De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Weetgierig christendom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Weetgierig christendom

6 minuten leestijd

'(...) Vrouwkens, die altijd leren, en nimmermeer tot kennis der waarheid komen.' (2 Tim. 3 : 7)

Het is weer bijna september. Nog even en het winterwerk neemt opnieuw een aanvang. Catechisaties, clubs en verenigingen gaan weer van start en op velerlei wijze vergadert de gemeente zich rondom het Woord. Dat dit alles er is, is zeker een voorrecht. Het is een teken van Gods trouw, Die middels het onderwijs uit Zijn Woord jongeren en ouderen wijs wil maken tot zaligheid.

Tegelijk echter dienen we te beseffen, dat dit alles voor ons een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. De omgang met het Woord kan nl. nooit vrijblijvend geschieden. Noch in Gods huis. Noch op de catechisaties. Noch op de clubs en de verenigingen! De grote vraag is altijd weer: Wat doen we met dat Woord? Buigen we ervoor, of nemen we het alleen voor kennisgeving aan? Overwint het ons hart en worden we ingewonnen voor de Heere Jezus Christus, of houden we het, ondanks al ons luisteren toch keurig netjes op een afstand? Voor dit laatste wil onze tekst ons waarschuwen!

Zij maakt melding van 'vrouwkens, die altijd leren'. Hiermee bedoelt Paulus niet, zoals men op het eerste gezicht zou kunnen denken, vrouwen die het altijd beter weten dan een ander. Kenau-typen, die altijd anderen de les lezen. Nee, de grondtekst gebruikt hier een woord, wat betekent: 'onderwijs ontvangen'! Paulus doelt in onze tekst dus op vrouwen, die altijd meer willen weten en meer willen leren: Ze vragen dit. Ze vragen dat. Heb je het ene uitgelegd, dan willen ze graag over het andere nog wat meer horen. Het je het andere duidelijk gemaakt, dan willen ze toch nog weer even terugkomen op het eerste enz. enz. Ze willen 'altijd leren'!

Welnu, zo zegt iemand: Dat is toch zo slecht nog niet? Van vragen word je toch wijs? En het zijn toch over het algemeen de slechtste gemeenteleden niet, die veel belangstelling hebben voor de Schrift en voor de dingen van Gods Koninkrijk. De Heere zegt immers zelf: 'Onderzoekt de Schriften, want die zijn het, die van Mij getuigen'! En inderdaad, het onderzoek der Schriften is een goede zaak. Een zaak, die we slechts tot grote schade van onze ziel kunnen nalaten.

En toch: we moeten hier scherp toezien. Want ook bij die 'vrouwkens' uit onze tekst ziet het er allemaal zo mooi uit. Ze hebben zo zegt VS. 5 'een gedaante van godzaligheid'. Ze behoren tot de gemeente. En zo voor het oog zijn ze nog zeer geïnteresseerd ook. Ze willen 'altijd leren'! Altijd meer onderwijs ontvangen. Alleen, het komt bij hen niet verder dan dat. Ze vragen en vragen en vragen... Maar ze blijven in hun vragen steken. En kijk, dat is nu net het venijnige addertje, dat onder die gedaante van godzaligheid schuilgaat. Ze lijken geïnteresseerd en stellen vele vragen, maar juist dat vragen gebruiken ze nu als een schild om zich het Woord van het lijf te houden. Ze vragen om aan de klemmende eis van het Woord Gods te kunnen ontsnappen.

Twee voorbeelden uit de Schrift: Tegen de wetgeleerde zegt de Heere Jezus: 'Heb uw naaste lief als uzelf'. Maar de wetgeleerde, die wel voelt waar de schoen wringt en die zichzelf wil rechtvaardigen, doet gauw een stapje opzij en ontvlucht het appèl door de vraag: 'Wie is mijn naaste? '. En vervolgens: Jezus vermaant de schare: 'Gelooft in Degene, Die God gezonden heeft'! Maar ook de schare handhaaft zich voor Christus middels de vraag: 'Wat teken doet Gij dan, opdat wij geloven mogen'? Nog een voorbeeld. Nu uit de kerkelijke praktijk: Uit den treure is er reeds gesproken over homosexualiteit en als dan o.g.v. de Schrift en als resultaat van heel veel vergaderen de jongste vergadering van de GOS verklaart, dat het leven in homofiele relaties zonde is, dan vindt de delegatie van de Gereformeerde Kerken in Nederland dat er eerst weer een studie-rapport moet komen, waarin dan weer de vraag aan de orde moet komen: Hoe spreekt de Schrift over homosexualiteit?

Ook hier weer: niet buigen! Nee, doorgaan met vragen! 'Vrouwkens, die altijd leren ...'!

Dit alles noopt ons tot zelfonderzoek. Hoe gaan wij om met Gods Woord? Hoe gaan wij om met het indringende en ernstige appèl, dat God middels Zijn Woord ook doet op ons hart? Houden ook wij misschien al vragende en al tegenwerpingen makende het Woord nog op een afstand? Dat kan! We vermeien ons in allerlei spitsvondigheden, 'in vragen, die dwaas en zonder lering'. We zitten maar te wroeten in dingen die de Heere voor ons verborgen heeft. We vragen eindeloos naar de mening van de dominee over allerlei actuele zaken. Zelfs de meest tere vragen uit het geloofsleven als: Is het wel voor mij? Zou de Heere mij wel genadig willen zijn? ... Zelfs die vragen kunnen door de natuurlijk mens nog gebruikt worden om zichzelf voor God te handhaven. Let wel, komen ze op uit een heilbegerig hart: geen bezwaar. Maar het gaat in onze tekst over het misbruik. Over het koesteren van deze vragen uit een oogpunt van zelfhandhaving. Om onder een gedaante van godzaligheid het pad van ongeloof en onbekeerlijkheid vast te houden. Kijk, dat herkent u hieraan: bij deze 'vrouwkens' en hun nazaten komt het nu nooit tot die hartelijke overgave aan God en aan Zijn Christus. Paulus schrijft: 'Ze komen nimmermeer tot kennis (d.w.z.: erkentenis) der Waarheid! M.a.w.: ze vallen niet voor het Woord! Komt het Woord tot hen in z'n ontdekkende en veroordelende kracht... ze blijven toch vasthouden aan eigen werken en gerechtigheden. Komt het Woord tot hen in z'n belovende en vertroostende kracht... ze leveren zich toch niet uit aan God in Christus. Klinkt daar het klare bevel van Gods gebod... een handvol verontschuldigingen moet de ongehoorzaamheeid toedekken. O, arglistig is ons hart, dodelijk is het wie zal het kennen? !

Maar hoe komen we nu wel tot die 'kennis der waarheid'? Wel, daartoe is maar één weg: door met hart en ziel te buigen voor het Woord Gods! Door enerzijds te buigen voor het woord der veroordeling en Gods strenge vonnis over ons leven te aanvaarden. Dan houden we niets meer in onszelf over en buigen we ootmoedig onder Gods recht. Maar anderzijds ook door te buigen voor het woord der genade en onszelf met loslating van al het onze te laten vallen in de doorboorde handen van de Heere Jezus Christus. Is Hij dat niet waard? Zijn dat geen getrouwe zaligmakende handen? Is één zondaar daar ooit beschaamd mee uitgekomen? Is er bij Hem niet een volkomen gerechtigheid en een volkomen verzoening voor al uw zonden?

Gods Geest breke bij u en mij alle hoogmoed en vrijblijvendheid af en doe ons in gehoorzaamheid leven uit Zijn Woord. Opdat van ons niet geldt: 'Altijd leren en nimmermeer tot kennis der waarheid komen'. Maar dat geldt: 'Gij die wedergeboren zijt (...) door het levende en eeuwigblijvende Woord van God' (1 Petrus 1 : 23). Ondertussen blijft voor ons staan: 'Ziet dan toe, hóe gij hoort'! (Lk. 8 : 18a).

Bruchem en Kerkwijk-Delwijnen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Weetgierig christendom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's