurd. Onze generatie is wars van heldenverering (hoewel?) en zoekt naar een mensenlijk portret van figuren uit het verleden, dat herkenbaar is. In de tweede plaats kan men stellen dat beschouwingen over de strijd van Willem van Oranje tegen de Spaanse onderdrukkers in onze tijd al snel vergeleken worden met zaken als bevrijdingsbewegingen, burgerlijke ongehoorzaamheid en recht van opstand. Dat is begrijpelijk, maar roept niettemin het gevaar op dat al te snel zaken van nu 'ingelezen' worden in het verleden. In dit persoverzicht wil ik wat doorgeven uit artikelen die me dezer dagen onder ogen kwamen. In de hoop dat het deze of gene stimuleert zich nog eens te verdiepen in deze zo belangrijke periode uit onze geschiedenis. Kennis van de historie is immers meer dan feiten vergaren, maar biedt ook zicht op de taak van heden.
Geen heilige, wel een oprecht gelovige
Enkele maanden geleden verscheen er van de hand van dr. R. H. Bremmer over Willem van Oranje en de jaren 1572-1581 een boek getiteld: 'Reformatie en rebellie'. Het gaat me nu niet om dit boek maar om, een interview dat Bremmer had met een redacteur van het jongerenblad Daniël (6 juli 1984). We geven enkele momenten uit dit vraaggesprek hierbij aan u door:
'Hoe zou u voor de generatie van vandaag de betekenis en grootheid van Willem van Oranje willen beschrijven?
Ik zou dan dit willen zeggen: hij is inspirerend door zijn zelfopofferende strijd voor vrijheid en recht en met name voor de vrijheid van de gereformeerde religie. Volgens mij kun je die in zijn leven niet van elkaar losmaken. De een stelt de Tachtigjarige Oorlog voor als een strijd om de vrijheid, de ander als een strijd om de godsdienst. Het is echter niet of-of, maar en-en, zeker ook bij de Prins. De Gereformeerden waren een onderdrukte minderheid en daar is hij voor opgekomen. Historisch gezien is deze strijd - en vooral ook de rol van Willem van Oranje daarin - van enorme betekenis geweest voor de verdere geschiedenis van ons land. En inspirerend is hij, omdat hij met de rug tegen de muur vaak, zoveel jaren volhield. Volhield voor zijn idealen van vrijheid, inbegrepen de godsdienstvrijheid, en voor verdraagzaamheid. Vanmorgen las ik een verslag van een door prof. Van Deursen gehouden lezing. Hij zei ook, dat het kenmerkende van de houding van de Prins was zijn volharden, zijn volhouden. Hij had zijn hart aan de zaak van de Nederlanden verpand. Dat was zijn grootheid.
In hoeverre wijkt de moderne visie op Willem van Oranje af van uw visie?
De moderne visie in het algemeen wijkt in zoverre van mijn visie af, dat men de Prins teveel uitbeeldt als de algemene vrijheidsheld en te weinig de godsdienstvrijheid voor de Gereformeerden daarin betrekt. Soms wordt hij zelfs een soort rebel tegenover Filips II. Het algemene beeld is veel te vlak: te weinig ziet men de Prins als een oprecht gelovige.
Juist in gereformeerde kring is er steeds een erg positief beeld van Willem van Oranje geweest. Hoe komt dat?
Dat komt, omdat men zich verwant wist met de Prins. Er is een band ontstaan door de religie. We moeten van Oranje geen heilige maken, maar hij is zondermeer overgegaan tot de gereformeerde religie. Daar was men verblijd over. Ik denk aan de brief van dominee Wilhelmi uit Dordrecht aan de gemeente in Londen. Dat was in 1573 en betrof het feit dat de Prins voor het eerst aan het avondmaal had deelgenomen. Ds. Wilhelmi noemde dit "genade die Godt ons bewesen heeft" en noemde de Prins "onse godtsalige stadhouder". In zijn verdediging van het recht van opstand sloot Oranje zich ook geheel aan bij de calvinistische gedachten hierover. Vooral Caspar de Coligny en de Hugenoten hebben hem wat dit betreft beïnvloed. Het zijn de Hugenoten geweest die de gedachten van Calvijn, al te vinden in de eerste uitgave van de Institutie, op dit punt van het verzetsrecht hebben uitgewerkt.
Net is al aangestipt het verschil in visie op de vraag wat nu de voorrang had in de Tachtigjarig Oorlog: de religie of de vrijheid. Bekend is ook de marxistische visie dat de hoofdoorzaak van de opstand gelegen zou zijn in de armoede en honger in die tijd. Mijn vraag is: hoe kan dat nu eigenlijk, al die visies? De feiten zijn toch duidelijk?
Een eerlijk historicus kan zich inderdaad niet losmaken van de feiten, maar alle feiten komen nooit boven water. 't Moeilijkste is vooral iemands motieven weer te geven. Je moet dan afgaan op de getuigenissen van iemand zelf en die van anderen. En je weet nooit helemaal zeker of die getuigenissen juist zijn geweest. Dan moet je dus de feiten interpreteren en daarbij speelt altijd de eigen opvatting van de historicus een rol. Bovendien wordt zo'n historisch persoon vanuit de eigen levensbeschouwing beoordeeld. En dat een roomskatholiek Oranje dan anders beoordeelt dan een gereformeerde... tja, dat is duidelijk. Dat komt natuurlijk vooral, omdat de religie in het geding is. Daar komt nog bij, dat het leven van de Prins erg gekompliceerd is geweest. Hij is beslist niet steeds dezelfde geweest. Daar kun je niet onderuit.
Is in gereformeerde kring het positieve beeld van Willem van Oranje ook wel eens overdreven?
Ja, dat is het zeker, vooral in de populaire literatuur. Daar worden alleen de zonnige en verheven kanten van de Prins genoemd en wordt hij te veel geïdealiseerd. Zelfs Groen van Prinsterer ontkomt daar niet altijd aan, hoewel hij veel gematigder is. Dat de Prins ook ambitieus was, komt bij hem niet zo uit de verf. In de eerste uitgave van zijn "Handboek" zegt Groen dat het geloof bij de Prins het hoofdbeginsel was. In latere drukken voegde hij daarbij: bij toeneming. Soms tref je aan dat de Prins wel voorgesteld wordt als de grote kampvechter voor de ware religie, maar wordt er verzwegen dat hij godsdienstvrijheid voor de roomskatholieken voorstond. Gezwegen wordt er natuurlijk ook over het feit dat de Prins tenminste één bastaardzoon had.
Fouten mogen wel genoemd worden. Dat doet de Bijbel ook. Het moet echter niet gebeuren om zo iemand te besmeuren. We belijden dat alle mensen zondaars zijn. Ook de Prins was niets menselijks vreemd.'
Bremmer wijst er voorts op dat de Prins zijns inziens een overtuigd en oprecht christen was die uit overtuiging de gereformeerde religie aanhing. Juist zijn ijveren voor godsdienstvrijheid acht Bremmer een pluspunt. Hoe actueel is dat laatste in een tijd waarin op allerlei wijze in verschillende landen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst aan mensen in meerdere of mindere mate ontzegd worden. In ons democratisch bestel is deze vrijheid wel aanwezig. Discussies rond de anti-discriminatiewet laten evenwel zien hoe licht bemoeizuchtig optreden vrijheid van godsdienst en meningsuiting in gevaar kan brengen. De 'openbare mening' is vaak minder tolerant dan grondwettelijke vrijheden ons toestaan. Nu de kerken een minderheid gaan vormen is het zaak op zijn hoede te zijn.
***
De tyrannie verdreven
In het Kerkblaadje van 6 juli schrijft dr. D. Kalmijn over de strijd van Willem van Oranje tegen Filips de Tweede.
'Het is als christen-edelman, dat Oranje de strijd aanbindt tegen onrecht en bedrog. Gewetensnood stelt grenzen aan de gehoorzaamheid jegens een wereldlijke overheid. In dit geval is het de leenheer Filips II, wiens leenman Oranje is, die zich te buiten gaat. De leenman (vazal) is inderdaad tot getrouwheid jegens zijn leenheer verplicht, maar mag (moet zelfs) tegenover deze zijn rechten doen gelden, in het bijzonder wanneer het gaat om het welzijn van die onderzaten, voor wier belangen hij van zijn kant als regeerder verplicht is op te komen. Omgekeerd geldt voor de leenheer dat hij zijnerzijds, naast zijn rechten, ook plichten heeft tegenover de leen- man. Hij moet deze vóór alles in zijn regeertaak eerbiedigen. Maar juist op dit punt was Filips in zware overtreding. Strevend naar vorstelijk absolutisme, verlangde hij van zijn onderdanen strikte gehoorzaamheid en dienstbaarheid. De door Karel V in 1531 ingestelde Raad van State, waarin de hoge adel zitting had, behandelde hij als slechts adviescollege. Voor het besturen van de Nederlanden had hij in Madrid zijn eigen departement, waarin Spanjaarden de dienst uitmaakten. Dezen hielden geen rekening met hier geldende rechten en vrijheden, evenmin met gerechtvaardigde verlangens en denkbeelden.
Over denkbeelden gesproken. In de 16e eeuw gaat het dan speciaal om de religie. Met Filips II viel hier niet over te praten, tenzij men hem bij voorbaat in alles gelijk gaf. Willem van Oranje was op dit punt zo geheel anders, in zijn aard en door zijn levensomstandigheden.(...) Alles bijeengenomen, was er voor Filips toch wel alle reden om Oranje als zijn gevaarlijkste tegenstander te beschouwen. Hij ging tenslotte over tot een daad, waardoor hij openlijk van zijn machteloosheid tegenover hem blijk gaf èn zich in ernstige mate compromitteerde. Hij deed hem in 1580 in de ban. Laat er te zijnen gunste bij vermeld worden dat het hem eigenlijk niet eens zo van harte afging, maar dat het Oranje's doodsvijand kardinaal Granvelle was die er hem toe aanzette. Hoe het ook zij, er werd een misdaad verlangd om, zoals het heette, "deze publieke pest, verrader van zijn heer, zijn land en de mensheid, van het leven te beroven". Voor de dader werd een groot geldelijk vermogen en verheffing in de adelstand, vanwege het begrijpelijke risico eventueel voor zijn nabestaanden bestemd, benevens gratie voor reeds begane misdrijven als beloning in het vooruitzicht gesteld.
Oranje bleef het antwoord niet schuldig, kon dat ook niet. In zijn tijd werd de strijd zowel met de wapens als met pamfletten gevoerd. Voor klaarheid had de Justificatie reeds willen zorgen. Nu volgde er iets wat allerwegen groot opzien baarde. Na grondig en uitvoerig overleg met o. a. zijn hofprediker en vertrouwde raadsman, de Hugenoot Pierre Loyseleur de Villiers die er de eigenlijke auteur van was, liet Oranje zijn "Apologie of Verantwoording" publiceren als vervolg op zijn Justificatie, ditmaal in haar regelrechte aanval op Filips fel van bewoording en zonder ook maar iets van de leenheer in hem heel te laten. Oranje noemt hem een "echte huichelaar en bedrieger" en richt zich aldus tot Granvelle: "Met jou, kardinaal, wil ik nu wat bespreken, jij hebt zo lang je tijd op school verdaan en zoveel onderwijs gehad in liegen en bedriegen..." Wat volgt laat zich niet kort samenvatten en kan terzijde gelaten worden. Maar als veelzeggende ontboezeming citeren we: "Wie kan mij beschuldigen van een andere fout dan dat ik te laat naar de wapenen heb gegrepen en dat ik niet eerder gebruik heb gemaakt van het recht van opstand dat elk volk van nature bezit? Dit recht heb ik, aangezien ik een vrij Heer ben en bovendien de eer heb de titel te dragen van absoluut en soeverein vorst (als Prins van Oranje), die naast God geen meerdere meer behoeft te erkennen".'
Deze uitspraken van Oranje brengen ons in de gedachten wereld van de tyrannenbestrijders. Reeds in de Middeleeuwen had men diepgaand nagedacht over de grenzen van de overheidsmacht, de gevaren van tyrannie, de verhouding van recht en liefde. Het is bekend hoe ook Luther vanaf 1530 zich met deze vragen moest bezighouden, gezien de bedreigde positie van de Protestanten. Het ging om de rechten en vrijheden van de onderdanen. Erkenning van het gezag van de overheid ging gepaard met het onderkennen van het gevaar van tyannie en staatsabsolutisme. We laten nu het slot van Kalmijns artikel volgen:
'De Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, aan wie Oranje zijn Apologie "gepresenteerd" had, reageerden op de Ban met hun "Plakkaat van Verlating" van 26 juli 1581, waarin zij Filips II als landsheer "afzwoeren". Het stuk getuigt van een gezond politiek denken, in de geest van de Monarchomachen, zoals blijkt uit de aanhef: "Het is aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen. Dit recht hebben zij te meer als ze hun vorst niet met vreedzame middelen van zijn tirannieke neigingen hebben kunnen genezen...".
Oranje viel 10 juli 1584 als slachtoffer van een snode samenzwering. Voor de vijand betekende dit geen winst, want een reeds vrije Nederlandse staat werkte voort aan zijn voltooiing. De laatste bede van de Vader des vaderlands: "God, erbarm U over mij, mijn geest en dit arme volk" klinkt heden nog in ons herdenken na. Hij had zijn eigenlijke levensdoel bereikt. De tirannie was verdreven!'
***
Vanuit het verleden naar het heden
In het nummer van 20 juli van het Kerkblaadje gaat dr. W. Aalders de betekenis van de Prins na voor verleden en heden. Aalders kiest als invalshoek de portretkunst. Laat het portret van Filips de Tweede, zoals El Greco hem heeft uitgebeeld, een gesloten, ondoogrondelijke tyran zien die slechts één levensroeping kende en naastreefde nl. de instandhouding van het Spaanse wereldrijk en van de Rooms-Katholieke kerk, het portret dat Adriaan Key schilderde van de Prins doet ons een man kennen die in eenvoudige menselijkheid en milde wijsheid vrijheid en verdraagzaamheid nastreefde, 'een aardse behuizing voor zijn volk, waar door geloof en gebed het uizicht naar Boven openbleef'. Tegen deze Willem heeft Filips zich fel gekeerd.
'In het begin van mijn toespraak zei ik, dat wij vanuit het heden naar het verleden willen zien. Misschien heeft het zin om nu aan het slot ook nog vanuit het verleden naar het heden te zien. Want zijn er geen duidelijke parallellen? Is wat ons in het heden zo benauwen kan, niet ook de dreiging, die uitgaat van lieden wier bewustzijn net zo verkokerd is als dat van Philips, Alva en Granvelle? Lieden die, net als zij eertijds, hun levenskompas hebben vastgezet op één ideaal, één politieke wensdroom, die zij koste wat koste fanatiek nastreven? De geschiedenis heeft aan het licht gebracht, hoe ongenaakbaar, hoe ontoegankelijk voor rede, hoe daemonisch zulke figuren kunnen zijn. En hoe zij door de verantwoordelijke plaats die zij innemen en door de macht die zij hebben Kerk, Staat en Maatschappij naar de ondergang kunnen brengen. Natuurlijk zijn die idealen niet meer te benoemen als Hispanidad en Catolidad. Hitler met zijn verkokerd bewustzijn sprak van: Het derde Rijk. Stalin met zijn verkokerd bewustzijn had het over: Het Leninistisch Marxisme. En de neo-Marxisten hebben het over: Het Rijk van de Vrijheid. Maar hoe zij het ook noemen, voor Kerk, Staat en Maatschappij zijn zij een even groot gevaar als eertijds Philips, Alva en Granvelle. Verkokerd bewustzijn loop op den duur altijd uit op onderdrukking, geweldpleging en een Armada. Wat dat bereft kan het heel nuttig en heilzaam zijn om die geportretteerde figuren uit het verleden goed in de ogen te zien en te weten dat het de geestelijke voorouders zijn van een soort mensen, dat nog altijd in de wereld aanwezig is, en die net als toen een enorme bedreiging zijn voor volk en natie, voor stad en land, voor religie en onderwijs.
Er is echter ook nog een tweede parallel. En die is belichaamd in de persoon van Prins Willem van Oranje. Laten wij vandaag ook zijn conterfeitsel goed tot ons laten doordringen. Een eenzaam, geplaagd en berooid mens, die straks zal vallen door een moordenaarshand. Wat spreekt dat gezicht, wat stralen die ogen uit? Allereerst de ernst van de uiterst bedreigde situatie waarin hij met het volk dat hem lief was, verkeerde. Hij wist, hoe Philips, Granvelle en Alva vanuit hun verkokerd bewustzijn tot het uiterste zouden gaan. Maar hij wist méér. En ook dat spreken zijn ogen uit. Hij wist van den Potentaat der potentaten, van het verbond met Hem en van de betekenis van het gebed.
En zou dat nu niet het belangrijkste zijn van een herdenking van dat verleden, dat wij er nadrukkelijk bij bepaald worden dat, hoe groot en vervaarlijk in onze tijd ook de dreiging mag zijn, die op ons afkomt van politieke machten en maatschappelijke stromingen met een verkokerd bewustzijn, wij toch met Willen Vader mogen zijn: "rustig temidden der woedende baren; saevis tranquillus in undis".'
Ook Aalders accentueert het geloofsaspect in de strijd van Willem van Oranje. Terecht wijst hij er op hoe er in het leven van Oranje een ontwikkeling is geweest, hoe hij meer en meer naar het reformatorisch geloof is toegegroeid. We zullen voorzichtig moeten zijn met al te snel parallellen te trekken tussen toen en nu. We zullen tegelijk de erfenis van het verleden vruchtbaar mogen maken voor onze positie van vandaag. En dan zal inderdaad van betekenis zijn of we ons evenals Willem van Oranje weten te staan met het Woord en het gebed midden in het leven, mens in Gods wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's