De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

Van ds. O. J. v. d. Ploeg, hervormd predikant te Rotterdam, ontvingen we bijgaand stukje, dat voor zichzelf spreekt. Hij gaf het de titel 'Hoe gaan wij met de ander om? '

'Enige tijd geleden schreef dr. G. G. de Kruijf een kort artikeltje over gereformeerde-bonders. Het was met een eerlijke en ernstige ondertoon, een beetje schertsend bedoeld. Als zodanig was het aardig geslaagd, want het werd door diverse andere bladen overgenomen. Hij liet daarin weten, dat hij dankbaar was voor het bestaan van bonders in de gemeente. Die houden de kerk wakker. Ze zijn als horzels. Soms heb je er behoorlijk last van, maar ze voorkomen in ieder geval, dat de kerk gezapig verder sukkelt en ongestoord blijft dagdromen. Daar kwam het ongeveer op neer. In een geheel ander verband schrijft ds. W. R. van der Zee in het Tijdschrift voor Praktische Theologie, 1984/3, met gebruikmaking van hetzelfde beeld. Hier is het een werkgroep 'kerk en homosekualiteit' die een horzelfunktie kan vervullen.

Nu verwacht ik weliswaar meer van een horzelfunktie van gereformeerde-bonders dan van homoseksuelen omdat de angel van de eersten me scherper lijkt, toch meen ik dat het niet aangaat de tweede groep nu ineens ook maar met horzels te vergelijken. Bonders zijn er beter aan gewend. De andere groep staat zwakker. Zij verdienen hulp. Het is mijn overtuiging dat het slechte hulp is, die er vanuit gaat, dat homoseksualiteit dient te worden geaccepteerd in de kerk van Christus. Maar om ze als horzels te zien... Dat gaat mij te ver. Een horzel is een mooi beestje, zolang het maar uit je buurt blijft. Op het moment waarop ze zoemend in je omgeving komen, tracht je ze te verjagen, zo niet te doden. Moeten wij zó met elkaar omgaan? Het lijkt er helaas maar al te veel op. Ik voor mij vind het een vorm van onchristelijk taalgebruik; wij behoren de ander hoger te achten.'

***

Uit de Saambinder, orgaan van de Gereformeerde Gemeenten, lichten we stukjes uit een artikeltje van ds. A. Elshout, over het laatst verschenen 'Kerkelijk jaarboek 1984' van de Gereformeerde gemeenten.

'Het jaarboek biedt ook statistisch cijfermateriaal. Die cijfers "zeggen" ook heel wat. Het eerste wat opvalt is het grote aantal vacante gemeenten. Per 31-12-1983 109 en dat op 161 gemeenten... Dat aantal is inmiddels opgelopen tot 111. Van elke 3 gemeenten zijn er 2 vacant. Wanneer wij de gemiddelde leeftijd van de dienstdoende predikanten overwegen (dat maakt het jaarboek ook mogelijk) dan ziet het er naar uit dat binnen afzienbare tijd het aantal vacante gemeenten nog toe zal nemen. Het aantal studenten is ook alarmerend laag. Deze gegevens roepen tot verootmoediging voor God en mensen met de bede: Uw werk, o Heere behoud dat in het leven... in de toorn gedenk des ontfermens (Habakuk 3:2). Het tweede wat opvalt is het feit dat bij de belijdende leden 3500 meer vrouwen zijn dan mannen, terwijl bij de doopleden bijna 2000 meer personen van het mannelijke geslacht zijn dan die van het vrouwelijke. Wijst dat er op dat steeds minder jongens belijdenis des geloofs afleggen? Het geeft in elk geval te denken en... te handelen. Ten derde valt te zien in het jaarboek dat het totaal aantal leden van onze gemeenten met 586 toenam. Dit is mede beïnvloed door het feit dat in totaal 563 leden uit andere kerkverbanden tot ons overkwamen. Wanneer die "overgangen" er niet geweest zouden zijn dan was er slechts een "toename" geweest van... 23! Ook dat geeft te denken!!! Tenslotte vertellen ons de cijfers dat zich sinds vorig jaar in totaal 1202 leden onttrokken aan onze gemeenten. 491 Belijdende leden en 711 doopleden verlieten ons... Dat is bedroevend. Ook dat is alarmerend. Ook dit roept op tot ootmoedig smeekgebed.'

***

Ds. A. J. Zoutendijk - hervormd-gereformeerd predikant in de stad Groningen - schreef een brief 'aan alle leden en sympathisanten van de Hervormde Sionswijkgemeente' in Groningen. In de Sionskerk werd zondag 26 augustus de laatste dienst gehouden. De brief geeft op duidelijke wijze de nood van het kerkelijk leven in de grote steden aan. Maar steden zijn voorposten van de samenleving. Toch schrijft ds. Zoutendijk - terecht - niet zonder hoop. Hier volgt het belangrijkste deel van de brief.

'Met enige moeite zet ik me tot het schrijven van deze brief De aanleiding van dit schrijven is een zaak, die velen van ons na aan het hart ligt: de a.s. sluiting van de Sionskerk. Vanaf 2 september zal onze wijkkerk niet meer gebruikt worden voor erediensten. Na 50 jaar trouwe dienst gaat de deur op slot. Dat is een hard gelag. Voor u, die wellicht de bouw nog hebt meegemaakt. Voor u, die er belijdenis deed en er uw kinderen ten doop hield. Voor u, die hier vroeger de diensten bijwoonde of nog bijwoont. De pijn over dit afscheid wil ik niet verdoezelen. Integendeel: in de bijna twee jaar, dat ik in uw midden werkzaam ben, is dit kerkgebouw me vertrouwd en bemind geworden. Het zal moeite kosten in een andere ruimte de draad zomaar op te pakken.

Kon het niet anders? Deze vraag is me in de afgelopen periode vaak gesteld. Naar mijn eerlijke overtuiging: nee; er was en is géén betere oplossing, gezien de problemen waarvoor wij in hervormd Groningen gesteld worden. Deze problemen zijn van financiële en van geestelijke aard: het geringer wordend aantal gemeenteleden dat financieel bijdraagt en het kleine aantal kerkgangers (1500 per zondag over de gehele stad) maken sanering hard nodig. Maar wordt de regio Oost nu niet onevenredig zwaar getroffen? Ongetwijfeld. Eén predikantsplaats (ds. Van Zijll Langhout) en twee kerkgebouwen (Filadelfia- en Sionskerk) inleveren is geen kleinigheid. Maar, vergis u niet: ook in andere delen van de stad zullen op korte termijn pijnlijke ingrepen nodig zijn. De centrale kerkeraad heeft dit al in een besluit vastgelegd.

Gezamenlijke armoede betekent gezamenlijk pijn lijden. Helaas heeft de Sionskerk hoge exploitatiekosten en weinig bijruimten. Overigens verdwijnt het gezicht van de gemeente niet uit de regio! De centraal gelegen Oosterkerk (Rosensteinlaan) zal voor ons gaan funktioneren als wijkruimte. Wij krijgen daar een aparte 'hervormde' zaal toegewezen en verder zoveel ruimte als nodig is voor alle doordeweekse aktiviteiten. De gereformeerden zijn ons hierin royaal tegemoet gekomen.

Naast deze zakelijke bespiegelingen moet me echter nog iets anders van het hart. Voor mij het allerbelangrijkste: wat betekent het om gemeente van Christus te zijn in een tijd van armoede en inleveren? Vechten voor lijfsbehoud? Proberen te redden wat er te redden valt? Er zijn momenten dat ik deze neiging bij mezelf voel opkomen. Wat geef je prijs, denk ik dan en wat krijgen we ervoor terug... ? Hoe begrijpelijk ook (vult u uw eigen zorgen en twijfels maar in), deze weg van het zelfbehoud mogen wij als gemeente niet inslaan! Ik geloof, tot in het diepst van mijn ziel, dat de Heere God ons, dwars door al deze perikelen heen, roept om vooruit te zien en méér te letten op Zijn beloften dan op alle omstandigheden. Wanneer dit geloof ons draagvlak is, worden we bevrijd van de kramp om "te houden wat we hebben". Dan worden we vrij om onze (gezamenlijke) armoede onder ogen te zien, daar eerlijke konsekwenties uit te trekken èn te zoeken naar begaanbare wegen voor de toekomst. Deze brief is bedoeld als een dringende en hartelijke uitnodiging aan u om mee te doen en niet achter te blijven. We zullen elkaar in de komende periode harder nodig hebben dan ooit! Immers, de kerk is niet enkel een gebouw. De kerk - dat zijn wij (...).

Ik sluit mijn brief af. Ik zekere zin wordt binnenkort een tijdperk afgesloten. We gaan een nieuwe fase in. Hoe zal de toekomst eruit zien? Wie zal het zeggen. Eén zal het zeggen! Hij die beloofd heeft: Ik ben met u alle dagen, tot aan de voleinding der wereld. Laten wij eensgezind verder gaan, met het oog op Hem.'

***

Uit het jaarverslag van hei Nederlands Bijbel Genootschap (1983) lichten we de volgende cijfers over wereldwijde bijbel verspreiding.

V. d. G

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's