De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De G.O.S. 1984 en het Schriftgezag (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De G.O.S. 1984 en het Schriftgezag (1)

8 minuten leestijd

Eén van de kwesties die tijdens de vergadering van de G.O.S. in Chicago in het centrum van de aandacht stonden, was die van het schriftgezag.

Vragen van het Interim-komité

Eén van de kwesties die tijdens de vergadering van de G.O.S. in Chicago in het centrum van de aandacht stonden, was die van het schriftgezag. In de agenda, een boekwerkje op zichzelf dat van te voren aan de deelnemers van de synode was toegezonden, had het Interim-komité (bestaande uit het moderamen van de synode van Nimes 1980: ds. J. P. G. Galbraith, ds. P. E. S. Smith, prof. dr. Klaas Runia, ds. A. J. de Graaf, ds. E. M. Mataboge en de algemeen secretaris, dr. P. G. Schrotenboer) enkele uitspraken gedaan ten aanzien van het inmiddels alom bekende studierapport van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) over de aard van het Schriftgezag, God met ons 1980.

Allereerst werd de vraag gesteld wat nu eigenlijk de status van dit rapport is. Is het alleen maar 'een' visie, die binnen de kerken heel vrijblijvend ter overweging aangeboden wordt? Zo is het van de zijde van de GKN wel gesteld. Maar in het woord vooraf ter introduktie van het rapport citeert het moderamen van de GKN de uitspraak van de synode van Delft 1979-1980 dat het rapport is herkend als een 'duidelijk en confessioneel verantwoorde uiteenzetting over de wijze, waarop de Schrift verstaan wil worden, om te kunnen horen wat de God van het Woord ons te zeggen heeft'. Nu is God met ons wel niet bedoeld als vierde formulier van enigheid, maar het is toch een rapport van behoorlijke importantie en latere rapporten, zoals dat over 'Homofilie' en 'In liefde trouw zijn' grijpen er op terug. Alles wijst er op dat het verstaan van het Schriftgezag binnen de GKN zich in het vervolg zal bewegen in de door het rapport God met ons aangegeven richting. Dat maakt de vraag des te dringender en gewichtiger of dit wel een in alle opzichten verantwoorde richting is.

Het Interim-komité spreekt zijn vreugde uit over de ontvangen informatie dat het eerste hoofdstuk van het Rapport met het inmiddels berucht geworden 'relationele waarheidsbegrip' zal worden herschreven. Het komité is namelijk van mening dat een dergelijke wijsgerige notie de grote meerderheid van de bijbellezers totaal niet aanspreekt en hen daarom eerder belemmert dan helpt in het rechte verstaan van de Bijbel. Dat de kommissie voor kerk en theologie eerst deze relationele waarheidsidee gebruikte als de invalspoort om de aard van het schriftgezag duidelijk te maken, en nu vervolgens besluit om dit fundamentele hoofdstuk te herschrijven illustreert volgens het Interim-komité hoezeer de GKN op drift zijn geraakt. Er zijn daar thans betrekkelijk weinig vaste overtuigingen meer. Er is eerder sprake van een stroom van veranderende opvattingen! Dat is intussen een verregaande constatering. De GKN willen geen statische belijdeniskerk zijn. Ze hebben gekozen voor de dynamiek van het voortgaande belijden. Het Interim-komité erkent dat het Rapport de inspiratie en het gezag van de Schrift zoals deze bijvoorbeeld in de Nederlandse Geloofs Belijdenis worden beleden, openlijk bevestigt. Toch moet volgens het Komité daarbij de vraag worden gesteld of het Rapport zelf wel in overeenstemming is met dit getuigenis dat de Bijbel het geschreven Woord van God is. Zijn allerlei uitdrukkelijke beweringen alsook allerlei terecht uit het in het Rapprt gestelde af te leiden conclusies, niet in tegenspraak met deze belijdenis? Met andere woorden: is het Rapport wel consistent? Of is het innerlijk tegenstrijdig? Het komité concentreert zijn kritiek dan op twee punten: de historische betrouwbaarheid van de Bijbel en wat gezegd wordt over de Bijbel als norm voor het leven.

Historische betrouwbaarheid

Het gedeelte van het Rapport over de historische betrouwbaarheid van de Bijbel geeft beslist de indruk dat de weergave van gebeurtenissen in de Schrift niet zo werkelijkheidsgetrouw is als we altijd hebben gedacht. Vanwege de bijzondere aard van de geschiedschrijving in de Bijbel zouden allerlei details die vermeld worden, nooit werkelijk zijn gebeurd of althans niet zó zijn gebeurd als ze beschreven zijn. Een voorbeeld is dat het Rapport zegt dat het niet zo belangrijk is te weten wie nu eigenlijk Goliath heeft verslagen: David (1 Samuel 17) of Elhanan (2 Samuel 21 : 19). Dat is echter wél van belang, stelt het komité. David werd immers de messiaanse Koning van Israël en wees zo vooruit naar Jezus Christus, dé Messias, de grote Zoon van David. Vanuit deze visie moet de vermelding van Elhanan dan wel tot een tekstkritische vraag gereduceerd worden.

Opvallend is het zware accent op het menselijk karakter van de Bijbel. Het effekt hiervan op de lezer zou kunnen zijn dat deze de Bijbel meer en meer als een menselijk boek met menselijke gedachten over God zal gaan beschouwen, in plaats van het door mensen opgeschreven Woord van God (Rom. 3:2).

Kunnen wonderen alleen gebeuren als mensen geloof hebben? Is het de intense relatie tussen God en mens die beslist over de vraag of wonderen mogelijk zijn? En kunnen de wonderen die in de Bijbel vermeld worden door ons gemakkelijker aanvaard worden naarmate zij zich dichter bevinden bij het centrum van de openbaring, namelijk het leven en werken van Christus? Zijn er dus meer acceptabele, centrale en minder acceptabele, perifere wonderen in de Schrift? Deze constructie, die voortvloeit uit de aanvaarding van het 'relationele waarheidsbegrip', doet geen recht aan de autoriteit van de Schrift. Het feit dat sommige wonderen ons vandaag de dag meer of minder ver verwijderd lijken te zijn van het centrum van de openbaring, houdt niét in dat zij meer of minder acceptabel zijn!

De Bijbel als norm

Zoals gezegd richt de kritiek van het Interim-komité zich verder vooral op wat in het Rapport is gesteld ten aanzien van de Bijbel als norm voor het leven. Van harte wordt ingestemd met de uitspraak dat we ernstig moeten trachten om de gehele Schrift tot ons te laten spreken. Maar al te vaak is er sprake van een selectief schriftgebruik, waarbij teksten lukraak worden bijeengeraapt en andere teksten stelselmatig worden verwaarloosd. Hoe wordt nu deze op zichzelf juiste grondgedachte in het Rapport uitgewerkt? Volgens sommige critici op een subjectivistische manier, zodat de norm uiteindelijk in de mens zelf wordt gevonden of in de situatie waarin deze zich bevindt (situatie-ethiek). Deze ernstige beschuldiging wordt door de opstellers van het Rapport met kracht van de hand gewezen. Het Interim-komité stelt echter letterlijk: 'Yet this is in our opinion an almost unavoidable result, even though unintended'. (We menen dat dit - historicisme, subjectivisme, situatie-ethiek - toch een haast onvermijdelijk, zij het onbedoeld resultaat is.) In het Rapport wordt immers de tijdgebondenheid van de vele geboden en voorschriften in de Bijbel krachtig beklemtoond. Een bepaald bijbels voorschrift heeft eenmaal, in een gegeven historische situatie, heilzaam gefunctioneerd. Een verandering van situatie leidde tot afschaffing, opheffing of verandering van het gebod. Er zit een deel van waarheid in zo'n uitspraak, maar de absolute wijze waarop geformuleerd wordt, roept de vraag op of enig bijbels gebod (afgezien van het grote gebod van de liefde) nog een normativiteit heeft die de historische situatie waarbinnen het is gegeven overstijgt. Met anderen woorden: zijn de bijbelse geboden nog in énig opzicht geldig voor onze tijd? Kunnen ze ons alleen maar dienen als modellen of analogieën, waarmee wij in onze eigen situatie mogen omgaan in verantwoordelijke vrijheid?

Het Interim-komité merkt dan op dat er geen heldere oplossing wordt geboden inzake de vraag hoe het liefde-gebod en al de overige geboden met elkaar verbonden zijn. Dit moet temeer betreurd worden omdat bepaalde opvattingen over deze relatie tussen het ene gebod en de vele geboden de pastorale beslissingen en morele richtlijnen binnen de GKN beïnvloeden. Dit komt dan bijzonder tot uiting in de beslissing aangaande homofilie. Zolang deze dubbelzinnigheid niet uit de weg geruimd is en de blijvende geldigheid van Gods wil, zoals deze is uitgedrukt in de vele bijbelse geboden, niet erkend wordt, kan rnen niet zeggen dat het verwijt van subjectivisme geheel ongegrond is! Het Interim-komité wil niet van puur subjectivisme spreken, maar is wel van mening dat er in de recente rapporten van de GKN een duidelijke en vérgaande tendens in die richting is. Als mensen de hoofdlijn van het rapport God met ons volgen, zullen ze tot op grote hoogte hun eigen koers moeten bepalen temidden van de grote morele vragen van deze tijd. Op z'n minst behoeven ze zich er niet aan gebonden te achten in strikte overeenstemming met de tijd- en cultuurgebonden voorschriften van de Schrift te handelen!

Materiaal ter tafel

Van alle synode-leden in Chicago mocht verwacht worden dat ze het Rapport gelezen hadden. Een Engelse vertaling ('God with us') was de verschillende kerken reeds geruime tijd tevoren door de GKN ter beschikking gesteld. De G.O.S. heeft bovendien in januari 1982 een bundel studies over het Rapport uitgegeven (Theological Forum, IX, 3, 4). Tenslotte was er tijdens de theologische conferentie die onmiddellijk aan de synode voorafging ampele aandacht aan het Rapport besteed. Prof. C. J. Wethmar uit Zuid-Afrika en prof. G. J. Spykman uit de V.S. waren in hun lezingen mild kritisch op het Rapport ingegaan. Natuurlijk liet de structuur van de synodevergadering niet toe dat de inhoud van het Rapport regel voor regel bestudeerd en becommentarieerd zou worden. Dan zou er een theologische conferentie van enkele weken moeten plaatsvinden! Formuleringen moesten worden gevonden en besluiten genomen in een kort tijdsbestek. Maar men kan onmogelijk staande houden dat het Rapport zomaar voetstoots beoordeeld is. Er is ruime aandacht aan besteed en het uiteindelijke commentaar van de G.O.S. berust op zorgvuldige bestudering.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De G.O.S. 1984 en het Schriftgezag (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 1984

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's