Het geding om de kerk tussen Kuyper en Hoedemaker (4)
Hoedemaker werd geboren in een gezin dat tot de Afgescheiden gemeente behoorde, maar zijn leven werd zó geleid, dat hij tenslotte predikant werd in de Hervormde Kerk.
Hoedemaker's afkomst
Kuyper was van oorsprong Hervormd en stichtte later een gescheiden kerk. Hoedemaker daarentegen werd geboren in een gezin dat tot de Afgescheiden gemeente behoorde, maar zijn leven werd zó geleid, dat hij tenslotte predikant werd in de Hervormde Kerk.
Philippus Jacobus Hoedemaker werd in 1839 geboren te Utrecht, als zoon van een boekhandelaar. In 1851 emigreerde de familie naar Amerika. Na een onderbroken studie voor predikant werd Hoedemaker hulpprediker in Chicago. In 1862 had hij het gevoel dat hij geestelijk niet verder kon, en besloot hij een reis te maken naar Europa. Het liep erop uit dat hij aan de universiteit van Utrecht afstudeerde en in 1867 promoveerde. Aan de inhoud van zijn proefschrift kunnen we merken dat Hoedemaker zich in die tijd voelde aangetrokken tot de ethische theologie. In 1868 werd Hoedemaker predikant in Veenendaal.
Hier kwam hij in een gemeente van gereformeerde signatuur en hij had er volle kerken. De eenvoudige mensen met hun bevindelijke vroomheid waardeerden hem en hij voelde zich ook met hen verwant, zij het niet zonder kritiek. In de gemeente ontplooide hij een grote activiteit in zondagsschoolwerk, evangelisatie en sociaal werk voor de fabrieksarbeiders. Al spoedig ontdekte Hoedemaker dat hij betrokken werd bij de grote vragen die de Hervormde Kerk verdeeld hielden. De eerste overwinning van de orthodoxen op de liberalen in de classicale vergadering van Wijk-bij-Duurstede opende zijn oog voor het ongeestelijk karakter van de partijstrijd. Achttien jaar lang heeft Hoedemaker toen de classicale vergaderingen niet bezocht. Hij vond het zinloos, dat voortdurend proberen elkaar er uit te stemmen en dan toch verder onvruchtbaar te moeten blijven, vanwege de synodale organisatie. Dan konden orthodoxen en vrijzinnigen beter in vrede uit elkaar gaan.
Hoedemaker's worsteling om de kerk
In tegenstelling tot Kuypers boeken maken de geschriften van Hoedemaker een enigszins verwarde indruk. Zijn gedachten waren moeilijk te volgen, ze gingen velen te wijd en te diep. Hoedemaker schreef ook geen systematisch opgezette werken, zoals Kuyper. Het waren meer gelegenheidsgeschriften en als hij aan iets van groter omvang begon, kwam het niet af. Daarom is het goed Hoedemaker van stap tot stap te volgen op zijn weg door de kerk. Dan zullen we zien hoe hij geleidelijk aan tot klaarheid is gekomen over de dingen.
Zijn eerste brochure schreef Hoedemaker naar aanleiding van het Synodale besluit om de trinitarische doopformule verplicht te stellen. Moderne predikanten doopten soms op 'geloof, hoop en liefde'. In 1870 nam de Synode haar eerder genomen besluit weer terug. Groot was de teleurstelling bij de orthodoxie. Verschillende vooraanstaande figuren, o.a. Groen, Gunning en ook Kuyper, belegden een vergadering in Utrecht. Een grote meeting werd door Kuyper voorgesteld, maar daarover werd geen overeenstemming bereikt. Heel de beweging ging als een nachtkaars uit. Bij deze gelegenheid ontmoette Hoedemaker voor het eerst Kuyper. Teruggekomen van een bijeenkomst liepen zij nog wat heen en weer voor het huis van Kuyper. Later schreef Hoedemaker over deze ontmoeting, dat Kuyper 'veel vroeger een oog had voor de historische en kerkelijke betekenis van onze Confessie dan ik'.
'Hebt gij den moed', vroeg hij mij, 'om naast mij te staan voor dit beginsel? Wij zullen verguisd worden door de broeders. Men zal ons verstoorders noemen van de vrede, ons uitspuwen en zoeken af te maken... maar, met Gods hulp kan ons dit redden van het woelen der partijen. Het volk zal ons bijvallen en tenslotte komen zij, wien bij het horen van de leus "Gereformeerd" de schrik om het hart sloeg, ook zelf tot ons. Ik zie geen anderen weg'.
Hoedemaker had zelf aanvankelijk weinig gevoeld voor dit gebruik van de naam 'Gereformeerd'. Maar toen Van Toorenenbergen eens in een gesprek de mening liet horen, dat 'de Gereformeerde partij hare betekenis eenig en alleen ontleende aan het feit, dat zij de uitdrukking was van hetgeen nog onbewust in het volk leefde', gaf dit woord stof tot nadenken, werd toegelicht door ervaringen opgedaan in de gemeente, deed mij vragen naar de beteekenis van deze neiging van ons volk om terug te keeren tot de oorspronkelijke type, naar de drijfkracht van hetgeen ds. Van Toorenenbergen had uitgesproken'.
In deze tijd lezen wij van Hoedemaker enkele artikelen en boekbesprekingen in het blad van ds. O.G. Heldring 'De Vereeniging Christelijke Stemmen'. Daar schrijft hij o.a., dat hij van mening is dat de kerk niet bij Calvijn en de Drie Formulieren kan blijven staan. Er behoort ook in het belijden een ontwikkeling te zijn, een antwoord op de behoeften van de eigen tijd. Maar dat moet dan wel een ontwikkeling zijn in beslist gereformeerde zin. De moderne theologie staat niet op de grondslag van het geloof, zij volgt een filosofie, die de openbaring verwerpt. Maar de Ethischen zijn veel te bang voor de orthodoxie. Hoedemaker verwacht juist veel van de orthodoxen. 'De moderne theologie spreekt waarheden uit; de orthodoxie bevat, bezit, vertegenwoordigt de hoogste waarheid'. 'Tenslotte zijn wij toch één met den domsten boer, die waarlijk den Heiland als zijn Zaligmaker erkent...' . 'De klanken, waarmede de eenvoudigen zich tevreden stellen, zijn soms hun eenig houvast aan de waarheid in de spitsvondigheden, waarvoor zij ijveren, formuleeren zij soms de gewichtigste vraagstukken. Zoodra men gevoelt, dat de waarheid behouden kan worden in een anderen dan den overgeleverden vorm, en dat men, dieper opgevat, weer terug ontvangt, wat men prijs had gegeven, zal men beginnen milder te worden en onderscheid leeren maken tusschen die kleine afwijkingen en veranderingen, die het voorspel van den afval geweest zijn, en de vernieuwde formuleering van de eeuwige waarheid'. 'Wij ergeren ons soms aan de orthodoxie, maar wij vreezen er niet voor, wij wanhopen er niet aan. Meer zuivere toestanden zullen ook meer heldere beschouwingen mede brengen. Doch al wenschte men... formulierdwang, herstel van de confessioneele Kerk, - men zoude dit doel niet bereiken. De tijd keert niet terug' (1871).
Rotterdam
In 1873 nam Hoedemaker een beroep aan naar Rotterdam. In deze jaren komt hij tot de overtuiging dat de Synodale organisatie van 1816 'als zoodanig, door haren oorsprong en haren aard, beide in strijd met de idee van de kerk en de eigenaardigheid van onze Gereformeerde Kerk, geoordeeld is en dat onze strijd voornamelijk tegen haar moet gericht zijn'. 'Eene orthodoxe synode vreezen wij, om meer eene reden... meer - wij zeggen niet, meer dan eene moderne, maar dan dan een liberale, conservatieve synode.' De oplossing verwacht hij van 'het vrijwillig uiteengaan der richtingen'. Onder die richtingen verstaat hij: Modernen, Evangelischen en Orthodoxen. Maar geen afscheiding! 'Wij kunnen de Hervormde Kerk niet verlaten, want met haar geven wij de historie prijs en dat doen wij in eeuwigheid niet.'
In 1875 publiceerde ds. G. Doedes te Velsen een open brief aan dr. A. Kuyper onder de titel 'Wijziging der Gedragslijn op Kerkelijk Gebied'. Deze brief heeft grote invloed op Kuypers visie gehad. Ook Hoedemaker voelde zich zeer aangesproken. Doedes betoogde met klem, dat het de rechtzinnigen niet langer te doen moest zijn om meer invloed in de kerkelijke besturen te krijgen, maar dat de strijd gericht moest zijn tegen de synodale organisatie als zodanig. Die moest in het ongerede worden gebracht, o.a. door niet langer deel te nemen aan de stemmingen voor de besturen. Meermalen getuigt Hoedemaker, dat dit geschrift veel voor hem heeft betekend. Intussen had hij ook kritiek op Doedes. O.a. tegen de verlegging van het zwaartepunt naar de plaatselijke gemeente, waarvoor volledige autonomie wordt geëist in bestuur en beheer. Hoedemaker merkt daarover op: 'Evenmin als een lid zich van het lichaam mag afscheuren zonder het te verminken, kan eene gemeente zich losmaken van de kerk'. Verder bestrijdt hij Doedes' oproep tot de gereformeerden om zich te organiseren in kerkelijke kiesverenigingen om de plaatsen in de kiescolleges te veroveren. Tenslotte is hij het ook niet eens met Doedes' leus: 'Vrijmaking van de kerk!' Doedes bedoelt hiermee, dat de overheid de koninklijke besluiten van 1816 en 1852 zal intrekken. Op deze drie punten zal Hoedemaker in de toekomst een eigen weg gaan. De eerste twee zullen hem scheiden van de Dolerenden, het laatste van de Gereformeerde Bond, althans van het doel, dat de Bond zich stelde bij de oprichting in 1906: 'vrijmaking der Nederlands Hervormde Kerken'.
Amsterdam
In 1876 verwisselde Hoedemaker zijn standplaats voor Amsterdam. In zijn intreepreek over Rom. 1 : 14-17a, met de sprekende titel 'Het apostolisch evangelie en de nationale theologie', vroeg hij zich af: Hebben wij slechts aan het algemeen-christelijke en niet óók aan het nationale element recht te laten wedervaren?' Hij antwoordde: 'Onze Protestantsche natiën zijn met en na de Hervorming geboren of herboren... Wat volgt hieruit? Dat iedere normale, veerkrachtige ontwikkeling, langs den historischen lijn moet voortgaan... en zich bij de grondtype moet aansluiten... er is iets grootsch, iets dat waardering verdient in die taaiheid van het geestelijk Organisme van ons volk, in de liefde van het volk voor de Kerk, voor de historie, in dat vasthouden aan het plan Gods met onze Kerk... daarom gelooven wij aan het volk en aan de Kerk, de nationale Kerk, d.w.z. het kerkgenootschap, dat, in zijn wezen onverdelgbaar en onoplosbaar, in en onder en trots den opgelegden kerkvorm met het volksleven voortleeft, en onafhankelijk moet worden van de organisatie, die niet alleen onwettig is in haren oorsprong, maar wat meer zegt, ook vreemd aan het levensbeginsel onzer Kerk. Nog eens, wij gelooven dit laatste, omdat ons volk juist krachtens het Gereformeerd beginsel niet in het betrekkelijke eindigt, maar tot het volstrekte doordringt. Breng de ontwikkeling weer op den historischen lijn - waarvan niet eerst de liberalen van gisteren, maar reeds de kerkleeraars in en na de Remonstrantsche twisten zijn afgeweken: laat die ontwikkeling niet door de willekeur van het individu, maar door den geest van het geheel worden geleid, en gij hebt geene reactie meer te vreezen. Of idealiseer ik dat volk? - De geschiedenis, M.H.! rekent niet met personen, maar met beginselen. Ontneem aan de eenzijdigheid de waarheid, en gij ontneemt haar de kracht. Dat is het ethisch beginsel, maar zooals het niet uitsluitend tegenover de modernen, ook tegenover ons volk gehuldigd moet worden. Ziedaar dan waarom ik de regeneratie van onze Kerk, de krachtontwikkeling van het Evangelie verwacht van eenen terugkeer niet tot de oorspronkelijke vormen, maar tot het oorspronkelijke type, onze Gereformeerde theologie'.
Tot de Moderne collega's zegt hij: 'Wij belemmeren, neutraliseren elkander en intusschen gaat de maatschappij voor onze oogen verloren. Laat ons uiteengaan...! Gij kunt ons verlaten, zonder uw beginsel tekort te doen... Wij kunnen de Hervormde Kerk niet verlaten...'
In deze jaren stond Hoedemaker zeer dicht bij Kuyper. Hij was zelfs lid van 'Beraad', de geheime vereniging van gereformeerde kerkeraadsleden, door Kuyper opgericht met het doel 'bij eventuele botsing met de hogere kerkbesturen, de gemeente voor het Evangelie te behouden'. Verder redigeerde hij tijdens Kuypers ziekte in 1876 het Zondagsblad van 'De Standaard'.
In 1878 hield hij een rede op de gedenkdag van de Hervorming onder de titel 'De Reformatie en de Gereformeerde Kerk', die hij uitgaf met 'een Woord vooraf over de vraag: 'Vormen de Gereformeerden eene Partij in de Kerk?' Daar antwoordt hij aan het adres van hen, die hem verwijten dat hij de eenheid, de kracht en de vrede in de gemeente in gevaar brengt: 'Wij kunnen niet anders: ...dat ... heeft zijn grond in de overtuiging, dat het hier niet gaat om een partijbelang, maar om de waarheid Gods'. Aan het einde zegt hij: 'Gods Woord moet heerschen! Op de school, in de Kerk, bij elk wetenschappelijk onderzoek, door de overheid... Het moet niet ons doel zijn, aan de inrichting van onze Kerk te soldeeren en te krammen, opdat zij nog een tijdlang "meê kunne"; niet ons doel zijn, hier en daar eene opening te vinden tusschen de mazen van het netwerk onzer reglementen, om ons geweten langs den Woorde Gods te beoordelen, en alleen met dat Woord de Reformatie door te zetten, na voorafgaand zelfonderzoek, of wij zelf wel bereid zijn ons aan dat Woord alleen en geheel te onderwerpen'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's