De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties (2)

Bekijk het origineel

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties (2)

13 minuten leestijd

Wat is geestelijk ziek zijn? Wat is ware zielenood? Waar ligt de grens tussen die twee?

Het grensgebied, waarin we ons begeven hebben, blijkt zeer uitgebreid te zijn. We denken aan mensen met waandenkbeelden. Er heeft zich bij hen een gedachte vastgezet, waarvan zij niet af te brengen zijn. Ik herinner me een man, die een vader had, die veel van hem vergde, te veel. Toen de oude man weer naar hem toe kwam en de zoon voelde, dat hij hem weer met allerlei zou belasten, flitste het door hem heen dat hij zou willen, dat zijn vader dood was. Hij schrok van zijn eigen lelijke gedachte. Schaamde zich en wist, dat hij dit nooit had mogen denken. Kort daarna overleed zijn vader. Bij hem kwam de gedachte op, dat hij zijn vader had vermoord, vergiftigd. Elke poging om hem te doen zien, dat dit eenvoudig niet kon gebeurd zijn, werd afgewezen en met een onwaarschijnlijk grote vindingrijkheid trachtte hij dit te bewijzen. Een ander meent een goddelijke opdracht ontvangen te hebben om iets te doen. Met verbeten grimmigheid doet hij dit dan ook, dagen, weken lang. Wanneer we met de Bijbel in de hand trachten aan te tonen, dat dit niet een bevel van de Here kan zijn, omdat het zelfs tegen Gods Woord ingaat, wordt dit afgewezen. De Heilige Geest heeft het hem gezegd en wie hem daarvan wil weerhouden gaat tegen God zelf in. Intussen leggen deze mensen zich een last op, waaronder ze dreigen te bezwijken, maar het staat voor hen vast, dat het zo is en niet anders.

Goddeloze woorden

Hiernaast zien we ook mensen, die onvoorstelbaar gemarteld worden doordat hun goddeloze woorden en gedachten invallen. Of gedachten zo liederlijk en vuns, dat zij zich er voor schamen. Men schaamt zich ervoor om dit te zeggen. Ook leeft de gedachte, dat zo iets ergs alleen bij hen wordt gevonden. Zo gaan zij eenzaam hun zware weg. Iemand bidt en bedenkt op datzelfde ogenblik de meest lasterlijke vloek. Eerbiedig luisterend naar een preek, flitst ineens een gedachte door ons heen, die ons doet huiveren. Zijn wij zo?

Ik denk aan een meisje, dat uit volle overtuiging haar belijdenis had gedaan en met grote dankbaarheid naar het H. Avondmaal kwam. Maar toen haar de beker werd aangereikt, bedacht zij iets zo vreselijks, dat zij nooit meer aan de tafel van de Here durfde komen en zelfs de diensten, waarin het Avondmaal werd bediend vermeed uit vrees, dat zij weer zo iets zou denken. Telkens kwamen die gedachten terug.

Wanneer men, meestal na lange tijd of omdat men het niet meer kan uithouden, daarover gaat spreken, blijkt, dat men denkt, dat men de enige is, die dit heeft. In het werk, dat ik vele jaren mocht doen en nog mag doen, treft me, dat zij het gevoel heb­ben, dat zij alleen zo slecht en door en door verdorven zijn om zo iets te kunnen bedenken. Op de vraag, of zij dit dan willen, antwoorden zij met afgrijzen: zij willen het niet doen en toch doen ze het. Al weet ik, dat hierover meer te zeggen valt, wijs ik er op, dat wij niet schuldig zijn als een ander tegen onze wil, in onze kamer modder werpt. We worden schuldig, wanneer we met welgevallen daarin zouden gaan wroeten. Maar dat willen zij juist in geen geval en toch komt het terug, soms dagen aaneen, dan weer een tijdje niet en straks is het er weer met al zijn verschrikkingen.

Wat kunnen wij doen als pastor voor mensen met deze dwanggedachten? Want ook hier bevinden mensen zich in een onvoorstelbaar grote nood.

Zelfmoordgedachten

In dit vreemde gebied, treffen wij de mensen aan, die gedachten hebben van zelfdoding. Hun leven is zo zwaar geworden, zo uitzichtloos, dat zij er meer en meer aan gaan denken om er een eind aan te maken. En er over spreken. Nu kunnen wij ons daarvan niet afmaken door - nogal grof, meen ik - te zeggen, dat degenen, die dit zeggen, het niet doen.

Misschien ligt daar wel een waarheid in, maar we kunnen niet ontkennen, dat niemand zomaar daarop komt. Anderen bevinden zich in de vreemde situatie, dat zij er over denken, het beslist niet willen en tegelijk vrezen, dat zij het toch een keer zullen doen. Nu kunnen wij hier in dit bestek zeker niet alle oorzaken opsporen, waarom mensen hieraan gaan denken, maar het kan zijn, dat we ons weer in dit grensgebied bevinden van de mens, die anders doet als anderen. We huiveren bij de gedachte, dat zij de hand aan zichzelf zullen slaan. Hoe zouden wij hen kunnen helpen? Opname kan nodig zijn om hen voor zichzelf te beschermen, maar wij hebben hier zeker ook een taak. Soms bijna moedeloos onder al deze problemen zucht de pastor: Maar hoe dan kan ik hen ten dienste zijn. De verschrikking, waarin deze mensen leven, schreeuwt om hulp, om een helper.

Het grensgebied is zo wijd

Dit gebied is zo wijd, dat lang niet alles kan genoemd worden. Toch zou ik nog iets naar voren willen brengen, waarvan ik weet, dat dit beslist niet op dit terrein ligt: de psychische stoornis zonder meer. Het gaat mij om de moeilijk- en zeer moeilijklerenden en om hen, die geestelijk nog zwaarder gehandicapt zijn. Nadrukkelijk stellen we, dat deze mensen niet tot ons gebied behoren. Men mag hen vroeger daar wel toe gerekend hebben en de volksmond mag met een hard woord hen zelfs zó genoemd hebben, zij bevinden zich op een ander terrein.

Maar nu het gaat om mensen in een grensgebied wil ik hen zeker noemen, omdat ik uit ervaring weet, dat aan hen en aan hun ouders vaak bitter weinig zorg is besteed. Al zie ik met innige dankbaarheid, dat zich hierin een duidelijke kentering ten goede voordoet?

In het pastoraat in dat randterrein ben ik telkens weer ouders tegengekomen, die zich pastoraal tekort gedaan voelden. Gevoelden en het ook waren. De ontdekking, dat een kindje een mongooltje is of in elk geval anders als de andere kinderen, doet een wereld van leed en ontzetting over deze ouders gaan. Zij zwegen soms, maar hun hart schreeuwde om pastorale begeleiding. Maar het is veel eenvoudiger ouders, wier kindje ziek is medeleven te tonen, dan aan deze vaders en moeders. Het klinkt zo hard om bij name te noemen wat er mankeert. Zo zweeg de pastor en de ouders zwegen in grote vereenzaming. Als de kinderen groter werden, wist de bezoeker vaak niet de toon te vinden om hen aan te spreken, dus deed men het niet. Op de catechisatie zat het kind er bij, maar het was inderdaad een er bij zitten, maar niet een er bij zijn. Zo leefden zij kerkelijk in een grensgebied, dat eigenlijk niemandsland was.

Ik kan er niet genoeg de aandacht van alle collega's en alle bezoekers en gemeenteleden op vestigen, dat zij er geheel bij behoren en dat zij recht hebben op ons pastoraat. En de ouders om een pastoraal medeleven en dat niet alleen in het eerste jaar maar voortdurend.

Het gebied is zo wijd... en zo vreemd

Het grensgebied, waarop wij ons bevinden is zo wijd, dat het niet in kort bestek in kaart kan worden gebracht. Het is nodig, dat wij als dominees van dit gebied kennis nemen. Tegelijk zullen wij echter ook, zelfs na jarenlange ervaring in de gemeente, ons bewust moeten blijven, dat het voor ons ten dele een vreemd terrein blijft. Het behoort tot een andere tak van wetenschap en wij zullen onze grenzen niet mogen overschrijden. Een predikant, die voor dokter gaat spelen, wordt waarschijnlijk geen arts, maar een charlatan, een kwakzalver. Dit houdt niet in, dat wij ons dus uit dit grensgebied terugtrekken, want onze gemeenteleden hebben er recht op, dat zij op dit voor hen zo duistere gebied hun dominee, ouderling of bezoekster of bezoeker van de kerk tegenkomen. Niet als een toevallige wandelaar, maar als iemand, die hen opzoekt, met hen meegaat in ootmoed, liefde en geduld. De dienst aan het Woord eindigt niet bij de nadering van het grensgebied.

De dominee in het grensgebied

Telkens hebben wij ons de vraag moeten stellen: wat kunnen we doen? In de lezing, die ik enige tijd geleden voor jongere collega's en studenten in de theologie heb mogen houden, heb ik vooral aan hun werk of toekomstig werk gedacht. Nu dit onderwerp in breder verband, de Waarheidsvriend, aan de orde wordt gesteld, meen ik goed te doen nog eens te herhalen, dat, wat ik zeg van een dominee, ook geldt voor een ouderling, een wijkbroeder, een bezoekzuster en eigenlijk voor elk gemeentelid. Zo begeven wij ons samen in dit gebied. Voorop zullen we moeten stellen, dat er geen algemene regels te stellen zijn, die men altijd en overal kan toepassen. Zielszorg heeft steeds zoveel persoonlijks, dat we gaande van mens tot mens ons zullen bezinnen, hoe wij hem of haar moeten benaderen. Bij deze mensen, om wie het ons nu gaat, zullen wij ons wellicht nog meer dan bij anderen bewust moeten zijn en blijven, dat het niet gaat om wat zij willen. Vaak hebben zij een voorstelling van wat de bezoeker moet doen en proberen zij dat met taaie volharding, smekend en soms enigermate dreigend door te zetten. Ik neem hen dat niet kwalijk, want het past bij het ziektebeeld, maar ik neem het mezelf kwalijk, wanneer ik niet als pastor in gehoorzaamheid aan de wil des Heren zou handelen. Het gaat er niet om, wat zij willen, of wat wij willen, maar om wat de Here wil. Gods wil is beslissend. Hij make ook in dit tere werk in Zijn Woord onze gang en treden vast. Zo staan wij onder de beloften van dit Woord. Een belofte, die we juist bij dit moeilijke werk zo nodig zullen hebben.

Liefdevol, maar ook vastberaden zullen wij de tijd voor het gesprek in handen houden. Ik heb er begrip voor dat zij dit niet altijd begrijpen, want zij ervaren hun nood als zo groot, hun klachten als zo ernstig, dat zij dit niet kunnen zien. In noodgevallen ben ik bereid alle tijd te vergeten, maar dat mag zeker geen regel zijn, want dan doe ik anderen te kort. En hen help ik op de duur daar ook niet mee. Zij zouden te zeer van ons afhankelijk worden.

In dit grensgebied zullen wij zo mogelijk gebruik maken van hen, die hier bekend zijn, artsen, psychiaters. Het is rijk, als we, elk op eigen terrein maar samen bezig mogen zijn voor deze mensen. Soms - vaak? - ontbreekt daar iets, veel, of alles aan. Bij predikanten kan een wantrouwen zijn tegen artsen, die zich niet laten leiden door Gods Woord en zo adviezen geven, waar wij beslist niet achter kunnen staan. Bij de artsen kan ook wantrouwen zijn tegenover ons, omdat we ons schuldig maken aan grensoverschrijdingen, waardoor wij hun werk doorkruisen. Met behoud van elks verantwoordelijkheid kunnen we elkaar van dienst zjjn en samen de patient.

Uw terrein is wijder dan dit grensgebied

Wie met deze mensen te maken krijgt, geraakt in een zekere en soms grote spanning. Zij zullen veel, heel veel van uw tijd en aandacht vergen. Juist, omdat velen geen tijd voor hen hebben, hun verhalen als zeuren en hun klachten als aanstellerij ervaren, zullen zij zich te meer aan u vastklampen. Zij verwachten, eisen, dat de pastor alle tijd voor hen heeft. Maar zij zullen daarbij vaak vergeten, dat zij niet de enigen zijn, die een beroep op hem doen. Weer zeg ik, dat ik hun dit niet kwalijk neem, want het past bij het beeld van hun ziekte. En we begrijpen, wat het is, dat er eindelijk eens iemand is, die luistert en de tijd voor hen heeft. Maar nu kan het gebeuren, dat zij zo'n beslag op u gaan leggen, dat het andere werk in de knel dreigt te komen. Ook dat u het zelf niet meer kunt opbrengen op verantwoorde wijze tot hun dienst te zijn. Zo wordt het een afwegen van belangen. En zorgdragen, dat wij in dit alles de leiding houden. Uw goede hart zegt, dat zij maar onder het eten moeten bellen, maar uw gezin is er ook nog, want dit is niet een gesprek van twee of drie minuten. Uw verantwoordelijkheid voor de anderen in de gemeente is er eveneens. Er is meer dan alleen dit grensgebied!

Nog enkele stappen op dit terrein

We hebben gezegd, dat wij hen niet als een geval mogen gaan beschouwen en daarmee afdoen. Zeker mogen we hen niet afschrijven of alleen voor de vorm nog wat aandacht aan hen geven. Deze mensen in nood stelt de Herder op de weg van de kleine herder en hij heeft oog en hart voor dit schaap, dit zwakke schaap. Dat betekent dat wij bij hen zijn. Zoals iemand de naam van de Heere Jahwe weergaf met de vertaling: ik ben er, als Degene, die er is en door zijn aanwezigheid iets doet, zo zullen wij op nederige afstand van de Heere bij die ander zijn. Dat is meer dan een lichamelijk aanwezig zijn en om de zoveel tijd 'ons laten zien'. Wij zullen bij hen zijn, ondanks alle klachten, waarvan we betwijfelen of ze gegrond zijn, verhalen, die we eindeloos horen herhalen, verwijten, openlijk of bedekt, omdat we niet doen, wat zij willen, zeggen, wat zij niet willen horen. Bij hen zijn als een goed herder in Jezus' naam.

We zullen bij hen zijn met het Woord. Ik weet, dat dit heel moeilijk kan zijn. Soms wordt het afgewezen, want daarvoor hebben zij u niet laten komen. Soms zullen zij het ondergaan, dat u uit de Bijbel leest, maar onmiddellijk na het slot doorgaan met hun eigen trieste verhaal. Het kan zijn, dat het niet overkomt', niet omdat zij het niet zouden willen, maar hun gedachten zijn zo van het andere vervuld, dat er geen plaats is voor Gods goede boodschap. Zullen wij het dan achterwege laten? Ik meen van niet. Als wij geloven, dat Gods Woord niet ledig weerkeert, zullen wij hen dan dit Woord onthouden?

Hoe zullen wij dan dit Woord brengen? Huisbezoek heeft te maken met de verkondiging van het Woord Gods! Ziekenbezoek eveneens. We zoeken een gedeelte, dat hen zou kunnen aanspreken. Waarschijnlijk niet te lang, want hun gedachten kunnen ze zeker niet geruime tijd op iets gericht houden. In voor hen verstaanbare taal zullen we er iets over zeggen. Persoonlijk toegespitst naar hun situatie, hun nood, angst en twijfel. Ook het gebed. Als ik ooit heb ondervonden, dat gebed nodig is, is het met deze mensen. Bijna wanhopig vraag je je af, wat er overkomt van onze woorden. Horen zij het eigenlijk wel? Nu mogen wij met hen bidden. Hun nood leggen wij voor de Here neer, want zij zijn in grote nood. Maar ook onze nood, de pastor, die helpen wil en gevoelt, dat hij het niet kan. Nu bidden we samen tot de God, die we beiden zo nodig hebben. En thuis in onze eigen woning wordt dit gebed voortgezet. In de kerk in het midden van de gemeente. Het gebed tot die God, bij Wie uitkomsten zijn.

Nóg eens aan de grens

We stonden in het grensgebied. De grenzen waren niet steeds duidelijk. Ze zijn niet zo helder af te tekenen als op de kaart van Afrika een eeuw geleden. Ze lopen dwars door alles heen: Wat is geestelijk ziek zijn? Wat is ware zielenood? Waar ligt de grens tussen die twee? Boven dit grensgebied is de hemel en de God des hemels geeft ons hier een taak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat onder mensen in psychische grenssituaties (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's