Globaal bekeken
Na de vakantie heeft ieder zo zijn of haar ervaringen te vertellen. Soms vertellen predikanten er iets van in hun kerkblad. Hieronder volgt een stukje 'vakantie-indrukken' van ds. J. Vos te Nijkerk, geplaatst in de Hervormde Kerkbode voor de Veluwe, over zijn bezoek aan Schotland.
'Van 2-12 juli liebben we onze vakantie doorgebracht in het gezin van onze zoon in Newton-Stewart (Schotland). Mijn vrouw en ik waren nog nooit in Schotland geweest. Het is een prachtig land, dat (nog) door weinig Nederlanders ontdekt is. Maar, wie niet tegen de stilte kan, moet er beslist niet heengaan, tenzij men z'n vertier gaat zoeken in de grote steden Glasgow en Edinburgh. Overigens kan men uren lopen zonder een mens te zien. Wat men dan wel ziet? Prachtig natuurschoon, schitterende panorama 's en schapen en wilde geiten, grazend in de bergen, rondom stille meren. Af en toe duikt er een schilderachtig kerkje op. In zo'n kerkje zijn we ook geweest op zondag 8 juli. Het was te Kirkinner, waar ds. W. Black preekte, een van de weinig beslist orthodoxe predikanten van de Church of Schotland. Hij was bezig met vervolgstof over de Galatenbrlef. 's Avonds hebben we gekerkt in de Free Church in Dumfries bij ds. William Scot, een talentvol jong predikant. Met beide predikanten hebben we ook kennisgemaakt. Eerstgenoemde verkeert In een moeilijke positie omdat hij voor 't grootste gedeelte van de kerkeraad en de gemeente te rechts is. Maar hij gaat rustig zijn gang en weet zich alleen gebonden aan het Woord van God. Ds. W. Scot was zo vriendelijk ons iets van Edinburgh te laten zien. Allereerst het Free Church-College (Hogeschool) waar hij gestudeerd heeft. Daar vonden we nog oude handschriften van Jac. Durham en McCheyne. Verder bezochten we (haast vanzelfsprekend) de St. Giles-Cathedral, waar de hervormer van Schotland John Knox gepreekt heeft, alsook zijn pastorie, die nu een museum is. Van zijn invloed is (helaas) weinig meer te merken omdat de moderne theologie Schotland ook niet voorbijgegaan is. Destijds heeft God zeer beroemde theologen aan dit land geschonken. Zo hebben we ook gestaan binnen de kerk waar de bekenden Samuel Rutherford gepreekt heeft in Anwoth. Van deze kerk staan alleen de muren nog en een gedeelte van de toren. Wél staat duidelijk zijn naam op de voormuur nog vermeld. In Zuid Schotland is het kerkelijk leven niét erg bloeiend. Komt men hogerop (in het noorden) dan wordt het beslist beter. Daar kent men de namen nog van W. Guthry, Thomas Boston en de Erskines en worden hun preken ook nog gelezen. In de fijne ontmoeting, die we met genoemde predikanten hebben gehad (ik heb in de ene kerk een kort toespraakje mogen houden en in de andere een gebed mogen doen) hebben we ons verbonden gevoeld met de kerk van alle tijden en alle plaatsen. Wat een zegen te mogen ervaren, dat God overal Zijn kerk vergadert en beschermt en dat het waar is wat ook in onze kerk elke zondag beleden wordt: "Ik geloof één heilige, algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen".'
***
Minister Korthals Altes van justitie is van zins het verspreidingsverbod op pornografie op te heffen. Hiertegen uitte de vereniging De Christenvrouw een protest in de vorm van een brief aan deze minister. Hier volgt de tekst van de brief.
'Onlangs vernamen wij via krantenartikelen dat u van plan bent om het verspreidingsverbod voor pornografie op te heffen. Hierover willen wij onze ernstige bezorgdheid uitspreken. De regering maakt zich vaak zorgen over het functioneren van het milieu als leefomgeving. Herhaaldelijk worden wij geconfronteerd met gevaren die het natuurlijk milieu ernstig bedreigen. In dit opzicht heeft de regering de taak om deze milieuverontreiniging tegen te gaan, wat zij ook inderdaad doet. En elke Nederlander zal, voor zover hij een weldenkend mens is, proberen zijn eigen leefomgeving schoon te houden. Als voor het natuurlijk milieu al geldt, dat milieuverontreiniging een ernstig kwaad is, hoeveel te meer geldt dit dan het geestelijk milieu, het geestelijk klimaat. Het is bekend dat pornografie ondermijnend werkt voor het geestelijk klimaat van ons volk. De demoraliserende werking van pornografie blijkt duidelijk uit het toenemende aantal verkrachtingen en aanrandingen.
Herhaaldelijk spreekt de regering over discriminatie als een groot kwaad. Nu, dit is het juist wat gebeurt in pornografie. Hierin worden vrouwen gediscrimineerd en op gruwelijke wijze misbruikt. Niet voor niets geldt: het bederf van het beste is het slechtste. Uw argument om het verspreidingsverbod voor pornografie op te heffen, is het grondrecht van drukpersvrijheid. Maar op deze wijze komt u juist in conflict met het antidiscriminatieprincipe. Waar twee grondrechten botsen, moet wat het zwaarste is, het zwaarste gelden. Als u kiest voor het beginsel van drukpersvrijheid, wordt deze vrijheid tot doel in zichzelf. U gaat dan voorbij aan de ernstige bedreiging die voortkomt uit het vrijgeven van pornografie voor de vrouwen van ons volk. Bovendien - en vanuit die achtergrond schrijven wij - heeft de overheid tot taak om het kwaad uit te roeien. Dat is de hoge roeping die zij van Godswege ontvangen heeft. (Zie Rom. 13 : 1-4). Deze God, de God van de Bijbel heeft de regels van het samenleven vastgesteld en Zijn geboden zijn heilzaam voor ons land en volk. Hij verlangt zuiverheid in heel ons hart en leven. Om deze reden willen wij u ernstig verzoeken om pornografie niet vrij te geven, niet alleen vanwege de meningen hieromtrent van het christelijk deel van ons volk, maar ook omdat de Heere God, de Schepper van hemel en aarde, dit verlangt.'
***
Op D.V. 31 augustus a.s. hoopt ds. J. D. van Hof te Rotterdam (Delfshaven) zestig jaar predikant te zijn. Hij begon zijn ambtelijke loopbaan in de hervormde gemeente van Wilnis. Daarna diende hij de gemeente Oud-Beijerland en Rotterdam-Delfshaven (1930-1969). Nog steeds is ds. van Hof geestelijk verzorger van het verzorgingshuis De Kolk. Ds. van Hof - die we op deze plaats van harte feliciteren met dit bizondere jubileum - heeft door zijn markante, beeldrijke prediking velen met het Evangelie mogen bereiken. In het wijkblad van 'Delfshaven-centrum' werd een overdenking van ds. van Hof overgenomen over Hand. 9:11b (... want zie hij is in gebed) onder de titel 'Diepgang'. Hier volgt deze overdenking.
'Welbewust zet ik boven deze meditatie niet "Verandering", maar "Diepgang". Waarom? Wel, omdat Paulus z'n hele leven lang op zijn manier al gebeden had. Hij was een leerling van rabbi Gamaliel. En al behoorde Gamaliel niet tot de meest extremen onder de Farizeeërs, bidden op de hoeken der straten deden ze op hun tijd allemaal. Zo heeft de jonge Saulus van Tarsen ongetwijfeld ook méér dan eens op de hoek van een straat staan bidden. Toen hebben de voorbijgangers elkaar aangestoten en gezegd: zie, hij is in gebed. En als Saulus dat heeft horen fluisteren, dan heeft hij zich gestreeld gevoeld, want dat wilde hij juist: dat de mensen zouden zeggen: zie, hij bidt. Dat het wel eens zou kunnen zijn, dat God dat niet zei, kwam niet bij hem op. Deze woorden waren in zijn leven dus allerminst vreemd, want hij was al jarenlang een routine-bidder geweest. Het echte bidden kende hij echter niet. Het hulpeloos tot God gaan was hem onbekend. Denkt u maar aan het voorbeeld van het farlzese gebed, dat Jezus ons geeft in de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. Zo "baden" de Farizeeën. En zo was ook Paulus een eehte "routine-bidder" geweest. Nu is routine op zichzelf geen slechte zaak. Wanneer ik in een auto door een mij onbekende streek rijd, dan heb ik graag een "geroutineerd" chauffeur achter het stuur, iemand, die de "route" kent. Routine is op zichzelf helemaal niet slecht. Tot op zekere hoogte is dat zelfs het geval met het gebedsleven. Men zegt wel eens: als je niet met je hart kunt bidden, dan kun je het evengoed laten. Maar dat is niet waar. Het is goed een vaste bedding te hebben voor het gebedsleven. Wanneer het dan "precair" wordt (precair wil van huis uit zeggen: "om voor te bidden"), dan ervaart men dat niet als een zekere lafheid. In mijn pastorale arbeid heb ik het meer dan eens meegemaakt, dat een zieke zei: ik heb het bidden, dat mij thuis geleerd was, losgelaten, en nu vind ik het minderwaardig om tot God te gaan nu ik in de knoei zit. Pas na een lang gesprek werd het zo iemand dan soms duidelijk, dat God hem wel eens in de tang genomen kon hebben om hem weer te léren bidden!
Het routine-gebed is in elk geval een bedding, waardoor er water kan stromen. In het Oosten komt het voor, dat een rivierbedding maandenlang droogligt, maar dan ineens weer gaat functioneren, wanneer er water komt, water, dat anders weggezakt zou zijn in het zand. Het water heeft een bedding nodig. Daarom zegt de Bijbel nergens: als je niet met je hart kunt bidden, dan moet je het helemaal niet doen. Nee, de Bijbel zegt, als je hart er niet bij is, dan moet je daar geen vrede mee hebben, maar tot God gaan en bidden: gun leven aan mijn ziel! We mogen het routinegebed niet als waardeloos verwerpen. Iets anders is echter, dat we er geen vrede mee mogen hebben, als de mensen misschien welzeggen: zie, hij is in gebed, maar God niet! Voor ons, christelijk opgevoede mensen, behoeft er geen uiterlijk waarneembare verandering ie komen, maar we moeten wel Diepgang kennen. En het is de rijkdom van het Pinksterevangelie, dat het zegt: dan kan! De Heilige Geest is uitgestort, die het echte, diepe en ootmoedige bidden leert. We behoeven niet in het routine-gebed te blijven steken. Sinds Pinksteren is het zelfs voor de meest doorgewinterde farizeeër mogelijk, dat de dag komt, dat God in de hemel van hem zegt: Zie, hij is in gebed! Getuige Paulus!'
***
Verder gaf de 'Vereniging tot verspreiding van de Heilige Schrift' een klein boekje van ds. van Hof uit, getiteld 'Ten tijde van de avond' overdenkingen bij het ouder worden. Uit dit boekje nemen we over het gedeelte 'Avondrust'
... vergetende hetgeen achter mij ligt. Filippenzen 3:14a
'Tot de gebreken van de ouderdom behoort ook het vergeten. Het begint gewoonlijk met het vergeten van namen, het gaat soms voort met het vergeten van afspraken en het hangt met iemands geestelijke en lichamelijke conditie samen of dit proces nog verder zal voortgaan. Dat de scherpe puntjes van de geest er wat afgaan is een normaal ouderdomsverschijnsel en wanneer het geen extreme vormen aanneemt, behoeven we er ons niet al te ongerust over te maken. 't Is wel lastig, maar niet onheilspellend. "Vergeten" is nu eenmaal iets, waarmee we moeten leren leven. "Vergeten" kan echter ook een gebod zijn. Natuurlijk is dat een ander vergeten dan het vorige. Toen de vrouw van Lot naar Sodom omkeek, kwam dat, omdat ze die stad niet vergeten kon. Zo heeft ieder mens wel dingen in zijn leven, die hij vergeten moet. Onvervulde verlangens, zondige begeerten, soms ook beledigingen, die ons aangedaan werden. Maar er is ook een vergeten, dat enkel zegen is. Dat is het vergeten waarover Paulus in onze tekst spreekt. U moet het voorafgaande maar eens lezen. Hij was vroeger een driemaal doorgehaalde farizeeër geweest en hij had zelfs de jonge christelijke gemeente vervolgd. Maar toen hij tot bekering was gekomen en de verzoening van zijn zonden in het offer van Golgotha had gevonden, wist hij dat hij al het voorafgaande "vergeten" mocht. Het behoefde hem niet meer als een centenaarslast op de ziel te drukken. God had het hem om Christus' wil vergeven. Daarom mocht hij het vergeten. Als God zegt "vergeet het maar", dan mogen we er zeker van zijn, dat het weg is. Dat Hij het niet meer gedenkt en het niet meer ziet, er dus nooit mee op terug komt. En dan mogen we nog meer vergeten. Onze zorgen, want God zal ons dragen. Onze angsten, want Hij zal alle dingen doen medewerken ten goede. Zo mogen we verder gaan, zolas Paulus ook zegt, dat hij zich uitstrekt naar hetgeen vóór hem ligt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's