Wie roemt, roeme in de Heere!
'Elkeen van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwe man vinden?' . (Spreuken 20 : 6)
In het Spreukenboek vinden we levenswijsheid, die van toepassing is op alle terreinen van het leven. Onder de leiding van Gods Geest heeft Salomo zijn ogen laten gaan over deze wereld en met name over het doen en laten der mensen. En daaruit heeft hij lessen getrokken. De ervaring heeft hem wijs gemaakt. En de levenswijsheid, die hij daaruit verkreeg, heeft hij te boek gesteld in Spreuken. Let wel, als we schrijven, dat Spreuken het boek van de levenswijsheid is, dan bedoelen we daarmee niet een soort wijsheid, die louter vrucht is van menselijk inzicht en verstand. Nee, in Spreuken hebben we te doen met levenswijsheid, die aan Salomo geschonken is door Gods Geest. En dat betekent, dat die wijsheid gezaghebbende wijsheid is! Wijsheid, waarvan u de waarheid altijd weer opnieuw kunt constateren. Wijsheid, die u nooit bedriegt!
Een van de dingen waar Gods Geest Salomo de ogen voor opende was, wat we lezen in onze tekst: 'Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit'. Of; zoals we ook mogen vertalen: 'Vele mensen roepen over hun eigen weldadigheid'. Salomo legde zijn oor te luisteren in het midden van deze wereld en wat hoorde hij? Dit: mensen prijzen zichzelf! Ze steken hun deugden en vermeende kwaliteiten niet onder stoelen of banken. Ze roemen hun eigen weldadigheid. D.w.z.: ze geven hoog op van hun goedheid, hun trouw, hun rechtschapenheid.
Dat begint al in de kinderjaren: 'Mama, ik ben lief, hé? ', zo vraagt de kleine als broertje of zusje een berisping krijgt. En de jongen uit de zesde klas zegt: ik ben sterk en wij zijn hier de baas op het schoolplein. 'Elkeen der mensen...!' Groot en klein doen hier aan mee. Hoort u de politici maar roepen: Als u ons kiest dan...! Leg uw oor eens te luisteren in de kerk: de een roept nog boven de ander uit om maar gezien en gehoord en wat meer is: geëerd te worden. Trek u eens stilletjes terug tijdens een verjaarsvisite. Luister eens toe tijdens de discussies in kerk en maatschappij...
'Elkeen van de menigte der mensen roept zijn (eigen) weldadigheid uit!' Deze hoogmoed, die zich op alle terreinen van het leven openbaart, is een van de ontwrichtende gevolgen van de zondeval. Het is dan ook alles de taal van buiten het paradijs. Het is de taal van Lamech, de snoever, die het sprak: 'Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventig maal zevenmaal' . Het is de taal van Nebukadnezar, die het in zijn grootheidswaanzin uitriep: 'Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb?' En vergeten we ook de farizeeër niet: 'Ik dank U, dat ik niet ben als...!'
Doch diezelfde taal leeft van huisuit ook op de bodem van uw en van mijn hart. We vinden onszelf zo slecht nog niet. De hoogmoed zit zo diep in ons aller hart verscholen. De man van rechts vindt zich rechtzinniger als een ander. De man van links vindt zich evangelischer. En glimmend daartussen zit de man van het midden. Hij glijdt niet uit naar rechts. Hij glijdt niet uit naar links. Nee, hij is heel wat evenwichtiger. Zo verheft men zichzelf en men vernedert de ander. Van links tot rechts.
De oorzaak? Hoogmoed! Gebrek aan zelfkennis! Gebrek aan levende Godskennis! Wie weet heeft van zijn eigen vijandschap tegen God... Wie weet heeft van de zondige begeerten, die als een nimmer aflatende stroom telkens weer opnieuw in zijn eigen hart omhoog komen... Die leert het om in beginsel de hand op de mond te leggen. Die heeft genoeg aan zichzelf. Die leert eigen onbekwaamheid en ondeugdelijkheid grondig kennen. Met als heilzaam gevolg: verootmoediging én voor God én voor de naaste!
Mensen prijzen zichzelf. Maar zo vraag Salomo vervolgens: 'Wie zal een recht trouwe man vinden? ' Hij wil zeggen: woorden zijn goedkoop. Woorden kunnen gemakkelijk worden uitgesproken, maar... het komt aan op de praktijk! En is er dan niemand, die tot in zijn botten toe getrouw en waarachtig is? Wie kan zeggen: 'Ik heb mijn hart gezuiverd (d.i.: zuiver gehouden), ik ben rein van zonde? ' (vs. 9). Niemand. In het licht van de Schrift gaat over ons allen hetzelfde oordeel: 'Er is niemand, die goed doet; er is ook niet tot één toe!' Daarom: geen zelfverheffing. Geen uitroepen van eigen weldadigheid. Maar ootmoedig buigen voor de God des hemels: 'Heere, ga niet in het gericht met Uw knecht, want niemand die leeft zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn' .
En wie roemt, roeme in de Heere! Die toen Hij zag, dat er niemand rechtvaardig was. Zelf 'een recht trouwe Man' in ons midden stelde. Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. 'Een recht trouwe Man', we mogen ook vertalen: 'een Man vol van betrouwbaarheden'. M.a.w.: Hij is een en al trouw. Trouw aan Zijn hemelse Vader. Tot in iedere tittel en jota trouw aan Gods heilige wet. Als de Getrouwe Hogepriester heeft Hij het werk der verzoening volkomen vervuld!
'Een recht trouwe Man!' Gegeven en gezonden, opdat Zijn gerechtigheid een bedekking zou zijn voor al onze ongerechtigheid. Opdat Zijn trouw onze ontrouw zou verzoenen. En kijk, daar komt het nu voor u en voor mij op aan, dat we ons op alle terreinen van het leven leren verootmoedigen voor God. Dat we onze zonde en onbekwaamheid belijden. Dat we weten, 'dat we met de wereld op één hoop liggen' (Kohlbrugge) en dat we het nu in leven en in sterven leren verwachten van die Ene, die 'recht trouwe Man', Christus Jezus. Dan wordt het: Wij niets, maar Hij alles! U leert al dieper verstaan: Uit mij geen vrucht in der eeuwigheid en al rijker gaat het voor u open: 'Uw vrucht is uit Mij gevonden!' Daar is het niet meer: uw trouw, uw weldadigheid, uw deugd. Maar daar blijft slechts die Ene over. Die 'recht trouwe Man', Jezus Christus, en Die gekruisigd!
'En zie, van hieruit wordt nu onze verhouding tot God en onze medemens gezuiverd. Wie weet dat de minste plaats de zijne is, juist aan diens levensboom gaan de ware vruchten van de Geest rijpen. De werken des vleses, zoals 'venijngeving, vijandschap, twist, afgunstigheid, tweedracht' en, zo mogen we er in dit verband aan toevoegen, het uitroepen van eigen weldadigheid worden gekruisigd en gedood. En de vrucht des Geestes gaat zich zetten: 'Liefde, blijdschap, geloof 'en dat betekent hier: trouw, betrouwbaarheid!), vrede, lankmoedigheid en zachtmoedigheid' (Gal. 5).
Zo wordt de boom aan de vruchten gekend.
In het persoonlijk leven, in het maatschappelijk leven en in het kerkelijk leven. En Christus alleen wordt alle eer toegebracht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's