Jong en oud in één gemeente (2)
Gemeenschapsvormen nodig
Nu worden dergelijke woorden (eenheid e.d.), waar we ons vorige artikel mee afsloten, en ook voorstellen in deze richting, vaak als 'idealistisch' van de hand gewezen. Maar wij hebben hier juist te maken met een hoge roeping. Die kunnen wij niet ongestraft naast ons neerleggen. Dat blijkt wel als we letten op het kwijnende gemeenteleven en het vaak kwijnende geloofsleven.
Wij hebben naast de zondagse erediensten gemeenschapsvormen, ontmoetingsplaatsen nodig om één gemeente te kunnen zijn. Voor gemeenschapsvorming, -viering en -beoefening. Gemeenschapsvormen waar de gemeenteleden elkaar ontmoeten rond het Woord. Om er samen naar te luisteren en ook de lijnen vanuit het Woord in hun leven te leren doortrekken. Gemeenschapsvormen (kringen e.d.) zijn als ontmoetingsplaatsen ook zo belangrijk voor gemeenteleden om elkaar goed te leren kennen. Om elkaar in het oog te krijgen en in het oog te houden. Niet als spionnen, maar als mensen die bij elkaar horen - die elkaar (bij wijze van spreken) bij de hand vasthouden, om elkaar te helpen, te bemoedigen en ook te vermanen als dat nodig is (zo wordt juist de bedding geschapen voor het bijbelse vermaan). Dat houdt immers het woord 'gemeenschap' in: oog voor elkaar hebben. Dan moet je elkaar ook kennen, elkaars vragen en - als die er zijn - elkaars noden. Het gaat hierbij dus niet alleen om het samen bezig zijn met de vragen van het persoonlijk geloof, de verhouding tot God, in de beoefening van een stuk pastorale zorg voor elkaar - ook i.v.m. de vragen van de ethiek, van de christelijke levensstijl - , maar ook om de diaconale handreiking in situaties van zorg, eenzaamheid, ziekte, nood. Zo wordt de gemeente als gemeenschap gebouwd. Zo wordt zij in haar zichtbaarheid ook een 'stad op een berg' (Matth. 5 : 14).
'Vreemdelingschap'
In de christelijke gemeente kennen wij ekaar vaak alleen van gezicht of van 'horen zeggen'. Er is een 'vreemdelingschap' in de gemeente dat zeker niet het bijbelse vreeemdelingschap is. Het gevolg is dat er allerlei beeldvorming van elkaar ontstaat, ook van jongeren en van ouderen. En omdat ook de leefwereld van de jongeren vaak totaal anders is dan de leefwereld van de ouderen en jongeren en ouderen elkaar bovendien veelal niet ontmoeten, niet met elkaar in gesprek zijn, dreigt er een steeds verdere vervreemding. De kloof tussen jong en oud wordt steeds groter, en daarmee ook het onbegrip en allerlei misverstanden.
We moeten ons er niet over verbazen, als we jongeren kwijt raken en als andere jongeren zich aangetrokken voelen tot vrije groepen, omdat ze in de eigen gemeenschap vaak eenzaam zijn, de warmte van de gemeenschap (waar zij juist zo'n behoefte aan hebben) en een open en eerlijke omgang met de Schrift (waar zij om vragen) missen, niet opgevangen worden in hun vragen - vragen die vaak te maken hebben met een stuk identiteitscrisis die zij beleven ('wie ben ik eigenlijk?'), met het gevoel schuldig te zijn in deze tijd te leven en te behoren tot een generatie die tussen wal en schip terechtgekomen lijkt te zijn ('wij zijn een wegwerpgeneratie'), vragen rond geloof, vertrouwen en de toekomst. Laten wij het de jongeren niet verwijten als zij vertrekken. De schuld ligt voornamelijk bij ons, ouders, ouderen, kerkeraden!
Jongeren zijn jong
Het komt nogal eens voor dat ouderen met een scheef oog, met een zeker wantrouwen, naar jongeren en naar bepaalde vormen van jeugdwerk kijken. Gelet op het voorgaande is dat ook best te verklaren. Bovendien: jongeren zijn jong, hebben hun eigen leefwereld, spreken hun eigen taal en zingen vaak hun eigen liederen bij hun eigen muziekinstrumenten. En dat geheel doet de ouderen vaak wat alternatief aan. Maar mogen de jongeren jong zijn? Is het niet heerlijk om te zien, dat er - naast de vele jongeren die helemaal niets van het Evangelie willen weten - ook jongeren zijn die er wél van willen weten? Dat er jongeren zijn die de Heere Jezus liefhebben en willen volgen in hun leven?
Het is waar: jongeren hebben soms de neiging om, wanneer het gaat om de vragen van het geloof, meer nadruk te leggen op 'hun' geloof dan op 'het' geloof, het geloof van de vaderen, het geloof van de gemeente. Ze denken soms meer vanuit het subjectieve dan vanuit het objectieve. Daarin hebben zij ook leiding nodig. Laten wij ze ook wat dit betreft aanspreken op het Woord.
Maar laten we eerlijk zijn: ook ouderen kennen die neiging om meer vanuit het subjectieve te denken dan vanuit het objectieve. Ik vind, ik geloof... Alleen: ouderen lijken vaak, om zo te zeggen, betere papieren te hebben omdat zij zich in ieder geval qua vormen makkelijker houden aan wat onze vaderen hebben overgeleverd. Mijn ervaring is dat veel alternatief aandoende jongeren inhoudelijk dichter bij de vaderen staan dan veel ouderen die vooral letten op de dingen van de buitenkant. Ook veel ouderen hebben leiding nodig!
De orde van het Woord
De orde van het Woord. Als het objectieve ondersneeuwt onder het subjectieve, dan gaan de wegen uiteen, zoals zo vaak het geval is in het kerkelijk leven. Dan lijkt het alsof er allemaal verschillende soorten geloof zijn. De herkenning verdwijnt. En zo ook de gemeenschap. Als een ieder met zijn eigen geloof op de loop gaat en zich niet laat aanspreken op het geloof, dan komt de band met het geloof van de vaderen, met het geloof van de kerk onder spanning te staan. Die spanning kan te groot worden...
Waar het subjectieve de boventoon voert, daar worden de grote dingen klein en de kleine dingen groot gemaakt. Er wordt dan meer gelet op de uiterlijke dingen dan op het hart van de zaak. Jongeren lopen daar vaak op vast in het kerkelijk leven. Wat dat betreft moeten wij allemaal jong, én oud steeds teruggeroepen worden tot de orde van het Woord.
Ontmoeting jong en oud
Hoe belangrijk is het dat wij - ouders, ouderen, ambtsdragers - voor de jongeren openstaan. Dat wij hun leefwereld, hun belevingswereld en hun vragen kennen. Laten wij er erg in hebben, dat de jongeren in de wereld van vandaag aan het front staan van allerlei ingrijpende ontwikkelingen en veranderingen die onze samenleving tot in haar voegen doet kraken en schudden. Onze jongeren hebben ons begrip nodig, onze aandacht, onze hand, ons hart. Onze jongeren hebben óns nodig. Wij hebben de jóngeren ook nodig! De christelijke gemeente is een gemeenschap van jongeren en ouderen. Daarom is het nodig dat ook jongeren en ouderen elkaar ontmoeten, naar het Woord en naar elkaar luisteren, met elkaar bidden en praten, elkaar vasthouden. Ook om niet van elkaar te vervreemden en door onbegrip uit elkaar te groeien. Daarom pleiten wij ervoor dat er in het verlengde van het gezin (het is van wezenlijk belang dat er in het gezin over 'het' geloof gesproken wordt - dat het geloof beaamd en overgedragen, overgedragen en beaamd wordt) en in het verlengde van de eredienst, naast vormen van jeugdwerk waar jongeren elkaar ontmoeten, ook gemeenschapsvormen in de gemeente zijn waar de ontmoeting plaats vindt tussen jongeren en ouderen. Waar zij oog voor elkaar en voor elkaars vragen krijgen en waar het geloof van de gemeente hen samenbindt en bijeenhoudt in een hechte gemeenschap. We denken hierbij bijv. aan preekbesprekingen waar regelmatig ook de ouderen voor worden uitgenodigd. En aan gemeenteavonden waar jongeren en ouderen met elkaar in gesprek gebracht worden rond een gezamenlijk thema. En aan verenigingsavonden waar i.v.m. een bepaald onderwerp eens een oudere of enkele ouderen worden uitgenodigd. Ook aan huisdeuren die voor jongeren worden opengezet. Om zo samen gebouwd te worden op het allerheiligst geloof, het geloof van de gemeente, het geloof van de ouderen en het geloof van de jongeren.
We zijn ervan overtuigd, dat als voor jongeren én voor ouderen de grote dingen echt groot en de kleine dingen echt klein zijn, dat zij elkaar zullen vinden en herkennen en elkaar ook zullen respecteren bij verschillen omtrent de kleine dingen. Wat er alternatief lijkt uit te zien, zal dan in de meeste gevallen geen alternatief blijken te zijn, maar een uiting van het jong-zijn van jongeren in vormen die er in het verleden misschien niet waren, maar waarbinnen het ook gaat om het geloof van de gemeente waar de jongeren mee bezig zijn, om erover te spreken, om te leren daar ook gestalte aan te geven.
(Jongeren)pastoraat
Als de gemeente van Christus een praktizerende gemeenschap is, m.a.w. als de gemeenschap der heiligen niet alleen geloofd maar ook beoefend en beleefd wordt, dan gaat daar ook een geweldige pastorale werking van uit. In het samen rond het Woord vergaderd zijn als de kudde rond de herder, bedrijven wij pastoraat aan elkaar. Wij kunnen de plaats van de grote Pastor niet innemen, maar in de gemeenschap der heiligen zijn de heiligen geroepen om in Zijn navolging elkaar tot pastor te zijn, daarbij altijd wijzend op Christus die als de Goede Herder centraal behoort te staan in het pastoraat. Waar dit onderlinge pastoraat in gemeenschappelijke verhoudingen goed functioneert, daar zal minder gauw een beroep hoeven te worden gedaan op predicanten en ouderlingen als pastorale 'speciaisten'. Het pastoraat is op deze wijze gelijk ten vorm van 'preventieve evangelisatie'. Want hoevelen hebben in de geschiedenis de kerk (en daarmee het Evangelie) de rug liet toegekeerd, omdat er geen oog was voor hen en voor hun vragen en noden. Als er ruimte en aandacht is voor de jongeren (wij denken nu in het bijzonder aan hen, hoewel dit ook voor de ouderen geldt) en als zij zich in de gemeenschap van de gemeente opgenomen weten, dan zullen hierdoor - het is onze overtuiging dat de Heilige Geest zo werkt - velen van hen bij het Woord bewaard blijven en in de waarheid van het Woord ingeleid worden.
Tenslotte
Het is mogelijk de Geest uit te blussen. Maar laten wij hem toch de 'ruimte' geven om Zijn werk te doen! Als de Heidelbergse catechismus ons in zondag 38, luisterend laar het Woord, gebiedend doorgeeft dat wij de Heere door Zijn Geest in ons moeten laten werken, laten wij dit dan ook toepassen op de gemeente: dat wij de Heere door Zijn Geest in onze gemeenten moeten laten werken. De Heilige Geest ontplooit Zijn kracht en deelt Zijn gaven uit in de weg van de gehoorzaamheid aan het Woord.
Laten wij bidden om de doorbraak van de Heilige Geest en laten wij in de christelijke gemeente - jongeren en ouderen - al biddend en in gehoorzaamheid aan het Woord elkaar zo zoeken en vasthouden en elkaars heil op het oog hebben. Opdat de gemeente als gemeenschap gebouwd en in onze omgeving van ons geloof gesproken wordt. Laten wij door de grote dingen groot en de kleine dingen klein te laten zijn de Naam van Christus groot maken. Is dat niet de roeping van jong én oud in één gemeente?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's