De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen lapwerk!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen lapwerk!

7 minuten leestijd

'En niemand naait een lap ongevold laken op een oud kleed; anders zo scheurt deszelfs nieuwe aangenaaide lap iets af van het oude kleed en er wordt een ergere scheur.' (Markus 2 : 21)

Het gaat in onze tekst om de grote tegenstelling tussen Oud en Nieuw. Tussen het Oude van de voorvaderlijke inzettingen en het Nieuwe van het Evangelie van Christus. Er is een vastendag in Israël. Vs. 18: 'En de discipelen van Johannes en van de farizeeën vastten'.

Nu schreef Gods wet het vasten alleen voor op de Grote Verzoendag (Lev. 16). Maar in Jezus' dagen vastte men veel vaker. Tal van vastendagen waren ingesteld door 'de ouden'. De farizeeër uit Lk. 18 vastte zelfs tweemaal per week. Nu is daar op zich niets tegen. Mits het maar een waarachtige uiting is van boete en berouw! Alleen... t.a.v. het vasten ging het in Jezus' dagen op tweeërlei wijze mis. Allereerst was men het vasten gaan beschouwen als een verdienstelijk werk. Men was er wat mee voor God. Het was een extra pluspuntje in de geestelijke staat van dienst. En in de tweede plaats, het geschiedde niet slechts in het verborgene voor God. Nee, men liep er mee te koop. Men deed het om van de mensen gezien te worden (Mt. 6 : 16).

Welnu, het zal duidelijk zijn: dit alles strookte ten enenmale niet met Christus' prediking van vrije genade. Daarom, als op die vastendag in Israël mensen naar Hem toekomen met de vraag: Waarom vasten de discipelen van Johannes en van de farizeeën wel en Uw discipelen niet? Dan is Zijn eerste repliek deze: 'Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is?' Hij wil zeggen: Is er noodzaak tot droefheid en rouw, als Ik, de Bruidegom, bij hen ben?

Maar dan vervolgens - in onze tekst - laat Hij zien, hoe haaks de vastenpraktijk van Zijn dagen staat op de prediking van Zijn genade. Zou Hij Zijn discipelen gebieden daaraan mee te doen... Zou hij dat zo in de zin, waarin de farizeeën dat bedoelen opnemen in Zijn prediking... het zou even dwaas zijn als het zetten van een lap ongevold laken op een oud kleed.

'Ongevold laken!' Wat is dat? We moeten bedenken, dat in de dagen van de Heere Jezus spinnen en weven meestal huisarbeid was. Men spon en weefde dus zelf allerlei stoffen. Echter, voor het helemaal gebruiksklaar was, bracht men de zelfgeweven stoffen bij de voller, die het een bepaalde behandeling gaf, zodat de stof dichter en vaster werd. De stof werd ondergedompeld in water en gewassen. Ze werd getrapt, geslagen en gewreven. Ze kreeg een behandeling met loogzout en zeep. En u begrijpt: onder deze intensieve behandeling kromp de stof aanmerkelijk!

Welnu, zette je een lap ongevold laken, een lap, die deze behandeling dus nog niet had ondergaan op een oud kleed, dan leek dat in eerste instantie wel mooi, maar... bij de eerste de best was- of reinigingsbeurt waren de gevolgen te tasten: het nieuwe ongevolde laken kromp sterk en trok - al krimpende - in de plooien van het oude kleed een nog ergere scheur!

Zie, nu gaat onze tekst klaar voor ons open! Christus gebruikt hier een uitermate scherp, doch duidelijk beeld. Hij wil zeggen: Evenmin als die nieuwe ongevolde lap aangenaaid kan worden op dat oude kleed, zo kan ook het Evangelie van Mijn genade niet als een soort aanzetsel aangenaaid worden op het oude zondaarskleed. M.a.w.: Hij waarschuwt ons hier voor de dwaasheid om oud en nieuw met elkaar te vermengen. Om het oude leven der zonde, of het oude leven van de werkheiligheid te vermengen met het nieuwe leven van Christus' genade. Alle lapwerk is hier uit den boze! En toch: hoe vaak proberen we dat niet.

U hebt misschien lange tijd in een zekere onverschilligheid voortgeleefd. Doch plots werd u stilgezet. Een woord uit een preek greep u in het hart. Een ernstige ziekte bracht u tot nadenken. Uw geweten begon zo te branden, dat u het niet meer uithield in uw zondige levenswandel. Uw oude zondaarskleed begon te scheuren. U zag: zo kan het niet langer. Zo kan ik niet voor God bestaan. En u begon de scheur toe te naaien: U werd getrouwer in de opgang naar, Gods huis. U beluisterde met meer ernst de prediking. U brak met enige zonden. U deed mogelijk zelfs geloofsbelijdenis en beleed de naam van de Heere Jezus in het openbaar. Maar... om nu alles los te laten voor Hem... Om nu het oude zondaarskleed gehéél uit te doen... Om nu de zonde met tak én wortel uit te roeien...

Nee, niet alles tegelijk! Nog even geduld! Een mens is per slot van rekening maar een mens. De rijke jongeling hield nog even vast aan z'n geld. Demas bleef diep in zijn hart nog vasthouden aan de tegenwoordige wereld.

Zie, in deze omstandigheden geldt u en mij de vermaning: 'Niemand zet een lap ongevold laken op een oud kleed!' Niemand! Want... het kan een tijd goed gaan. Misschien zeggen anderen zelfs wel: met hem of haar is wat gebeurd. Kijk eens, wat een verschil met vroeger. Maar wat... als ons opgelapte kleed bij de voller komt? Wat... als na korter of langer tijd verzoekingen en beproevingen komen? Als u getrapt en geslagen wordt? Als uw leven de bijtende inwerking ondergaat van loogzout en zeep? O, dan zal het lapwerk lapwerk blijken te zijn. Al dat mooie scheurt vaneen en we vallen weer terug in ons oude leven! En sterven zonder Christus.

Doch ook in andere zin moeten we het lapwerk duchten: U werd ontdekt aan uw zonden. U leerde iets verstaan van de grote kloof tussen de Heere en uw ziel. U ging er iets van beseffen: ik kan het nooit zelf verdienen, ik heb genade nodig. Maar... om nu al het onze af te schrijven... Om nu al onze vermeende gerechtigheden als een wegwerpelijk kleed verre van ons te doen. Om nu als een goddeloze te leven van genade alléén... O, dat is zo'n immense les. Dan houden we het kleed van eigen verdiensten en werkheiligheid strak om ons heen. Want ja, wij moeten toch ook wat! Maar... waar dat kleed gaatjes en dunne plekken vertoont ja, daar moet Christus' verdienste er overheen worden genaaid. Dan knopen we de mantel van eigengerechtigheid nog wat hoger dicht, maar waar in die mantel scheurtjes zitten, daarover moet een lapje van Christus' gerechtigheid worden gestikt. Zo brengen we dan onze jaren door: Wij wat én Christus wat. Steun zoekend in eigen bekering en werken én leunend op Christus. Het gebrekkige kleed van ons doen handhaven... Maar voor de scheuren het volkomen werk van Christus.

Wees echter op uw hoede. Een tijdje gaat het goed. Zolang het opgelapte kleed niet bij de voller komt, merk je niets. Maar pas op, als het in aanraking komt met vocht en loogzout. Pas op, als we straks moeten afdalen in de jordaan des doods en in het gericht van God... Dan krimpt het lapwerk ineen. Alles scheurt van elkaar. U houdt niets meer over!

Welk een indringende les: geen lapwerk. Noch in de ene, noch in de andere zin.

De oude mantel van mijn levensverbetering, ze kan voor God niet bestaan. Het kleed van mijn verdiensten, het is ten enen­ male tekort om mijn schuld voor God te bedekken. Maar Gode zij dank, een ander kleed wordt u aangeboden: het kleed van de volkomen gerechtigheid van Christus.

Het kleed van de levensvernieuwing door Hem! Daarom: Al dat oude uit! Alle lapwerk weggeworpen. Staak al dat stikken aan uw oude kleed. Doet uit de oude mens met zijn werken (Kol. 3) en nu in al uw armoede, in al uw schuld, in al uw ongerechtigheid geschuild in die volkomen gehoorzaamheid en gerechtigheid van Christus! Zie, daar wil de Heere u hebben. Daar wil Christus u door Zijn Woord en Geest brengen: 'Nu ken ik die waarheid zo diep als gewis / dat Christus alléén mijn gerechtigheid is!' Of, om het met Paulus te zeggen: 'Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan. Ziet, het is alles nieuw geworden!'

Bruchem en Kerkwijk-Delwijnen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen lapwerk!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's