Consideraties n.a.v. Ordinantie 20-13
Het gaat om regels voor gemeenten, classicale vergaderingen of provinciale kerkvergaderingen waarin een bepaalde samenwerking tussen de Ned. Herv. Kerk en de Gereformeerde Kerken op gang is gekomen of gaat komen.
De komende Classicale vergaderingen krijgen een pakket consideraties voorgelegd n.a.v. Ord. 20-13. Wat staat er in Ord. 20-13?
'Nadat de classicale vergaderingen gelegenheid hebben gekregen - de kerkeraden in hun ressort gehoord - te considereren, is de generale synode bevoegd met betrekking tot de samenwerking met de Gereformeerde Kerken in Nederland bij generale regeling voorzieningen te treffen, die afwijken van wat in of krachtens de ordinanties is bepaald'.
Het gaat om regels voor gemeenten, classicale vergaderingen of provinciale kerkvergaderingen waarin een bepaalde samenwerking tussen de Ned. Herv. Kerk en de Gereformeerde Kerken op gang is gekomen of gaat komen. De samenwerking die bedoeld is, is altijd een voorlopige: men kan er op terug komen. Pas in 1985 gaan de Synoden van de NHK en GK uitspreken of er een niet-omkeerbare vorm van samenwerking op gang zal gaan komen. De samenwerkingsvormen die er nu al zijn, moeten vanzelfsprekend begeleid worden door regels, het liefst door uniforme regels. Want het is een toch wel wat vreemde zaak als in een samenwerkingskerkeraad het ene gedeelte van de kerkeraad volgens Hervormde regels gekozen wordt en het andere gedeelte volgens Gereformeerde regels, regels die nog al van elkaar afwijken. Dat er regels gesteld worden, is een goede zaak. Daartoe hebben wij ons ook verplicht door het aannemen indertijd van Ord. 20-13 (in werking getreden per 1 april 1982).
Alleen kan men zich aan de indruk niet onttrekken dat ondanks al het voorlopige dat steeds weer t.a.v. deze regels genoemd wordt, toch ook deze regels heenwerken naar een SOW, waarover nog geen beslissing is genomen. Worden wij straks toch weer te veel voor voldongen feiten geplaatst? Daarom laat op de Classicale vergaderingen uw stem horen, ook waar u het met de gehele gang van zaken niet eens bent. Al uw consideraties (overwegingen) worden aan de Synode doorgegeven, die daarna pas beslist.
Het gaat in de consideraties om zeven zaken die wij hierna meer of minder uitvoerig aan de orde stellen.
I. Wijziging van de regeling voor het aangaan van brede interkerkelijke samenwerking.
Tot nu toe kan een overeenkomst slechts aangegaan worden voor vijf jaar. Men moet zich nu elke vijf jaar opnieuw bezinnen of en zo ja, hoe men verder wil gaan. Met de toevoeging 'voor onbepaalde tijd' kan ook deze bezinning gemakkelijk verdwijnen. De toevoeging is ongetwijfeld een stap op weg naar eenheid, waarover de Synode zich pas in 1985 uitspreekt. Het ligt er aan hoe u SOW beoordeelt, of u deze wijziging positief of negatief beoordeelt.
II. Regeling voor de verkiezing en bevestiging van ambtsdragers.
Het komt er op neer dat alle ambtsdragers worden gekozen door de gemeente (ook de predikanten), er is geen maximumleeftijd meer, de zittingstijd is vier jaar, men is één keer herkiesbaar. Verdwenen is hier de zesjaarlijkse stemming, de mogelijkheid dat de Centrale Kerkeraad zelf ambtsdragers met bepaalde opdracht benoemt. De vraag is wat onder 'gemeente' moet worden verstaan. Het Breed Moderamen van de Gen. Synode heeft in het begeleidende schrijven terecht daarop gewezen. Hoe moet het met minderheden die nu via de CK eigen ambtsdragers of een predikant kunnen krijgen? Er is elk jaar aftreding van kerkeraadsleden en dus verkiezingen. Geeft dat niet teveel onrust in de gemeente? De leden van de CK (gaat Algemene Kerkeraad heten) worden door de gemeente gekozen. Ook hier. gaat het probleem van de minderheden spelen.
III. Gezamenlijke verzorging van de stoffelijke aangelegenheden.
Voor deze regeling is de datum van consideratie verschoven naar 15 maart 1985. Een vraag bij deze regeling is wel: waar is hier de plaats voor kerkvoogdijen 'vrij beheer'?
IV. Regeling voor samenwerking van een Hervormde Centrale Gemeente (d. w. z. een gemeente met wijkkerkeraden en een centrale kerkeraad) en een Gereformeerde Kerk met wijkkerkeraden.
In deze regeling wordt de verantwoordelijkheid vooral bij de wijkkerkeraden gelegd. De Algemene Kerkeraad wordt voornamelijk een coördinerend lichaam en is rechtspersoonlijkheid voor de stoffelijke zaken. De Algemene Kerkeraad heeft geen taak in het beroepen van predikanten. Er is hier het grote gevaar van het opdelen van een gemeente in allerlei modaliteits gemeenten.
Voorstel 5 bevat regels voor de behandeling vqn bezwaren tegen besluiten van gemeenten, classicale vergaderingen en provinciale synoden.
Voorstel 6 bevat aanvulling van regels over stoffelijke aangelegenheden van classes.
Voorstel 7 bevat regels voor de provinciale synoden als eerder voor de classes, ter sprake geweest zijn.
Tegen de inhoudelijke formulering van deze voorstellen zullen weinig bezwaren bestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1984
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's