De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

12 minuten leestijd

Uitgelezen 7; Reacties op boeken. Onder red. van het Christelijk Lektuur Centrum. Uitgave Ned. Bibl. en Lektuur Centrum, 's Gravenhage 1983. Ing. 146 pag., ƒ 22, —.

Dit is reeds het zevende deel van de reeks Uitgelezen die in 1974 begon te verschijnen. De reeks biedt leesbare opstellen op 20e-eeuwse literatuur. In dit 7e deel komen o.a. de volgende auteurs aan de orde: Buddingh, Geeraerts, Etty Hillesum, Koolhaas, Jac. van Looy en Lucebert. Een positief element van de reeks is dat in elk deel aandacht wordt geschonken aan enkele prot.-chr. auteurs, auteurs die elders vaak vrijwel geheel genegeerd worden. In dit deel blijkt deze aandacht uit opstellen over Inge Lievaart en Schulte Nordholt.

De aard van de bijdragen verschilt sterk, afhankelijk van het onderwerp én afhankelijk van de instelling der scribenten. De een legt een sterker accent op de analyse van de vormaspecten, een ander probeert meer waarden en normen bloot te leggen. Dit laatste lijkt mij voor het chr. onderwijs een onmisbare zaak.

De bundel bevat enige nieuwe aspecten. Zo heeft nu de Friese literatuur een (bescheiden) plaats gekregen door het opstel over Rink van der Velde. Nieuw is ook dat de scribenten een grote vrijheid is gelaten m.b.t. het vermelden van secundaire literatuur. Dit lijkt me geen verbetering. Het opstel over Jac. van Looy bijvoorbeeld besluit met een uitvoerige bibliografie die echter bij diverse andere opstellen geheel of grotendeels ontbreekt. De meeste opstellen zijn goed leesbaar geschreven, zonder wetenschappelijke gewichtigdoenerij. De typografie is - in vergelijking met vroegere delen - sterk verbeterd.

J. de Gier

Hans van Holten, Het geheim van het rode bureau. Uitg. Van den Berg. Kampen 1984.1ng., 126 pag., ƒ 12, 75.

Het schrijven van een goed, verantwoord jeugdboek is geen eenvoudige zaak. Zo'n boek moet om te beginnen een boeiend verhaal bevatten; als het niet boeit is het als jeugdboek mislukt. Vervolgens is er de eis van verzorgd Nederlands, een natuurlijk taalgebruik - herkenbaar voor de jeugdige lezers - dat niet bol staat van clichés. Tenslotte een verhaal dat de lezer iets meegeeft en aan het denken zet: een boodschap, die echter niet moraliserend of prekerig mag zijn, maar op een natuurlijke wijze verweven met het verhaalgebeuren. Dit zijn - in een notedop - enige eisen die aan een jeugdboek gesteld mogen worden.

Ik meen dat het boek van Hans van Holten - in het dagelijks leven leraar Nederlands aan de Chr. P. A. 'Felua' te Ede - aan deze eisen voldoet. Er zit spanning in: vanaf de eerste hoofdstukken ga je als lezer vragen stellen die verder doen lezen omdat je het antwoord te weten wil komen, een antwoord dat pas aan het eind gegeven wordt. Dit is een duidelijke illustratie van spanning.

Het boek mikt op lezers van 12 tot 14 jaar. Het gaat over een jongen, Bastiaan, die van onze tijd is. Via ontdekte brieven gaat hij zich verdiepen in het verleden, de belevenissen van zijn grootvader tijdens de oorlog 1940-1945. De speurtocht naar het verleden krijgt een origineel slot door middel van een kruiswoordpuzzel die een brief in code blijkt te zijn van diezelfde grootvader die in de oorlog het leven verloor. De tekening van die grootvader - geen superheld, maar een doodgewoon mens die zijn plicht deed - is raak en treffend. In feite typeert deze zichzelf in zijn brieven, waarin onder meer deze zin voorkomt: 'Er zijn toch altijd echte Christenen op de wereld, die doen wat God hun ingeeft om te doen'. Zo'n Christen was die grootvader zelf, wat blijkt uit zijn daden. Door die menselijke trekken - geen superchristen en geen superheld - staat hij dicht bij ons. Zo heeft het boek op natuurlijke wijze, zonder prekerigheid, een goede strekking gekregen. Een geslaagd jeugdboek derhalve. De prijs is acceptabel en de uitvoering/verzorging is alleszins redelijk.

J. de Gier

Prof. dr. Hugo Yisscher, Tussen de garven opgelezen, overdenkingen bij woorden uit de Heilige Schrift, bijeenverzameld uit jaargangen van Refajah door Jac. Overeem; van een 'Ten geleide' voorzien door drs. B. Wiegeraad, uitg. Boekzaal 'Bogerman'-Barneveld, 1983, 237 blz., ƒ 10, —. Telefonisch te bestellen onder nummer 03429-2563.

Jac. Overeem, uit een groot aantal publicaties onder ons bekend, heeft er goed aan gedaan in dit boekje een aantal Schriftoverdenkingen van prof. dr. Hugo Visscher te verzamelen. Zij zijn indertijd verschenen in het Christelijk Maandblad voor Ziekenverpleging 'Refajah' in de twintiger jaren. Overeem noemt het een laatkomer. Maar ongetwijfeld zal het boekje bij velen welkom zijn. Prof. Hugo Visscher (1862-1947) heeft gedurende de eerste helft van deze eeuw als hoogleraar aan de RU te Utrecht in theologisch opzicht, maar niet minder ook door zijn mede­werking aan de oprichting van de Gereformeerde Bond in de NHK in 1906 (en van de GZB in 1901) in kerkelijk opzicht, tevens als afgevaardigde van de ARP in de Tweede Kamer in politiek opzicht (later in een eigen partij CNA) een niet onbelangrijke rol gespeeld. Zijn sociale bewogenheid blijkt mede uit zijn medewerking aan het blad 'Refajah' (het Christelijk maandblad voor ziekenverpleging). De artikelen, die Overeem uit dit blad bijeenbracht in genoemd boekwerkje, zijn meditaties over Bijbelteksten met zeer verschillende themata (over evolutie, wedergeboorte, n.a.v. verschillende heilsfeiten enz.). Drs. B. J. Wiegeraad (De Bilt), die een kort Ten Geleide (met enkele personalia van Hugo Visscher) verzorgde, schrijft: 'De (kortere) stichtelijke meditaties zijn gevuld met vele diepe en fijnzinnige gedachten'. De sociale konsekwenties van het evangelie komen minder sterk aan de orde, dan we in een blad als 'Refajah' konden verwachten. Wiegeraad signaleert ook een 'gevaar van een zeker schematisme, als het gaat over de rechtvaardiging'. Laat overigens de lezer zelf oordelen. Ik meen, dat het goed is dat Hugo Visschers stichtelijk bezig zijn door Jac. Overeem uit de vergetelheid is gehaald. Het is goed, dat wij de boodschap, die Hugo Visscher zelf bezielde en die hij in zijn meditaties uit het zieleleven werkelijk diep en vroom liet doorklinken, niet vergeten. Onzes inziens is het juist de prediking van de totale afbraak van de mens in zijn zondebestaan en van de souvereine genade Gods als enige grond des behouds, die ook in onze dagen zo onmisbaar is. Graag wensen we daarom dit boekwerkje in de handen van vele van onze lezers.

C. d. B. (B)

Sipke van der Land: Tussen geloof en bijgeloof (ervaringen met spiritisme, reïncarnatie en astrologie). Uitg. J. H. Kok, Kampen; 138 blz. Prijs ƒ 14, 90.

Opnieuw schreef Sipke van der Land een boek over stromingen en bewegingen in onze tijd, dit keer een boek over spiritisme, reïncarnatie (en wonderkinderen) en astrologie. Andere delen zullen volgen. Het is een vlot leesbaar boek, zoals alle boeken van Sipke van der Land zijn. Misschien schrijft hij wel eens wat al te vlot, maar mij hindert dat niet. Men verwachte geen diepgravende studie. Soms heb ik de indruk, dat de schrijver wat gemakkelijk over de dingen heengaat. Er zijn ook onverklaarbare dingen die niet te loochenen zijn en die tot het rijk van de boze behoren. Sipke van der Land schrijft nuchter en ontnuchterend, ook met de nodige humor. Veel van wat vaak als feit wordt aangenomen blijkt gemakkelijk verklaarbaar te zijn of kan ontmaskerd worden als bedrog. Wist u, dat in Engeland één op de twintig mensen zich met okkulte dingen bezig houdt? Wat denkt u van het volgende: een groot dagblad ziet zich gedwongen om een verlopen horoskoop te publiceren toen de nieuwe gegevens niet op tijd binnenkwamen. Geen van de 100.000 lezers merkte het. Dus ging het dagblad ertoe over, om de kosten te drukken, steeds oude horoscopen af te drukken (blz. 104). Kortom: een boek, dat ik graag wil aanbevelen, vooral voor jongeren. Wie gecharmeerd is van spiritisme, reïncarnatie of astrologie (ik kan het me nauwelijks voorstellen) en dit boek van Sipke van der Land leest, is denk ik voorgoed genezen.

H. Veldhuizen

Vrouwen-mannen-mensen; Rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in feminisme en christendom aan de katholieke universiteit in Nijmegen op 6 april 1984 door Catharina J. M. Halkes, omvang 30 blz., ƒ 9, 75, Ambo-Baam.

In haar rede neemt Catharina J.M. Halkes afstand van drie modellen, die de man/vrouw-relatie dienen uit te drukken, namelijk dat van de onderschikking, dat van de polariteit en het emancipatiemodel. Zij kiest voor het transformatieve, op het persoon zijn van de vrouw of man gerichte model dat zich zodanig dient te realiseren dat het ook op een maatschappijverandering is gericht. Daarin wordt een suggestie van de Amerikaanse feministische theologe Mary Buckley gevolgd. Om dit transformatieve model te realiseren pleit zij voor een nuchtere analyse van de sociale en economische machtsstructuren, welke tot verandering van die structuren zou moeten leiden. Daarnaast vraagt dit evenzeer noodzakelijk om eigen transformatie in de zin van de bijbelse bekering.

Heeft laatstgenoemde transformatie geen voorrang vóór al het andere, zo vraag ik mij af. Of loop ik dan de kans het verwijt te krijgen teveel mens-geconcentreerd en te weinig kosmisch te denken? Toch is en blijft de mens een hoogtepunt in Gods schepping. Vandaar ook dat de val zo diep is.

Deze rede is overigens een goede introductie - in kort bestek - om snel thuis te raken in het feministische denken. Wat mij opviel was vooral de wezenlijk andere en eigen invulling van bijbelse grondwoorden als bekering, zonde en genade, rechtvaardigmaking en heiligmaking. Een enkel voorbeeld: Bekering is een proces van genade, van helderheid en ruimte, waarin ik mezelf in een nieuw licht zie - de volgorde rechtvaardigmaking en heiligmaking ligt omgekeerd waar het vrouwen betreft, want het gaat bij hen eerst en vooral om heiligmaking, om heelmakende genade. Vóór alles hebben zij behoefte aan heling en aan bewustwording van kracht in zichzelf.

Maar, zo vraag ik me dan af, gaan we dan niet Galaten 3 : 27-28 op de helling zetten, want juist in het geloof zijn man en vrouw één en dat is toch één en hetzelfde rechtvaardigmakende en heiligmakende geloof? Wanneer Catharina J. M. Halkes stelt dat de door haar voorgestelde antropologie, berustend op de transformatie van elke mens, vrouw of man, ten diepste aansluit bij Paulus' visioen in Gal. 3 : 27-28 dan moet ze dat niet geen ontkrachten door mannen en vrouwen met betrekking tot rechtvaardigmaking en heiligmaking uiteen te halen. Ik begrijp wel waar Halkes heen wil, maar wees wel voorzichtig met een her-interpreteren van bijbelse grondwoorden, ze ombuigend naar eigen visie. Uiteindelijk staat in deze rede zwart op wit dat het Jezus om één ding gaat: ensen op te roepen naar Gods Woord te luisteren en het dan ook te doen.

C. van Sliedregt

Ids. V. d. Ploeg, Kortom de Bijbel. De 66 bijbelboeken in klein bestek, 132 blz., ƒ 14, 90, Kok, Kampen 1984.

Wat is het typerende van elk bijbelboek en wat is de kerngedachte? Dat zijn de twee vragen die de auteur van dit boekje zoekt te beantwoorden. Voor elk van de 66 bijbelboeken gebruikt hij daarvoor 1 bladzijde, terwijl op de linkerbladzijde steeds een kerntekst geciteerd wordt, voorzien van een tekening op een citaat. Het boekje is bedoeld als eerste inleiding. De stijl is vlot. Toch vraag ik me af of een dergelijk boekje voor deze prijs relevant is. De schrijver moet zich gezien de beknoptheid zoveel beperkingen opleggen dat men zich afvraagt of de lezer een goed beeld krijgt. Hier en daar lopen informatie en toepassing door elkaar. Wat over de Psalmen gezegd wordt is toch wel erg algemeen. Op blz. 53 schrijft v. d. Ploeg dat de visioenen van Daniël 7 t/m 12 niet uitgelegd worden en daarom aanleiding geweest zijn tot speculatie. Dat mag waar zijn, maar de onkundige lezer blijft dan toch zitten met de vraag naar de boodschap van dit gedeelte van Daniël en de leidende gedachten uit deze visioenen. Misschien dat een dergelijk boekje voor deze of gene van nut is. Persoonlijk kon het me niet zo bekoren. Voor iets meer geld kan men in een Gids bij het Oude en Nieuwe Testament toch meer vinden wat inleidt in de Bijbel.

A..N.

H. Rodrigues-Pereira e.a. Vreugde om de Tora, OJEC-serie, deel 2, 95 blz. ƒ - 14, 90, Kampen.

Eind 1981 werd het Overlegorgaan van Joden en Christenen in Nederland (OJEC) opgericht, als een orgaan waarin Joden en Christenen elkaar ontmoeten om in dialoog en onderlinge gedachtenuitwisseling ekaar beter te leren kennen en vooroordelen te bestrijden. Dan komt uiteraard de Tora ter sprake: Voor Israël een bron van vreugde, voor christenen is deze vreugde vaak onverstaanbaar geweest, omdat men geneigd was en is eerder te spreken van wetticisme en een ondragelijke last. Terecht onderstreept Schoon de betekenis van de Tora voor de joodse identiteit. Wat betekent dat voor de Jood van nu? Joodse auteurs vertellen in deze bundel over de joodse beleving van de Tora, over het herfstfeest van de Simchat Tora, de Vreugde der Wet, over de Tora-traditie in Talmoed en Misjna, over het 'lernen' in het leerhuis.

Christelijke auteurs haken op dit alles in. Zo stelt Kruis de vraag of ook de christen kan spreken over Vreugde in de Tora, een vraag de hij aan het slot van een uitroepteken voorziet en daarmee beantwoordt. Dankzij het offer van de jood Jezus is de Tora voor de heidenen een vreugde. En voor Israël, zou ik toch willen vragen. Heeft dat offer van de Zoon Gods voor Israël niet de weg tot de vreugde ontsloten? Van Boxel en Vos gaan in op de betekenis van de Tora in het Nieuwe Testament, bij Jezus en bij Paulus. Jezus wordt daarbij toch wel sterk in de joodse traditie getrokken. Bevredigender vind ik het opstel van Vos over Paulus en de Tora: Pas in Christus komt de Tora van de Sinaï tot haar recht. Positieve punten vind ik: de informatie over het levende Jodendom. Daarnaast de grote betekenis van de Tora in het licht van de Christusopenbaring. Voor de eenheid van Oude Testament en Nieuwe Testament een belangrijk gegeven. Vragen houd ik wel over naar de aard, het doel en de grenzen van de aldus bepleite dialoog.

A. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's