De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties

10 minuten leestijd

Kunnen we, wanneer het gaat om mensen in psychische grenssituaties, deze grens duidelijk aangeven?

Kunnen we, wanneer het gaat om mensen in psychische grenssituaties, deze grens duidelijk aangeven? Bij dit onderwerp spreken we niet over mensen, die zo ziek zijn, zo zwaar geestelijk gestoord, dat zij in een inrichting moeten worden opgenomen. Ook zij hebben recht op geestelijke begeleiding vanuit de gemeente. Maar wij beperken ons tot hen, die in het grensgebied leven tussen wat wij 'normaal' noemen en wat dit niet is. Waar ligt nu die grens? In een poging om tot klaarheid te komen ontdekken we, dat dit niet zo gemakkelijk onder woorden is te brengen. We kunnen beslist niet handelen, zoals de grote mogendheden in de vorige eeuw deden bij de verdeling van Afrika. Soms trokken zij kaarsrechte lijnen over de landkaart en daarmee waren de grenzen bepaald. Grenzen, die soms dwars door het gebied van een stam liepen. Als er al sprake kan zijn van het trekken van grenzen, dan denk ik aan dat wonderlijke stukje van Noord Brabant, waar in Baarle Nassau de grens midden door een straat loopt en in andere gevallen zelfs dwars door een woning heen. Zo nu zie ik wat ons bezig houdt. Het gaat om mensen, met wie er iets aan de hand is, die 'anders zijn als anderen'. Maar wie behoren daartoe en waar ligt de grens tussen 'normaal' en 'ongewoon'? Dit kan ik niet nauwkeurig aanduiden. Dit dwingt ons om meer dan één reden bij dit tere onderwerp uiterst voorzichtig te zijn. Trouwens alle pastoraat zonder prudentia, zielszorg zonder voorzichtigheid doet meer schade dan goed en kan grote schade aanrichten. Bovendien bedenken we, dat die grens ook dwars door een en hetzelfde leven kan lopen, zoals in dat Bra­bants dorp. Dr. Veldman zegt in zijn boek 'Spreekoefeningen' dat ieder mens wel iets van een neurose heeft; een neurose, die zich openbaart bij wat ons het meest dierbaar of kostbaar is. Het zou kunnen zijn, dat wij op een of andere wijze zelf ook in dit gebied verkeren. Zonder nu tot een haarscherpe afbakening te komen, mag het duidelijk zijn aan wie we denken: mensen 'anders als anderen'.

Het gaat om mensen...

Het gaat dus om mensen. Het gevaar is niet denkbeeldig, dat we na korter of langer tijd in het pastoraat werkzaam te zijn geweest als predikant, ouderling, bezoekbroeder, zuster, of als gemeentelid de mens uit het oog verliezen. We gaan dan spreken van 'gevallen'. We kunnen ze dan - geestelijk gesproken - in een bepaald vak plaatsen om niet te zeggen opbergen. Dan vat de gedachte post, dat ze nu eenmaal wat vreemd zijn en dat kan voor ons gaan betekenen, dat we een vrijbrief vinden om hen min of meer aan hun lot over te laten. Zoals we ook telkens in de gemeente merken, dat men deze mensen links laat liggen. We begrijpen hen niet, vinden hen heel gauw zeurderig, verdenken hen van aanstellerij. Maar met de grootste nadruk zou ik willen stellen, dat het om mensen gaat. Mensen, die ziek zijn, een afwijking hebben. Maar ook om mensen, die de Heere op onze weg plaatst. Om mensen voor wie wij als kleine herders iets trachten te zijn in het heilig voetspoor van de grote Herder der schapen, die zich over hen bewogen was. Al onderkennen wij 'gevallen' we blijven waakzaam op het punt, dat we met mensen te doen hebben. Mensen in onvoorstelbaar grote nood.

Een twistgierig mens...

Een van de eersten, die we in de gemeente zullen ontmoeten en kort na onze intrede tegen komen is de querulant, de twistgierige. Moeten we bij andere bezoeken misschien zelf zoeken om het gesprek op gang te brengen of te houden, hier is het niet het geval. We krijgen een uitgebreid verhaal te horen over onrecht, dat hém of haar door mensen of instanties is aangedaan. Waarschijnlijk door allebei. Een wethouder heeft hen onrechtvaardig behandeld en hen vervolgens naar de burgemeester verwezen. Die heeft na een of twee gesprekken, niets meer laten horen. In zo'n geval schrijft een Rotterdammer naar de koningin. Die antwoordt tenminste! Na enkele dagen komt er een schrijven van Hare Majesteit, dat zij van de zaak kennis heeft genomen en die doorgezonden aan het adres, dat daarover gaat. Meteen komt de brief met het opschrift 'dienst van het Koninklijk Huis' op tafel. Én naarmate de zaak langer duurt, sleept, zouden we zeggen, groeit de papiermassa aan. Maar ook dit bracht geen oplosssing. Niemand doet hem recht! En de kerk dan? U krijgt een verhaal over uw voorganger, die alles heeft laten liggen of verkeerd gedaan. Van u verwacht hij recht. Hij eist van u, dat u voor zijn recht zal opkomen . Een poging van ons om hem of haar vanuit de Schrift er op te wijzen, dat het beter is onrecht te lijden dan te doen, wordt kort afgewezen. Het gaat hem niet om zijn eigen recht, maar om het récht en daarvoor wil hij strijden. Wanneer we dan aanraden om alles aan de Heere over te geven. God is immers Rechter, die beslist, wijst hij er ons op, dat hij zelf wel dit onrecht zou verdragen, maar hij wil in de toekomst anderen bewaren voor wat hij moest meemaken... Na enige tijd worden ook wij als waardeloos terzijde geschoven. Hij schrijft aan ds. Monster van de E.O., ds. Klamer van het Ikon en aan de ombudsman van de Vara... We kunnen nu bij onszelf vaststellen, dat het een mens is, die gelijk wil hebben, maar dan doen we hem, meen ik, onrecht. Hij wil voor zijn besef geen gelijk krijgen, maar gerechtvaardigd worden. Niet in de zin van onze catechismus, maar hij wil zichzelf bewijzen als de mens, die gelijk heeft. De pastorale nood is, dat, wanneer dit langer duurt - en meestal duurt het lang, eindeloos - de vooruitzichten op verbetering gering zijn of ontbreken. En al komt deze zaak tot een einde, de volgende zal niet lang laten wachten. We vragen ons af, wat we moeten doen? Beter: Wat we voor hem kunnen doen? Voordat we proberen iets te vinden van een antwoord, spreken we eerst nog over anderen in dit moeilijk grensgebied.

De klager...

We komen mensen tegen, die altijd klagen, klagen zonder einde. De gedeprimeerde mens ziet alleen maar nood, somberheid en er is geen uitzicht. Omdat deze klachten niet dat gehoor vinden, dat gevraagd wordt, kan het zijn - en is het vaak zo - dat er ook lichamelijk klachten komen. We hebben de neiging om hen te verdenken zoal niet van aanstellerij, dan toch wel van overdreven aandacht van elke pijn of elke aanwijzing, dat er lichamelijk iets niet in orde is. De vermaning, dat ze alles moeten voelen of dat een ander ook weleens wat voelt kan niet helpen. Waarom? 'De ziel beklaagt zich, dat er van haar te veel wordt gevergd', zegt ds. Gödan in zijn boek Christus en Hippocrates, dat voor ons land bewerkt werd door de psychiater Visscher en de predikant Kreuzen. Wanneer wij de taal van deze mens is nood niet verstaan, worden de lichamelijke klachten de spreekbuis van die andere nood. Zo ontstaat een lang verhaal, dat een grote klacht is. Zij beleven iets van wat - wellicht in ander verband - een dichter zegt:

In klagen, klagen, klagen vergaan onze dagen van gisteren en nu en altijd....

Elke poging tot troost of bemoediging lijdt schipbreuk: Een ander kan gemakkelijk praten... U moest eens voelen, wat ik gevoel... Proberen wij hen te bemoedigen, dan treft ons het verwijt, dat we er blijkbaar niets van begrijpen. Of ongevoelig, hardvochtig zijn.

Maar we zijn toch zielszorgers, die met het Woord komen. Staat de Bijbel niet vol van troost voor ellendigen, verslagenen, uitzichtlozen? De moeilijkheid is, dat dit of niet overkomt of zelfs wordt afgewezen. Triest zeggen zij, dat ze hun geloof kwijt zijn, zich afvragend of zij wel ooit echt geloofd hebben. De oproep om te bidden, vindt ook geen gehoor, want zij hebben al zoveel gebeden en de Heere hoort hen niet, wil hen niet horen. Wanneer zij geloven in de uitverkiezing Gods, dan zullen we soms horen klagen dat zij niet tot de verkorenen maar tot de verworpenen behoren. Ons verweer, dat we dat niet mogen zeggen, maar dat we moeten beginnen bij de roeping van de Heere, het welmenend aanbod van de genade, wordt niet aanvaard. Zij zijn verworpen en van Gods zijde is geen heil te verwachten. Vaak blijkt ook de gedachte te leven, dat men tegen de Heilige Geest heeft gezondigd. De toenmalige geneesheer-directeur van de Rotterdamse psychiatrische inrichting, dr. v. d. Spek, die ook theoloog was, heeft er destijds op gewezen, dat deze gedachte vaak voorkomt. De woorden, die de Heere Jezus over de onvergefelijke zonde zegt en wat in Hebreeën 4 : 4-6 staat weegt als een loden last op hun ziel. Ik heb me er soms over verbaasd, hoe mensen, die niet zoveel van de Bijbel weten, juist deze uitspraken van de Schrift hadden gevonden en ze op zichzelf toepasten. Het beantwoordt aan het beeld, dat zij van zichzelf hebben: er is voor hen geen heil bij God.

Al wil ik toch ook even wijzen op wat Gödan in het genoemd boek zegt, dat de volgorde ook omgekeerd kan zijn. Iemand leest deze woorden in de Schrift, past ze op zichzelf toe en geraakt daardoor in een depressie. Niet door de depressie trekt hij dit woord naar zich toe, maar dit woord roept de depressie op. Gödan wijst dan op de pastorale zorg, die deze woorden vanuit de Schrift verklaart, de kern van de zorg wegneemt, zodat voor de psychiater dan de taak rest om de patient verder te helpen. Ook zou ik naar voren willen brengen, dat we wel heel voor­ zichtig moeten zijn om nu niet elke nood, geestelijke nood, toe te schrijven aan een 'afwijking'. Dan zouden we in de kortste tijd de stokbewaarder, die zelfmoord wil plegen en schreeuwt wat hij moet doen om zalig te worden, maar de zenuwarts verwijzen. En zouden wij Luther, die gekweld wordt door de vraag, hoe hij een genadig God kan vinden, laten, opnemen voor een behandeling. De grote levensvraag: Mijn ziele, doorziet gij uw lot, hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? Smeekt om een antwoord vanuit de Schrift in de blijde verkondiging van het geloof in de Heere Jezus Christus, door Wie wij mogen zaligworden. Het is goed om, waar deze vraag naar voren komt, uit te gaan van echte zielenood en daarop als pastor, ouderling of wat we zijn, het antwoord te geven van het Evangelie van vrije genade. De mens, die deze vraag in oprechtheid stelt, bevindt zich niet in het grensgebied van de psychiatrie maar staat aan de grens van het rijk van God, wiens goedertierenheid tot in eeuwigheid is. Het onderwerp, dat ons nu bezig houdt, doe ons dit nooit vergeten. In gevallen, waarin ik in het onzekere ben, waaruit deze vraag is geboren, zal ik beginner met de boodschap van het Heil in Christus. Maar ook sluiten we de ogen niet voor het andere, dat ons onderwerp ons oplegt. Zo kom ik weer tot deze mensen met hun nood. Wat, wat kunnen wij voor hen doen?


Enkele weken geleden plaatsten we een tweetal artikelen van ds. C. v. d. Bergh over pastoraat rondom het huwelijk. Het was de weergave van een referaat gehouden op een door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond belegde studieontmoetingsdag voor candidaten in de theologie en predikanten in hun eerste gemeente. Het tweede referaat op die dag werd gehouden door ds. C. A. Korevaar over het thema 'Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties'. Ook dit referaat plaatsen we in twee afleveringen. Bijgaand treffen de lezers het eerste artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's