Burgerlijke ongehoorzaamheid
Wat is burgerlijke ongehoorzaamheid?
Wat is burgerlijke ongehoorzaamheid? Niet zo maar ongehoorzaamheid van burgers. Maar ongehoorzaamheid van mensen als staatsburgers, bewuste ongehoorzaamheid tegen de staatswetten en staatsregels. In een recent verschenen boek van dr. G. Manenschijn, getiteld 'Burgerlijke ongehoorzaamheid' gaat het over grenzen aan politieke gehoorzaamheid in een democratische rechts- en verzorgingsstaat. Die ongehoorzaamheid komt in het vizier - zegt Manenschijn - als de basisregels en -principes van de moraal in ernstige mate in het gedrang komen.
De vraag is nu maar welk criterium mensen dan hebben om burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Is dat criterium het eigen geweten, de natuurwet of de goddelijke wet? Duidelijk is dat voor een christen zulk een verzet tegen de (wetten van) staat slechts dan geboden is wanneer de gehoorzaamheid aan Gods wet zulks eist. Dan is er het recht, nee de plicht tot verzet. Manenschijn laat in zijn boek zien hoe Calvijn zeer fundamenteel het ambt der overheid uit de Schrift benadrukte en de plicht tot gehoorzaamheid van de onderdanen, eveneens uit de Schrift onderstreepte, om pas dan het recht tot verzet in het vizier te krijgen. Maar bijbels gezien kan men er niet omheen, dat in bepaalde situaties verzet een gebod is. Toen Saul nog leefde werd David reeds tot koning gezalfd (1 Sam. 16 : 1-13). De vroedvrouwen Sifra en Pua vreesden God en weigerden mee te werken aan het doden van de eerstgeboren jongetjes in Egypte (Ex. 1 : 1-22). In het bijbels vermaan 'vreest God, eert de Koning', wordt weliswaar het hoge ambt der overheid onderstreept, maar de vreze Gods gaat voorop. Daarom kan nooit absolute gehoorzaamheid aan welke overheid dan ook worden bepleit. De overheid kan immers ook ontaarden tot een macht van het kwade (Openb. 13). Manenschijn zegt dan echter ook dat gehoorzaamheid aan God een morele plicht tegenover medemensen insluit en daarmee nooit in strijd kan komen. Hij wijst daarbij op de sociale geboden uit Leviticus 19, die telkens eindigen met de woorden 'Ik ben de Heere'; op de boodschap der profeten; de verkondiging van Jezus (gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus) en de regel van Matth. 7 : 12: 'alles wat gij nu wilt dat de mensen u doen, doet gij hun desgelijks, want dat is de wet en de profeten'.
Intussen betoogt Manenschijn (toch) dat we het criterium om de wet al dan niet gehoorzaam te zijn niet exegetisch uit Romeinen 13 behoeven te halen! 'De historische afstand is te groot en de omstandigheden te verschillend.' Wat we van Paulus wel kunnen leren is dat hem voor ogen stond dat de staat er is om menselijk leven mogelijk te maken en leefbaar te houden volgens de norm 'het goede te doen en het kwade tegen te gaan'. Wat mij betreft een te mager uitgangspunt!
Intussen brengt dat Manenschijn wel tot de uitspraak dat wat betreft de kwestie van het plaatsen van de kruisraketten burgerlijke ongehoorzaamheid 'ook onder de meest gunstige omstandigheden niet te rechtvaardigen zal zijn'. Hij pleit voor erkenning van wederzijds begrip, bijvoorbeeld 'de erkenning dat de tegenstanders van het IKV even weinig vijanden van de vrede zijn als IKV-ers vrienden van de oorlog!' Manenschijns afwijzen van burgerlijke ongehoorzaamheid op dit punt berust dus meer op 'faire omgang met medeburgers' dan op respect voor de overheid(sbeslissing). En zeker de vraag of de wet Gods hier soms in het geding kan zijn - op grond waarvan burgerlijke ongehoorzaamheid alléén geboden zou kunnen zijn - blijft onbeantwoord. Manenschijn laat burgerlijke gehoorzaamheid toch uiteindelijk afhangen van democratische spelregels en niet van het droit Divin, het goddelijk recht. Of het moet zijn daar waar het absolute machten, namelijk die van dictaturen betreft.
J. Douma
Een duidelijker in de Schrift gegronde visie in deze vinden we in een boek van dr. J. Douma, getiteld 'Politieke verantwoordelijkheid'. Hij definieert burgerlijke ongehoorzaamheid als 'dat demonstratieve optreden dat bewust de wet schendt om op dwingende - zij het geweldloos bedoelde - wijze verandering in een wet of maatregel van de overheid tot stand te brengen'. Waardering van burgerlijke ongehoorzaamheid ziet Douma samen gaan met devaluering van het gezag. Wie zich tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods (Rom. 13 : 1, 2).
Toch is er - zegt ook Douma - aan gehoorzaamheid een grens en hij noemt dan eveneens het bijbelwoord dat men God meer gehoorzamen moet dan de mensen (Hand. 5 : 29). Behalve de geschiedenis van de vroedvrouwen uit Ex. 1 : 17, noemt hij ook Obadja die honderd profeten verborg om ze uit de handen van Izebel te houden (1 Kon. 18 : 4); en Daniël bleef drie maal 's daags bidden, ondanks verbod van de koning. Ik citeer Douma nu letterlijk:
'Ongehoorzaamheid jegens de overheid is ook vandaag voor christenen niet denkbeeldig. Ik heb eerder in dit geschrift al gewezen op de mogelijkheid dat de overheid via bepalingen tegen discriminatie kerken en christelijke organisaties aan banden kan leggen. Homoseksuele en andere buitenhuwelijkse samenlevingsvormen zouden dan wel eens geen rol meer mogen spelen in het benoemings- en ontslagbeleid van deze organisaties. De leer omtrent de rechten van de mens moet dan gehoorzaamd worden, met terzijdestelling van wat God in zijn Woord over seksualiteit en de beleving daarvan gezegd heeft. De keus voor christenen moet in zo'n geval duidelijk zijn. Zij moeten kiezen voor een christelijke levensstijl tegen de aantasting van de vrije inrichting van hun eigen organisaties. Ik heb juist in verband met zulke zaken herinnerd aan wat Kuyper over souvereiniteit (beter: autoriteit) in eigen kring gezegd heeft.
Het spreken over discriminatie is een heel oude zaak; de verwarring er omheen ook. Toen christenen uit de eerste eeuwen uitgemaakt werden voor vijanden van het menselijk geslacht, stelde Tertullianus dat de christenen vijanden waren van de menselijke dwaling. En dat moet de kerk blijven. Als zij daarmee in moeite komt en ongehoorzaam aan overheidsbepalingen gaat worden, zal het haar tot eer strekken.'
Toch noemt Douma dit alles geen burgerlijke ongehoorzaamheid. Want voor burgerlijke ongehoorzaamheid is het demonstratieve karakter een vereiste. 'Men gaat de straat op en wil op dwingende buiten-parlementaire wijze verandering in een wet of maatregel van de overheid tot stand brengen.' Christenen hebben slechts het recht (en de plicht) om langs legale weg veranderingen tot stand te brengen. 'Daniël bleef bidden maar hij werd geen rebel.'
Hetgeen intussen niet wegneemt dat Douma ook het 'recht van opstand' bepleit, maar dan niet als verzet tegen een enkele wet maar tegen een totaal beleid van de overheid, tegen een totalitair bewind. En hier voert Douma dan aan het 'Plakkaat van Verlatinge' uit 1581, de afzwering van Philips de Tweede in de tachtigjarige oorlog. Douma bindt dit recht tot opstand dan aan drie voorwaarden.
1. Elementaire rechten, die aan de burgers toekomen, worden door de overheid bruut én aanhoudend geschonden.
2. Personen, die geacht mogen worden het volk te vertegenwoordigen, geven leiding aan de opstand.
3. De kans op het slagen van zo'n opstand moet groot zijn, zodat eventueel bloedvergieten van beperkte omvang blijft.
De tachtigjarige oorlog
Dit alles brengt me op een derde recente publicatie, namelijk een boek van dr. R. H. Bremmer, getiteld 'Reformatie en Rebellie'. In dit boek behandelt hij de woelige jaren 1572-1581 in onze geschiedenis, met Willem van Oranje, de calvinisten en het recht van opstand. Hij stelt dat de opstand van 1572 meer een rebellie dan een revolutie was, omdat men zich gewapenderhand tegen tirannie verzette (overigens wees J. Douma de benaming rebel af, cf. Daniël). Ze vochten voor vrijheid van de religie. Bremmer zegt daarover tenslotte:
'Zo heeft het calvinisme zijn sporen getrokken in de westelijke wereld. De vrijheidsstrijd van de Nederlanders in de zestiende eeuw, de Glorious Revolution van 1688 met de fundering van het parlementaire stelsel in Engeland, en de Amerikaanse vrijheidsstrijd liggen in elkaars verlengde. Mannen als Willem van Oranje, koning-stadhouder Willem IIl, en George Washington ('the indispensable man', de onmisbare leider van het nieuwe bewind aan de andere zijde van de Oceaan) riepen geen anarchie in het leven, of bloedige chaos. Zij waren leiders van verzet tegen tirannie en onderdrukking, zij waren grondleggers van een staatsbestel waarin tot op vandaag vrijheid en recht voor gewone burgers te vinden is.'
Voorzichtigheid
Ik tipte slechts iets aan uit drie belangwekkende boeken over een centraal, actueel thema, met elk voor zich een schat van informatie inzake visies uit verleden en heden. Ik denk dat als conclusie te trekken is dat burgerlijke ongehoorzaamheid (slechts dan) geoorloofd is wanneer het gebod Gods, het goddelijk recht in het geding is. Wat dit betreft kan voor de christen deze zaak acuter worden naarmate de staat verder seculariseert en het overheidsbeleid zich steeds verder van het Droit Divin en het daarin verankerde humane recht verwijdert. Met zelfs als randmogelijkheid het recht van opstand tegen een mogelijk totalitair regime. Maar binnen een niet (theo- cratisch) genormeerde democratie leidt burgerlijke ongehoorzaamheid slechts tot anarchie en niet tot een harmonie van samen leven.
We zien in onze tijd allerwegen de symptomen dat, met een beroep op geweten, vrijheid, mondigheid of natuurrecht verzet tegen de overheid en de maatregelen, die de overheid neemt, wordt aangetekend. Zo kan burgerlijke ongehoorzaamheid zelfs leiden tot een nieuwe tyrannie, waartegen christelijk verzet plicht is.
Het recht van verzet en opstand gaat over het scherp van de snede, bepaald door de scheidslijn tussen Gebod Gods en menselijke autonomie.
N.a.v. dr. G. Manenschijn, Burgerlijke ongehoorzaamheid, uitgave Ten Have, Baarn, 230 pag., ƒ 25, —.
Dr. J. Douma, Politieke verantwoordelijkheid, uitgave Van den Berg, Kampen, 210 pag., ƒ 23, 50.
Dr. R. H. Bremmer, Reformatie en Rebellie, uitgave T. Wever, Franeker, 291 pag., ƒ 39, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's